U bevindt zich hier: Bijbelstudies Video

De Wet Kwam Om Mensen Meer Te Laten Zondigen

Goedemorgen allemaal, dit is Martin Zender. Ik zend dit programma momenteel naar jullie uit vanuit het Hotel Met Het Rode Dak, ergens in de lagere 48 staten. Ja inderdaad, ik zit niet in Canada.

Ik wil het vanmorgen nou eens met jullie hebben over Romeinen 5: 20. Dit is zo’n grandioze tekst.
Romeinen 5: 20 De wet is er bijgekomen, opdat de overtreding zou toenemen;
Ik heb tot nu toe nog geen vertaling van de Bijbel gevonden die in staat was de betekenis van dit vers helemaal in de soep te laten lopen. De wet kwam niet om mensen beter te maken, het kwam om de mens slechter te maken.

De wet kwam om eens en voor altijd aan de mensen te bewijzen dat het vlees absoluut niet in staat was om de wil van God te doen. Deze tekst is zo radicaal dat ik ter onderbouwing hier nog een Bijbelgedeelte aan toevoeg. Dat vind je in Romeinen 7.
Romeinen7: 7-8 Van de begeerlijkheid zou ik niet geweten hebben, als de wet niet had gezegd: Jij zal niet begeren. Maar uitgaande van het gebod, wekte de zonde in mij allerlei begeerlijkheid op;

Luister nou eens naar mij! Mensen zeggen dat de wet ons alleen maar bewust maakt van zonde. Helaas voor deze mensen, de Bijbel verklaart hier dat het gebod, oftewel de wet, zonde in mij produceert. De wet is dus iets dergelijks als een zondenfabriek. De Monafabriek produceert monatoetjes. Kauwgomfabrieken produceren kauwgom. En zo produceren de wetfabrieken zonden. Ik weet, ik ben achterlijk, maar dat doet mij niks.

Okay, ik wil natuurlijk niet dat mensen mij gaan schrijven, waarin ze stellen dat ik beweer dat de wet zonde is. Nee, ik geloof helemaal niet dat de wet zonde is. Dat idee ontkrachtte Paulus toch zelf al in dit gedeelte?
Romeinen7: 7 Wat zullen wij dan zeggen? Is de wet zonde? Volstrekt niet!

Ik heb altijd naar een gelegenheid gezocht om die uitspraak nou eens te kunnen gebruiken. Dus, wou jij beweren dat ik zeg dat de wet zonde is? Hm? Volstrekt niet!
Paulus doet hier een heel stellige uitspraak:
Romeinen7: 7 Ik zou de zonde niet hebben leren kennen, tenzij door de wet;
Dus zonder wet heb je geen idee van zonde! Er valt namelijk niks te overtreden.

De wet kan helemaal niks goeds bij ons uitrichten vanwege ons zwakke vlees.
Romeinen 8: 3 De wet vermocht niks omdat zij zwak was door het vlees;
Dit was een les die de mensheid moest leren vanuit de praktische ervaring. Nou was Israel als het ware Gods proefkonijnvolk om aan te tonen dat het vlees datgene wat de wet voorschrijft niet kan uitvoeren. Nu kan de rest van de mensheid dus heerlijk ontspannen, na eerst God gedankt te hebben dat Israel hier eerst doorheen moest om dat aan te tonen. Nu kunnen wij tenminste ontspannen in de genade!

Helaas, de meeste mensen hebben hier helemaal geen benul van en dus denken zij nog altijd dat de wet echt een goede methode is om rechtvaardig te leven. Ik kan me er helemaal niks bij voorstellen!

Paulus neemt niet eens de schuld persoonlijk op zich als hij niet in staat is om die werken van de wet uit te voeren.
Romeinen7: 17 Ik bewerk het dan niet meer, maar de zonde, die in mij woont.

(met een gek stemmetje)
De duivel liet mij dat doen.

In dit geval liet zonde Paulus dat doen.

Ik had een vriend die satan ‘Ouwe Rattensnuit’ noemde. Telkens als ze het over satan had, dan gebruikte ze die uitdrukking ‘Ouwe Rattensnuit’. Feitelijk deugt die uitdrukking niet echt. Ik vind het een leuke uitdrukking, hoor. Maar satan verkleedt tegenwoordig meer als een boodschapper van het Licht.
2 Corinthe 11: 14 Satan zelf doet zich voor als een engel van het licht.
Hij lijkt dus meer op Joel Oesteen.

Denk vandaag nu eens aan de wet als een speelterrein. Zonde moet je dan zien als zo’n schooljongen die al dat neuzen in die boeken meer dan zat is. Onderhuids staat de energie van deze jongen op ontploffen. De hele dag door maar stil in die klas zitten. Elk moment kan de explosie plaatsvinden. Zodra dat joch het speelterrein ziet, PATSSS!!!!! Hij rent naar de schommels. Het speelterrein gaf die onderhuids verstopte energie de gelegenheid.

Het speelterrein is voor zo’n jongen een veld vol onweerstaanbare verleidingen. Zo is het precies eender met zonde en wet. De wet inspireert zonde. Zonde die de wet ziet is als dat joch die het speelterrein ziet. HOEPSSSS!!!! Daar gaat die! ‘Wat zal ik me hier eventjes een plezier beleven!!!’

Is dit nu een ontwerpfout van God? Wist Hij niet dat dit zou gebeuren? Ja, Hij wist dat dit zou gebeuren.
(fluisterend: Hij wou dat dit ging gebeuren)
De wet deed precies datgene waar het ook voor bedoeld was. Dat doel was dat de mensen meer zouden gaan zondigen als dat ze al deden zonder die wet. Zo zou de mens tot het besef komen dat ze helemaal niet kunnen doen wat God wenst. Zo zouden vanzelfsprekend gaan relaxen en genieten van de genade van Christus. Dat was de bedoeling.

Ik besefte me ineens bij het lezen van Romeinen 7 dat ‘begeerlijkheid’ daar in het middelpunt staat. Paulus duikt helemaal in het thema ‘begeren’. Het woord ‘begeerte’ heeft eenvoudig de betekenis van een sterk verlangen ergens naar. Zo heb ik een enorm verlangen naar deze overheerlijke mok Rode Bonen Koffie.

Iedereen wil spul. Weet je wel? Ik wil ook spul. En weet je nog, Steve Martin wilde spul in de film ‘The Jerk’. Kan je je die nog herinneren? Hij gaat het huis uit en roept: ‘Het enige wat ik wil’. Hij pakt het voetbalspel en roept: ‘Dit was wat ik wilde. Dit voetbalspel’. Dan gaat hij verder en zegt: ‘Ik wil dit!’. Hij pikt een lamp in. ‘Ik wil dit!’ Hij blijft dat sterk verlangen naar spul voelen. Dat is begeerte. Wij willen allemaal spul. We begeren.

Romeinen 7: 7 Van de begeerlijkheid zou ik niet geweten hebben als de wet niet zei: jij zal niet begeren.
Pas op! Niet begeren! Nu krijgt zonde ineens een spontane prikkel! (was aan het slapen: Grr). Door dit voorschrift krijgt het ineens een spontane prikkel en schrikt wakker: ‘Hè, mag ik niet begeren? O ho, waarom heb je me dat niet eerder gezegd?’.
Romeinen 7: 8 De zonde heeft van het gebod gebruik gemaakt om begeerten in mij op te wekken,
Nu wordt de productie opgestart van allerlei soorten begeerte.

Dit is natuurlijk Paulus, die dat zegt hè? Ik zeg dit niet! Dit zal mij nooit overkomen. ‘Ha, probeer je mij voor de gek te houden?’
Dit is zoals het werkte bij een vroegere Israëliet. Zo’n vroegere Israëliet droeg waarschijnlijk een dergelijke zonnebril. De vroegere Israëliet zegt iets dergelijks:
Wij hebben zo’n geweldige ezel, Rhonda’.
Dat was de naam voor zijn vrouw. Rhonda. Een gebruikelijke naam voor een vroegere Israëliet.
Wij hebben zo’n geweldige ezel, Rhonda. Ik weet dat die mager is, maar de kinderen zijn weg van hem. Ik heb me nog nooit van mijn leven zo gelukkig en tevreden gevoeld. Reik me eens een granaatappel aan.’
En dan zegt Rhonda. Hier gaat mijn haar stevig van in de war zitten.
‘O, moet je deze kop nou eens lezen, schatje. God heeft net verklaard dat we onder geen enkele voorwaarde de ezel van onze buren mogen begeren.’
‘Begeren! Hm, begeren! Betekent dat niet zoiets als dat je ten onrechte naar iemands anders eigendom verlangt?’
‘Ja!’Dat las ik ook in mijn woordenboek. Wat denk je zelf, Rhodando?
Rhodando was een heel gebruikelijke naam voor een vroegere Israëliet.
‘Ik denk dat ik best graag de ezel van Leroy zou willen hebben!’
Leroy was natuurlijk weer een heel gebruikelijke naam in Bijbelse tijden.

Okay, over twee weken zal ik jullie een hedendaags praktisch voorbeeld van dit Bijbels beginsel geven. Over twee weken gaan we het hebben over de Koekie Dame. Jaren geleden las ik dat artikel in Readers Digest, dat dit beginsel perfect illustreert.

Dit was Martin Zender vanaf het Rode Dak ergens in de lagere 48 staten. We zien elkaar weer over twee weken.

DAT IS HET ENIGE WAT IK WIL!!!

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende