U bevindt zich hier: Bijbelstudies Video

Zien we onze troeteldiertjes terug in de hemel?

Hallo allemaal,

Dit is Martin Zender. Heel vroeg op zaterdagochtend. Ik kom bij je op bezoek vanuit mijn favoriet tijdstip van de dag. Half zes in de ochtend. Ik heb hier mijn mok van Maxwell. Ja, die ruikt echt naar een hotel uit Nashville. Ik weet dat de wekker vandaag bij jou niet afgaat. Daarvoor in de plaats krijg je nu dit.

Ik heb besloten om iets voor jullie te doen om de week. Gewoon om makkelijk op gang te komen. Het lijkt een beetje op die zaterdagochtend stemming die je als kind had. Dan stond je op zaterdagochtend op en dan kon je gewoon niet wachten om de tekenfilms te zien, nietwaar?

Nu ben je volwassen. Wat heb je nu nog om naar uit te kijken? Niks! Maar nu heb je dit! Ik denk dat ik het maar het vroege gek verslag noem. (Martin gaat dwaas in op het verklaren van de Engelse titel. Hij weet nog niet of hij het ‘Crack O’Dawn News’ of ‘Crack O’Dawn Report’ gaat noemen).

Nu we het toch over kip hebben. Ik ben iemand die altijd met de Bijbel in de weer is. Mensen vragen me doorlopend: ‘Martin, zie ik mijn troeteldiertje ook weer terug als ik in de hemel aankom?’ Ja! Heb ik daar ook maar enige Bijbelse onderbouwing voor? Ja, ik heb daar zo ongeveer drie Bijbelteksten over.

Laat ik jullie eerst iets vertellen over mijn liefde voor troeteldiertjes. Als kind heb ik enorm veel troeteldiertjes gehad. Een hond. Eén hond. Geen katten. Wel schildpadden. Ik was helemaal gek van schildpadden.

Ik was ooit eens vijf jaar oud. Dat was ik een heel jaar. Ik had toen een schildpad, die ik Jurgo noemde. Ik had hem naar een karakter uit een Dr. Zuss boek vernoemd. Ik had hem hopperdepop willen noemen, maar dat mocht niet van mijn moeder.

Het was omstreeks Juni toen ik Jurgo in de zandbak had neergelegd. Mijn moeder had me toen in huis geroepen om te eten. Voordat ik het wist was het 4 Juli. Toen vond ik Jurgo terug in de zandbak. Hij leek heel erg op een schildpad zoals je die aantreft in een piramide van de Farao. Ik heb toen echt als een gek gejankt. Dat was de enige schildpad die ik heb omgelegd.

Dat was allemaal toen ik vijf jaar oud was. Toen ik tien was stond ik heel per ongeluk op een schildpad in de gang. De naam van die schildpad was Max. We hadden hem vernoemd naar de hond van de Grinches.

Mijn opa was er toen. Ik kan me nog herinneren dat ik in tranen bij hem aankwam en ik vroeg hem: ‘Opa, waar zijn schildpadden uit opgebouwd?’ Ik zal zijn antwoord nooit vergeten. Hij zei: ‘Schildpadden zijn opgebouwd uit schildpadmateriaal Maak je dus niet druk, jongen. Er ligt nog zat van dat spul op een berg.’

Ik houd daar niet van. Of het nou mensen of dieren zijn, op een dag zal God met alles tot Zijn doel komen. Dan zal Hij alles wat gestorven is weer tot leven wekken.
Romeinen 11: 36 Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen:
Deze tekst noem ik de wet van de rondgang. Alles is uit God. Alles is door God en alles zal ook weer tot in God zijn.

Genesis 1: 24 God zei: de aarde brengt voort levende wezens naar hun aard, vee en kruipend gedierte en wild gedierte naar hun aard; en het was alzo.
Zomaar. Voortbrengen! God zegt dat de aarde dit voortbrengt en dat gebeurde dan ook gewoon precies zo. De dieren rezen op uit de grond als een geboorte uit de aarde, alsof het uit de kool kwam. Daar kwamen de kikkers en de slakken.

Romeinen 8: 19 Met reikhalzend verlangen wacht de schepping op het openbaar worden van de zonen van God.
Onze twee woorden ‘reikhalzend verlangen’ is een miljoenen Euro Grieks woord ‘apokaradokia’. Daar is niks moeilijks aan.
‘apo’ betekent ‘vanuit’.
kara’ betekent ‘schedel’.
‘dokia’
is het werkwoord ‘schijnen’, ‘veronderstellen’.

Een reikhalzend verlangen is letterlijk een ‘vanuit de schedel veronderstellen’.
Wat zit er in de schedel? De hersenen. Daarmee kunnen we doordenken dat er iets schijnt aan te komen. Je kat is slimmer dan je opoe. Die heeft namelijk een reikhalzend verlangen naar het openbaar worden van de zonen van God.

De dieren kunnen het niet onder woorden brengen, maar ze weten dat er iets aan staat te komen. Je kan het een instinct noemen Paulus noemt het hier een veronderstelling vanuit de schedel, een reikhalzend verlangen. Dat is frustrerend voor hen. Vandaar dat honden hun staart achterna zitten. Daarom zitten katten zichzelf maar steeds te likken.

Romeinen 8: 22 Wij weten, dat de hele schepsel samen zucht, en samen als in barensnood is tot nu toe.
Dat zie je toch zo al aan de koeien. En neem die kippen eens die maar steeds ovuleren om mij een lekker ontbijtje te geven. (Martin doet even koeien en kippen voor). Een enkel keertje zijn ze misschien wel eens gelukkig. Katten zijn vrijwel altijd gelukkig. Kippen en koeien beslist niet.

Romeinen 8: 21 Op hoop, dat ook het schepsel zelf zal vrijgemaakt worden van de dienstbaarheid van het verderf, tot de vrijheid van de heerlijkheid van de kinderen van God.
Ik heb een vriend die Harold Schneider heet. Die laat zijn kat aan de halsband uit. (Doet een boze kat na). Deze zielen zijn door God geschapen.

Is dit een te gekke mok of niet? (Martin stelt vragen met werkwoorden waar ik geen vertaling voor weet)
Martin Zender hier. We zien elkaar volgende zaterdag met weer een vroege gek verslag.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende