U bevindt zich hier: Bijbelstudies Video

Door Malcolm Smith

(Eerst Mijn [Hein] Commentaar: Malcolm ziet helaas geen onderscheid tussen Israël en de Gemeente. De Gemeente is Bijbels gezien één met Christus als het Lichaam zelf. Dat is dus nog veel inniger dan het voorbeeld hier van dit schaap. Ook zijn spreken over verbonden hoort thuis in Gods handelen met het volk Israël.
Er zitten meer verschillen, zoals onbijbelse termen als ‘God de Zoon’ en ‘de drie-eenheid’. Zijn verwarring tussen Christus en de Vader veroorzaakt soms onlogische uitspraken.
De genadeboodschap is echter zo helder en duidelijk. Daar de genadeboodschap de verkondiging van de levende Christus is, staat dat voor mij toch voorop. Ondanks de verschillen kunnen we veel van deze broeder leren.)

Nu de vertaling:
We gaan weer terug naar Lukas 15. We gaan door waar we de vorige keer gestopt zijn.

Lukas 15: 3 Hij [Christus] sprak deze gelijkenis tot hen…
Denk even terug aan wat ik de vorige keer duidelijk maakte. Een gelijkenis is geen verhaal. Verwar het nooit met een verhaal. Een gelijkenis is een schokbehandeling. Een gelijkenis wordt opzettelijk zo gebracht om je te choqueren, om alle ingebeelde vastigheid in je leven, de fundamenten van je leven, te ontmantelen.

Hier volgt nu een gelijkenis die deze vastigheden ondersteboven gooit. Door je nu zo te choqueren geeft deze gelijkenis je de mogelijkheid om de essentie van het leven zelf weer eens opnieuw te overdenken.

Lukas 15: 3-7 Hij sprak deze gelijkenis tot hen en zei: Wie van jullie, die honderd schapen heeft en er één van verliest, laat niet de negenennegentig in de wildernis achter en gaat het verlorene zoeken, totdat hij het vindt? En als hij het vindt, tilt hij het met blijdschap op zijn schouders, en thuisgekomen, roept hij zijn vrienden en buren bijeen en zegt tot hen: Verblijdt u met mij, want ik heb mijn schaap gevonden, dat verloren was. Ik zeg tegen jullie, dat er op deze manier blijdschap zal zijn in de hemel over één zondaar, die zich bekeert, meer dan over negenennegentig rechtvaardigen, die geen bekering nodig hebben.

Er valt enorm veel te zeggen over deze gelijkenis. Wat ik erover kan zeggen zal ik je zo vertellen over een paar minuten.

Dit was dus de allereerste overstuur makende gelijkenis die Jezus hier aan deze godsdienstige mensen, die een afgod hadden uitgegutst die zij zelf ‘god’ noemden, vertelde. Hun ‘god’ oordeelde, veroordeelde, eiste dat alle regeltjes wel gehouden moesten worden opdat hij (de god) tevreden gesteld zou worden. Deze god was absoluut onmogelijk tevreden te stellen. Hij veroordeelde, maakte scheiding, enzovoort.

Jezus zei dat een herder één van zijn schapen verloren had. Ik zei de vorige keer al aan het slot dat het woord ‘verloren’ inhoudt dat het kostbaar is. Wanneer je ook maar de term gebruikt dat je iets ‘verloren’ hebt, dan heb je alleen al door die uitdrukking te gebruiken er een enorm hoge waarde aan verbonden.

Je verliest niet iets waar je geen waarde op hebt. Je bent het gewoon kwijt en zo blijft dat dan ook. Als iets echter ‘verloren’ is, dan heb je op zich daar dus al een waarde op gezet. Door alleen al de mededeling dat je iets ‘verloren’ hebt, geef je aan dat je begonnen bent met ernaar te zoeken met de verwachting dat je het ook terug zult vinden. Denk daar eens goed over na!

Het feit dat iets ‘verloren’ is, houdt ook in dat het dus niet op de plek is waar het hoort te zijn. Het schaap had in de kudde bij de herder moeten zijn. Daar mag je verwachten dat het schaap zich ophoudt. Daar zou het horen, maar het is ‘verloren’. Het is dus op een verkeerde plek terecht gekomen, van de kudde vandaan.

Je zou kunnen zeggen dat het schaap zich niet meer binnen zijn eigen schapenroeping bevindt. Er is een scheiding gekomen tussen het schaap en zijn herder. De relatie van het schaap met zijn herder en de kudde is verbroken.

Als we in deze gelijkenissen verder gaan blijkt dat je ook het woord ‘dood’ zou kunnen gebruiken. Niet in de letterlijke betekenis dat het schaap echt dood was. In zijn relatie tot de herder of de kudde hoorde het schaap ‘levend’ te zijn, maar was het ‘dood’.

Jezus gebruikte het woord ‘verloren’. Overduidelijk doelde de Heer daarmee op de tollenaars en de zondaars. Vandaar dat ik over hen vorige keer zo’n uitgebreide introductie hield. Daarmee geeft Hij dus aan dat deze mensen die als ‘zondaars’ worden aangewezen door God als ‘verloren’ worden omschreven. Dat geeft aan dat Hij hen als uitermate waardevol ziet. Hun waarde is voor Hem onbeperkt, blijkt uit dit woordgebruik.

Zij zijn verloren. God verklaart dan dat Hij naar Zijn raad en voornemen Hij Zijn verlangen uitwerkt om hen te vinden en hen te brengen waar ze thuishoren. Daartoe had Hij hen bestemd. Daarvoor had Hij hen geschapen.

Hij herstelt hen die helemaal op de verkeerde plek terecht gekomen zijn. Hij stelt hen helemaal precies af op de hele reden van hun bestaan. Ze zijn dus niet meer gescheiden, maar in een relatie gebracht met deze God, die liefde is. Ze zijn dus niet langer ‘dood’ ten opzichte van alles waar ze voor geschapen waren. Ze zijn volop levend!

Feitelijk bestemd om te leven binnen en samen met de heerlijkheid van God in het gezicht van Jezus Christus. Dat is onze bestemming. Dat was in eerste instantie al waarom we geschapen waren.

Jij en ik zijn gewone schepselen en zullen ook nooit ophouden om gewone schepselen te zijn. Als schepselen zijn we echter bestemd om verhoogd te worden tot zonen en dochters van God, verbondspartners in de heerlijkheid van God.

Romeinen 3:23 Allen hebben gezondigd en komen tekort aan de heerlijkheid van God,
Paulus definieert hier de zonde als een tekort komen aan de heerlijkheid van God. We waren bestemd voor die heerlijkheid. We kwamen echter tekort daaraan. Dat wil zeggen dat we ‘verloren’ waren.

Waarom is dit schaap verloren? Je zou kunnen zeggen dat het komt omdat het stom is. Dat is in beginsel waar als je over schapen spreekt. Bij de mens zou je kunne zeggen dat het er ook bij komt. Niet dat het zo kenmerkend voor het gedrag is. Maar het stomme, het dwaze is er.

Lukas 23:34 Jezus zei: Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen.
Ze wisten het niet. Dit riep Jezus vanaf het kruis. We waren verloren vanwege ons doelloos rondtrekken. Zo raakt het schaap ook verloren. Doelloos rondtrekken. Hun enige doel was om van de kudde weg te komen bij de herder. Ik heb nooit kunnen begrijpen welke redenen ze daarvoor zouden kunnen hebben.

Wij hadden zelf schapen hier op de boerderij in Texas. Toen begreep ik waarom wij vergeleken werden met schapen. Schapen zijn de enige dieren die wegrennen voor degene die hen voedsel geeft. Het zijn de enigen die rennen, vluchten en over elkaar heen buitelen om weg te komen van de persoon die het beste met hen voor heeft.

Doelloos, zonder echte gronden toch rondtrekken. Gewoon verder trekken naar het volgende plekje gras. Voortgedreven, maar waarvoor? Steeds verder trekken ze weg van het ene plekje gras naar het volgende plekje gras.

Als we hier in Lukas op de plek zijn waar Jezus deze gelijkenissen uitsprak, dan heb je grote stukken wildernis waar het gewoon gevaarlijk is. Daar zal het schaap waarschijnlijk omkomen van de honger maar absoluut zeker omkomen van de dorst. Overal is het omringd door roofdieren.

Dat verschrikkelijke gevoel van eenzaamheid en angst voor het plotselinge besef dat de kudde er niet is en de herder er niet is. Aan de andere kant toch gelijk ook die vaste overtuiging dat juist hier in deze wildernis alles te vinden is wat ik nodig heb. Dus maar weer verder naar het volgende zeldzame stukje gras. Hier heeft het schaap zich helemaal op toegelegd. Niets lijkt hem van gedachten te kunnen veranderen. Zo nutteloos!

Hier wil ik even de nadruk op leggen. Het denken van het schaap pikt totaal geen enkele boodschap op dat naar hem toe verzonden wordt. Dat heb ikzelf geprobeerd. Ik ben naar mijn kudden schapen afgedaald om hen te overtuigen met woorden dat ik bezorgd over hen ben. Ik heb geprobeerd om hen te vertellen dat ik al het voedsel bezat dat zij nodig hadden. Ik heb geprobeerd om hen regels en aanwijzingen te geven die door verstandige schapen opgevolgd zouden kunnen worden. Het werkte echter voor geen meter. Het komt daar binnen niet aan. Het denken van het schaap kan dat niet vatten.

Nou is het zo dat ik het ook niet vat en jij ook niet. We worden niet voor niets met schapen vergeleken. Waar de Heer hier feitelijk over spreekt is dat we afgedaald zijn naar mijn wildernis. Jij bent naar je eigen wildernis afgedaald omdat je denkt dat je ergens in die wildernis het gras van eeuwig leven zult vinden.

Ergens in jezelf verwacht je de bron van alle kracht en alle bekwaamheid en alle volmaaktheid en het hele doel te zullen vinden. Elke keer trek je verder naar het volgende plekje gras dat met de dag zeldzamer wordt. Ik vraag nog maar eens: Wat doet de herder? Okay, dit zijn wij over wie Jezus spreekt in deze verontrustende gelijkenis. Maar wat doet de herder?

Onze verwachtingen lijken veel meer op die van de Farizeeën dan we waarschijnlijk willen toegeven. Wij verwachten namelijk dat God ons komt opzoeken om ons te straffen als we Hem zo verlaten hebben. Wij weten zelf maar al te best dat we schuldig zijn. We leven inmiddels al in die zelfgemaakte hel, wat die wildernis is.

Wij verwachten dat God razend boos zal zijn. We rekenen er al op dat God ons met een stevige stok te grazen neemt en veroordeelt. We verwachten dit omdat dit in ons schapenbrein vastgelegd ligt.

Jezus vraagt dan: Hoe ziet God er werkelijk uit? Wat gaat die herder doen? Hoor dit nu goed! Beluister het met je hart! In deze verontrustende gelijkenis beantwoordt Hij namelijk de vraag: Wie is God? Hoe is Hij? Wat gaat Hij doen?

Jezus zei dat de herder het initiatief nam. Het was een kostbaar initiatief omdat die herder nu de wildernis ingaat. Dat is gevaarlijk voor een herder, net zoals voor de schapen. Hij gaat de wildernis in omdat hij het schaap beschrijft als ‘verloren’. Dat betekent dat dit schaap uitermate kostbaar voor hem is. ‘Het verheugt Mijn hart om nu al Mijn hand op dat schaap te leggen. Het is Mijn intens verlangen om daar te zijn waar het schaap is.’

Dit is het pure kenmerk van het hart van de Herder. Hij gaat daar naartoe waar het schaap zich bevindt om het schaap met Zichzelf te verzoenen om die verbroken relatie te herstellen en het schaap terug te brengen tot zijn doel.

Nee, de Herder schreeuwt niet luid de wildernis in, hopend dat het schaap Hem wel zal horen. Er komt geen luide aankondiging van wie Hij, de grote Herder, wel is. Hij staat er ook niet op dat Hij Zijn eer en de majesteit van Hem als de Herder beschermt wordt omdat dit zo niet verder zou kunnen.

Nee! Hoewel dit wel heel erg veel lijkt op de ‘god’ waar ik recent nog over hoorde preken. Hij schreeuwt de schaap ook geen regels en aanwijzingen toe. Hij stuurt ze ook geen kaart waarop staat hoe ze terug kunnen komen in de kudde.

Dit moet je goed horen! De Herder zelf is de thuisweg voor het schaap! Heb je het gehoord? Het zijn niet de regels! Het zijn niet de aanwijzingen! Het is geen kaart! De Herder zelf is de kaart. De Herder is alle aanwijzingen die zijn samengebald in Zijn Persoon. Veel meer dan dat. De Herder is liefde. Hij is verwantschap. Hij is er niet alleen maar op uit om het schaap terug in de kudde te krijgen, maar om een relatie met het schaap tot stand te brengen.

De Herder neemt het initiatief. Hij wacht echt niet op het moment dat het schaap wellicht om Hem roept. Dat begrijp je toch wel? De Herder neemt het initiatief. Het hele idee is van de Herder omdat de Herder de waarde van het schaap kent. Het schaap kent zijn eigen waarde niet.

De waarde van het schaap is datgene wat bestaat in het hart van de Herder. Het schaap zal zijn eigen waarde nooit beseffen totdat het doorheeft wat de Herder gedaan heeft om hem te pakken te krijgen.

Veel van de gelijkenissen die Jezus vertelde hadden een satirische ondertoon. Bedenkt dat ze bedoeld waren als verontrustende verhalen. Dat moet je altijd in gedachten houden. Het doel is om je manier van denken behoorlijk overhoop te gooien. Gebeurt dat niet dan heb je blijkbaar niet veel van de gelijkenis begrepen.

Lukas 15: 4 Wie van jullie, ……, laat niet de negenennegentig in de wildernis achter,
De Herder liet die negenennegentig in de wildernis achter. Nou eens eerlijk, als er nu een herder meeluistert en meekijkt, je beseft toch wel dat dit idioot is? Negenennegentig schapen in de wildernis achterlaten? Dat om slechts één schaap terug te vinden? Dat slaat nergens op! Wat gaat er dan met die negenennegentig gebeuren?

Ik zei al dat dit een verontrustend verhaal zou zijn. Wat wil Hij hier beweren? Dat ene schaap zou zo buitengewoon waardevol zijn, de Herder verblijdde zich zo in dat ene schaap en hunkerde er zo naar dat wat Jezus hier in een zeer onwaarschijnlijk verhaal weergeeft gewoon weergegeven moet worden met ‘Waanzinnige Liefde’.

Als allereerste wat Jezus jou dus te zeggen heeft over God is dus dat Hij waanzinnig gek op je is. Als mensen zeggen ‘God houdt van mij’, dan klinkt er vaak een soort hemelse lege onzin in door. Ik heb dan soms zin om ze een klap te geven.

Hoe ik dan nogal eens gereageerd heb is: ‘Wat kan het mij schelen dat God van je houdt. Mag Hij je ook echt?’ Dat komt binnen als een bom! Dat is een gelijkenis op zich! Daar hadden ze nog nooit over nagedacht.

God houdt van ons’, maakt van God een soort welwillende godheid, die van tijd tot tijd wel goede gevoelens over ons heeft. Nee, nee, nee! Gods liefde zit vol passie! Gods liefde is een liefde die verwantschap schept. Voor ons natuurlijk denken is Gods liefde waanzinnige liefde!

God komt daar waar wij zijn en verenigt Zichzelf totaal met ons omdat Hij daar zo intens naar hunkert. Dat is Zijn relatie met ons. Extreme liefde! Daarmee brengt Hij de uitermate hoge waarde die Hij in ons ziet tot uitdrukking. Hij tekent daarmee de hunkering die Hij heeft en dat nog maar voor één van ons. Zo gaat God met ons om, één voor één, voor één, voor één alsof jij de enige persoon was die ooit geleefd had.

De Herder gaat de wildernis van het schaap binnen. Dat wil zeggen dat Hij het totale verloren zijn van het schaap binnentreedt. Hij gaat daar binnen waar het schaap zich bevindt. Denk daar nou eens eventjes over door!

Als Hij Zich begeeft daar waar het schaap zich bevindt. Als Hij de totale verlorenheid van het schaap binnengaat, dan moet Hij hetzelfde pad betreden. Een paar uur of dagen daarvoor betrad het schaap nog dat pad betreden. Het was die weg gegaan in dwaasheid, in blindheid, in doofheid, in ongehoorzaamheid, waarbij het wegliep van zijn doel. Zou ik nog wat gedachten uit die kop van het schaap kunnen destilleren, dan zou blijken dat hij dit had gedaan om zo ver mogelijk bij de herder vandaan te komen omdat daar niks valt te beleven.

Hier komt dan de Herder. Hij bewandelt hetzelfde pad. Hij zet Zijn voeten in de hoefafdrukken van het schaap. Hij bewandelt ditzelfde pad echter met liefde, met een doel vol liefde, met een voornemen van liefde. Hij is in de wildernis van het schaap. Hij proeft het, raakt het en ruikt het. Hij is echter niet verloren. Hij wandelt daar niet in een mist. Hij loopt daar niet blindweg. Hij is daar om het schaap te redden. Daarvoor maakt Hij Zich één met de verlorenheid van het schaap.

Als ik de Herder zie, dan hoor ik het motief. Het is alsof vanuit de Herder de energie ontspringt dat ‘Nee!’ zegt tegen het schaap. ‘Nee, Ik zal je niet laten gaan! Ik laat je niet ontsnappen! Ik kom eraan om je te pakken te krijgen!’

Jezus zei: Zo ziet God eruit! Zie je het plaatje voor je? Daar heb je de Farizeeën met hun godsdienst. Zij zagen een ‘god’ die veraf was. Een ver verwijderd ‘god’. Heel veel gelovigen in Amerika en Europa zeggen tegenwoordig ook: ‘God is daarboven’. Als je vraagt waar God is, krijg je het antwoord: ‘Daarboven’. Dat wil zeggen: ‘Zo ver mogelijk weg als dat we hem krijgen kunnen. Hij is daarboven en buitens ons.’. Ze erkennen dus dat er geen relatie is. God is ver weg.

Jezus zegt: ‘Nee! Dat is een afgod! Jullie zitten er niet zo maar een beetje naast! Dat is een afgod! Dat is niet God!’ Dat is dus iets wat de leugen heeft voortgebracht. Hoe is God? Hij is een God die ons opzoekt in onze wildernis! Hij betreedt de paden van onze verlorenheid. Hij verenigt Zich met ons in die puinhoophel waar wij ons in binnengewerkt hebben.

God zit niet te wachten op het moment dat het schaap van gedachten zal veranderen. Hij wacht niet op een telefoontje van het schaap dat dan een beslissing neemt. Dit begrijp je toch wel? Het denken van het schaap staat hier buiten. Dat zit namelijk totaal niet op de golflengte van een terugkeer naar de plek van waar hij thuishoort.

De Herder komt om datgene te doen wat het schaap vanuit zijn eigen mogelijkheden nooit en te nimmer zal kunnen of willen doen. De Herder komt natuurlijk niet om te veroordelen en om te straffen, zoals ik al eerder zei. Hij loopt niet heen en weer te zwaaien met een stevig stuk hout om het schaap daarmee onderhanden te nemen terwijl Hij zou zeggen: ‘Stomme idioot die je bent, ben je nou weer weggelopen?!’

Nee! De Herder komt met louter vreugde, hij komt met gedreven, hunkerend verlangen dat niet kan wachten om bij het schaap te komen dat verloren was. Dus, waar het schaap is en precies zoals het schaap is, daar komt de Herder met Zijn liefdevol verlangen en drijvende kracht, die het eigendomsrecht en de waarde die Hij ziet in dat schaap uitwerkt. De Herder komt om het schaap thuis te brengen en er feest over te vieren. Veroordeling zit totaal niet in Zijn plan.

De Herder overbrugt de enorme kloof en gaat de diepe verlorenheid van het schaap binnen. Daar maakt Hij Zich totaal één met het schaap. Je zou kunnen zeggen dat de Herder daar kwam waar het schaap zich bevond opdat het schaap daar komt waar de Herder Zich bevindt. De grote ruil.

Lukas 15: 5 Als hij het vindt, tilt hij het met blijdschap op zijn schouders,
Alles wat tot nu toe beschreven is over wat de Herder allemaal gedaan heeft, was hierop gericht: ‘Als Hij het vindt’.
Hij was over de rotsen gegaan, door het ravijn, in de diepte en over de top en daar vindt Hij het schaap. ‘Daar ben je dan eindelijk!’

Vreugdedans! De stortvloed van genot! Hij heeft het schaap gevonden! Hij was helemaal afgedaald in waar het schaap zich bevond. Daar waar het schaap zich in het hart van zijn verlorenheid bevond, helemaal in het hart van zijn afdwaling, daar maakt de Herder Zich met hem één! Je zou kunnen zeggen dat de verlorenheid van het schaap eindigde toen de Herder zich openbaarde op de plek van verlorenheid waar het schaap was.

Heb je goed gelezen wat de Herder dan doet als Hij het schaap in die verloren toestand vindt? Hij tilt het met blijdschap op Zijn schouders. Hij maakte er, als het ware, een das van. Ik heb dat in het oosten wel gezien. Ze leggen het schaap zo om hun nek zodat de voor- en achterpoten voorlangs komen. De kop van het schaap ligt op de schouder van de Herder. Hij had het zo om zijn schouders gelegd alsof het een das was.

Je kan eigenlijk geen heerlijker voorstelling hebben dan de eenheid van die twee. Ze waren in één woord: Eén! Als je de Herder vanaf een afstand aan zag komen zou je zelfs niet eens doorhebben dat daar ook nog een schaap was. Heel intiem is dat dier rondom de nek van de Herder geplaatst. Helemaal één met de Herder.

Lukas 15: 5 Als hij het vindt, tilt hij het met blijdschap op zijn schouders,
Kijk, hier zie je geen Herder die het schaap voor Zich uit drijft. Dit is geen Herder die het schaap achterna roept. Dit is puur eenmaking. Dit oude woord ‘eenmaking’ geeft beter weer wat er feitelijk gebeurt dan het woord ‘samenbrengen’. Eén geworden door eenmaking. Twee die één worden. Zo intiem dat de kaak van het schaap tegen de kaak van de Herder aanligt.

Jezus zei hiermee: Kijk, zo is God! Dit geeft helemaal weer hoe God is. Hij komt waar je bent! Hij accepteert je zoals je bent! Hij houdt van je, waar je ook bent en zoals je bent! Hij komt daar waar je bent als je op je allerslechtst bent. Daar verblijdt Hij Zich over jou en maakt Hij Zich één met jou.

Waar heeft de Heer het eigenlijk over, behalve de vleeswording. Wat is de vleeswording? Dat is dat God de grote scheiding overbrugde om onze mensheid binnen te treden en Zich aan ons te verbinden zoals we zijn.
Johannes 1: 14 Het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond.
God heeft Zichzelf aan ons verbonden.

Wat ik nu probeer te zeggen is eigenlijk een studie op zich. In Openbaring, zoals trouwens in het hele Nieuwe Testament, staat dat God niet alleen Herder werd, maar Hij is ook het Lam geworden.
Johannes 1:29 Zie, het lam van God, dat de zonde van de wereld wegneemt.
Dan staat er in Openbaring dat het Lam de Herder is.
Openbaring 7:17 Het Lam, dat in het midden van de troon is, zal hen weiden en hen voeren naar waterbronnen van het leven; en God zal alle tranen van hun ogen afwissen.

Begrijp je wat dit betekent? Hij werd niet alleen de Herder die onze wildernis binnentrad. Hij werd het Lam. Hij werd Eén van de kudde! Hij is daarmee binnen het denken van het schaap gekomen. Hij kwam precies daar waar wij zijn. Dat betekent de vleeswording. Dat betekent het dat God Zich Eén met ons maakte door in de baarmoeder van de maagd Maria te verschijnen. Hij maakte Zich één met ons. Dat betekent ook het woord ‘Immanuel’: God met ons.

God heeft Zich met ons verenigd.
Johannes 17:21 opdat zij allen één zijn, zoals U, Vader, in Mij en Ik in U, dat ook zij in Ons zijn;
Kijk, dat is eenheid. Twee samengevoegd. Wat houdt dat in? De geschiedenis van de Herder wordt nu de geschiedenis van het schaap. Als de Herder naar buiten trekt de wildernis in, dan trekt het schaap naar buiten de wildernis in. Zou de Herder verloren raken, dan zou het schaap verloren raken. De geschiedenis is namelijk samengevoegd.

God heeft Zichzelf aan ons verbonden, aan jou en mij! Zodat Zijn geschiedenis nu jouw geschiedenis wordt. Hij draagt ons, via Zijn sterven en opstanding, de tegenwoordigheid van Vader binnen. De plek van vreugde.

Het evangelie is niet dat wij proberen als Jezus te zijn. Dat zou hetzelfde zijn als dat je het schaap zou wijsmaken dat hij als de Herder moet worden. Nee! Er staat ook nergens dat het schaap Hem naar buiten toe moet volgen. Nee! Wat is dan het evangelie? Hij is ons naar binnen naar de wildernis gevolgd! Dat om ons naar buiten toe te dragen! Alles is in Hemzelf!

Jezus kwam ons niet onderwijzen in de waarheid. Wat zei Hij?
Johannes 14:6 Jezus zei: Ik ben de waarheid
Hij is de Openbaring! Hij is het Leven! Hij is de Weg! Hij staat niet in de wildernis te roepen: ‘schaapie, schaapie, schaapie, kom schaapie!’ Nee, er is geen roep om te komen en Hem te vinden en Hem te volgen. Het is God zelf die Zichzelf met ons verenigt in de vleeswording. Dan leeft Hij het leven voor ons. Hij zet Zijn voeten in onze sporen. Natuurlijk zonder zonde!

Hij heeft Zichzelf zelfs één gemaakt in onze zonde en alles wat het resultaat is van die zonde. Hij verenigt Zich in onze vloek en in onze hel. Hij verzwelgt het volledig! Als Hij dan in de opstanding verrijst, dan komen wij in Hem er mee uit. Als Hij dan opstijgt ten hemel, dan zegt de heilige drie-eenheid: ‘Verblijd je met ons! We hebben namelijk het verloren schaap teruggevonden!’ Dit is het helemaal. Het is de oproep tot een relatie.

Johannes 14:6 Jezus zei: Ik ben de waarheid
Hij geeft je geen kaart. Hij geeft je geen regels. Hij drijft je niet voort. Hij roept je niet. Hij zegt: ‘Lever jezelf aan Mij uit!’ Als ik me uitlevert realiseer ik me dat Hij Zichzelf allang aan mij had uitgeleverd. Hij had mij al in Zichzelf betrokken. Het is eigenlijk alleen een ontwaken in het besef van alles wat Hij is.

Hij heeft het alles tot stand gebracht. Dit is het evangelie. Ik zei het al aan het slot van de vorige studie en nu zegt ik het nog een keer: Bekering is van gedachten veranderen over Wie God is. Daarmee verander ik dus ook mijn gedachten over Wie Jezus is. Hij heeft dit alles tot stand gebracht!

Ik ben het schaap. Maar besef wel dat de Herder gekomen is en dat de Herder mij al om Zijn nek heeft gehangen. De Herder heeft het alles tot stand gebracht. Ik dacht dat ikzelf iets zou moeten doen. Ik dacht dat ik mezelf moest verbeteren. Ik moest mijn wollig voorkomen wat opscheren om me goed te kunnen presenteren om een lam voor God te zijn dat voor Hem acceptabel zou zijn.

Nou blijkt dat het geweldige nieuws is dat Hij al alles tot stand heeft gebracht. Hij is al op de plek gekomen waar ik was. Hij heeft mij allang gegrepen en mij met Zich één gemaakt en Hij heeft mij uit mijn wildernis gedragen. Bekering is dat ik voor dat besef eindelijk wakker wordt. Ik besef dat geloof inhoudt dat ik me uitlever aan de Herder, de de Weg uit de wildernis is.

Christus heeft het alles reeds lang tot stand gebracht. Het goede nieuws is niet iets wat zal plaatsvinden als jij eerst iets doet. Het goede nieuws is niet dat als jij dat doet, dan zal dit het gevolg zijn. Geloof is het besef dat het goede nieuws is. Het is! De absolute verzekering dat het is! Er is verder geen enkele ‘als jij dit doet, dan’.
Nee! Het is tot stand gebracht! Het is volbracht! Het is gedaan! Geloof zegt: ‘Dank U!’

Nou kijk, dit is een gelijkenis. Het heeft dus de bedoeling om je in elk geval een beetje te verontrusten. Tenzij je al een keer eerder verontrust bent geweest en nu tot rust bent gekomen voorbij je verontrusting. Voor de godsdienstige mens, waar en wanneer dan ook, is dit zeer verontrustend nieuws omdat God niet zo in elkaar steekt als dat wij dachten. Dit is God!

Volgende keer gaan we verder met de volgende gelijkenis.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina