U bevindt zich hier: De Bijbel Door

Genesis 12: 4 Toen ging Abram, zoals de HERE tot hem gesproken had, en Lot ging met hem; en Abram was vijfenzeventig jaar oud, toen hij uit Haran trok.
Toen ging Abram. In de rij van vijf maal loslaten door Abram is dit de eerste. 1/ Hij laat zijn familiebanden los. 2/ Hij laat de gehele streek van de Jordaan los voor Lot in Genesis 13: 10. 3/ In Genesis 18: 16-33 laat hij de stad Sodom los. 4/ In Genesis 21: 14 laat hij zijn vrouw Hagar en zijn zoon Ismaël los. 5/ In Genesis 22 laat hij ook zijn zoon Izaäk los. De weg van genade en belofte is er één van loslaten van waar jezelf nog vertrouwen in hebt en leren alles alleen uit Gods hand aan te nemen. Ons hoofdstuk zou je de eerste stappen in de weg van genade en belofte kunnen noemen.
Hebreeën 11: 8 Door het geloof is Abraham, geroepen zijnde, gehoorzaam geweest, om uit te gaan naar de plaats, die hij tot een erfdeel ontvangen zou; en hij is uitgegaan, niet wetende, waar hij komen zou.
De weg van geloof in de belofte is een weg die typisch verbonden is aan het volk Israël. Aan heb zijn de beloften gegeven (Romeinen 9: 4). De uitdrukking ‘vader’, verbonden aan Abraham, is in de Bijbel dan ook uitsluitend van toepassing voor gelovigen verbonden aan het volk Israël (Lukas 16: 24 & 30; Johannes 8: 53 & 56; Handelingen 7: 2; Romeinen 4: 12 en Jakobus 2: 21). Het idee dat Abraham onze vader zou zijn is nergens uit de Bijbel te onderbouwen. God ging in genade de weg met Abraham, maar ook vanuit beloften. In onze huishouding van het geheimenis is Gods handelen er één van absolute genade alleen.
Abram. Zie Genesis 11: 26.
Lot. Zie Genesis 11: 27.
Vijfenzeventig jaar oud. De wet werd 430 jaar hierna gegeven (Exodus 12: 40; Galaten 3: 17). Abraham was 100 jaar toen Izaäk geboren werd (Genesis 21: 5). Vijf jaar later erkende hij Izaäk als het beloofde zaad door Hagar met haar zoon Ismaël weg te sturen (Genesis 21: 12). Dat is dus 30 jaar na de gebeurtenis in dit vers. Dat was dus 400 jaar voordat de wet geschonken werd. Dit verklaart de 400 jaar in Genesis 15: 13 en Handelingen 7: 6.
Haran. Zie Genesis 11: 31.

Genesis 12: 5 Abram nu nam zijn vrouw Sarai en Lot, zijns broeders zoon, en al hun have, die zij verworven hadden, en de lieden, die zij in Haran verkregen hadden, en zij trokken uit om te gaan naar het land Kanaän, en zij kwamen in het land Kanaän.
Abram. Zie Genesis 11: 26.
Saraï. Zie Genesis 11: 29.
Lot. Zie Genesis 11: 27.
Al de lieden, die zij verkregen hadden.Lieden’ is letterlijk ‘zielen’. Het zijn de slaven die ze gekocht hadden. Dit is de eerste vermelding van slaven in de Bijbel, hoewel het niet zo letterlijk genoemd wordt. Later in de wetgeving voor het volk Israël zouden hiervoor wel duidelijke bepalingen komen.
Leviticus 22: 11 Maar wanneer de priester iemand als eigendom koopt met zijn geld, mag deze daarvan eten,
Daar wordt exact dezelfde woordkeuze gebruikt. ‘Iemand’ is ook daar ‘een ziel’. Waar niemand aan het heilige voedsel van de priester mocht komen, mocht zo’n slaaf ervan eten. Er was een soort gelijkstelling met de familie.
Nergens lees je in de Bijbel een afkeuring van het bezit van slaven. Wel een tussenbeide treden van Paulus voor de slaaf Onesimus in Filemon : 15 - 20.
Haran. Zie Genesis 11: 31.
Zij kwamen. Nu, bij de tweede roeping bereikten ze Kanaän. Bij de eerste roeping kwamen ze niet verder dan Haran (Genesis 11: 31 & 32).
Kanaän. Zie Genesis 11: 31.

Genesis 12: 6 En Abram trok het land door tot de plek bij Sichem, tot de terebint More; en de Kanaänieten waren toen in het land.
Abram. Zie Genesis 11: 26.
De plek. Sichem bestond in de tijd van Abram nog niet als stad. Het was slechts een plek bij het eikenbos.
Sichem. Betekenis: ‘schouder(s)’ of ‘aandeel’. Een plek, later een stad in het gebied Manasse, niet te verwarren met de latere zoon van Jozef met dezelfde naam of de stam die uit hem voortkwam. Betekenis: ‘doen vergeten’. Het is de plek van het eerste altaar dat Abram voor Yahweh opricht (Genesis 12: 7) en de plek waar Jezus de Samaritaanse ontmoette (Johannes 4: 5). De plek wordt daar Sichar genoemd. Ook Jakob richtte daar een altaar voor de Heer op (Genesis 33: 18 – 20).
Terebint. Een eikenboom of een eikenbos. Een kleine plek dus.
More. Betekenis: ‘leraar’of ‘onderwijzer’. Deze plek lag volgens Deuteronomium 11: 30 dicht bij Gilgal. Betekenis: ‘wiel’ of ‘rad’. Wordt regelmatig in geestelijke relatie gebracht met Golgotha. Ook vlak bij Sichem. (een leraar die je brengt bij Golgotha en doet vergeten).
Kanaäniet. Afkomstig uit Kanaän. Zie Genesis 10: 6 en 11: 31.
Waren toen ik het land. Letterlijk: ‘reeds in het land zijnde’. Opnieuw doet de slang, na zijn eerdere verwoesting van de mensheid in Genesis 6, een poging het zaad van de vrouw (Genesis 3: 15), dat zich nu versmalt tot het zaad van de vrouw in de nakomelingen van Abram, te verhinderen. Het zaad van de slang, door de vermenging van geestelijke wezens met de nakomelingen van Kanaän, heeft zich reeds gevestigd in het beloofde land. Dit is weer een nadere verklaring van de woorden ‘ook daarna’ in Genesis 6: 4. De Kanaänieten woonden in het land (Genesis 13: 7).
Dit was de eerste beproeving van het geloof van Abram. Het land was reeds bevolkt. Hoe kon dit dan Gods land voor zijn nageslacht zijn?

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.
Startpagina // Volgende

Verwante Artikelen

Hier vindt u de verwijzingen naar andere artikelen die ook betrekking hebben op hetzelfde Bijbelgedeelte: