U bevindt zich hier: De Bijbel Door

Genesis 14: 5 en in het veertiende jaar kwam Kedorlaomer met de koningen die bij hem waren, en zij sloegen de Refaieten te Asterot–karnaïm, de Zuzieten te Ham, de Emieten te Sawe–kirjataïm
Kedorlaomer. Zie Genesis 14: 1.
Refaieten. Een hybride of reuzengeslacht. Betekenis: ‘versterkend’ of ‘helend’. De eerste verwijzing naar deze mengsoort van mensen met geestelijke machten na de zondvloed. De gedachte dat zij nakomelingen van Rafa zouden zijn, die pas in 2 Samuel 21: 16 genoemd wordt, is chronologisch onjuist.
Asterot-karnaïm. Deze plaats, die geweid was aan de Fenicische godin Astarte, komt alleen hier voor. Betekenis: ‘tweehoornige Astarte’ of mogelijk ‘tweehoornige koningin van de hemel’.
Zuzieten. Dit volk komt uitsluitend hier voor. Betekenis: ‘rondtrekkers’. De hele uitdrukking ‘Zuzieten te Ham’ wordt in de Bijbel ook wel samengetrokken en dan komen we ze laten wel weer tegen als ‘Zamzummieten’. Uit Deuteronomium 2: 20 blijkt dan dat ook zij tot een mengvorm tussen geestelijke machten en mensen gekomen zijn. Dat het op dit moment van Genesis 15 al het geval was kunnen we niet uit de Bijbel opmaken. Wel blijkt dat deze volken dus al vroeg als één groot bondgenootschap van Babel zich opstelden tegen het beloofde zaad van de vrouw, dat hier in de lijn van Abram door zou gaan. Betekenis van Zamzummieten: ‘zij die gerucht maken’ of ‘samenzweerders’.
Ook in de eindtijd zal dit scenario vrijwel identiek zijn.
Ham. Weer een geografische aanduiding die alleen hier voorkomt. Betekenis: ‘gegrom’ of ‘gehuil’.
Emieten. Net zo’n hybride of reuzengeslacht als de Refaieten. Dit blijkt uit de enig andere plaats in Deuteronomium 2: 10 en 11. Betekenis: ‘geduchten’ of ‘afgoden’. Als het gewone mensen waren geweest dan was hun naam op zijn minst bevreemdend.
Sawe-kirjataïm. Weer een geografische aanduiding die alleen hier voorkomt. Betekenis: ‘vlakte van Kirjataïm’ of letterlijk: ‘vlakte van twee steden’.

Genesis 14: 6 en de Chorieten op hun gebergte Seïr tot El–paran, dat aan de rand der woestijn ligt.
Chorieten. De nakomelingen van Seïr volgens Genesis 36: 20, 29 en 30. Volgens Deuteronomium 2: 12 en 22 zijn ook zij later vermengd met geestelijke machten. Het hybride soort dat daaruit voortkwam moest ook uitgeroeid worden. Betekenis: ‘grotbewoner’.
Seïr. Een gebergte in Edom dat waarschijnlijk vernoemd is naar de aartsvader van de Chorieten. Betekenis: ‘harig’. In de profetieën over Edom krijgt dit gebergte ook weer een prominente plaats. Zie Jesaja 21: 11; Ezechiël 25: 8; 35: 2, 3, 7 en 15.
El-paran. Weer een geografische aanduiding die alleen hier voorkomt. Plaats bij de Rode Zee. Betekenis: ‘sterke van Paran’ of ‘sterke van de spelonken’. Paran zelf is de naam van de woestijn. Zie Genesis 21: 21.

Genesis 14: 7 Daarna keerden zij terug en kwamen te En–mispat, dat is Kades, en sloegen het gehele gebied van de Amalekieten, en ook de Amorieten, die te Chaseson–tamar woonden.
En-mispat. Weer een geografische aanduiding die alleen hier voorkomt. Betekenis: ‘fontein van het oordeel’.
Kades. Betekenis: ‘heilig’ oftewel ‘apart gezet’. Dezelfde plaats komt ook in de Bijbel voor als Kedes en Kades-barnea. Het zal in de profetische toekomst één van de zuidelijke grenzen van het beloofde land worden voor het herstelde volk Israël. Zie Ezechiël 47: 19 en 48: 28. In de tijd van Genesis 15 had de stad nog niet die naam en was het dus de fontein van het oordeel.
Amalekieten. Hier een volk genoemd dat chronologisch gezien nog moest komen. Het noemen van de naam diende slechts om het gebied aan te duiden. De Amalekieten zijn voortgekomen uit de kleinzoon van Abraham, Ezau. De betekenis van de naam is zeer onduidelijk. Drie mogelijkheden: ‘op winstbejag uit’, ‘het volk dat uitput’ of ‘dalbewoner’.
Amoriet. Zie Genesis 10: 16. Wellicht de betekenis: ‘openbaren’ of ‘onderscheiden’.
Chaseson-tamar. Deze plaatsnaam alleen hier en in 2 Kronieken 20: 2 vermeld. Betekenis: ‘het snoeien van de palm’.

Genesis 14: 8 Toen rukten de koning van Sodom, de koning van Gomorra, de koning van Adma, de koning van Seboïm en de koning van Bela, dat is Soar, uit en zij stelden zich tegen hen in slagorde in het dal Siddim,
Sodom. Zie Genesis 10: 19.
Gomorra. Zie Genesis 10: 19.
Adma. Zie Genesis 10: 19.
Seboïm. Zie Genesis 10: 19.
Bela. Zie Genesis 14: 2.
Soar. Zie Genesis 13: 10 en 14: 2.
Siddim. Zie Genesis 14: 3.

Genesis 14: 9 tegen Kedorlaomer, de koning van Elam, Tidal, de koning der volken, Amrafel de koning van Sinear, en Arjok, de koning van Ellasar, vier koningen tegen vijf.
Kedorlaomer. Zie Genesis 14: 1.
Elam. Zie Genesis 14: 1.
Tidal.
Zie Genesis 14: 1.
Amrafel. Zie Genesis 14: 1.
Sinear. Zie Genesis 10: 10. Staat altijd voor Babel.
Arjok. Zie Genesis 14: 1.
Ellasar. Zie Genesis 14: 1.

Genesis 14: 10 Het dal Siddim nu was vol asfaltputten. Toen de koning van Sodom en die van Gomorra vluchtten, vielen zij daarin, en de overgeblevenen vluchtten naar het gebergte.
Siddim. Zie Genesis 14: 3.
Asfaltputten. Nog altijd een bezienswaardigheid aan de kusten van de Dode Zee.
Sodom. Zie Genesis 10: 19.
Gomorra. Zie Genesis 10: 19.
Vielen ze daarin. In de asfaltputten. De koning van Sodom is er in elk geval uit gered, blijkt uit Genesis 14: 17.
De overgeblevenen vluchten. In elk geval de koning van Seboïm en de koning van Bela.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.
Startpagina // Volgende

Verwante Artikelen

Hier vindt u de verwijzingen naar andere artikelen die ook betrekking hebben op hetzelfde Bijbelgedeelte: