U bevindt zich hier: Artikelen Machtelt de Haan

Groeten

Efeze 6:21-22 Opdat ook u mijn omstandigheden (letterlijk: de dingen die mij betreffen) weet, hoe het met mij gaat, zal Tychicus, de geliefde broeder en trouwe dienaar in de Heer, u alles bekend maken; opdat u onze omstandigheden weet en hij uw harten vertroost.
Kolosse 4:7 Alles wat mij aangaat zal Tychicus, de geliefde broeder en trouwe dienaar en medeslaaf in de Heer, u bekend maken. Daarom juist heb ik hem naar u toe gezonden, opdat u onze omstandigheden verneemt en hij uw harten vertroost,...
Paulus stuurt Tychicus, de geliefde broeder. Paulus, die in de gevangenis zit, stuurt één van zijn geliefden weg. Hij dacht niet aan zichzelf, maar hij vond het belangrijk dat de gelovigen in efeze en in kolosse de geweldige waarheid omtrent het geheimenis zouden leren kennen en door middel van deze brieven uiteindelijk ook wij.

De naam Tychicus betekent 'bevoorrecht' of 'gelukskind'. En een gelukskind was hij! In de eerste plaats omdat hij God had leren kennen als zijn Vader, hij was door God geliefd. Maar ook omdat hij bij Paulus was toe deze van God het geheimenis ontving. Hij had deze geweldige boodschap uit de eerste hand en mocht haar zelf aan de broeders doorgeven. Ja als God je Zijn boodschap bekend maakt en je die geweldige boodschap mag verkondigen, dan ben je een gelukskind en in dat opzicht zijn we, door de genade van God, allemaal gelukskinderen, wat je naam ook mag betekenen.
Tychicus zou de omstandigheden van Paulus bekend maken en daarmee troost (bemoediging) brengen. Tegenwoordig als we de omstandigheden horen van vervolgde christenen roept dat eerder medelijden op dan dat het vertroosting biedt. Het ging er dan ook niet om dat Tychicus zou vertellen over de gevangenschap van Paulus, natuurlijk was dat een onderdeel, maar “alles wat Paulus betrof”. Dat hield veel meer in. Hij mocht vertellen hoe Paulus van God het geheimenis ontvangen had. De vreugde en de blijdschap die dat in zijn leven en in het leven van zijn metgezellen had gebracht. Tychicus bracht niet alleen brieven waarin dit geheimenis beschreven wordt, maar hij mocht er ook heel persoonlijk van getuigen. Dat zou de broeders troosten! Paulus zat in de gevangenis, maar niet zomaar, hij noemt zichzelf dan ook een 'gevangene van Christus om uwentwil' (ef 3:1). Wat een troost, niet alleen doet God alle dingen medewerken ten goede, nee Hij is het die Paulus naar de gevangenis stuurt om hem daar in alle rust te kunnen onderwijzen aangaande het geheimenis.

In kolosse wordt ook Onésimus genoemd als metgezel van Tychicus. Onésimus was een weggelopen slaaf uit Kolosse, hij had dan ook een persoonlijke brief van Paulus bij zich voor zijn meester Filémon, een aanbevelingsbrief. Daarin kunnen we lezen dat Onésimus tot geloof is gekomen en dat Paulus hem lief had, hij noemt hem dan ook de trouwe en geliefde broeder.Wat een verschil met de trouweloze weggelopen slaaf, die vroeger onbruikbaar was, zoals Paulus in Filémon 11 zegt, maar nu zeer bruikbaar. Hij was één van hen, de kolossers, ze kenden hem en konden dan ook heel goed het verschil zien. Wat een vreugde moet dat zijn geweest.

Gelukkig hield Paulus nog een aantal van zijn vrienden en geliefde broeders bij zich.
Aristarchus, die met Paulus gevangen zat.
Markus, de neef van Barnabas. Deze Markus komen we ook tegen in Handelingen 13 waar hij Paulus en Barnabas verlaat, waar hij voor onenigheid zorgt tussen deze broeders, maar hier is hij toch weer terug bij Paulus in de gevangenis. Ook al neem je soms verkeerde beslissingen, God laat je niet los. Hij gaat altijd met je mee en brengt je waar Hij je hebben wil.
En Jezus, die Justus genoemd wordt.

Markus en Justus zijn uit de besnijdenis oftewel Joden, zij zijn hem tot troost geweest.
Epafras was uit Kolosse, hij was degene die hen het woord van het evangelie geleerd had. Hij was ook degene die een goede boodschap van de kolossenzen naar Paulus bracht. Paulus zegt van hem in kol 4:12 die altijd voor u strijdt in de gebeden dat u mag vaststaan, volmaakt en ten volle verzekerd in de hele wil van God. Ook al zag Epafras degenen die hij het evangelie gebracht had niet meer, voor hem was zijn dienst daarmee niet afgelopen. In zijn gebed was hij nog voortdurend met hen bezig. Paulus getuigt van hem dat hij veel moeite doet voor u en voor hen in Laodicéa en hen in Hiërápolis

Verder krijgen ze de groeten van Lukas, de geliefde arts, en Demas. Dit is de eerste keer dat Lukas bij name wordt genoemd in de Schrift. We kennen hem als de schrijver van het Lukasevangelie en het boek handelingen. Van Lukas weten we dat hij als enige bij Paulus is gebleven. 2Tim4:10 Alleen Lukas is bij mij. Ook Demas die altijd bij Paulus was heeft hem aan het eind van Paulus loopbaan verlaten; 2Tim 4:10 want Demas heeft mij verlaten, daar hij de tegenwoordige eeuw heeft lief gekregen,.. Maar zover is het hier nog niet, Demas groet hen.

Kol.4:16 En wanneer de brief bij u is gelezen, zorg er dan voor dat hij ook wordt gelezen in de gemeente van de Laodiceeërs en dat ook u die uit Laodicéa leest.
Kennelijk waren deze brieven, efeze en kolosse, rondzendbrieven. Waarschijnlijk was de efezebrief in eerste instantie gericht aan Laodicéa. De aansporing van Paulus om beide brieven te lezen mogen ook wij ter harte nemen, deze boodschap van het geheimenis is ook voor ons.

Nog een persoonlijke boodschap aan het eind van deze brief voor Archippus vers 17 Let erop, dat u de bediening die u in de Heer hebt ontvangen, ook vervult. Doordat Paulus dit zo openlijk in deze brief zet, kunnen de andere gelovigen hierin een aansporing vinden om Archippus te steunen in zijn bediening. Welke deze bediening is wordt niet genoemd, maar wat voor een bediening iemand ook van God gekregen heeft, laten we trouw zijn en als broeders en zusters zo iemand steunen.

In de kolossebrief eindigt Paulus met een zelfgeschreven groet, als handtekening.
Denkt aan mijn gevangenschap, niet opdat ze zullen bidden voor zijn vrijlating, maar om de boodschap die er vanuit ging; Paulus, gevangene van Christus om uwentwil.
De genade zij met u. Met deze bede is Paulus weer terug bij het begin van de brief; hoofdstuk 1:2 genade zij u.

In Efeze lezen we geen lijst met namen, maar de Paulinische groet
Ef 6:23-24 Vrede zij de broeders en liefde met geloof, van God de Vader en van de Heer Jezus Christus. De genade zij met allen die onze Heer Jezus Christus in onvergankelijkheid liefhebben.
Ook hier de overeenkomst met het begin van de brief; hoofdstuk 1:2 genade zij u en vrede van God onze Vader en van de Heer Jezus Christus.

Ik kan alleen maar wensen dat deze overdenking van de brieven aan Efeze en Kolosse bij zullen dragen aan het beter kennen van de waarheid van het geheimenis nl. dat we één zijn geworden in het lichaam van Christus waarvan Hij zelf het hoofd is.
Dan wens ook ik u de genade en vrede toe van God onze Vader en van de Heer Jezus Christus.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.
Startpagina