U bevindt zich hier: Bijbelstudies Video

De bepalingen van de wet zijn volgens de schrijver van de Hebreeënbrief een schaduw van de goede dingen die in Christus werkelijkheid zijn geworden.
Een schaduw laat weliswaar contouren zien, maar de inhoud zelf is duister. Het licht ontbreekt.

Een schaduw is in de Schrift ook dikwijls synoniem voor dood ("schaduwen van de dood").
In Exodus, Leviticus, Numeri of Deuteronomium stuiten we voortdurend op doodstraf en voorschriften m.b.t. geslachte dieren (offeren, bloed sprenkelen, enz.). Deze macabere wetgeving werpt geen licht op Gods bedoelingen maar is juist een schaduw daarvan. Een negatief en tegenbeeld.

De werkelijkheid in Christus wordt gekenmerkt door leven en rechtvaardiging. Waar het licht op deze "goede dingen" wordt tegengehouden ontstaat schaduw van dood en veroordeling. Ziedaar de wet als "bediening van de dood"...

Geciteerde Bijbelgedeelten:
Hebreeën 10: 1 Daar de wet een schaduw heeft van de toekomstige goede dingen, niet de gestalte van die dingen zelf, is zij nimmer in staat ieder jaar met dezelfde offeranden, die onafgebroken gebracht worden, degenen, die toetreden, te volmaken.
Hebreeën 10: 11-12 Verder
staat elke priester dagelijks in zijn dienst om telkens dezelfde offers te brengen, die nimmer de zonden kunnen wegnemen; Deze echter is, na één offer voor de zonden te hebben gebracht, voor altijd gezeten aan de rechterhand van God,
Hebreeën 7: 23-24 Zij zijn in groter getale priester geworden, omdat zij
door de dood verhinderd werden het te blijven, doch Hij heeft, juist doordat Hij in eeuwigheid blijft, een priesterschap, dat op geen ander kan overgaan.
2 Corinthe 3: 6-8 Hij die ons ook bekwaam gemaakt heeft om dienaren te zijn van een nieuw verbond niet van de letter, maar van de Geest, want de letter doodt, maar de Geest maakt levend. Indien nu de bediening van de dood, met letters op stenen gegrift, gepaard ging met zulk een heerlijkheid, dat de kinderen van Israël de blik niet op het aangezicht van Mozes konden vestigen om
de heerlijkheid van zijn aangezicht, die toch verdwijnen moest, hoe zal niet nog meer de bediening van de Geest in heerlijkheid zijn?
2 Corinthe 3: 13 geheel anders dan Mozes, die een bedekking voor zijn gelaat deed, opdat de kinderen van Israël geen blik zouden slaan op
het einde van hetgeen moest verdwijnen.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina