U bevindt zich hier: Bijbelstudies Video

De elfde video over de vraag:
‘Waarom Heeft God De Reglementen Overboord Gegooid?’

Het is opvallend dat in vers 7 van Hebreeën 9 nadrukkelijk gesteld wordt dat alleen de hogepriester het heilige van het heilige binnen kon treden. Dat wordt hier de tweede tent genoemd. Ook de hogepriester kon niet zomaar daar binnengaan. Dat was slechts eenmaal per jaar toegestaan. Hij kon ook nooit zonder bloed daar binnengaan dat hij in de eerste plaats voor zichzelf offerde en daarna voor de zonden van het volk.

Aardse priester waren gewoon zondaren. Ze moesten dus telkens ook bloed offeren voor zichzelf om daarna pas te offeren voor de zonden van het volk die ze in onwetendheid bedreven hebben. Het woord ‘onwetendheid’ is hier interessant omdat het aangeeft in welke hoedanigheid die zonden bedreven waren.

Nu blijkt uit vers 8 dat uit deze voorschriften voor de priesterdienst de Heilige Geest daarmee te kennen gaf dat de weg naar het heiligdom niet zomaar openlag. Het feit dat ze dus beperkt waren doordat ze niet dat heilige binnen konden stappen betekent dat die hele wet hen toch niet echt tot het hart van God kon brengen. Dat is de manier waarop ik dit versta.

Zolang die eerste tent nog steeds overeind stond was de weg tot het heiligdom nog altijd afgesloten. Alleen de hogepriester kon daar binnen gaan, alleen eens per jaar, alleen met bloed dat hij eerst voor zichzelf moest offeren en daarna voor de zonden van het volk.

Dan lees je in vers 9 dat deze uiterlijke dienst een zinnebeeld is van de huidige tijd. Het verschil wordt echter ook nadrukkelijk in vers 9 en 10 getekend. Al die gaven en die offers die gebracht werden konden namelijk nooit echt iemand volmaken. Het waren alleen maar bepalingen voor het vlees.

De voorhang hing dus altijd nog in dat uiterlijke heiligdom. De mens stond nog altijd achter die voorhang. Aan jouw kant stonden de zondaren. Aan de andere kant stond de allerheiligste God. Je bent niet echt verzoend. Je zonden zijn niet werkelijk afgewassen. Je bent niet gereinigd. De weg is daar en toen dus nog altijd niet open.

Al die instellingen van spijzen en dranken en onderscheiden wassingen zijn volgens vers 10 uiterlijke bepalingen die blijven opgelegd tot de tijd van het herstel. De tijd van het herstel is de grote scheidingslijn. De schrijver van Hebreeën tekent hier duidelijk de scheidingslijn. Wanneer was dat? Toen Christus volgens vers 11 kwam als Hogepriester van de goede zaken die er al waren.

Met de tijd van het herstel kwamen ook die goede zaken aan het licht. Christus kwam als Hogepriester van die goede zaken. Dan blijkt uit vers 11 dat Christus als Hogepriester door de grotere en meer volmaakte tabernakel gegaan is. Dat is de tabernakel die niet door mensen gemaakt is.

Jezus Christus is dus niet na zijn opstanding met het bloed naar de tempel in Jeruzalem gegaan om daar eerst voor zichzelf en daarna voor de zonden van het volk te offeren.
Johannes 14: 16-18 Ik zal de Vader bidden, en Hij zal jullie een andere Trooster geven, opdat Hij bij jullie blijft tot in de eeuwigheid; Namelijk de Geest van de waarheid, Welke de wereld niet kan ontvangen; want zij ziet Hem niet, en kent Hem niet; maar jullie kennen Hem; want Hij blijft bij jullie, en zal in jullie zijn. Ik zal jullie niet als wezen laten; Ik kom weer bij jullie.

Jezus is dus opgevaren naar Zijn Vader om de Heilige Geest te zenden. Je zult je afvragen waarom Hij dat deed. Hier in Hebreeën legt Hij het uit dat Hij eerst naar de hemelse tabernakel moest om zijn bloed te offeren. Hier staat in Hebreeën 9 vers 11 dat Hij door de grotere en meer volmaakte tabernakel gegaan is, dat niet met handen gemaakt is. Daarmee geeft de schrijver aan dat dit heiligdom geen deel uitmaakt van onze schepping.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende