U bevindt zich hier: De Bijbel Door

Genesis 13: 13 De mannen van Sodom nu waren zeer slecht en zondig tegenover Yahweh.
Sodom. Zie Genesis 10: 19.
Zeer slecht en zondig. De stijlvorm van twee woorden met identieke betekenis is een Hendiadis. Je kan het weergeven met ‘zeer boze zondaars’. Het legt een sterke nadruk op de boosheid van deze mannen van Sodom. Daar had Lot zijn oog niet op geslagen.

Genesis 13: 14 En Yahweh zei tot Abram, nadat Lot zich van hem gescheiden had: Sla toch uw ogen op, en zie van de plaats, waar gij zijt, naar het noorden, zuiden, oosten en westen,
Abram. Zie Genesis 11: 26.
Lot. Zie Genesis 11: 27.
Sla uw ogen op. De eerste van vier keer opzien:
1/ Hier – De aardse belofte
2/ Genesis 15: 5 – De hemelse belofte
3/ Genesis 18: 2 – Tot Yahweh
4/ Genesis 22: 13 – Tot het offer waarin Yahweh zelf voorzag
Oosten. Dit lijkt in tegenspraak met de afspraken in de verzen 9 en 11. Als Lot de ene kant op zou gaan, zou Abram de andere kant opgaan. Lot ging naar het oosten. De beloften van Yahweh aan Abram voor zijn nakomelingen, het toen nog toekomstig volk Israël, betroffen echter het hele land Kanaän.
Psalm 47: 5 Hij [Yahweh] kiest ons erfdeel voor ons uit, de trots van Jakob, die Hij liefheeft.

Genesis 13: 15 want het gehele land, dat gij ziet, zal Ik u en uw nageslacht voor altoos geven.
Ik zal u het hele land dat je ziet geven. In zijn leven heeft Abram dit land niet ontvangen. Een persoonlijke belofte van opstanding in de toekomende aioon. De eerste belofte van Yahweh aan Abraham.
De belofte wordt herhaald aan Izaäk in Genesis 26: 3, en tot tweemaal toe herhaald aan Jakob in Genesis 28: 13 en 35: 12. Ook zij hebben deze persoonlijke belofte die dus verwerkelijkt zal worden in de opstanding. Tevens zijn deze drie namen altijd voor het hele volk verbonden aan Yahweh als de God van Abraham, Izaäk en Jakob. Als zodanig zijn zij ook altijd verbonden aan de hoop van Israël op de opstanding (Mattheus 22: 23-33).
Uw nageslacht. Ook dit is feitelijk een belofte voor de toekomende aioon. Het volk Israël heeft letterlijk nooit dit gehele land in bezit gehad. Het volk zal dus ook in de opstanding hier letterlijk deel aan krijgen. De tweede belofte van Yahweh aan Abraham.
Voor altoos. Letterlijk: ‘in de Olam’. Een belofte voor de toekomende aioon. Alleen bij een juist zicht op dit woord begrijpen we ook waarom het volk Israël een eeuwig volk genoemd wordt.
Jesaja 44: 7 daar Ik toch het overoude volk in het aanzijn riep;
Het Hebreeuwse woord voor ‘overoude’ is ook weer ‘Olam’. Als we de vele jaren dat dit volk nu al in de verstrooiing bekijken zouden we vraagtekens zetten bij deze omschrijving van het volk Israël. Als we de profetische toekomst van dit volk in de toekomende aioon kennen wordt hun titel ook gelijk helder.

Genesis 13: 16 En Ik zal uw nageslacht maken als het stof der aarde, zodat, indien iemand het stof der aarde zou kunnen tellen, ook uw nageslacht te tellen zou zijn.
Ik zal uw nageslacht maken als het stof der aarde. De derde belofte van Yahweh aan Abraham. In Genesis 15: 5 wordt het nog komende volk Israël vergeleken met de sterren van de hemel. De vergelijking lijkt een overdrijving omdat het volk Israël altijd nog te tellen was, in welke periode dan ook. Het kan dan ook niet anders dan dat het wijst op de opstanding van het volk dat zowel een aardse roeping (het stof der aarde) als een hemelse roeping (de sterren des hemels) heeft.
De hemelse roeping van het volk wordt in Hebreeën 3: 1 en 12: 22 verbonden aan het hemels Jeruzalem. Dit dienen we te onderscheiden van de positie waarin wij, die tot de huishouding van het geheimenis (Efeze 3: 9) behoren, geplaatst zijn. Dat is ver boven alle hemelen (Efeze 1: 20 en 4: 10).
Het volk Israël in de toekomende eeuw zal dus ontelbaar zijn. Zo zal gans Israël ook behouden worden (Romeinen 11: 26). Niet als een klein nietig volkje, maar als een ontelbare menigte.
Hebreeën 11 verklaart ook heel helder deze tweeledige toekomst van Israël als het over de belofte aan Abraham spreekt. Hebreeën 11: 9 spreekt over het land der belofte (het aardse deel). Vers 10 spreekt over de stad met fundamenten (het hemels deel). Vers 15 spreekt over het aardse vaderland en vers 16 over een hemels vaderland.

Genesis 13: 18 Daarna sloeg Abram zijn tenten op en ging wonen bij de terebinten van Mamre bij Hebron, en hij bouwde daar een altaar voor Yahweh.
Abram. Zie Genesis 11: 26.
Sloeg zijn tenten op. Geleid door het ‘sta op en doorwandel’ uit het vorige vers.
Terebinten. Eikenbomen of eikenbossen.
Mamre. Dit is zowel een plaats als een persoon. De plaats is meeste kans vernoemd naar zijn eigenaar, de Amoriet Mamre, die een bondgenoot van Abram was (Genesis 14: 13). Amorieten zijn een onderdeel van de Kanaänitische volkeren. Mamre betekent: ‘vetmestend’ en mogelijk ook ‘opstand veroorzakend’. Je kan dit dus ook vertalen als: ‘ging wonen onder de eiken, die Mamre toebehoorden’.
Hebron. Een stad in Zuid Juda. Betekenis: ‘verbond’, ‘verwantschap’ of ‘broederschap’. Dezelfde stad wordt ook wel Kirjat-Arba genoemd. Dat betekent: ‘stad van vier’ of ‘vierhoekige stad’. Het was ook meeste kans Arba die de stad gebouwd heeft (Jozua 14: 15).

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.
Startpagina // Volgende

Verwante Artikelen

Hier vindt u de verwijzingen naar andere artikelen die ook betrekking hebben op hetzelfde Bijbelgedeelte: