U bevindt zich hier: De Bijbel Door

Genesis 10: 10 En het begin van zijn koninkrijk was Babel, Erek, Akkad en Kalne, in het land Sinear.
Babel. Betekenis: ‘verwarring’. In het Semitisch heeft ‘Bab-ili’ de betekenis van ‘de poort van god’. Als tegenhanger van Israël het belangrijkste land in de toekomstige profetieën. Teveel tekstplaatsen om hier weer te geven. Het is het huidige Irak. Het was het eerste echte wereldrijk van de mens tegenover God, zoals het opnieuw in de profetische eindtijd opnieuw het grote wereldrijk zal worden (Openbaring 17: 5).
Erek. Betekenis: ‘lengte’.
Akkad. Betekenis: ‘vesting’ en ‘kasteel’.
Kalne. Een plaats aan de Tigris. Mogelijke betekenis: ‘gemeenschappelijkheid’ of ‘wij brengen het ten einde’. Wordt weer genoemd als Kalno in de profetische toekomst in Jesaja 10: 9.
Sinear. Mogelijke betekenis: ‘uitwerping’ of ‘naaktheid’. Opnieuw genoemd in de profetische toekomst in Jesaja 11: 11 en Zacharia 5: 11. Dit is wat wij kennen als Babel of Irak.

Genesis 10: 11 Uit dat land trok hij naar Assur en hij bouwde Nineve, Rechobot–ir, Kalach
Trok hij naar. Letterlijk: ‘viel hij binnen’. Hier is het Nimrod die vanuit zijn gebied Sinear uittrekt om meer gebied te gaan veroveren.
Assur. Zie Genesis 2: 14. Ook dit land komt weer veelvuldig terug in de profetieën. Assur is feitelijk één van de stammen van Sem. Zie Genesis 10: 22. Nimrod overmeesterde dus hun gebied.
Hij bouwde. In bezet gebied wordt Nimrod stedenbouwer en rijkenstichter.
Nineve. Mogelijke betekenis: ‘woning’. Ook zij komen terug in de profetische toekomst. Zefanja 2: 13. Je zou deze stad de concurrent van Babel kunnen noemen als wereldstad. De hoofdstad van Assyrië.
Rechobot-ir. Betekenis: ‘open plaatsen of ruimten van hitte of toorn’.
Kalach. Betekenis: ‘oud’ of ‘hoge leeftijd’.

Genesis 10: 12 en Resen tussen Nineve en Kalach; dat is de grote stad.
Resen. Betekenis: ‘toom’, teugel’, breidel’ of ‘kaak’.
Nineve. Zie Genesis 10: 11.
Kalach. Zie Genesis 10: 11.
De grote stad. Dit lijkt in de NBG vertaling op Resen te slaan. In de grondtekst is het echter onduidelijk welke van de drie steden bedoeld wordt. Een verwijzing naar de profeet Jona is misschien verhelderend.
Jona 3: 3 Nineve nu was een geweldig grote stad,

Genesis 10: 13 En Misraïm verwekte de Ludieten, de Anamieten, de Lehabieten, de Naftuchieten,
Misraïm. Zie Genesis 10: 6. Zoon van Cham.
Ludieten. Zelfde woord als Lydiërs. Afkomstig uit Lud. Mogelijke betekenis: ‘strijd’ of ‘geboorte’. Komen ook weer terug in de profetische toekomst. Jeremia 46: 9.
Lehabieten. Betekenis: ‘in vlam gezetten’ of ‘vurigen’. Het zijn mogelijk de Libiërs.
Naftuchieten. Een Egyptisch volk.

Genesis 10: 14 de Patrusieten, de Kasluchieten, uit wie de Filistijnen zijn voortgekomen, en de Kaftorieten.
Patrusieten. Afkomstig uit Patros. Betekenis: ‘zuidelijke streek’. De naam is een geografische aanduiding, waarschijnlijk voor Boven-Egypte. Ook deze streek komen we in de profetische toekomst weer tegen in Jesaja 11: 11; Ezechiël 29: 14 en 30: 14.
Kasluchieten. Mogelijke betekenis: ‘die hun grenzen beschermen’.
Filistijnen. Afkomstig uit Filistea, oftewel Palestina. Betekenis: ‘wentelend’ of ‘zich rollend (in het stof)’. Ook enkele Bijbelteksten over de profetische toekomst. Jesaja 2: 6; 11: 14; Jeremia 25: 20; Zacharia 9: 6. De volkeren die in dit vers genoemd worden hebben Palestina haar naam gegeven. Allemaal sterk verbonden aan Egypte. De steden van Palestina: Gaza, Askelon, Asdod, Ekron en Gat hoorden ook tot het gebied van Egypte en later werden ze bewoond door de hybride volkeren (Deuteronomium 2: 23).
Kaftorieten. Afkomstig uit Kaftor. Tegenwoordig bekend als Kreta. Betekenis: ‘een ronde knop’. Profetisch zeer sterk verbonden met de Filistijnen. Jeremia 47: 4; Amos 9: 7.

Genesis 10: 15 En Kanaän verwekte Sidon, zijn eerstgeborene, en Chet
Kanaän. Zie Genesis 10: 6. Zoon van Cham.
Sidon. Betekenis: ‘visserijplaats’ of ‘overvloed van vis’. Kan dus heel goed overeenkomen met de gelijknamige stad aan de Middellandse Zee. De oudste stad van Kanaän. Komt ook terug in de profetische toekomst. Jesaja 23: 2, 4 & 12; Jeremia 25: 22; 27: 3; 47: 4 en Ezechiël 27: 8.
Chet. Betekenis: ‘angst’ of ‘vrees’. Het volk heet ‘de Hetieten’.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.
Startpagina // Volgende

Verwante Artikelen

Hier vindt u de verwijzingen naar andere artikelen die ook betrekking hebben op hetzelfde Bijbelgedeelte: