U bevindt zich hier: De Bijbel Door

Genesis 11: 1 En de ganse aarde was van enerlei spraak en enerlei woorden.
Start van het hoofdstuk. Het begint met de eigen pogingen van de mens om een eenheid te vormen. Het eindigt met Gods eenheid in de zegeningen van het zaad van Abraham. Dat is een tekening die we regelmatig tegenkomen in de Bijbel om Gods genade volledig uit te tekenen.
Aarde. Hebreeuws ‘erets’. Letterlijk ‘aarde’ of ‘land’. Hier staat het overdrachtelijk voor de hele wereldbevolking.
Enerlei spraak, enerlei woorden. Dit was het geval tot de tijd van Peleg, waarover gesproken wordt in Genesis 10: 25. In Genesis 10: 5 wordt echter al gesproken over de verdeling van de volkeren naar hun talen. Dat kan duiden op wat na Babel plaatsvindt, maar kan ook wijzen op een verschillende tongval binnen één en dezelfde taal, zoals wij ook binnen het Nederlands diverse dialecten hebben.
Spraak. Hebreeuws: ‘saphah’. Letterlijk: ‘lip’. Ook hier is het natuurlijk weer overdrachtelijk in de betekenis van ‘taal’. Je krijgt een vreemd beeld als je het uitsluitend letterlijk neemt: ‘de hele aarde was één lip’.

Genesis 11: 2 Maar het geschiedde, als zij tegen het oosten togen, dat zij een laagte vonden in het land Sinear; en zij woonden aldaar.
Tegen het oosten togen. Letterlijk: ‘uit het oosten wegtrokken’. Wellicht dat Mozes dit beschreef, gezien vanuit het blikveld van het beloofde land. Het was in elk geval een vrijwillig wegtrekken en geen deportatie of vluchten.
Sinear. Zie Genesis 10: 10. Staat altijd voor Babel.

Genesis 11: 3 En zij zeiden een ieder tot zijn naaste: Kom aan, laat ons tichelen strijken, en wel doorbranden! En de tichel was hun voor steen, en het lijm was hun voor leem.
Kom aan, laat ons. Gods antwoord hierop is exact identiek in vers 7.
Tichelen strijken en wel doorbranden. Letterlijk: ‘Laat ons asfalt asfalteren en een brand branden’. Twee maal die verdubbeling wijst op de vastberadenheid van de mens. Ze staken het in de fik en wachtten niet op de zon die het zou kunnen bakken. Verder worden in de hele Bijbel de stenen door de zon gebakken met wellicht 2 Samuel 12: 31 als enige verdere uitzondering.
Het lijm. Hebreeuws: ‘chemar’. Dit was het pek van de aarde of gewoon slijk. Dit is tegenwoordig nauwelijks meer bruikbaar hiervoor. Het slijk van Babel staat als het ware tegenover de edelstenen, die als fundament voor het Nieuw Jeruzalem dienst doen (Openbaring 21:19).

Genesis 11: 4 En zij zeiden: Kom aan, laat ons voor ons een stad bouwen, en een toren, welks opperste in den hemel zij, en laat ons een naam voor ons maken, opdat wij niet misschien over de ganse aarde verstrooid worden!
Stad en toren. Hoewel het niet letterlijk staat in de Bijbeltekst zelf, neemt men algemeen aan dat de stad en toren gebouwd werd als rebellie tegen Yahweh, met Nimrod als de aanvoerder. De toren wordt wel met afgodische eredienst in verband gebracht. Dit was de eerste poging van de mens om een godsdienstige gemeenschap te vormen. Het is in alles de tegenhanger van Pinksteren. Dit veroorzaakte verwarring. Pinksteren veroorzaakte eenheid.
Welks opperste in de hemel zij. Letterlijk: ‘Zijn top is bij de hemelen’. Meeste kans overdrachtelijk bedoeld. Dan kan het nog twee verschillende betekenissen hebben. 1/ Het opperste, oftewel het bovenste deel van de toren, heeft een soort verbinding met de hemelen of 2/ De top is buitengewoon hoog.
Deuteronomium 1: 28 de steden zijn groot en hemelhoog versterkt,
(Ook deze verwijzing kan die beide betekenissen hebben.)
Heel gebruikelijk bij antieke tempels, als de Dendera Hathor tempel en de Esna tempel, oftewel de tempel van Chnoem in Egypte, is dat op de bovenste verdieping de dierenriem staat afgebeeld. Dat kan heel goed hier al begonnen zijn.
Deze afbeeldingen vormden wellicht al de link tussen de geestelijke machten, die zich als buitenaardsen presenteerden, en de mens. Een relatie die voor de zondvloed tot de hybride mensheid leidde en die later via de zonen van Kanaän opnieuw verschillende hybride soorten opleverden.
Laat ons een naam maken voor ons. De mens wilde een Sem (Naam) maken voor zichzelf. In vers 10 maakt God een Sem (Naam) voor Zichzelf. Sem, oftewel ‘de Naam’ wijst vaak op God zelf. Maar deze mensen bouwden hun eigen god. In elk geval was het een duidelijke daad van onafhankelijkheid aan Yahweh. Yahweh zelf zal de naam van Abram groot maken in Genesis 12: 2.

Genesis 11: 5 Toen kwam de HEERE neder, om te bezien de stad en den toren, die de kinderen der mensen bouwden.
Kwam neder. Yahweh daalde af. Zo wordt het telkens genoemd als Yahweh Zich mengt in de zaken van de mensen. Zo verheft Hij Zich ook weer als een gesprek met mensen beëindigd is.
Genesis 17: 22 Toen God geëindigd had met hem te spreken, voer Hij van Abraham op.

Genesis 11: 6 En de HEERE zeide: Ziet, zij zijn enerlei volk, en hebben allen enerlei spraak; en dit is het, dat zij beginnen te maken; maar nu, zoude hun niet afgesneden worden al wat zij bedacht hebben te maken?
Dit is het dat zij beginnen te maken. Letterlijk: ‘Dit is wat zij als eerste daad tot stand brengen (of uitdenken).

Genesis 11: 7 Kom aan, laat Ons nedervaren, en laat Ons hun spraak aldaar verwarren, opdat iegelijk de spraak zijns naasten niet hore.
Kom aan, laat Ons nedervaren. Een duidelijk antwoord op het handelen van de mens in Genesis 11: 3 & 4. Het neerdalen duidt altijd op een direct tussenbeide komen van God (Genesis 18: 21; Exodus 3: 8).
Hun spraak verwarren. Letterlijk: ‘hun taal verwelken’. Wat dus zo krachtig was verwelkt.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.
Startpagina // Volgende

Verwante Artikelen

Hier vindt u de verwijzingen naar andere artikelen die ook betrekking hebben op hetzelfde Bijbelgedeelte: