U bevindt zich hier: De Bijbel Door

Genesis 12: 1 De HERE nu zei tot Abram: Ga uit uw land en uit uw maagschap en uit het huis van uw vader naar het land, dat Ik u wijzen zal;
De Here nu zei. Yahweh zei. In Handelingen 7: 2 wordt vermeld dat het de God der Heerlijkheid was die Abram riep. Abram en Terah kenden alleen afgoden en dus maakt Yahweh zich direct kenbaar aan hen (Jozua 24: 2).
Abram. Zie Genesis 11: 26.
Ga uit uw land en uit uw maagschap. Het maagschap is de geboorteplaats. Deze roeping moet dus al in Ur der Chaldeeën hebben plaats gevonden (Genesis 11: 31) en niet pas in Haran, waar hij in Genesis 12: 4 uit vertrekt. Ur was zijn geboorteplaats. Haran was dat niet. Dit wordt later in de Bijbel ook bevestigd.
Genesis 15: 7 En Hij zei tot hem: Ik ben de HERE, die u uit Ur der Chaldeeën heb geleid om u dit land in bezit te geven.
Het maagschap wordt ook wel als de familiebanden opgevat. Zo wordt het ook door Abraham gebruikt in Genesis 24: 4, waar de knecht van Abraham naar Mesopotamië (Dat is Haran) wordt gestuurd om een bruid voor zijn zoon Izaäk te zoeken onder zijn familie. Dan spreekt Abraham ook over zijn maagschap.
Blijkbaar heeft de familie van Abraham de meeste tijd in Haran verkeert omdat ook Jozua die plek aanwijst als de verblijfplaats van Terah en zijn familie in Jozua 24: 2.
Uit het huis van uw vader. Dit moet een tweede roeping zijn omdat vanuit Ur der Chaldeeën zijn vader de mede-initiatiefnemer van de reis naar Haran was met zijn hele huis (Genesis 11: 31). Deze tweede roeping gebeurde in Haran toen Abram 75 jaar was (Genesis 12: 4) en Terah dus 145 jaar. Zie Genesis 11: 32. Deze roeping was dus een breuk met zijn vader. Wat best knap zwaar geweest moet zijn.
De enige die met hun meeging was Lot, wat ook voor problemen heeft gezorgd

Genesis 12: 2 Ik zal u tot een groot volk maken, en u zegenen, en uw naam groot maken, en gij zult tot een zegen zijn.
Gij zult tot een zegen zijn. Aparte vorm. Deze belofte staat in de gebiedende wijs. Wellicht dat hier al de opdracht voor het hele volk Israël in ligt, wat later verder uitgewerkt zal worden, om de zegen van Yahweh te verspreiden onder de volkeren. Een koninklijk priesterdom.
Exodus 19: 6 En gij zult Mij een koninkrijk van priesters zijn en een heilig volk. Dit zijn de woorden die gij tot de Israëlieten spreken zult.
1 Petrus 2: 9 Gij echter zijt een uitverkoren geslacht,
een koninklijk priesterschap, een heilige natie, een volk Gode ten eigendom, om de grote daden te verkondigen van Hem, die u uit de duisternis geroepen heeft tot zijn wonderbaar licht:

Genesis 12: 3 Ik zal zegenen wie u zegenen, en wie u vervloekt zal Ik vervloeken, en met u zullen alle geslachten des aardbodems gezegend worden.
Zegenen – vervloekt. Het eerste werkwoord ‘zegenen’ staat in het meervoud, terwijl het tweede werkwoord ‘vervloekt’ in het enkelvoud staat. Wellicht al een voorzegging dat de volkeren die Abram, en in hem zijn nageslacht het volk Israël, zullen zegenen velen zullen zijn terwijl zij die vervloeken in de minderheid zullen zijn.
Met u zullen alle geslachten des aardbodems gezegend worden. Gevolg van de opdracht in het voorgaande vers.
Genesis 22: 18 En met uw nageslacht zullen alle volken der aarde gezegend worden, omdat gij naar mijn stem gehoord hebt.
Genesis 26: 4 En Ik zal uw nageslacht vermenigvuldigen als de sterren des hemels, en Ik zal uw nageslacht al die landen geven, en met uw nageslacht zullen
alle volken der aarde gezegend worden,
De zeven beloften van vers 2 & 3:
1/
U tot een groot volk maken
2/ U zegenen
3/ Uw naam groot maken
4/ U zal tot een zegen zijn
5/ Zegenen wie u zegenen
6/ Vervloeken wie u vervloekt
7/ Met u worden alle geslachten van de aardbodem gezegend
De beloften van Yahweh aan het volk Israël zijn regelmatig zevenvoudig. Vergelijk de beloften van Yahweh aan Mozes:
Exodus 6: 6 - 8 Zeg derhalve tot de Israëlieten: Ik ben de HERE, Ik zal u onder de dwangarbeid der Egyptenaren uitleiden, u redden van hun slavernij en u verlossen door een uitgestrekte arm en onder zware gerichten. Ik zal Mij u tot een volk aannemen en Ik zal u tot een God zijn, opdat gij weet, dat Ik, de HERE, uw God, het ben, die u onder de dwangarbeid der Egyptenaren uitleid. En Ik zal u brengen naar het land, waarvan Ik gezworen heb het aan Abraham, Izaäk en Jakob te zullen geven, en Ik zal het u geven tot een bezitting, Ik de HERE.
De zeven beloften aan Mozes:
1/ U Uitleiden onder de dwangarbeid der Egyptenaren
2/ U redden van hun slavernij
3/ U verlossen
4/ U Mij tot een volk aannemen
5/ Uw God zijn
6/ U brengen naar het land
7/ U het land geven tot een bezitting

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.
Startpagina // Volgende

Verwante Artikelen

Hier vindt u de verwijzingen naar andere artikelen die ook betrekking hebben op hetzelfde Bijbelgedeelte: