U bevindt zich hier: Bijbelstudies Video

Als God de belangrijkste reglementen overboord gegooid heeft dan gaan we toch niet een nieuwe lijst met reglementen opzetten? God heeft besloten met ons, onder het Nieuwe Verbond, anders om te gaan via de weg van de Heilige Geest. We zullen dus gaan zien waarom Hij dit zo aanpakt.

Ik had niet alleen beloofd deze verandering van Mattheus 5 naar Efeze 2 vanuit het menselijk gezichtspunt te bekijken, maar ook vanuit Gods gezichtspunt. Dit brengt ons bij de Hebreeënbrief. Ik denk dat ik gelijk moet zeggen dat ik hiermee deze brief wel enigszins tekort zal doen.

Het zal me niet lukken om de hele brief aan Hebreeën door te nemen. Het lijkt me dat deze brief misschien wel de brief in de Bijbel is die het meest over het hoofd is gezien. Het staat blijkbaar iets te vaak op de leerstellige tenen van mensen. Daarom laten ze het dan maar gelijk helemaal liggen.

We zullen niet de hele brief aan de Hebreeën grondig doornemen. Misschien kan ik dat later nog eens doen in een aparte serie studies. We zullen er momenteel echter wel enkele stevige brokken uitlichten. Ik wil namelijk nergens zomaar overheen stappen. Ook wil ik geen gedeelten uit zijn eigen context plaatsen. Ander zouden we de schoonheid moeten missen van wat de Bijbel ons hier bekend wil maken.

Dit was dan de introductie. Er is nu wel genoeg gezegd ter introductie. Introducties zijn altijd te lang. We gaan nu naar het Bijbelgedeelte in Hebreeën:
We moeten bij het lezen hiervan goed in gedachten houden dat Jezus gezegd had dat Hij niet was gekomen om de wet te ontbinden, maar om het te vervullen. We zullen hier zien wat het betekent dat Hij de wet vervulde.

Hebreeën 4: 14-16 Daar wij nu een grote hogepriester hebben, die de hemelen is doorgegaan, Jezus, de Zoon van God, laten wij aan die belijdenis vasthouden. Want wij hebben geen hogepriester, die niet kan meevoelen met onze zwakheden, maar Eén, die in alle dingen op gelijke wijze als wij is verzocht geweest, doch zonder te zondigen. Laten wij daarom met vrijmoedigheid toegaan tot de troon van de genade, opdat wij barmhartigheid ontvangen en genade vinden om hulp te verkrijgen te gelegener tijd.

Vanuit dit gedeelte wil ik op één belangrijk punt wijzen. Blijkbaar had men onder de wet priesters en nu stelt de onbekende schrijver van deze brief aan Hebreeuwse gelovigen dat wij nu een grote Hogepriester hebben. Onze Hogepriester is de hemelen doorgegaan en kan meevoelen met onze zwakheden.

Hier in Hebreeën komen we dus een Hogepriester tegen die Jezus Christus zelf is, de Zoon van God. We gaan nu meer over Hem lezen in het vervolg:

Hebreeën 5: 1-6 Elke hogepriester, die uit de mensen genomen wordt, treedt voor de mensen op bij God, om gaven en offers te brengen voor de zonden. Hij kan tegemoetkomend zijn jegens de onwetenden en dwalenden, daar hij ook zelf met zwakheid omvangen is, die hem verplicht evenzeer als voor het volk, voor zichzelf offers voor de zonden te brengen. En niemand matigt zichzelf die waardigheid aan, doch men wordt ertoe geroepen door God, zoals immers ook Aäron. Zo heeft ook Christus Zichzelf niet de eer toegekend hogepriester te worden, maar Hij, die tot Hem sprak: Mijn Zoon zijt Gij; Ik heb U heden verwekt; zoals Hij ook op een andere plaats spreekt: Gij zijt priester in eeuwigheid naar de ordening van Melchisedek.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende