U bevindt zich hier: Artikelen Machtelt de Haan

De Gave Van Genade

Efeze 4:7 Maar aan ieder van ons is de genade gegeven naar de mate van de gave van Christus.
Zagen we in het voorgaande gedeelte onze éénheid en wat we gezamenlijk ontvangen hebben, hier laat Paulus ons zien wat we een ieder afzonderlijk, als individu, ontvangen hebben; genade.

Niemand van ons hoeft te denken dat dit niet voor hem of haar is. Ieder van ons, we hebben allemaal genade ontvangen, God maakt hier geen uitzonderingen. De genade die hier genoemd wordt is niet de genade waardoor we gered worden. Je zou kunnen zeggen dat dat een algehele genade is, die voor de hele wereld geldt. Christus is immers voor de hele wereld gestorven.

De genade waar we het hier over hebben is specifiek voor ons bedoeld, voor de gemeente, het lichaam van Christus.
In dat verband lezen we in Kolosse 2:9 en 10 Want in Hem woont de hele volheid van de Godheid lichamelijk, en u bent voleindigd in Hem die het hoofd is van alle overheid en gezag.
In Hem, in Christus, woont de hele volheid van de Godheid lichamelijk. De Heer zegt zelf in Johannes 14:9 Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien. Hij is God geopenbaard in het vlees. In Hem heeft God woning gemaakt. Niet zoals in de tabernakel, dat was een tent dus tijdelijk. God was als het ware op doorreis. Nee het gaat hier om het wonen in een huis. De Here Jezus is de woning van God, volledig. God woont in Hem als in de uiteindelijke bestemming en zo is het ook bij ons. Wij zijn voleindigd in Hem. Eigenlijk staat hier: Gij zijt vervuld in Hem. Zoals Christus gevuld is met God, zo zijn wij gevuld met Christus. Christus heeft in ons woning gemaakt en dus heeft ook God in ons woning gemaakt. Wat een genade! En hierop zijn geen uitzonderingen; alle leden van het lichaam van Christus zijn vervulden van Christus. Hoe dat zo gekomen is laat de Efezebrief zien, maar hier in de kolossebrief lezen we het als een feit.

Efeze 4:7 Maar aan een ieder van ons is de genade gegeven naar de maat van de gave van Christus.
Hier staat het de maatstaf voor deze genade is Christus. Hetzelfde vinden we ook in vers 13 waar het gaat om het doel van de genade nl. de groei tot een volwassen man, tot de maat van de volgroeidheid (volwassenheid) van de volheid van Christus. Dat is dus het doel van deze genade. Uit genade zullen we allen die volwassenheid bereiken, het is Gods werk. Net zoals een kind zichzelf niet kan doen groeien, zo kan ook een gelovige deze groei niet zelf tot stand brengen.

Om deze groei tot stand te brengen heeft God de mensen gaven gegeven zoals we in de volgende verzen kunnen lezen.
In de inleiding had ik al gezegd dat deze brieven, omdat ze over het geheimenis gaan, opvallend weinig aanhalingen uit het oude testament bevatten. Het geheimenis word immers in het oude testament niet genoemd, het was nog verborgen. Maar hier vinden we er dan toch één in Efeze 4:8, verder komen we in deze brief nog één andere aanhaling tegen in Efeze 5:14.
Efeze4:8 Daarom zegt Hij:”Opgevaren naar de hoge heeft Hij de gevangenschap gevangen genomen en heeft de mensen gaven gegeven.”
Over de betekenis van “de gevangenschap” is veel geschreven en gespeculeerd, maar bij de toepassing in de volgende teksten gaat Paulus hier niet op in, dus dat laat ik ook maar zitten.

Waarom haalt Paulus deze tekst ui psalm 68:19 aan?
In vers 9 en 10 lezen we: Dit nu: Hij is opgevaren, wat is het anders dan dat Hij ook is neergedaald naar de lagere delen; de aarde? Hij die is neergedaald, is ook degene die is opgevaren boven alle hemelen, opdat Hij alles zou vervullen.
Paulus tekent hier de positie die de Heer inneemt. Nadat Hij uit liefde voor de mens afgedaald is op aarde, na Zijn lijden en sterven daar, heeft God Hem uitermate verhoogd; Nu is Hij opgevaren naar de hoge. En daar, vanuit die positie, waar wij met Hem verbonden zijn, geeft Hij gaven. De Here Jezus geeft gaven aan zijn gemeente, zijn lichaam, niet als iemand die boven ons staat en ons nog wat kruimeltjes van zijn rijkdom geeft, een despoot. Neen, het is gebaseerd op liefde. Hij weet wat het is om mens te zijn, daardoor weet Hij ook wat we nodig hebben.

In vers 11 lezen we welke gaven Hij aan ons, de gemeente het lichaam van Christus geeft nl. :
En Hij heeft sommigen gegeven als apostelen, anderen als profeten, anderen als evangelisten, anderen als herders en leraars...
Apostelen, profeten en leraars kwamen we ook al tegen in 1Kor 12:28, maar het verschil is dat Paulus in 1Kor nog meer gaven noemt; individuele gaven, zoals genadegaven van genezingen, hulpbetoning, besturing enzovoort. Allemaal gaven die te maken hebben met de aarde, zichtbare zaken als je ziek was kon je genezen worden
als je hulp nodig had, was die voor handen
er waren mensen die de gave hadden om de gemeente te leiden

In onze tijd in de gemeente, het lichaam van Christus, ontbreken deze gaven, want we leven in de tijd van de verborgenheid.
Het lichaam van Christus is verborgen, het is niet dat groepje dat samenkomt op zondag en zich gemeente of kerk noemt. Die situatie hoort bij de nieuwe verbonds gemeente , daar is sprake van een zichtbare, plaatselijke gemeente, zoals we die ook tegenkomen in bv 1Kor 14. Maar nu, God is verborgen en dus zijn ook wij verborgen. In deze tijd vind je geen manifestatie van wonderen en krachten, zoals we die wel tegenkomen in de periode van de handelingen.
Er is dus een gemeente, wereldwijd en door de jaren heen, niet zichtbaar voor de wereld, verbonden met het hoofd, Christus. En die gemeente moet volwassen worden zoals we lezen in Ef 4:13.

De gaven die God geeft in de vorm van personen; apostelen, profeten, evangelisten, herders en leraars, hebben een taak om de heiligen, dat zijn dus alle andere gelovigen, toe te rusten, zodat zij kunnen werken aan de opbouw van het lichaam. En zo kunnen we allemaal tezamen komen (vers 13) tot de eenheid van het geloof en van de kennis van de Zoon van God, tot een volwassen man. Gezamenlijk, maar ook persoonlijk zoals we lezen in vers 14 tot de maat van de volgroeidheid van de volheid van Christus. En dat hebben we hard nodig, omdat we anders onder invloed van mensen heen en weer geslingerd worden. Oh ja, dat herkennen we allemaal wel; de één leert dit en de ander dat. Wat is nu de waarheid? Daarvoor hebben we dus deze gaven. In de eerste plaats apostelen en profeten. Ok die leven niet meer hier op aarde, maar hun woorden hebben we wel. Maar let op het gaat hier om de profeten en apostelen van de gemeente, het lichaam van Christus, dus niet over bv de apostelen van het Lam.
Laten we goed lezen wat Paulus met name in deze brieven geschreven heeft. We hebben al eerder in onze studie gezien dat de apostelen en profeten de grondleggers zijn, ook van voor de gemeente het lichaam van Christus. Verder heeft God evangelisten, herders en leraars gegeven om ons te helpen het Woord van God te verstaan. Die uitleg van het Woord van God moet in liefde gebeuren, zoals ook de Heer de gaven uit liefde gegeven heeft. Een leraar die zich boven de andere gelovigen verheft faalt in zijn bediening. Het gaat niet om de leraar maar om de gemeente, het lichaam van Christus.

Hoe belangrijk is het om dicht bij het woord te blijven er zijn veel machten aan het werk om ons daarvan af te houden. Maar wij moeten dit woord der waarheid vasthouden in liefde (vers 15). Dezelfde boodschap die Paulus ook voor de gelovigen in Korinthe had in 1Kor 13. Geen hete hoofden en koude harten, zo werkt God niet. Maar als God werkt dan: groeien we in alles op tot Hem die het Hoofd is, Christus, uit wie het hele lichaam, samengevoegd en verbonden door elk gewricht dat de ondersteuning verleent naar de werking die elk deel is toegemeten, de groei van het lichaam bewerkt tot opbouwing van zichzelf in liefde.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.
Startpagina // Volgende