U bevindt zich hier: Bijbelstudies Video

Malcolm Smith

(Mijn [Hein] Commentaar: Er zijn best wel weer een aantal punten op zijn kijk op God de Zoon en zijn inzichten over het verbond af te dingen. Ik neem dat echter maar wat graag voor lief, gezien zijn geweldig rijke boodschap van genade.
In mijn vertaling sla ik telkens de reclames, zowel als de verwelkoming en het afscheid, over. Het gaat om zijn uitleg.)

Programma: Pure Passie – Intiem Met Jezus

Ik tast in het rond naar woorden om deze onbeschrijflijke God te omschrijven. Zodra je beseft wat Jezus aan het doen was, dan begin je ook pas het grote schandaal van Gods liefde te ontdekken. Die liefde was een feitelijke oorlogsverklaring tegen, wat ik noem, de godsdienst.

Jezus is niet zomaar een eenzame cowboy. Hij is God, de Zoon. Hij is God die uit God voortkomt. Hij zei:
Johannes 14:9 Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien;

(Verwelkoming)

Heel vaak, als we de Bijbel enkel maar oppervlakkig lezen, missen we enkele van de meest schokkende schandalen die het evangelie teweeg brachten. Ik denk zelf dat het allerschandaligste hoofdstuk van de Bijbel wel Lukas 15 moet zijn.

Dat hoofdstuk begint met de beschuldiging dat Jezus zichzelf verlaagd, ja eigenlijk ten schande maakt, door met tollenaars en wat de godsdienstige leiders van die tijd zondaren noemden samen te eten.
Lukas 15: 1-2 Al de tollenaars en de zondaars naderden tot Hem, om Hem te horen. En de Farizeeën en de Schriftgeleerden murmureerden, zeggende: Deze ontvangt de zondaars, en eet met hen.

Tollenaars waren gewoon Joden, die echter hun eigen mensen verraden hadden. Wat misschien nog wel ernstiger was, is dat zij zichzelf hadden verraden. Ze hadden zichzelf als het ware aan Rome verkocht om nu vanuit Rome weer naar hun eigen volk te stappen om van hen belasting te heffen.

Deze tollenaars waren hierdoor de rijkste mensen die je hier kon aantreffen, maar tevens de meest eenzame mensen. Hier zaten ze vol van schande en schaamte over wie ze geworden zijn. Evenzogoed troggelden ze bij hun eigen volk het geld uit de zak, waardoor ze als het ware hun eigen volk beschaamden en verraadden.

De groep die de Farizeeën omschreven als zondaars, waren mensen die bepaalde dingen gedaan hadden waardoor de plaatselijke godsdienstige gemeenschap hen buitengesloten hadden.

Hier had je dus een groep mensen bij elkaar die bekend stonden als de verraders en misleiders van het volk, die zichzelf zodanig tekort hadden gedaan dat ze een ander niet eens meer recht durfden aankijken. Het was met name de godsdienstige klasse die hen als het uitvaagsel van de wereld zag en ook zo behandelde.

Zij waren de pariahonden van de maatschappij. Dat bleek wel overduidelijk doordat de Farizeeën hen nooit zomaar het belastinggeld gaven. Ze smeten het op tafel, zodat de tollenaars het telkens zelf bij elkaar moesten rapen. Ze wensten totaal geen enkel omgang met tollenaars te hebben, zelfs niet bij de uitbetaling.

De godsdienst spuugde op de tollenaar wanneer hij hem op straat tegenkwam. Liepen ze een keertje per ongeluk tegen een tollenaar op of zelfs als ze alleen maar zachtjes langs hem veegden, dan gingen ze naar huis om zich om te kleden en een bad te nemen. Ze hadden dan namelijk de onaanraakbaren aangeraakt.

Het was niet zomaar iets maatschappelijks, het zat er bij de tollenaar goed ingewreven. Hij wist dat hij de meest gehate, meest verafschuwde persoon was. Hij nam dit dan ook zeker zeer persoonlijk. Hij haatte zichzelf voor wie hij is en wat hij doet.

Lukas 15: 1-2 Al de tollenaars en de zondaars naderden tot Hem, om Hem te horen. En de Farizeeën en de Schriftgeleerden murmureerden, zeggende: Deze ontvangt de zondaars, en eet met hen.
Hier zien we de beschuldiging dat Jezus met deze tollenaars en zondaars at. In onze maatschappij stelt het eten niet zo erg veel meer voor. Je rent even een MacDonald binnen, pakt een hamburger en ga zitten om het op te eten, ongeacht wie er naast je zit.

In die Bijbelse cultuur, precies zoals dat momenteel nog steeds geldt binnen de derde wereld landen, in die cultuur was je bijzonder voorzichtig in met wie je samen at. Je drukte daar een verbondssluiting mee uit, het was een uiting van vriendschap, het was een samenbinding, het was een verklaring van solidariteit. Als je met iemand samen at dan beloofde je daarmee dat je met jouw tafelgenoot zijn status in de maatschappij deelt.

In dit geval van die tollenaar betekent dit samen eten dat je zijn schande en schaamte volledig wilt delen. Je verklaart ermee dat je de afwijzing door het volk nu met hem deelt, zoals men naar hen kijkt, zo kijkt men nu naar jou.

Toen Jezus dus samen met deze tollenaars ging eten gaf Hij daarmee aan dat Hij moedwillig in volkomen solidariteit zich aan deze mensen verbond. Met deze verworpenen van deze maatschappij werd Hij verworpen. Hij trad binnen in hun zelfhaat. Hij zei darmee: ‘Ik hoor bij jou! Ik ben één met jou! Ik sta nu naast jou!’

Het geweldige hieraan is dat Hij zich niet in het geheim bij hen aansloot. Hij verbond Zich niet stiekem aan hen. Hij deed het in alle openheid! De Farizeeën en de leiders van de plaatselijke synagoge stonden daar in een kringetje omheen en stonden toe te kijken. Dat is het plaatje dat hier naar boven komt.

Eigenlijk zijn we hier getuige van een vrolijk feest. De diverse woorden die je in dit hoofdstuk tegenkomt zijn bijvoorbeeld, vrolijk gelach, klopjes op de rug, echt een helemaal te gekke feesttijd, maar de Farizeeën stonden daar met hun neus bovenop. Zij stonden dit allemaal te bekijken en voor hen had je je niet erger kunnen verlagen.

Door met dit uitschot samen te zitten te eten en te feesten had je jezelf helemaal uit de maatschappij weg gegumd. Je had jezelf daarmee als het ware eens voor altijd weggegooid. Dit ging zo ver dat elke sabbat de namen van al de plaatselijke tollenaars in de synagoge werden voorgelezen, waarbij plechtig verklaard werd dat het voor altijd voor hen onmogelijk was vergeving te ontvangen.

Dit waren dus echt de absoluut onaanraakbaren. En Jezus zat en at met hen. Je had hier dus twee mogelijkheden, voor zover ik het kan zien.
1. Oftewel, Jezus maakte hier de grootste sociale blunder van Zijn leven, waardoor Hij alle hoop maar moest laten varen ooit Zijn missie te kunnen volvoeren. Of…en dat is het enige alternatief
2. Dit was Zijn missie! Hij identificeerde zich heel bewust openlijk met de onaanraakbaren. Hij neemt nu samen met hen, die de geur van verachting, schaamte en zelfhaat opsnoven, Zijn hoge positie in.

Mijn hele leven door ben ik telkens weer teruggetrokken tot dit hoofdstuk in de Bijbel. Het is zo’n schokkend hoofdstuk! Maar toch als je de Bijbel leest treft het je toch niet zo. Je leest namelijk gewoon lekker door ‘Deze ontvangt de zondaars, en eet met hen.’. Ach ja, ‘eet smakelijk’. Je bekijkt die Farizeeën als heel gewone mensen met een ellendig tikje.

Zodra je echter doorkrijgt wat Jezus hier nu feitelijk doet, dan besef je ook ineens het schandalige aan Gods liefde! God houdt van de meest onaanraakbare mensen! Hij daalt echt af tot diep in onze put van schande, schaamte en zelfhaat! Hij gaat daar bij je zitten om jou te verklaren dat Hij van je houdt! Hij is solidair met jou! Hij maakt jouw geschiedenis tot Zijn geschiedenis! Jouw schande wordt Zijn schande! Evenzogoed Geeft Christus jou Zijn status voor God, de Enige die er toe doet!

Wat Jezus hier doet door met deze tollenaars en zondaars samen te zitten en te eten voor het oog van deze Farizeeën, waarbij Hij dan ook nog eens al die verhalen ging vertellen, wat Jezus hier doet, is de godsdienst de handschoen toewerpen. Het was een opzettelijke oorlogsverklaring tegen de godsdienst.

Waar het in de kern om draait is dat de godsdienst een beeld van God heeft, dat verwrongen, verdraaid en een grote leugen is. Jezus is als God uit God gekomen om God zelf te verklaren.
Johannes 1: 18 Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, die aan de boezem van de Vader is, die heeft Hem doen kennen.

Het doet er niet toe hoe diep ik ook gevallen ben, het doet er niet toe hoezeer ik mezelf als mens ook verraden heb, of hoezeer ik mijn geliefden en hen die op mij vertrouwd hebben ook verraden heb, het doet er niet toe, God komt in de persoon van Jezus Christus met mij samen zitten en Hij zegt: ‘Jouw geschiedenis is Mijn geschiedenis! Ik sta solidair samen met jou!’

(Reclame)

De prostitué, die naar binnen stapte en Zijn voeten met haar tranen waste en ze met d’r haar droogde.
Lukas 7:44 Zich [Christus] naar de vrouw [prostitué] wendende, zei Hij tot Simon [de Farizeeër]: Zie je deze vrouw? Ik ben in je huis gekomen; water voor mijn voeten heb je Mij niet gegeven, maar zij heeft met tranen mijn voeten nat gemaakt en ze met haar haren afgedroogd.

Je kan die vrouw er ook nog bij voegen die wegens overspel voor de voeten van de Heer gegooid werd. Wat die godsdienstige mensen met hen wilden doen was hen te schande zetten.
Johannes 8: 3-5 De schriftgeleerden en de Farizeeën brachten een vrouw, op overspel betrapt, en zij stelden haar in het midden en zeiden tot Hem: Meester, deze vrouw is op heterdaad betrapt bij het plegen van overspel; en in de wet heeft Mozes ons bevolen dit soort mensen te stenigen; U dan, wat zegt U?

Dat was het normale gebruik van de godsdienst. Als je een zondaar vond, zet hem of haar dan ten schande. De Heer ging daar nooit op in. Wat zei de Heer bij die prostitué?
Lukas 7:47-48 Daarom zeg Ik [Christus] tegen jou [Simon de Farizeeër]: Haar [de prostitué] zonden zijn haar vergeven, al waren zij vele, want zij betoonde veel liefde; maar wie weinig vergeven wordt, die betoont weinig liefde. En Hij zei tot haar: Je zonden zijn je vergeven.

De woorden die de Heer hier uitsprak konden onmogelijk over de lippen komen van een Farizeeër: ‘Zij zou vergeving hebben ontvangen?’ Het woord ‘vergeven’ heeft veel meer in zich als dat wij vanuit ons Nederlands taalgebruik zouden verwachten. Het heeft de volkomen bevrijding in zich, het houdt in dat de persoon volledige vrede heeft ontvangen. Het was een woord dat alles in zich had van vrede, vrijheid en redding. Het hart blijft natuurlijk vergeving!

Dan heb je die vrouw die de godsdienst voor de Heer neerwierpen omdat ze haar betrapt hadden op overspel. Wat zei de Heer tegen deze vrouw?
Johannes 8: 10 Jezus richtte Zich op en zei tot haar [de vrouw die op overspel betrapt was]: Vrouw, waar zijn zij? Heeft niemand je veroordeeld? En zij zei: Niemand, Here. En Jezus zei: Ook Ik veroordeel je niet. Ga heen, zondig van nu af niet meer!

Ik veroordeel je niet’! Ik moet mezelf telkens weer eraan herinneren dat dit hier God is die aan het woord is! Jezus staat niet zomaar op zichzelf. Hij is God de Zoon. Hij is God die uit God voortkomt. Hij zei:
Johannes 14:9 Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien;
Dit is de stem van Vader: ‘Ik veroordeel je niet’ En ook: ‘Je zonden zijn je vergeven’. Hier proef je het hele hart van God.

Als we nu terugkeren naar Lukas 15, dan is het binnen deze context interessant dat de godsdienst deze onfortuinlijke mensen aanspraken met de term ‘zondaren’. Ik zeg nogal eens dat je echt goed getraind moet zijn binnen de godsdienst om dit woord op de juiste manier uit te kunnen spreken. Je moet langs je neus naar beneden kijken en zo het woord ‘zondaar’ naar hen sneren. Zo spreek je eigenlijk op zeer godsdienstige wijze je dank aan God uit dat je niet bent zoals zij.
Lukas 18:11 De Farizeeër stond en bad dit bij zichzelf: O God, ik dank U, dat ik niet zo ben als de andere mensen,

In de evangeliën zijn het alleen de godsdienstige mensen die het woord ‘zondaar’ hanteren. Jezus gebruikte het woord uitsluitend als Hij de Farizeeën citeerde. Waar ik nou echt helemaal enthousiast over wordt is het woord dat Jezus gebruikte, dat is het woord verloren’. Daarom had de Heer het niet over een zondig schaap. Hij sprak over een verloren schaap.
Lukas 15:6 Verblijdt je met mij, want ik heb mijn schaap gevonden, dat verloren was.
Hij sprak over een verloren schelling.
Lukas 15:9 Verblijdt je met mij, want ik heb de schelling gevonden, die ik verloren had.
De zoon die Hij vond was de verloren zoon.
Lukas 15:24 Mijn zoon hier was dood en is weer levend geworden, hij was verloren en is gevonden. En zij begonnen feest te vieren.

Feitelijk slaat de Heer bij deze zoon zelfs eerst helemaal dat verloren zijn over. Hij begint met een gigantische omhelzing.
Lukas 15:20 Hij liep hem tegemoet viel hem om de hals en overlaadde hem met kussen.
Hij kuste hem echt overal, omhelsde en omarmde hem. Daarna zei hij pas: ‘Mijn zoon hier was dood en is weer levend geworden, hij was verloren en is gevonden.’

Nooit heeft de Heer het woord ‘zondaar’ op die manier gebruikt. Dat was een godsdienstig woord. Jezus gebruikte het woord ‘Verloren’. Je kan onmogelijk dat woord gebruiken zonder daar iets bijzonder kostbaars mee te bedoelen. Ik heb een balpen in mijn binnenzak. Die heb ik een keertje aangeschaft in een hele grote hoeveelheid. Het is daardoor al uitgesloten dat ik die balpen zal verliezen. Het kan wel zoek raken, maar daar zou de kous dan ook mee af zijn.

Ik heb ook een ‘MontBlac’ Ballpointpen. Dat zou wel eens verloren kunnen raken. Als ik dat ding kwijt raak, dan stoppen we echt alles om dat eerst terug te vinden. Het woord ‘verloren’ is een woord dat echt speciaal is voor zaken die van enorm hoge waarde zijn. Als een kind ‘verloren’ is, dan stopt de hele gemeenschap en gaan ze aan het zoeken. Ze kammen de hele omgeving uit om het te vinden omdat dit kind kostbaar is.

Jezus kiest heel zorgvuldig precies dit woord ‘verloren’ uit. Hij sprak deze tollenaars aan terwijl de Farizeeën en godsdienstige leiders mee konden luisteren. Hij gaf daarmee aan dat je jezelf wel kan haten, dat je je eigen hart en je daden wellicht veracht, maar voor God ben jij kostbaar! Je bent zo kostbaar dat Hij tot elke grens gaat om jou te achterhalen en je te vinden.

In de verhalen die de Heer hier dan ook vertelt, vindt Hij hen die verloren zijn dan ook. De woorden die Hij hierbij gebruikt zijn uitermate extreem.
Lukas 15: 5 Als hij het vindt, tilt hij het met blijdschap op zijn schouders,
Het schaap wordt hier een sjaal voor de herder. De kop van het schaap lag vlak naast het hoofd van de herder. Hij kon lieve woordjes in zijn oor fluisteren om het te kalmeren. Ondertussen houdt Hij het veilig vast.

De Heer geeft hiermee overduidelijk aan dat dit niet het uitvaagsel van de wereld is, dat dit geen pariahonden zijn, dit is niet iets wat je moet verstoppen in een vuilcontainer. De Heer geeft hiermee aan dat dit voor Hem uitermate kostbaar is, waar Hij Zijn leven voor waagt. Hij zet alles op alles om het te vinden. Wanneer Hij het dan vindt dan vormt Hij dat schaap tot een sjaal om Zijn nek om het op die manier te dragen.

Dan die gelijkenis van de verloren zoon. Toen de Vader die zoon in de verte zag, zette Hij het vol bewogenheid op een rennen. Hierbij moeten de plaatselijke gebruiken in het Midden Oosten goed kennen.

Zodra je daar de dertig gepasseerd bent, dan ren je niet meer. Dat zou zonder meer een sociaal schandaal vormen. Je zou namelijk je kleed moeten optellen tot een soort van Bermuda korte broek. Daarmee zouden dan die beenderige beentjes vol adertjes zichtbaar worden zichtbaar komen als je rende.

Zoiets is onbestaanbaar voor een oudere man, dat hij dat zou doen. Dus, zodra je de twintig gepasseerd bent ren je niet meer. Deze man, die de vader van twee volwassen zonen is, ziet in de verte zijn zoon die in die zwijnenstal heeft gezeten ziet.

Als je een Jood bent dan weet je wat het inhoudt als je varkens hoedt. Je hebt je daarmee buiten het verbond geplaatst. Je hebt daarmee je bestemming en je erfenis weggesmeten. Je wordt dan inderdaad bekeken als het uitvaagsel van de wereld.

Deze jongen stonk naar varkens. Hij had de varkensuitwerpselen in de kleinste poriën van zijn huid zitten. Maar dat maakt allemaal niks uit! Vader hijst zijn kleed helemaal op, zet zichzelf daarbij helemaal voor schut, zet zich voor de hele gemeenschap ten schande, en rent naar de zoon.

Lukas 15: 20 Zijn vader werd met ontferming bewogen. En hij liep hem tegemoet viel hem om de hals en kuste hem.
Hij omarmt zijn zoon. Dat woord houdt in de grondtekst in dat hij zijn zoon overlaadde met kussen. Hij zoende dat hele lijf! Dat houdt in dat hij zijn gezicht in die stinkend smerige huid van zijn zoon drukte en hem zoende en zoende en zoende. Daarmee zei Hij: ‘Jij bent Mijn zoon!’

Daar staat die zoon die alle kanten op stonk naar die varkensstal en hij staat te grienen en te stamelen:
Lukas 15: 21 Ik heb gezondigd tegen de hemel en voor u, ik ben niet meer waard uw zoon te heten.
Hij was van plan om nog verder te vragen om als ingehuurde dienstknecht aangenomen te worden.
Lukas 15: 19 Ik ben niet meer waard uw zoon te heten; stel mij gelijk met een van Uw dagloners.

Vader zegt als het ware in zijn gedrag: ‘In vredesnaam, hou je mond!’
Lukas 15: 22-24 Vader zei tot zijn slaven: Brengt vlug het beste kleed hier en trekt het hem aan en doet hem een ring aan zijn hand en schoenen aan zijn voeten. En haalt het gemeste kalf en slacht het, en laten wij een feestmaal hebben, want mijn zoon hier was dood en is weer levend geworden, hij was verloren en is gevonden.
Dit is mijn zoon! Je mocht dan wel verloren zijn geweest, maar je bent nu teruggevonden! Je was inderdaad dood, maar je leeft nu!

Hierbij besef je dat we in onze taal eigenlijk helemaal geen woord hebben voor zo’n liefde. Dit is liefde tot in de meest uiterste grens. Dit is liefde waar we helemaal niks van snappen. Dit is volgens mij het heerlijke liefdesschandaal van het evangelie! Dat is nou onze God!

(Reclame)

Als je het boek Leviticus opslaat in de Bijbel ontdek je dat het woord ‘gruwel’ daar naar voren komt. Het is echt heel interessant om te zien waar het naar voren komt en hoe het naar voren komt.

Het wordt gebruikt in verband met homoseksueel gedrag.
Leviticus 18:22 En je zal geen gemeenschap hebben met één, die van het mannelijk geslacht is, zoals men gemeenschap heeft met een vrouw: een gruwel is het.
Leviticus 20:13 Een man die gemeenschap heeft met iemand van het mannelijk geslacht, zoals men gemeenschap heeft met een vrouw, beiden hebben
een gruwel gedaan, zij zullen zeker ter dood gebracht worden, hun bloedschuld is op hen.

Het wordt echter tevens gebruikt voor die mensen die er varkens op nahouden of andere onreine dieren.
Leviticus 11:10-13 Maar al wat geen vinnen of schubben heeft, in de zeeën en de stromen, onder al wat in het water wemelt en onder alle levende wezens die in het water zijn, dat zal voor jullie een gruwel wezen. Ja, een gruwel zullen zij voor jullie zijn; van hun vlees zullen jullie niet eten en hun aas zullen jullie verafschuwen. Alles in het water, dat geen vinnen of schubben heeft, dat zal voor jullie een gruwel zijn. Deze zullen jullie verafschuwen onder de vogels, (zij mogen niet gegeten worden, een gruwel zijn zij): de arend, de lammergier en de zeearend,
Leviticus 11:20 Alle wemelend gedierte met vleugels, dat op vier poten gaat, dat zal voor jullie
een gruwel zijn.
Leviticus 11:23 Alle wemelend gedierte met vleugels, dat vier poten heeft, dat zal voor jullie
een gruwel zijn.
Leviticus 11:41-42 Al het wemelend gedierte dat op de grond wemelt, is
een gruwel, het zal niet gegeten worden. Alles wat op de buik gaat en alles wat op vier voeten gaat, ook alle veelvoetigen van allerlei wemelend gedierte dat op de grond wemelt, dat zullen jullie niet eten, want die zijn een gruwel.
Dit sluit naadloos aan op deze gelijkenis.

Als je dus toevallig tegen een varken aanveegt, of als je een varken eet, of als je bij een varken je ophoudt, dan ben jij een gruwel. Het verhaal dat de Heer hier in Lukas 15 gebruikt bespreekt dit dilemma regelrecht.

Die verloren zoon is een verhaal. Daarom kon Jezus het verhaal ook alle kanten op laten gaan. Hij is Meester Verhalenverteller. Hij liet deze zoon twee dingen doen die een gruwel waren voor de godsdienstige leiders van die tijd.
1. Lukas 15: 13 De jongste zoon ….. ging op reis naar een ver land,
Dat verre land is een Bijbelse uitdrukking voor de heidenen. Hij ging naar hen die buiten het verbond stonden. Hij ging daarheen waar men God niet kende.
Dat iemand die God toch kende en die zo’n tijd binnen het verbond van God had geleefd nu naar de heidenen zou gaan, is onbestaanbaar!
2. Lukas 15: 15-16 Hij ging naar het veld om de varkens te hoeden. En hij begeerde zijn buik te vullen met de schillen, die de varkens aten,
Die heidenen hielden vanzelfsprekend wel varkens. Dat was nou juist een gruwel! Deze jongen ging niet alleen naar de heidenen, maar greep zich vast aan deze boer toen hij honger begon te krijgen, een varkensboer!

Toen de Heer Jezus op dit punt van het verhaal terecht kwam, toen moesten die godsdienstige leiders wel een lichamelijke walging, waarbij ze dreigden te kotsen, sterk onderdrukken. Voor hen was het onbestaanbaar dat deze jongen naar de varkens ging!

Deze jongen ging niet alleen naar een varkensboerderij, maar hij werd zelf een varkenshoeder. Dat betekende in die tijd dat hij samen met de varkens het bos inging. Je had geen aparte varkenskooien zoals je schaapskooien had. Je bent gewoon buiten samen met de varkens. Dat betekende dat hij met hen samen sliep en in hun varkensmodder leefde. Hij voerde hen en was voortdurend met hen in de weer.

Voor het Joods godsdienstige denken, voor hen die hier naar Jezus stonden te luisteren, was dit een persoon die met grote letters op het voorhoofd had staan: ‘GRUWEL!’. Hij was voor hen het uitschot van de wereld. Nou komt Jezus juist samen met dit soort mensen samen zitten. Jezus zegt hier tegen het uitschot: ‘Ik hou van jullie! Vader roept jullie! Jullie zijn mijn zonen!;

Dit is waar het om draait. Wij kunnen dingen doen, wij zijn misschien betrokken in zaken die niet in overeenstemming zijn met het doel waartoe we geschapen zijn. God, de Vader, schiep ons om Zijn zonen en dochters te zijn. Hij wil ons betrekken in Zijn cirkel van goddelijke liefde. Dat is de uiteindelijke betekenis van ons bestaan.

We zijn daarvan weg gegroeid. Dat houdt in dat we betrokken geraakt zijn in een leven van nutteloosheid, van doelloosheid. Een volkomen inhoudsloos leven. Alleen het doel waartoe wij geschapen zijn geeft de uiteindelijke betekenis aan ons bestaan. Alles wat daarbuiten staat noemt de Bijbel ‘Dood’. Het heet ook ‘Zonde’ omdat dit het doel mist, omdat het er helemaal naast zit. In sommige gevallen wordt het zelfs ‘Gruwel’ genoemd.

Het heerlijke feit is dat God ons absoluut niet afwijst om al deze dingen. Wat Hij doet is dat Hij daar nou juist zelf instapt. Hij stapt in die dood. Hij stapt in die zonde. Hij stapt in die gruwel.

Hier tast ik nou naar. Ik spreek nu al zo ongeveer een halve eeuw en nog altijd zoek ik naar de woorden om deze ongelooflijke God te omschrijven. Ja, wij zijn de dood ingegaan. Ja, wij zijn opzettelijk het duister binnen gegaan. Ja, wij hebben onszelf aan de duivel uitgeleverd. Wij zijn een gruwel voor de hele betekenis van het leven geworden.

Wat doet God hier nu aan? Godsdienst zegt: ‘Veroordelen!’ Godsdienst zegt dat we er niet meer uit zullen komen voordat we de laatste cent betaald hebben. God zelf zegt echter: ‘Ik heb jou geschapen om je lief te hebben. Al wat jij doet zal me echt niet voor zelfs een microseconde vertragen om jou te komen vinden en je op te halen.’

De Goede Herder gaat die woestijn binnen. Die vrouw duikt het stof op de grond binnen. Vader rende en omhelsde de zoon. God zegt: ‘Zo zit Ik in elkaar! Ik ben Degene die daar moet zijn waar jij bent! Ik ben onveranderlijk, onvoorwaardelijk, oneindig voor jou!’

Eén van de meest verbazingwekkende uitspraken die ik ken is dat God, die Liefde is, weigert om God te zijn zonder ons. Hij komt tot ons waar we ons ook bevinden. Daarom tekent Jezus in deze gelijkenissen Gods liefde tot in het extreme.

Hier was een jongen die tussen de varkens leefde. Dat was de bodem voor het joodse graf. Jezus beschrijft dat hoe Hij alles in het werk stelt om samen met hem te gaan zitten eten. Dit is de persoon die Ik omarm. Ik zal zijn hele huid onder de zoenen bedelven. Ik stel dat Ik jouw gruwel binnentreed. Geef Mij maar jouw schande! Geef Mij maar jouw gruwel! Ik neem dat op me en Ik verzwelg het! Ik draag je hier naar buiten naar jouw bestemming! Het ware doel waartoe jij geschapen bent!

(Afsluiting)

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina