U bevindt zich hier: De Bijbel Door

Genesis 10: 16 en de Jebusiet, de Amoriet, de Girgasiet,
Jebusiet. Afkomstig van Jebus. Ook de grondleggers van Jebus. Betekenis: ‘platgetreden plaats’. De Jebusieten waren als eerste de inwoners van Jeruzalem voordat Israël die plaats innamen, vandaar de naam Jebus voor Jeruzalem. Zie verder wat er staat in Genesis 10: 6 over Kanaän. Ezechiël 16: 3 & 45 legt het verband tussen de Jebusieten, Amorieten en de Hetieten met Jeruzalem.
Amoriet. Naam van een Kanaänitisch volk waar Israël veel mee te stellen kreeg.
Girgasiet. Afkomstig uit Girgas.

Genesis 10: 17 de Chiwwiet, de Arkiet, de Siniet,
Chiwwiet. Betekenis: ‘dorpsbewoner’.
Arkiet. Betekenis: ‘knagers’. Zij zijn afkomstig uit Arca of Arce. Dat is Syrië.
Siniet. Afkomstig uit Sin. Dat is een woestijn tussen Elim en Sinaï. Betekenis: ‘kleiaarde’ of ‘slijk’.

Genesis 10: 18 de Arwadiet, de Semariet en de Hamatiet; en daarna verspreidden zich de geslachten van de Kanaäniet.
Arwadiet. Afkomstig uit Arwad. Betekenis: ‘omzwerving’. Komt ook weer terug in de profetische toekomst. Ezechiël 27: 8 & 11.
Semariet. Afkomstig uit Semaraïm. Betekenis: ‘twee heuvels’ of ‘twee belemmeringen’.
Hamatiet. Afkomstig uit Hamat. Betekenis: ‘vesting’, ‘burcht’ of ‘verdediging’. Komt ook weer terug in de profetische toekomst. Jesaja 11: 11; Jeremia 49: 23; Ezechiël 47: 16, 17 & 20 en 48: 1.
Kanaäniet. Zie Genesis 10: 6. Zoon van Cham.

Genesis 10: 19 En de grens van de Kanaäniet was van Sidon in de richting van Gerar tot Gaza, in de richting van Sodom, Gomorra, Adma en Seboim tot Lesa.
Kanaäniet. Zie Genesis 10: 6. Zoon van Cham.
Sidon. Zie Genesis 10: 15.
Gerar. Betekenis: ‘verblijf’ of ‘oponthoud’.
Gaza. Betekenis: ‘versterkt’ of ‘sterk’. Nog altijd is de Gazastrook een vuurhaard van geschillen tussen de Palestijnen en Israël. Vanouds hoort het dus bij de Kanaänieten. Het profetisch woord. Jeremia 25: 20; 47: 1 & 5; Amos 1: 6 & 7; Sefanja 2: 4 en Zacharia 9: 5. Die profetieën lijken wel haast een weergave van wat je op het nieuws ziet. Het is belangrijk te beseffen dat wij niet in die profetische tijd leven.
Sodom. Mogelijke betekenis: ‘grote brand’.
Gomorra. Mogelijke betekenis: ‘overstroming’ of ‘onderdompeling’. Deze twee steden van de Kanaänieten zijn de eersten waar in de Bijbel na de zondvloed opnieuw de vermenging van geestelijke machten en mensen plaatsvindt. Zie Genesis 6: 4 en Genesis 10: 6.
Adma. Betekenis: ‘rode grond’ of ‘bodem’.
Seboim. Betekenis: ‘gazellen’.
Lesa. Mogelijke betekenis: ‘spleet’ of ‘kloof’.

Genesis 10: 20 Dit waren de zonen van Cham naar hun geslachten, naar hun talen, in hun landen, in hun volken.
Cham. Zie Genesis 5: 32.
Geslachten, talen, landen en volken. Zie Genesis 10: 5.

Genesis 10: 21 En aan Sem, de vader van alle zonen van Eber, de oudere broeder van Jafet, werden eveneens zonen geboren.
Sem. Zie Genesis 5: 32. Met Sem gaat de geschiedenis in de Bijbel verder door.
Eber. Zie Genesis 10: 24. Een achterkleinzoon van Sem. De geslachtslijn wordt dus direct aan de start al versmald. Van zijn naam is de volksnaam ‘Hebreeën’ afgeleid. Betekenis: ‘oversteek’, ‘het gepasseerde’ en ‘voorbij’. Deze naam heeft Eber wellicht gekregen omdat Abraham van de overzijde van de rivier de Eufraat naar het beloofde land kwam. Er zijn in de Bijbel nog vier andere personen en een geografische aanduiding met dezelfde naam.
De oude broeder van Jafet. Letterlijk: ‘Jafet, de oudste broer’.

Genesis 10: 22 De zonen van Sem waren Elam, Assur, Arpaksad, Lud en Aram.
Sem. Zie Genesis 5: 32. Zijn geslachtslijn in Genesis 10: 22 – 32. Met zijn lijn gaat de Bijbelse geschiedenis ook verder.
Elam. Als woord sterk gerelateerd aan ‘Olam’. Betekenis is daarom ook: ‘tijdperk’ of ‘verborgen tijd’. Is het wellicht dat Sem al direct bij de start over alle profetische gebeurtenissen heenkijkt naar de profetische ‘Olam’, die komen zal. In de Bijbel zijn nog zeven andere personen en een provincie in Babylon met deze naam.
Assur. Zie Genesis 2: 14 en 10: 11, waar het een geografische aanduiding is. Hier is het een zoon van Sem, waar verder niet zo veel over in de Bijbel staat.
Arpaksad. Betekenis: ‘grenzend aan of gebied van Chaldeeën’.
Lud. Mogelijke betekenis: ‘strijd’ of ‘geboorte’. Het waren juist de nakomelingen van Cham via Misraïm, die in hun gebied woonden. Zie Genesis 10: 13.
Aram. Betekenis: ‘hoog’, ‘verheven’ en ‘voortreffelijk’. Er zijn nog vier andere personen in de Bijbel met dezelfde naam. Bovendien wordt het land Syrië zo genoemd.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.
Startpagina // Volgende

Verwante Artikelen

Hier vindt u de verwijzingen naar andere artikelen die ook betrekking hebben op hetzelfde Bijbelgedeelte: