U bevindt zich hier: Artikelen Machtelt de Haan

Een Christen Heeft De Heilige Geest Ontvangen (1)

Heilige Geest, Vader en Zoon zijn één
De Here Jezus belooft de Heilige Geest te zenden als Hij heengaat. De Heilige Geest is God, net zo goed als de Here Jezus God is. Wij geloven in één God, er is dus feitelijk geen onderscheid tussen de verschillende personen. Dat kunnen we goed zien in Johannes 14:16-26.

Vers 16: “Ik zal de Vader vragen en Hij zal u een andere Voorspraak geven.”

Vers 19: “Ik zal u geen wezen laten blijven, Ik kom tot u.”

Vers 23: “Wij (Ik en de Vader) zullen tot hem komen en woning bij hem maken.”

Vers 26: “De Voorspraak, de Heilige Geest, die de Vader zal zenden in Mijn Naam.

We zien dat dezelfde gebeurtenis steeds door andere personen wordt ingevuld. De éne keer zend de Here Jezus de Heilige Geest, de andere keer is dat de Vader. Het is de Heilige Geest die komt, maar ook Ik, de Here Jezus, en zelfs Wij, de Here Jezus en de Vader.

We mogen dus de conclusie trekken dat de Heilige Geest God is.

Wanneer komt de Heilige Geest?
Dan is de vraag, bij wie komt de Heilige Geest en wanneer?

We hebben al gezien in Johannes 14 dat de Here Jezus belooft de Heilige Geest te zenden na Zijn vertrek. In hoofdstuk 16:7 herhaalt Hij deze belofte:”…als Ik niet wegga, zal de Voorspraak niet tot u komen; maar als Ik heenga, zal Ik Hem tot u zenden.” Hier lezen we ook dat de Heilige Geest niet kon komen zolang de Here Jezus hier nog was. Tenslotte vinden we dezelfde belofte ook nog in Handelingen 1:5 :”U zult met de Heilige Geest gedoopt worden niet vele dagen na deze.”

Op het pinksterfeest voor de joden
In handelingen 2 wordt deze belofte vervuld. Dit was 10 dagen na de hemelvaart op het pinksterfeest. Dus inderdaad niet vele dagen na deze. In vers 4 lezen we:”en zij werden allen vervuld met de Heilige Geest”. Deze gebeurtenis ging gepaard met allerlei uiterlijke tekenen. Je kunt de Heilige Geest niet zien, dus waren deze tekenen noodzakelijk als bewijs dat de Heilige Geest werkelijk gekomen was. Let ook op het woordje ‘allen’. Allen ontvingen de Heilige Geest, niemand uitgezonderd.

Later voor de niet joden (heidenen)
In handelingen 10:44-48 vinden we weer zo’n manifestatie van de Heilige Geest. Het gaat hier over heidenen, niet Joden. Tot die tijd was het evangelie alleen aan Joden gepredikt, maar hier komt een heiden, Cornelius, tot geloof. Dat hadden ze niet verwacht, want de beloftes waren voor Israël. Maar God laat zien dat het niet bij Israël blijft. Cornelius ontvangt de Heilige Geest op dezelfde manier als op het pinksterfeest. Dat zegt Petrus dan ook in vers 47:”…die de Heilige Geest hebben ontvangen evenals(op dezelfde manier als) wij.” Dat was een bewijs waar ze niet omheen konden. Alle gelovigen tot die tijd hadden de Heilige Geest ontvangen zonder die uiterlijke tekenen, die waren niet nodig. Maar nu gebeurde er iets nieuws en was er weer een bewijs nodig. Daarna lezen we niets meer over speciale tekenen bij de uitstorting van de Heilige Geest.

Wie een relatie met Christus heeft bezit de Heilige Geest
Wel lezen we in Romeinen 8:9 “Maar als iemand de Geest van Christus niet heeft, die behoort Hem niet toe.

Dus als we de Here Jezus toebehoren dan hebben we de Heilige Geest ontvangen, ook al merk je niets van grootse tekenen zoals op de pinksterdag.

Concluderend mogen we dus zeggen dat we allemaal de Heilige Geest hebben ontvangen op het moment dat we de Here Jezus als onze verlosser hebben aangenomen. En hoewel dit op zich een wonder is, ging het niet met wonderen en tekenen gepaard.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.
Startpagina // Volgende