U bevindt zich hier: Bijbelstudies Video

Steve McVey
1 Corinthe 15: 31 Ik sterf elke dag.
De uitspraak van Paulus ‘Ik sterf elke dag’ is het dagelijks instemmen met de werkelijkheid van het gestorven zijn met Christus. Daarmee krijgt het vlees geen ruimte om op te staan en me te beheersen.

Willard Thiessen
Ondanks dat de oude natuur gestorven is zal het vlees toch telkens opstaan om te heersen. Het vlees leeft totdat het uiteindelijk een keertje in het graf belandt. Dit lichaam heeft nu eenmaal gevoelens, emoties, passies, die niet allemaal verlost zijn. Mijn hart is wel verlost, maar ik bezit nog geen verheerlijkt lichaam. Daar komen begeertes uit voort. Als ik mijn lichaam zijn vervulling van begeerten laat volgen dan kom ik niet altijd op een gezonde weg uit.

Steve McVey
Romeinen 7: 23 In mijn leden zie ik een andere wet, die strijd voert tegen de wet van mijn verstand en mij tot krijgsgevangene maakt van de wet der zonde, die in mijn leden is.
Galaten 5: 17 Het begeren van het vlees
gaat in tegen de Geest en dat van de Geest tegen het vlees (want deze staan tegenover elkander) zodat gij niet doet wat gij maar wenst.
1 Petrus 2: 11 Vleselijke begeerten, die
strijd voeren tegen uw ziel;
De Bijbel is er stellig over dat Geest en vlees altijd in strijd met elkaar zijn. Wat moeten we daarmee aan?

Ten eerste is het nogmaals essentieel om het verschil te zien tussen het vlees en de oude natuur. Het zijn twee totaal verschillende zaken.
De waarheid is en blijft: De zondenatuur is dood. Het is het vlees, oftewel de macht van de inwonende zonde, wat niet dood is. De zondenatuur is dood. Verwar die twee niet. Het is logisch dat gelovigen niet geloven dat de oude zondenatuur al dood is wanneer ze die twee verwarren. Het is niet hetzelfde. Het zijn twee totaal verschillende zaken.

Hoe pakken we nu dit zondeprobleem aan? De zonde zit hem in de leden van mijn lichaam.
Ik pak de Bijbel er weer bij om het met Bijbelteksten te onderbouwen.
We kennen toch allemaal wel het bekende gedeelte vanaf Romeinen 7: 14.
Romeinen 7: 14-16 Wij weten immers, dat de wet geestelijk is; ik echter ben vlees, verkocht onder de zonde. Want wat ik uitwerk, weet ik niet; want ik doe niet wat ik wens, maar waar ik een afkeer van heb, dat doe ik. Indien ik nu wat ik niet wens, toch doe, stem ik toe, dat de wet goed is.

Luister nu goed naar vers 17!
Romeinen 7: 17 Dan bewerk ik het niet meer, maar de zonde, die in mij woont.
Wat haalt Paulus hier uit? Hij bracht hier een onderscheid aan tussen de inwonende zonde en zijn ware identiteit. Dan moet je eens opletten in vers 20.
Romeinen 7: 20 Indien ik nu datgene doe, wat ik niet wens, dan bewerk ik het niet meer, maar de zonde, die in mij woont.

Zie je hoe scherp Paulus een strakke lijn trekt tussen aan de ene kant ‘Ik’ en aan de andere kant de inwonende zonde.

Willard Thiessen
Hij noemt hier werkelijk iets zelfstandigs dat in hem woont de inwonende zonde.

Steve McVey
Romeinen 7: 17 Dan bewerk ik het niet meer, maar de zonde, die in mij woont.
Paulus zegt inderdaad dat hijzelf het niet is. Het is de inwonende zonde die het bewerkt. Paulus ontduikt hier niet de verantwoordelijkheid voor zijn gedrag. Wat hij wel doet is een waarschuwing geven voor de verwarring die kan ontstaan. Hij geeft nadrukkelijk aan dat het niet de macht van de inwonende zonde is dat jouw identiteit bepaalt.

De reden dat we toch nog altijd zondigen is de macht van de inwonende zonde, die werkt in de leden van ons lichaam. Het onderscheid komt nog helderder aan het licht in vers 21.
Romeinen 7: 21 Zo vind ik dan deze regel: als ik het goede wens te doen, is het kwade bij mij aanwezig;

Paulus zegt hier absoluut niet dat hijzelf het kwaad is. Hij geeft aan dat het kwade bij hem aanwezig is.

Willard Thiessen
Er zit een groot verschil in het identificeren van de één en de ander. Dat verschil is gigantisch.

Steve McVey
We kunnen het belang om het verschil aan te wijzen tussen die twee niet overdrijven.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende