U bevindt zich hier: Bijbelstudies Video

In hoofdstuk vier zagen we Jezus Christus als de grote Hogepriester. Hier in hoofdstuk vijf begint vers één met erop te wijzen dat elke hogepriester, die gewoon menselijk is, zich voor de mensen opstelt bij God. Hij doet dat door gaven en offers voor de zonden te brengen. Zo wordt de taak van een priester nog eens helder uiteengezet.

Een priester, ook als hij gewoon uit de mensen gekozen is, vertegenwoordigt de mens bij God. Zo’n priester biedt God gaven en offers aan. Dit gebeurt in verband met de zonden. Daarmee zijn de functies van een priester nader omschreven.
Je had dus onder de wet priesters. Nu is onder het Nieuwe Verbond Jezus Christus de grote Hogepriester.

Dan zien we verder dat zo’n uit de mensen aangestelde priester welwillend handelt ten opzichte van de onwetenden en dwalenden omdat ze zelf ook maar een mens zijn. Zij zijn ook gevoelig voor zwakheden.

De Hebreeënschrijver benadrukt en zal dat blijven benadrukken dat Jezus zelf ook in het vlees gekomen is juist om in staat te zijn om met ons mee te voelen en ons te begrijpen. Zodoende kan Hij ook Zijn priesterlijke dienst uitoefenen. Daarmee heeft Hij ook gehoorzaamheid geleerd in het feit dat ook Hij aan beproevingen was blootgesteld.

De gewone priesters uit de mensen moesten, zoals vers drie het ook zegt, telkens offers voor hun eigen zonden evenals voor het volk brengen. Niemand matigt zich die waardigheid van priester zijn aan, zoals vers vier zegt. Dat wil zeggen dat niemand in een gekke bui op een dag zegt: ‘Hé, ik denk dat ik maar eens priester wordt’.

Om priester te worden moet je door God zelf geroepen zijn. Daarbij geeft de schrijver het voorbeeld van Aäron. Aäron was door God geroepen om priester te worden. Dan gaat de schrijver een stapje verder en vraagt hij wanneer Christus geroepen was tot het priesterschap. Hij stelt duidelijk dat de Heer zichzelf niet die eer toegekend heeft.

Voor de roeping van de Heer tot Hogepriester citeert de schrijver uit de Psalmen:
Psalm 2: 7 Ik wil gewagen van het besluit van Yahweh: Hij sprak tot mij: Mijn zoon zijt gij; Ik heb u heden verwekt.
Nog een andere Bijbelplaats wordt geciteerd om de roeping van de Heer te bewijzen.
Psalm 110: 4 Yahweh heeft gezworen en het berouwt Hem niet: Gij zijt priester voor eeuwig, naar de wijze van Melchisedek.

Ik ben altijd erg geïnteresseerd geweest in de verdedigingsleer in de zin van hoe een ongelovige tegen deze Bijbelgedeelten aankijkt. Het boeiende van deze roeping en wat tevens erg belangrijk is dat dit betoog over een Melchizedek, die je al in Genesis tegenkomt, niet zomaar een toevoeging is over hoe Jezus geroepen werd tot Hogepriester.

De schrijver roert niet zomaar eventjes wat gegevens uit de Bijbel door elkaar om tot de slotsom van Christus als Hogepriester uit te komen! Nee! Hij neemt een profetie vanuit de Psalmen, die honderden jaren later pas geschreven zijn, waar gesteld wordt dat de Zoon van God priester zou zijn naar de wijze van Melchizedek.

We zijn er duidelijk nog maar net in gedoken en we hebben dus nog verschillende video’s te gaan om in al de Bijbelplaatsen te duiken die aantonen hoe Jezus Christus de wet heeft vervuld.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende