U bevindt zich hier: Artikelen Machtelt de Haan

WWPD - What Would Paul Do?

U kent ze wel, die armbandjes en stickers e.d. met de letters WWJD; what would Jesus do. Ik zou dat graag veranderen in WWPD; what would Paul do.
Paulus zegt dat we zijn navolgers moeten zijn.
Fil 3:17 Weest mijn navolgers, broeders, en ziet op hen die zo wandelen als u ons tot voorbeeld hebt.
1Kor.4:16 Ik vermaan u dus:weest mijn navolgers.
1Kor.11:1 Weest mijn navolgers, zoals ik van Christus.
1Thess.1:6 En u bent navolgers geworden van ons en van de Heer.
Wij mogen dus Paulus navolgen; wij mogen op dezelfde manier volgelingen van Jezus zijn als dat Paulus dat was.

Zoals de discipelen in Lukas 11:1 aan de Heer vragen: Heer, leer ons bidden, zoals ook Johannes zijn discipelen heeft geleerd. Zo mogen ook wij aan de Heer vragen:”Heer, leer ons bidden.” en dan zal Hij ons antwoorden:”Kijk maar naar Paulus en bidt evenzo.”
Dat willen we nu dus gaan doen. Paulus is heel open over zijn gebedsleven, met name in de efeze en kolosse brief.

In beide brieven geeft Paulus aan wat de aanleiding is voor zijn gebed:
Ef.1:15 Daarom ook, daar ik gehoord heb van het geloof in de Here Jezus dat onder u is, en van de liefde die u hebt tot alle heiligen, houdt ik niet op voor u te danken terwijl ik u gedenk in mijn gebeden.
Kol.1:3 Wij danken de God en Vader van onze Here Jezus Christus altijd als wij voor u bidden, daar wij hebben gehoord van uw geloof in Christus Jezus en van de liefde die u hebt voor alle heiligen, om de hoop die voor u is weggelegd in de hemelen.

Paulus hoorde over deze gelovigen in Efeze en Kolosse. Hij hoorde dat zij gekenmerkt werden door geloof, hoop en liefde. Dat zijn de ware kenmerken van een gelovige. Geloof, hoop en liefde horen bij elkaar, ze worden regelmatig samen genoemd. De meest bekende Schriftplaats in dit verband is 1Kor.13. Als Paulus in hoofdstuk 12 heeft gesproken over de gaven die de gelovigen ontvingen, dan gaat hij in hoofdstuk 13 over op de liefde, de betere of hogere weg.

Hij wijst dan op het grote belang van de liefde. In vers 8 zegt hij dan ook: de liefde vergaat nooit. Alles zal op de één of andere manier verdwijnen of voorbij gaan, maar niet de liefde. Vers 13 zegt: En nu blijft geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de meeste van deze is de liefde.
Geloof is volgens Hebr.11:1 de zekerheid van wat men hoopt, de overtuiging van wat men niet ziet. Geloof heeft dus alles te maken met niet zien. Straks zullen we God zien en kennen zoals wij zelf gekend zijn. Ons geloof verandert dan in aanschouwen, nu nog niet.
Hoop volgens Rom.8:24 is ook niet zichtbaar: Een hoop nu die men ziet is geen hoop. Maar straks zal dat wat wij hopen werkelijkheid worden, nu nog niet.

Alleen de liefde, zij is niet eindig. De liefde blijft,want zij vindt haar oorsprong in God, die liefde is.
Toen Paulus dus deze kenmerken van de gelovigen in Efeze en Kolosse hoorde noemen, vond hij daar reden in om voor deze gelovigen te danken en te bidden. En dat niet één keertje, maar...
Ef.1:16 ...houd ik niet op voor u te danken, terwijl ik u gedenk in mijn gebeden en ook...
Kol.1:9 Daarom houden ook wij ... niet op voor u te bidden en te vragen...
Hoe is dat bij ons? Wat beweegt ons tot gebed? Gelovigen die het moeilijk hebben, die ziek zijn of vervolgd worden of een andere nood hebben, die mensen kunnen op ons gebed rekenen. Vreemd genoeg kom je dat nauwelijks tegen in de Schrift.
Wij zouden zeggen:”Met deze gelovigen gaat het goed, die hebben ons gebed niet nodig.” We kunnen ons nog voorstellen dat je voor ze dankt, maar voorbede !? Toch is dat precies wat Paulus hier gaat doen.

Hij vraagt God niet om gezondheid of welvaart, maar hij vraagt om kennis.
Ef.1:17 opdat de God van onze Heer Jezus Christus, de Vader der heerlijkheid,u de geest van wijsheid en openbaring geeft in de kennis van Hem, verlichte ogen van uw hart.
Kol.1:9 te vragen dat u vervuld mag worden met de kennis van zijn wil, in alle kennis en geestelijk inzicht.

Het gaat hier niet over de kennis die opgeblazen maakt, dat is de kennis van de mensen. Hier gaat het over epignosis oftewel kennis van boven, welke van God komt. Deze kennis is ook niet doel op zich, maar..
Ef.1:18 opdat u weet wat de hoop van zijn roeping is, wat de rijkdom is van de heerlijkheid van zijn erfenis in de heiligen en wat de uitnemende grootte van zijn kracht is jegens ons die geloven...
Kol.1:10-12 ...om de Heer waardig te wandelen tot al zijn welbehagen, terwijl u in alle goed werk vrucht draagt en opgroeit door de kennis van God, met alle kracht bekrachtigd, naar de sterkte van zijn heerlijkheid, tot alle volharding en lankmoedigheid, met blijdschap, terwijl u de Vader dankt, die u bekwaam gemaakt heeft om deel te hebben aan het erfdeel van de heiligen in het licht.

Door de kennis die van God komt leren wij zij wil kennen voor ons. De speciale roeping van de heiligen in deze dagen, dat we door het geloof tot één lichaam zijn gevormd, waarvan Christus zelf het hoofd is. We leren onze erfenis kennen, die we in Christus zullen ontvangen. We leren de kracht kennen waarmee Hij in ons werkt. Hoe Hij door genade in ons zowel het willen als het werken bewerkt (Fil.2:13) Door de kennis leren we de Here waardig te wandelen Ef2:10 Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus tot goede werken, die God tevoren heeft bereid, opdat wij daarin zouden wandelen.

De kennis heeft tot gevolg dat we opgroeien, dat we volharden, dat we lankmoedig zijn en het heeft ook blijdschap tot gevolg. Logisch dat Paulus bidt voor deze gelovigen dat zij mogen groeien in de kennis van de Heer. En ook logisch dat hij eerst zoveel hoofdstukken wijdt aan kennis over God en Zijn Zoon en over onze positie als leden van Zijn lichaam voordat hij nog wat praktische aanwijzingen geeft over hoe we in het hier en nu met elkaar om mogen gaan. Wij beginnen meestal achteraan met de vraag wat we moeten doen en komen daardoor niet toe aan de wezenlijke vragen die betrekking hebben op de epignosis, de kennis van God. Niet voor niets zei God al in het oude testament bij monde van de profeet Hosea in Hosea 4:6 Mijn volk gaat te gronde door het gebrek aan kennis. En wij hebben niets van Israël geleerd, want in plaats van ons uit te strekken naar de kennis van God houden we ons bezig met aardse zaken, zoals gezondheid, welvaart en welzijn.

Het is opvallend dat Paulus, hoewel hij in de gevangenis zit, geen moment aan zijn broeders of zusters vraagt om voor hem te bidden voor vrijheid. Hij vraagt wel gebed voor vrijmoedigheid om het woord juist te brengen, om kennis te verspreiden.(Ef.6:19)
Laten we navolgers van Paulus worden en net zo bidden als hij heeft gedaan.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.
Startpagina // Volgende