U bevindt zich hier: Artikelen Machtelt de Haan

Wandelen: de wereld of Christus.

In efeze 4:17 gaat Paulus weer verder over onze wandel. In de voorgaande verzen heeft hij duidelijk gemaakt dat alles wat we nodig hebben voor onze wandel ons al geschonken is.
Efeze 4:1 Ik vermaan u dan, ik, de gevangene in de Heer, dat u wandelt waardig de roeping waarmee u bent geroepen.

Efeze 4:17 Dit nu zeg ik en betuig ik in de Heer, dat u niet meer moet wandelen evenals de volken wandelen...
Indien we dus wandelen in overeenstemming met onze roeping, dan is dat niet zoals de volken. De volken kennen God niet en zijn dan ook verduisterd in hun verstand. Ze begrijpen niets van wat God in hun leven wil werken. Ze worden geleid door hebzucht, het eigen ik.

Paulus tekent de mens zonder God in de eerste hoofdstukken van de Romeinenbrief. Hij beschrijft daar verschillende groepen mensen, die allemaal wandelen in vruchteloosheid van hun denken, verduisterd in hun verstand, vreemd aan het leven van God, wegens de onwetendheid die in hen is, wegens de verharding van hun hart, Afgestompt in hun gevoelens hebben zij zich overgegeven aan de losbandigheid om alle onreinheid gretig te bedrijven. (Ef 4:18,19)

Eerst de mens die heel duidelijk voor iedereen in zonde leeft, maar ook de mens die een moreel hoogstaand leven leidt. Die zegt:”Dat soort dingen doe ik niet, ik ben veel beter.” Romeinen2:1 Daarom bent u niet te verontschuldigen, mens, wie u ook bent die oordeelt; want waarin u de ander oordeelt, veroordeelt u zichzelf; want u die oordeelt, bedrijft dezelfde dingen. En mochten de Joden, als Gods uitverkoren volk, nog denken niet onder dit oordeel te vallen, dan maakt Paulus ook daar korte metten mee. Vreselijk is wat hij zegt in Rom 2:24 Want om u wordt de naam van God onder de volken gelasterd.
En uiteindelijk is de conclusie in Rom 3:10 Er is geen rechtvaardige ook niet één.

Zo was de situatie totdat Christus kwam. Hij heeft de zonden van de wereld op zich genomen, is voor ons gestorven en begraven, maar ook weer opgestaan. En die opstanding is ons deel geworden. Wij mogen nu zeggen dat wij met Christus gestorven zijn en met Hem zijn opgewekt. En we zijn met Hem verheerlijkt en zitten met Christus aan de rechterhand van God We zijn met Christus geborgen in God (Kol 3:3)
Daarom geeft Paulus in Efeze 4 ook geen nieuwe regels voor ons, maar hij zegt in vers 20: Maar zo hebt u Christus niet geleerd. Hij wijst ons op Christus en dat is helemaal in overeenstemming met vers 1 waar staat dat we moeten wandelen in overeenstemming met de roeping waarmede wij geroepen zijn.

In de NBG vertaling lezen we in vers 20 Gij geheel anders gij hebt Christus leren kennen. Dit legt iets meer de nadruk op ons; wij zijn anders geworden. En dat is waar, we zijn totaal anders, want niet meer mijn ik, maar Christus woont in mij. Wij krijgen geen opdracht om te veranderen, dat is al gebeurt:
* Wij hebben de oude mens afgelegd
* Wij zijn vernieuwd in de geest van ons denken
* Wij hebben de nieuwe mens aangedaan, die overeenkomstig God geschapen is in ware gerechtigheid en heiligheid.
De verzen 25-31 beschrijven de wandel die bij deze totale verandering hoort, maar niet de regels, nee dit is het logische resultaat. De daden die bij de oude mens horen doet Christus niet, en daarom doen wij dat ook niet, het past ons niet meer. Wij mogen Christus openbaren en dat betekent:
vers 32 weest jegens elkaar goedertieren, welgezind, elkaar vergevend, zoals ook God in Christus u vergeven heeft.

Onze omgang met elkaar wordt gekenmerkt door:
* Goedertierenheid of te wel vriendelijkheid
* Welgezindheid, een bewogenheid voor elkaar die werkelijk uit het hart komt
* En we mogen elkaar vergeven zoals God ons vergeven heeft.

Het woord dat hier vertaald wordt met vergeven is het griekse woord charidzomai. Het woord charis betekent genade. Een betere vertaling zou dus zijn “genade geven” of “genade betonen”. Dit begrip gaat veel verder dan vergeven. Vergeven heeft te maken met kwaad dat je door iemand is aangedaan, maar genade betonen omvat de hele persoon. Door genade te betonen vergeef je de ander niet alleen zijn kwade daden, maar je laat hem toe in je hart. Bij ernstige zaken zoals bv seksueel misbruik is dit een moeilijke zaak. Hoe kun je iemand vergeven, laat staan toelaten in je hart die jou zo iets heeft aangedaan? Dat kun je ook niet, maar Christus kan dat wel! Hij heeft dat al gedaan en Hij wil het ook werken in ons hart.

Neem deze verzen dus nooit als opdracht, dan moet het wel mislukken. Begin niet bij vergeven. De eerste en eigenlijk ook de enige stap is God liefhebben, dan zal God het willen en het werken in je bewerken ook als het om deze zaken gaat.
We hebben een geweldig leven in Christus ontvangen en dat leven wil Hij door ons openbaren. Voor ons geen wet meer, maar een wandel in overeenstemming met de roeping waarmede wij geroepen zijn, d.w.z. een wandel in Christus!

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.
Startpagina // Volgende