U bevindt zich hier: Artikelen Machtelt de Haan

Gods Huishouding

We gaan verder met de geestelijke zegeningen die we in Christus hebben ontvangen.

Vorige keer ben ik geëindigd met de geweldige zegen dat God ons Zijn wil bekend gemaakt heeft. Hij heeft ons deelgenoot gemaakt van Zijn plan. Dit plan heeft betrekking op de bedeling van de volheid van de tijden. Vers 10.

Letterlijk staat hier eis oikonomia tou pleroma ton karios dat wil zeggen in de huishouding wat betreft de completering van de tijd.

Oikonomia komt van het woord oikos wat huis betekent. Ook vinden we ons woord economie terug in dit Griekse woord oikonomia. We kunnen dit woord dus het beste vertalen met huishouding. We komen dit woord oikonomia ook tegen in Lukas 16 in de verzen 2, 3 en 4. In dit gedeelte gaat het over een rijke man met vele bezittingen waarover hij rentmeesters aangesteld heeft. Het woord oikonomia wordt hier vertaald met rentmeesterschap.

In efeze 1:10 gaat het dus over een huishouding en wel de huishouding van God. Deze huishouding van God omvat vele bezittingen, alles behoort Hem immers toe, Hij heeft alles geschapen. Net als de rijke man in Lukas 16 heeft God rentmeesters aangesteld om Zijn bezittingen voor Hem te beheren.

We komen dat al tegen bij Adam in Genesis 1:28 En God zegende hen (de mens) en God zeide tot hen: Weest vruchtbaar en wordt talrijk; vervult de aarde en onderwerpt haar, heerst over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over al het gedierte, dat opo de aarde kruipt. En ook in de Hof van Eden Gen 2:15 En de Here God nam de mens en plaatste hemin de hof van Eden om die te bewerken en te bewaren.

Maar ook anderen zijn rentmeesters van God geweest, zoals bv. Noach in Gen. 9:1 En God zegende Noach en zijn zonen en zeide tot hen: Wees vruchtbaar, wordt talrijk en vervult de aarde. En de vrees en de schrik voor u zij over al het gedierte der aarde en over al het gevogelte des hemels, al wat zich op de aardbodem roert en alle vissen der zee; in uw hand zijn zij gegeven.

Toen God zich later een volk uitkoos was dit volk rentmeester, zoals we lezen in Rom. 3:2 in de eerste plaats dat hun de woorden Gods zijn toevertrouwd. En Mozes was rentmeester over dit volk en later o.a. David en zo kan ik nog even doorgaan.

Maar terug naar deze tijd, ook nu heeft God een rentmeester en wel Paulus. Dat vinden we terug in hoofdstuk 3 waar hij het heeft over het rentmeesterschap van de genade van God, mij voor u gegeven.(vers 2)

Al deze verschillende rentmeesterschappen horen bij een huishouding en wel de huishouding van God. In deze huishouding zijn dus verschillende kringen. De kleine kring van het gezin van God en de wijdere kringen die de aardse en hemelse gewesten omvatten.

God maakt ons dus deelgenoot van de plannen die Hij heeft met betrekking tot zijn huishouding. Wij zijn geplaatst in die kleine kring van Zijn gezin, zoals we al gelezen hebben in vers 5; wij zijn bestemd tot het zoonschap.

Gods plan is om als alles gebeurd is, als de tijden kompleet zijn geworden alles wat in de hemelen en wat op de aarde is onder één hoofd samen te brengen in Christus. Christus is dus de erfgenaam van alle dingen. Datzelfde vinden we ook in Fil.2:10 opdat in de naam van Jezus elke knie zich buigt van hen die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn, en elke tong belijkt dat Jezus Christus Heer is, tot heerlijkheid van God de Vader. God zal alles onder één hoofd, Christus, samenbrengen, de andere kant is dat allen zich aan Hem zullen onderwerpen. Het woord dat hier gebruikt wordt duidt op een vrijwillige onderwerping. God dwingt niemand, nu niet en ook straks niet. Alles wat God doet komt voort uit liefde, in overeenstemming met Zijn aard dat liefde is.

Welke plaats nemen wij in dit alles in? De efezebrief gaat immers vooral over onze positie. Vers11 in Wie wij ook erfgenamen zijn geworden. Deze grote erfenis van Christus is dus ook ons deel geworden in Hem. Daartoe zijn wij tevoren bestemd. Dit was nou precies wat God wilde, want dit zou zijn tot lof van Zijn heerlijkheid. Wij die eerst vijanden waren van God, Hem niet eens kenden. Wij zijn door God gekend en bestemd om in Christus deel te hebben aan deze geweldige erfenis. Het is haast niet te bevatten. Spreken we nog steeds over zegeningen? Nee, dit omvat alle geestelijke zegen, meer dan ik tellen kan!

En laat er geen twijfel over bestaan wie wij zijn. Het gaat hier over Joden ( zoals Paulus ook was) die vooraf in Christus gehoopt hadden, zij verwachtten Hem de Messias. Maar het gaat ook over “u” dat wil zeggen heidenen, die die hoop niet hadden en ook niet konden hebben. Maar toen wij die blijde boodschap van onze behoudenis hoorden, hebben we dat ook geloofd. En als bezegeling heeft God ons Zijn Geest gegeven. Zijn Geest is een belofte, een onderpand van onze erfenis. God neemt geen halve maatregelen, Zijn beloften zijn zeker en vast.

Als we dit alles lezen dan kunnen we niet anders dan Hem danken en aanbidden!

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.
Startpagina // Volgende