U bevindt zich hier: Bijbelstudies Video

Door Malcolm Smith

Het is voor mij een groot voorrecht om hier met jullie samen te zijn. Ik zal jullie de komende weken en maanden regelmatig bezoeken.

De last die ik op mijn hart heb vind je in de volgende vraag: ‘Wie Is God?’
Daarmee komen we gelijk bij: ‘Wie Is Jezus?’
Daar volgt dan gelijk weer de vraag op: ‘Wie Zijn Jij En Ik?’

Ik wil bij gelovigen, zoals jij en ik, de kern van wat we geloven en van wat we begrijpen van Het Evangelie, het goede nieuws dat in Jezus Christus is, uitdiepen. Ik wil daarom nu ook beginnen in Lukas 15. Daar zal ik voorlopig wel eventjes mee bezig blijven.

Voorlopig wil ik alleen nog maar stilstaan bij de allereerste verzen van dit hoofdstuk omdat daarmee het hele gebeuren binnen zijn context geplaatst wordt. Daardoor krijgen we ook gelijk de reden mee waarom Lukas 15 in de Bijbel staat.

Alleen maar de eerste verzen van Lukas 15:
Lukas 15: 1-3 Al de tollenaars nu en de zondaars plachten tot Hem [Jezus] te komen om naar Hem te horen. En de Farizeeën en de schriftgeleerden morden en spraken: Deze ontvangt zondaars en eet met hen. En Hij sprak deze gelijkenis tot hen en zei:

Hier stop ik omdat ik pas bij de volgende keer dat we samenkomen de draad weer oppak bij die woorden: ‘en zei:’. Dan komen we terecht bij wat Hij zei.

Ik ben heel erg geïnteresseerd in deze eerste drie verzen omdat, zoals ik al zei, dit het hele hoofdstuk in zijn context plaatst. Jezus zat rustig te eten.
Mattheus 9: 10-11 Het geschiedde, als Hij in het huis van Mattheus aanzat, ziet, veel tollenaars en zondaars kwamen en zaten mee aan, met Jezus en Zijn discipelen. En de Farizeeën, dat ziende, zeiden tot Zijn discipelen: Waarom eet jullie Meester met de tollenaren en de zondaren?

Het lijkt erop dat ze hier aan een banket zaten. Dat betekent dat ze aan een lange tafel zaten, waar veel personen tegelijk aan konden zitten. Waarschijnlijk zal het op een open binnenplaatst geweest zijn. Je ziet namelijk in de eerste drie verzen van dit hoofdstuk dat de Farizeeën en schriftgeleerden daar ook aanwezig waren, hoewel ze niet aanzaten.

Deze Farizeeën en schriftgeleerden waren de intens godsdienstige karakters van die tijd. Voor 200 % toegewijd aan de godsdienst, de religie. Zij stonden wellicht verzameld bij de poort naar de binnenplaats of misschien stonden ze zelfs aan de kant tegen de muren.

Deze toegewijden stonden daar alleen maar toe te kijken en te luisteren om te ontdekken of ze ook maar iets konden vinden om te bekritiseren en om tegen Jezus te kunnen gebruiken. Jezus had daarentegen zijn feest, banket of party samen met de tollenaars en zondaren.

Bij de tollenaars moet je niet gelijk denken aan de normale belastingdienst. Wat zij deden heeft niets te maken met de huidige belastingen. Zij waren slechte mensen. Zij waren Joden die hun Jood zijn hebben verraden.

Zij zijn voor de Romeinse overheid, de bezetter, gaan werken. Deze Joden hadden zichzelf dus eigenlijk verkocht. Ja, ze hadden hun eigen volk verkocht aan de Romeinse bezettingsmacht door bij hun eigen volk belasting op te eisen voor de Romeinen.

Dat was op zich al erg genoeg, maar meestal voegden ze dan nog een bepaald bedrag toe aan die belastingen. Dat stopten ze dan in eigen zak. Ze werden als minder dan het uitschot van de aarde beschouwd. Zij waren de pariahonden die de afvalbergen van de stad afgingen. Zij werden veracht, bespuugd en gehaat en beschouwd als dè zondaar boven alle zondaren.

Elke Sabbat werden dan ook in de synagoge de namen van de plaatselijke tollenaars publiekelijk luidop voorgelezen, waarbij gesteld werd dat deze mensen nooit en te nimmer vergeving kunnen ontvangen van God. Als ze namelijk vandaag zouden beginnen met hun zonden te belijden, dan zouden ze op de oordeelsdag nog niet klaar zijn. Zo werd dit binnen de godsdienst van die tijd begrepen.

Dan spreken deze drie verzen ook nog over de zondaren. Dit is een uitdrukking zoals die hier door de Farizeeën gebruikt werd. Feitelijk waren de zondaren volgens hun opvatting mensen die niet naar de kerk (synagoge) kwamen. Het waren de mensen die geen belangstelling hadden in al de regels en wetten en voorschriften, zoals de Farizeeën die opdienden. Deze zogenaamde zondaren waren gewone mensen die God in hun leven ondergeschikt gemaakt hadden juist vanwege het leven zoals ze dat bij de Farizeeën zagen.

Wat hier nu plaatsvindt is dat Jezus een eetfeestje houdt samen met tollenaars. Nou zou zelfs een gewoon, net mens per definitie niets te maken willen hebben met een tollenaar. Hij zou nooit een tollenaar aanraken, laat staan dat hij samen met hem zou gaan eten.

De Farizeeën geloofden dat zonde zoiets was als een virus. Het kon overslaan op jou. Als je dan ook samen met tollenaars ergens gaat zitten dan zou je besmet kunnen raken door hun gezelschap.

De Farizeeën staan hier dan ook te griezelen. Ze ergeren zich kapot! ‘Hij zit daar maar te eten samen met tollenaars en zondaren!! Hij zit daar met het allerergste uitschot, met hen die totaal geen plek voor God en de godsdienst in hun leven hebben!

Dit zou ik er nog aan kunnen toevoegen: Met iemand ergens gaan zitten eten in Bijbelse tijd, trouwens net als in veel derdewereldlanden, als je beide naar hetzelfde brood grijpt en dat brood raakt je lippen, dan ben je in een innig verbonden vriendschappelijke relatie met de persoon met wie je samen eet.

Losjes spreekt men nog wel eens van tafelgemeenschap. Maar destijds sloot je daarmee een gezamenlijk verbond. Je zult je wellicht wel herinneren hoe Jezus bij de godsdienstige mens bekend stond?
Mattheus 11:19 De Zoon des mensen is gekomen, wel etende en drinkende, en zij zeggen: Zie, een vraatzuchtig mens en een wijndrinker, een vriend van tollenaars en zondaars.
Lukas 7:34 De Zoon des mensen is gekomen, wel etende en drinkende, en jullie zeggen: Zie, een vraatzuchtig mens en een wijndrinker,
een vriend van tollenaars en zondaars!

Het woord ‘vriend’ is in de Bijbel een verbondswoord. Het houdt in dat Hij Zichzelf aan hen verbonden heeft, dat Hij met het eten van het brood gezworen heeft dat Hij hun vriend zou zijn tot het bittere eind.

De Farizeeën hadden deze mensen uitgesloten. Ze lieten het niet toe dat ze een voet binnen hun heilige plaatsen zouden zetten. Ze lieten hen zeker niet binnen in hun huis. Jezus hadden Zichzelf volledig aan hen verbonden, waarmee Hij zwoer dat Hij hun vriend zou zijn en zat hier publiekelijk samen met hen te eten.

Ik zei al dat de Farizeeën hier stonden te griezelen en zich dood te ergeren. Hun ergernis over Jezus omdat hij zat te eten met tollenaars en zondaren werpt licht op hun beeld van hoe zij God zien. Dat was niet zo maar even iets. Het was niet eventjes een gril in hun denken.

Toen de Farizeeën met hun antwoord op de vraag ‘Wie is God? Hoe moet ik me God voorstellen?’ aankwamen, hadden zij al generatieslang goed doorgedacht, gedebatteerd en argumenten over en weer naast elkaar gelegd en onderzoek gedaan.

Zij die hier in deze eerste drie verzen het woord voerden hoorden zeker bij die goed doorwrochte denkers. Vandaar ook dat zij morden. Ze mopperden, ze stoten elkaar zachtjes aan, ze kijken elkaar met ogen vol afschuw, zo groot als schoteltjes, aan.

Deze mensen hebben er maanden over gedaan om tot deze conclusie te komen: ‘Zo is God!’ Hoe zij nu God zagen was de oorzaak dat zij zo geschokt waren toen zij Jezus met de grootste zondaren zag aanzitten. Begrijp je wat ik probeer te zeggen?

Je hebt hier te maken met het allerbeste godsdienstige denken van die tijd. Hun denkbeeld over wie en hoe God is had tot gevolg dat ze wel moesten aangeven dat Jezus alle nette mensen te schande zette door samen met tollenaars en zondaren te eten.

Ik wil nu graag dat je me heel goed zult aanhoren. Ik hoop ook dat je je er niet door beledigd zult voelen. De Farizeeën zaten er niet zo’n beetje naast. Je begrijpt me wel? Het zat niet zo in elkaar dat ze wel een goede wiel hadden, die alleen maar een beetje schommelt. Het was niet zo dat ze in de basis wel een redelijk goed inzicht hadden over wie God was, maar dat ze enkel op sommige punten er een beetje naast zaten.

De Farizeeën hadden het gezicht van God verdraaid, ze hadden het verwrongen (zoals in een lachspiegel), ze hadden het vuil en gemeen gemaakt. Ze hadden feitelijk de Schriften van het Oude Testament genomen, en dat maakt hen tot de beroerdste van de beroerdsten, ze hadden de heilige Schriften genomen en die door het filter van hun eigen kromgetrokken denken laten lopen. Daarmee hebben ze niets minder dan een afgod opgericht.

Zij aanbaden de God van de Bijbel niet. Zij hadden vanuit hun verstandelijk denken een afgod opgericht. Jezus sprak In Johannes deze zelfde knapen aan, deze Farizeeën:
Johannes 8: 44 Jullie hebben de duivel tot vader en willen de begeerten van jullie vader doen. Die was een mensenmoordenaar vanaf het begin en staat niet in de waarheid, want er is in hem geen waarheid. Wanneer hij de leugen spreekt, spreekt hij naar zijn aard, want hij is een leugenaar en de vader van de leugen.

Nou kijk, dat is nogal een uitspraak! In deze tekst staat het vertaald als ‘een mensenmoordenaar’ en ‘een leugenaar’. Maar in beide gevallen staat daar het lidwoord ‘de’ in werkelijkheid. Dit is nogal een uitspraak!

Jezus zei hier dus niet: ‘Moet je eens even luisteren. Je zult je geloof op sommige punten even moeten bijstellen. Het gaat erom dat je een paar dingen weer in zijn juiste perspectief ziet.’ Nee! Hij zei: ‘Jullie zijn van jullie vader, de duivel. Die is De leugenaar.’ Dat is de hele inhoud van hun geloof over God! Zij hadden een god opgericht vanuit de leugen en de misleiding, vanuit het verdraaide, verwrongen denken dat hun brein is ingespoten door de duivel. Dat is nogal een uitspraak!

Zie je dat de waarheid is dat zij inderdaad hun eigen god hadden uitgevonden? Zij bekeken het zo dat God is zoals zijzelf zijn. Zij hadden een god geschapen naar hun eigen beeld. Je kan het zo zien: God schiep de mens naar Zijn beeld. Toen de mens zondigde draaide de mens de boel om en schiep daarmee nu een god naar zijn beeld. De mens metselde een god uit materialen als stenen en specie van de leugen. Daarmee kwamen ze met dit monster, deze verwrongen, vuil en smerige god.

God is liefde! Zij kwamen aanzetten met een totaal andere god. Daarom zeg ik nog maar eens: Ze zaten er niet zo maar een beetje naast! Zij hadden een god geschapen die het feitelijk helemaal niet is. Zij hadden een afgod gemetseld van de stenen en de specie van de grote leugen.

Wat was die grote leugen? Het kwam uit de mond van hem die Jezus de duivel noemt, de grote leugenaar vanaf het begin. Het hele verhaal heb je in Genesis 3. Wat was nu die grote leugen? De duivel zelf kwam daar in de vorm van de slang bij de eerste mensen. Toen kwam hij met de leugen.
Genesis 3: 4-5 De slang zei tegen de vrouw: Je zult beslist niet sterven, maar God weet, dat op de dag, dat je daarvan eet, je ogen geopend zullen worden, en je als God zult zijn, kennende goed en kwaad.

Ik zal wat de duivel hier zegt in mijn eigen woorden nog eens samenvatten: ‘Zet God aan de kant! Wordt onafhankelijk van God! Verklaar je onafhankelijkheid! Wees jezelf! Neem je eigen beslissingen! Voorzie in je eigen behoeften! Dan zal jijzelf als god zijn!’.

Feitelijk riep hij de mens op om te ontdekken wie ze, volgens hem, werkelijk zijn. Hij zei eigenlijk: ‘God is niet goed! God is niet liefde! In feite onderdrukt God jou! Hij houdt je tegen om te zijn wie je werkelijk bent! Je bent toch niet een schepsel? Je bent toch niet afhankelijk? Het is toch zeker niet de bedoeling dat je voor altijd bij God in de bijstand zit? Jullie zijn zelf goden!!! De enige manier waarop je dat kan ontdekken is als je de zelfverklaring van onafhankelijkheid uitroept! Wees die onafhankelijke persoon die je werkelijk bent!Ontdek dan dat je aangesloten bent aan die god die jezelf werkelijk bent!

Genesis 3: 5 Je zult als God zijn
Dat is De leugen. Het is niet een leugen. Het is De leugen, van waaruit elke verdraaiing van de waarheid voortkomt. De mensheid heeft deze leugen geloofd. Doordat de mens deze leugen gelooft, leeft hij in de waan dat hijzelf het centrum van het universum is. Hij leeft in de waan dat hij nu ook volmaakt moet zijn. Hij moet dan dus ook almachtig zijn. Dat moet dan maar allemaal in hemzelf huizen en ook vanuit hemzelf komen.

Wat is nu de consequentie van zo te denken? Dat is dat je altijd maar bezig bent jezelf te oordelen. Je zult voortdurend naar binnen kijken om te zien hoe je het er vanaf brengt. Je zult dus telkens maar weer aangeven dat je op dat punt dan wel goed was, maar helaas daar nog steeds slecht. Je zult dus voortdurend beter je best doen. Elke dag probeer je nog steviger ertegenaan te gaan.

We zijn natuurlijk helemaal geen god! Het is allemaal puur een illusie, een waandenkbeeld. Door die leugen schamen we ons echter voortdurend omdat we telkens ontdekken wie we werkelijk zijn. Daarom zetten wij als mensen ook telkens maskers op. We bedekken onszelf met schijn om te voorkomen dat iemand zal ontdekken wie we werkelijk zijn. In heel veel gevallen zitten de maskers zo diep in de huid dat jezelf niet eens meer ziet wie je werkelijk bent.

Als gevolg van het wezen van deze leugen zullen we dan ook over de schouder naar de ander gaan kijken. Dan vergelijk je of je beter bent dan die ander. Je concludeert dan dat je het eigenlijk een stuk beter doet. Je zult ook nooit datgene uithalen wat die ander doet. Je vraagt je verontwaardigd af hoe zo’n persoon zoiets heeft kunnen doen. Je bent beland in de wereld van oordeel. Zelfoordeel. Oordeel over anderen.

De Farizeeën waren hier echt briljant in. Weet je nog dat je de Farizeeën kon horen als ze baden.
Lukas 18:11 De Farizeeër stond en bad dit bij zichzelf: O God, ik dank U, dat ik niet zo ben als de andere mensen,

Let op wat er staat. Deze Farizeeër bad tegen zichzelf. Telwijl hij bezig was tegen zichzelf te mompelen, wat hij dan gebed noemde, moet je eens op de woorden letten die hij tegen zichzelf zegt: O God, ik dank U, dat ik niet zo ben als de andere mensen. Dat betekent dat hij alle andere mensen inmiddels als onvolmaakt veroordeeld heeft.

‘Ik ben niet als andere mensen!’ De reden waarom hij zichzelf zo beoordeelde was omdat hij dit en dat doet, maar weer andere dingen naliet. Hij zal echt nooit dat soort zaken doen! Hij stapelt dus zijn gedrag in stapeltjes van ‘goed’ en ‘slecht’ om zich daarna volmaakt te verklaren. Dit is dus het oordelen van anderen, het oordelen van jezelf en het zoeken naar erkenning en goedkeuring.

Het resultaat is een wereld van trieste levens. Als je aldoor maar jezelf zit te beoordelen zullen je nooit eens echt opgewonden raken van iets. Het is een triest leven vol schaamte. Aan de andere kant heb je dan wel dat woedend verblijden over de zonde van anderen, dat geestdriftig boos zijn als anderen falen.

Ze gaan door het leven met die spitse godsdienstige neus, die altijd maar rondsnuffelt op zoek naar iets dat verkeerd is. Dat is nou Zonde!!! Het is afgoderij omdat het voortkomt vanuit dat waandenkbeeld dat jezelf god bent.

Nu komt gelijk de vraag: ‘Hoe Is God?’
Het hele universum is reeds helemaal binnenstebuiten gekeerd. De leugen hangt er als een dikke mist overheen. Hoe zie je dan God? Nou, dan moet Hij precies eender zijn als jezelf bent, maar dan natuurlijk miljarden keren groter. Zo hebben ze dus hun eigen god uitgevonden. Ze komen dan ook allereerst met de gedachte dat hij één brok kracht is.

De Bijbel zegt dat God liefde is (1 Johannes 4: 8, 16). Hij is bewogen (Mattheus 9: 36). Hij is goedertieren (1 Petrus 2: 3). Hij is genadig (Hebreeën 8: 12). Maar zij komen aanzetten met de gedachte dat hij één brok kracht is. Met die kracht beschermt hij zijn eigen perfectie, zijn eigen eer en zijn eigen heerlijkheid. Dat hadden ze afgekeken van hoe zijzelf waren.

Als zij de term ‘heiligheid’ omschreven dan kwamen ze met de gedachten dat God van de zonde walgde. Het betekende volgens hen dat God zelfs niet eens naar de zondaars kon kijken. Het kwam, volgens hen, tot uiting in het feit dat God zich van hen afscheidde.

Waar draait dit nu op uit? God wordt de ultieme rechter. Hij is de ultieme verwerper. Hij is de ultieme boze god. Hij is boos op ons. Natuurlijk is het onmogelijk om het hem naar de zin te maken. Ik ben namelijk nooit zo goed als dat ik wel zou moeten zijn.

Dankzij die grote leugen bekijk ik mezelf als nooit die god die ik naar de belofte van de duivel had behoren te zijn. God moet dus wel enorm van zijn stuk gebracht zijn over mij. Hij moet wel enorm geïrriteerd zijn over mij.

God is de waker! Hij is het voor wie het niet uitmaakt waar je je ook bevindt, hij waakt over je en dan deelt hij je in voor één of ander soort kosmische Olympische Spelen. Hij heeft de eeuwige frons op zijn gezicht. Hij is de trieste, ernstige monstergod.

Het is daarom zo verschrikkelijk omdat ze dit beeld gemetseld hebben uit de stenen en specie van Gods Heilige Schrift. Ze hebben stukjes en beetjes uit het Oude Testament geplukt om daarmee deze god te formeren. Het was niet zo dat zij heidenen in een jungle waren. Zij hadden hun eigen god gevormd vanuit de openbaring van Gods waarheid.

Dit is vandaag de dag nog steeds de grootste vraag! Ik spreek nu tot gelovigen! Ik kom in kerken van elk soort slag. Dan hoor ik het al. Ik hoor het in de liederen die worden gezongen, in de manier dat er gesproken wordt, en ook in de manier dat er gepredikt wordt. Het is deze belangrijke vraag! Hoe beantwoord ik deze vraag: ‘Wie Is God? Hoe is Hij?’

Het antwoord bepaalt jouw hele universum. Het bepaalt hoe jij jezelf ziet en hoe je naar anderen kijkt. Jezus Is God! Begrijp me goed. Hij is niet zomaar een profeet. Hij is niet zomaar een leraar. Hij is niet zomaar een goed mens. De Bijbel leert dat Jezus God uit God is. Hij is de Zoon die door God, de Vader gezonden is. Hij is God, die zich één heeft gemaakt met onze mensheid. Hij is God, die één met ons is geworden. Hij is de openbaring.

Het draait dus om wie God is en hoe God is. Het gaat erom dat we Hem niet uitsluitend als een leraar zien. Dan zouden we dankzij de warboel in ons hoofd nog steeds geen enkel woord begrijpen van wat Hij zei. Nee, Hij is de openbaring van God in wie Hij is en wat Hij doet.

God wordt echt niet bepaald door dat voortreffelijk godsdienstig denken van ons! Jezus is de uiteindelijk definitie van wie God is en hoe Hij is.
Colosse 1:15 Hij is het beeld van de onzichtbare God,
Hij is het die de onzichtbare God in ons vlees zichtbaar gemaakt heeft.
Johannes 1:18 Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, die aan de boezem van de Vader is, die heeft Hem doen kennen.

De eniggeboren Zoon heeft Hem dus verklaard, oftewel uitgelegd of de exegese over Hem gegeven. Daar hebben we dus hoe God eruit ziet, aangezien Hij tot ons kwam in het vlees, in Jezus Christus.

Hier in Lukas 15 zit Hij dus op een feestje. Hij lacht en praat hier met het ergste tuig onder de zondaren. Wat wil dat nou zeggen. Hij accepteert hen volledig zoals ze zijn! Hij wijst hen niet af! Hij verbindt zich volledig met hen via het brood op de tafel. ‘Hij eert en viert de zondaren!’, zeiden de Farizeeën.

Verbazingwekkend, maar deze zondaren worden enorm tot Hem aangetrokken. Zij voelen zich veilig bij Hem. Ik zeg het nog maar eens: Hij accepteert hen volledig zoals ze zijn! Dat deed Hij niet omdat ze beloofd hadden zich beter te zullen gedragen. Ook niet omdat ze in beeldspraak de bladzij hadden omgeslagen. Ze hadden ook geen officiële belofte opgeschreven. Gewoon zoals ze zijn. Een horde tollenaars en de ergste soort zondaren.

Daar zitten ze dan gezellig aan tafel met elkaar in gesprek. De godsdienst van die tijd zit dit alles gruwend en zich ergerend te aanschouwen. Ze zijn enorm geschokt omdat Hij dit tuig accepteert zoals ze zijn. Wat hen betreft zou een beetje god met pit hen definitief afwijzen met de waarschuwing dat ze aan de rand van de hel bungelen.

Integendeel. Jezus veroordeelt hen niet.
Johannes 3: 17 God heeft Zijn Zoon niet in de wereld gezonden, opdat Hij de wereld zou veroordelen, maar opdat de wereld door Hem gered zou worden.
Hier zit Hij zelfs samen met hen. Ik bedoel, als je me een beetje gevolgd hebt, dit is tamelijk schokerend. Want als God nou inderdaad zo zou zijn, kom op….
(slaat zichzelf tegen het hoofd)
Als God inderdaad zo is, dan is God puur liefde!

God is liefde die zich uitstrekt om een relatie te krijgen! Hij is de God die relaties aangaat. Dat is het wezen van Zijn Godheid. Hij maakt verbinding. Het wezen van Godheid is liefde die vreugde bedrijft, die lacht en danst. Dit is dat plezier en vertier dat een afgrijselijk lege echo heeft en dat pijn probeert te verdoezelen.

Dit is ware vreugde. Het is die liefde die diep uit het hart van het hele wezen van God voortkomt. Het spuit eruit als bij een actieve vulkaan van Zijn liefde. Zo is God. Hij wil gemeenschap met ons. Hij richt een tafel toe om samen met ons aan te zitten. Hij verbindt zichzelf aan ons. Gewoon door wat Hij hier doet laat Jezus zien hoe God is.

Wanneer Hij dan hun gemopper hoort gaat Hij hen gelijkenissen vertellen. Dat is natuurlijk de rest uit Lukas 15. Daar komen we in de komende weken wel aan toe. Maar….gelijkenissen. Het zijn niet zomaar verhalen, moet je weten. Je nooit een gelijkenis met een verhaal verwarren.

Ik zal een duidelijke definitie geven: Een gelijkenis is een verhaal dat alles ondersteboven gooit. Het is een schokerend verhaal dat opzettelijk verteld wordt om alles waarvan je dacht dat het voldongen feit was te ontkrachten. Een gelijkenis staat gelijk aan een bom die midden in je brein tot ontploffing komt. Alles waarvan jij dacht dat je het doorhad en wist als een voldongen feit knalt uit elkaar!

Een gelijkenis werkt als een precisiebombardement. Het is een invasie. Het is oorlog! Het is de waarheid die jou keurig opgemaakte denkkader, dat feitelijk in de mist leeft van de grote leugen, binnendringt en je uitdaagt om het hele leven eens opnieuw door te denken. Een gelijkenis zegt dat het niet zo in elkaar steekt als jij denkt. Nee, zo is het!

Daar staan ze allemaal, zo van streek, en Hij vertelt gelijkenissen. Er staan vier gelijkenissen in dit hoofdstuk. Eén dezer dagen hebben we ze allemaal doorgenomen. Vier verloren zaken. Een verloren schaap, een verloren schelling, een verloren zoon en nog een verloren zoon.

Als er nu staat ‘verloren’, nou, je verliest niet iets wat waardeloos is voor je. Ik illustreer dat telkens met het voorbeeld dat ik pennen bezit die erg waardevol voor mij zijn. Ze waren behoorlijk duur. Ik ben gek op pennen. Het is mijn leven, mijn werk. Alles bij elkaar heb ik aardig wat bijzonder waardevolle pennen verzameld. Als ik er nu maar eentje van die pennen mis, dan ben ik het echt verloren. Dat is dan ook de uitdrukking die ik op dat moment zou gebruiken. We zouden dan ook onmiddellijk een groep bij elkaar roepen om te gaan zoeken.

Stel nu dat er op de bank één van die pennen daar gemist wordt, dan heb je grote kans dat het niet eens opvalt dat die er niet meer is. In dat geval zou ik nooit de uitdrukking ‘verloren’ gebruiken. Ik bedoel, het is een stukje plastic met inkt daarin. Vandaag hier, morgen foetsie. Van zoiets zeg je niet dat je het verloren bent. In de hoeveelheid mist er natuurlijk wel één. Alleen als iets waardevol en kostbaar is gebruik je de uitdrukking ‘verloren’.

Jezus vertelt de gelijkenis van vier verloren zaken. Voor de eigenaar zijn ze van uitermate hoge waarde. Bij de laatste gaat het dan over de Vader. Ze zijn zo waardevol dat ze eventueel de hele wereld ondersteboven gooien om het terug te vinden. De inspanningen die genomen worden om het terug te vinden laat zien hoe waardevol ze zijn.

In elke gelijkenis zul je ontdekken dat degene die op zoek is naar hetgeen verloren was, het dan ook vindt met grote vreugde. Terwijl de persoon nog op zoek is naar het verlorene accepteert die persoon het verlorene al volledig en vindt die ook zijn vreugde erin, ook al zijn ze nog verloren.

Door al die gelijkenissen heen wordt het verloren voorwerp of persoon telkens ‘mijn’ genoemd of ‘van haar’. Aan het slot is het telkens dat de vinder zegt:
Lukas 15: 6 Ik heb mijn schaap gevonden,
Lukas 15: 24 Mijn zoon hier was dood en is weer levend geworden,

De zoeker claimt voortdurend het eigenaarschap op. Zelfs toen het schaap, voorwerp of zoon nog verloren was werd het toch beschreven als hun eigendom. Het was niet alleen het eigendomsrecht, maar tevens de grote waarde dat hen voortdreef naar waar het verlorene zich ook maar mocht bevinden.

Wanneer de zoeker dan helemaal binnen die verlorenheid van het voorwerp aankomt verenigt de zoeker zich helemaal ermee. Lees de verschillende gelijkenissen in dit hoofdstuk. Je zult ontdekken dat ze dat doen. Ze maken zich één met datgene wat verloren was. Nadat ze zich ermee één gemaakt hebben brengen ze het naar de plaats om geëerd te worden.
1 Corinthe 4:5 Dan zal aan elk zijn lof geworden van God.

Ze brengen het verlorene naar het feest. De zoeker is degene die dit alles in zijn of haar kracht bewerkt. De of het verlorene heeft daar zelf eigenlijk maar weinig aan te doen behalve dan dat hij het laat gebeuren.

Begrijpen jullie nu wat ik probeer te zeggen. Jezus verklaart daarmee dat Zijn God zo is. Godsdienst gruwt daarvan: ‘Zou God dan daar naartoe gaan waar verloren mensen zijn?’ Ja, daarom zit Jezus daar met de tollenaars en zondaars aan één tafel. ‘Zou God dan naar die plek gaan waar de verlorenen zijn met grote vreugde? En zou Hij hen dan ook nog volledig aanvaarden? Verschijnt Hij daar dan niet met een grote stok en een aankondiging van hun verdoemenis?’

Nee! Inderdaad, Hij gaat op pad vol blijdschap omdat Hij hen gaat vinden. ‘Maakt God zich dan één met zondaren?’Ja! Dat is het goede nieuws. Ja, Hij accepteert ze volledig zoals ze zijn en neemt hen in Zijn kracht mee naar een ereplaats. Hij vergeeft hen en vernieuwt hen, zodat ze klaar zijn voor hun bestemming.

Kijk. Mijn tijd deze keer zit erop. Maar ik wil jullie graag nog iets meegeven totdat we elkaar weerzien. Bekering betekent niet: Jammeren over je zonden!

We zijn er allemaal van bewust dat we gezondigd hebben. Nee, bekering betekent als je het Griekse woord hiervoor opzoekt: van gedachten veranderen’. Het houdt in dat je van gedachten verandert over wie God is! Hij is niet de rechter die jou veroordeelt. Je hoeft Hem niet tevreden te stellen en te plezieren. Je hoeft voor God geen masker op te zetten om te proberen Hem voor de gek te houden.

God is liefde! Hij komt naar je toe in Jezus Christus! Wordt eens wakker gelovige. Dat is wat jij geloofde. Dit is waar het bij de doop allemaal om draait. Wat is dan geloven? Geloof is ‘Ja’ zeggen tegen die God, die voor jou kwam en die zich aan jou gelijk gemaakt heeft en die zich helemaal één heeft gemaakt met jou. Geloof betekent dat ik mezelf aan Hem uitlever in alles wat Hij gedaan heeft en wat Hij ook nu nog altijd doet.

Ik hoop dat ik voldoende gezegd heb om jullie aan het denken te houden. Tot ziens. De Heer Jezus zelf zegent jullie rijkelijk!

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende