U bevindt zich hier: De Bijbel Door

Genesis 10 Het hoofdstuk.
Feit & Uitleg. Hier worden de feiten van de verdeling van de volkeren chronologisch neergelegd. In het volgende hoofdstuk wordt pas de achtergrond hoe en waardoor dit zo heeft plaats gevonden uitgelegd. Dit is de wijze waarop de Bijbel ons telkens opnieuw de letterlijke en geestelijke lessen leert. Eerst het feit, daarna de uitleg.
Profetie. Door het hele hoofdstuk heen worden veel lijntjes gelegd naar de profetie. Wij horen heden ten dage thuis onder de bediening van het geheimenis (Efeze 3: 9). De profetische lijn staat daarmee feitelijk al zo’n 2000 jaar stil. Die lijn zal zich na ons gewoon weer voortzetten.

Genesis 10: 1 Dit zijn de nakomelingen der zonen van Noach: Sem, Cham en Jafet; hun werden namelijk zonen geboren na de vloed.
De nakomelingen der zonen van Noach. Opnieuw het Hebreeuws: toledoth’. Opnieuw zijn het hier dezelfde kenmerkende woorden: ‘de geslachten van de zonen van Noach’. We lazen eerder over ‘de geslachten van de hemelen en de aarde’ in Genesis 2: 4. Daarna lazen we over ‘de geslachten van Adam’ in Genesis 5: 1. In Genesis 6: 9 waren het ‘de geslachten van Noach’. Hier hebben we dus de vierde markering van de geschiedenis in Genesis.
Noach. Zie Genesis 5: 29.
Sem, Cham en Jafet. Zie Genesis 5: 32. In dit vers wordt de volgorde van Gods genade aangehouden, waar in de volgende verzen het gewoon op volgorde van geboorte verloopt: ‘Jafet, Cham en Sem’.

Genesis 10: 2 De zonen van Jafet waren Gomer, Magog, Madai, Jawan, Tubal, Mesek en Tiras.
Jafet. Zie Genesis 5: 32.
Gomer. Betekenis: ‘volmaakt’ of ‘voleinding’. Als volk komt Gomer terug in de profetische toekomst in Ezechiël 38: 6. (Er wordt wel een relatie met Germanië gelegd. Onzeker. Een andere relatie wordt gelegd vanwege zijn naam in het Assyrisch: ‘Gimirra’. Zou wijzen op de Kimmerianen van Herodotus. Voorvader van de Kelten.)
Magog. Mogelijke betekenis: ‘uitbreiding’ (van het geslacht). Ook Magog komt in de profetische toekomst terug in Ezechiël 38: 2; 39: 6, waar hij verbonden is met Gomer, en Openbaring 20: 8. (Er wordt wel een relatie met Rusland gelegd. Onzeker.)
Madai. Mogelijke betekenis: ‘middelste’ (land). Het is mogelijk dezelfde als die later in de Bijbel onder de naam ‘Medië’ verder gaat. In Ester 1: 3 is het een eenheid met Perzië, wat wij heden ten dage kennen als het land Iran. In het Assyrisch is zijn naam ‘Amada’, welke als Koerdische stammen worden beschreven.
Jawan. Er zijn meerdere mogelijke betekenissen: ‘hitte en gisting’, ‘niet standvastig’ of ‘de moerassige’. Jawan komt in de profetie weer terug als Griekenland in Jesaja 66: 19 en Ezechiël 27: 13.
Tubal. Betekenis: ‘verspreiden’, ‘voortbrengen’ of ‘propageren’. Ook hij komt in de profetie weer terug in Jesaja 66: 19 en Ezechiël 27: 13. (Er wordt wel een relatie met Tobolsk gelegd. Onzeker.)
Mesek. Betekenis: ‘aanwinst’ of ‘uitstrooiing’. Ook hij komt in de profetische toekomst terug in Ezechiël 27: 13; 38: 2, 3 en 39: 1. (Er wordt wel een relatie met Moskou gelegd. Onzeker. Zijn Assyrische naam ‘Muska’ zou op Klein Azië wijzen.)
Tiras. Mogelijke betekenis: ‘begeerte’ of ‘verlangen’. Het huidige Tracië.

Genesis 10: 3 En de zonen van Gomer waren Askenaz, Rifat en Togarma.
Gomer. Zie Genesis 10: 2.
Askenaz. Betekenis: ‘zo is het vuur verspreid’ of ‘verspreid vuur’. Ook hem komen we in de profetische toekomst weer tegen in Jeremia 51: 27.
Rifat. Mogelijke betekenis: ‘verpletteraar’ (van vijanden).
Togarma. Mogelijke betekenis: ‘u zult haar breken’. Het huis van Togarma komt je in de profetische toekomst weer tegen in Ezechiël 27: 14 en 38: 6.

Genesis 10: 4 En de zonen van Jawan waren Elisa, Tarsis, de Kittiërs en de Dodanieten.
Jawan. Zie Genesis 10: 2.
Elisa. Niet te verwarren met de profeet Elisa. In het Nederlands wel dezelfde naam. Het Hebreeuwse grondwoord is compleet anders. Mogelijke betekenis: ‘menigte van mensen’. In de profetie kom je hem weer tegen in Ezechiël 27: 7. (Het Egyptische ‘Alasia’ wijst op de Ciliciaanse kust.)
Tarsis. Betekenissen: ‘onderwerping’, ‘overwonnen of onderworpen land’, ook: ‘edelgesteente’, ‘chrysoliet’, ‘amber’ en ‘jaspis’. Ook Tarsis komen we weer in de profetische toekomst tegen in Jesaja 2: 16; 23: 1, 6, 10 & 14; 60: 9; 66: 19; Jeremia 10: 9; Ezechiël 27: 12 & 25 en 38: 13.
De Kittiërs. Zij zijn afkomstig uit Kittim. Dat is een gebied op Cyprus. Ook hen kom je weer tegen in de profetische toekomst in Jesaja 23: 1 & 12; Ezechiël 27: 6 en Daniël 11: 30.
De Dodanieten. Zij zijn afkomstig uit Dodan. Mogelijke betekenis: ‘welbeminden’ of ‘leiders’.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.
Startpagina // Volgende

Verwante Artikelen

Hier vindt u de verwijzingen naar andere artikelen die ook betrekking hebben op hetzelfde Bijbelgedeelte: