U bevindt zich hier: Artikelen Machtelt de Haan

Paulus - Rentmeester

Paulus begint in hoofdstuk 3 van Efeze met een zin die hij direct weer onderbreekt met een hele lange tussenzin.

Efeze 3:1 Daarom ik, Paulus, de gevangene van Christus voor u, de volken
Daarom slaat terug op het vorige hoofdstuk. De reden dat Paulus gevangen zat is gelegen in deze waarheid nl. dat de twee één zijn gemaakt. Paulus noemt zichzelf ook geen gevangene van Rome, maar van Christus. Hij gaat naar de kern van de zaak. Niet Rome heeft zijn gevangenschap geregeld, maar Christus, omwille van de volken. In deze gevangenschap heeft Christus de gelegenheid om Paulus in alle rust het geheimenis te ontvouwen. De hoogste autoriteit in deze gevangenschap is dus niet Rome, maar Christus.

In de Kolossebrief zegt Paulus het zo:
Kol 1:24 Thans verblijd ik mij in mijn lijden voor u en vul in mijn vlees aan wat nog ontbreekt aan de verdrukkingen van Christus voor zijn lichaam, dat is de gemeente...
Paulus verblijd zich in het lijden, omdat hij ziet met welk doel hij moet lijden. Zoals een moeder zich verblijdt als de weeën beginnen, omdat ze weet dat de baby komt.

De woorden en vul in mijn vlees aan wat nog ontbreekt aan de verdrukkingen van Christus vind ik erg moeilijk. Ik weet niet precies wat dit betekent, maar ik weet wel wat het niet betekent. Het betekent nl. niet dat het lijden van Christus niet voldoende zou zijn. Zie bv. Hebr.10:12 Maar Hij, nadat Hij één slachtoffer voor de zonden geofferd heeft, is voor altijd gaan zitten aan Gods rechterhand. En in vers 14: want door één offerande heeft Hij voor altijd hen volmaakt die geheiligd worden. En natuurlijk ook de woorden van Christus aan het kruis: Het is volbracht.

Aan dit werk hoeft dus niets te worden toegevoegd. Wat Paulus toevoegt heeft te maken met de openbaring van het geheimenis, zoals we lezen in Kol 1:25 de gemeente, waarvan ik een dienaar geworden ben overeenkomstig het rentmeesterschap van God dat mij gegeven is voor u, om het woord van God te voleindigen; de verborgenheid,...

Het lijden van Paulus is ten behoeve van het lichaam van Christus, dat is de gemeente.
Het woord gemeente is een vertaling va het Griekse woord ‘ecclesia’, wat letterlijk betekent uitgeroepenen. We komen dit woord dan ook in alle fasen van Gods heilsplan tegen. Elke keer weer roept God zijn uitverkorenen bij elkaar en dat is dan een gemeente. Zo vinden we bv. ook de gemeente van Israël of de gemeente van het nieuwe verbond. Het is dus belangrijk om elke keer weer te kijken over welke gemeente het gaat. In deze tijd roept God zijn uitverkorenen bij elkaar en vormt zo de gemeente, het lichaam van Christus. Dus niet Israël, de bruid of de vrouw, maar zijn lichaam.

Het woord rentmeester komt van het Griekse woord ‘oikonomia’, welke we al eerder tegenkwamen in Efeze 1:10. Daar heb ik al iets uitgelegd over de huishouding van God en de verschillende rentmeesters. Paulus is dus de rentmeester van de gemeente, het lichaam van Christus. Zijn taak was om het woord van God te vervullen en daarmee wordt het geheimenis geopenbaard.

Het woord van God is nu dus kompleet; alles is nu geopenbaard van Adam tot Paulus. Indien iemand beweert nog een openbaring van God te hebben is hij dus een leugenaar. We kunnen openbaringen zoals bv. het boek van Mormon en dergelijke dus gewoon naast ons neer leggen, we hoeven deze niet te onderzoeken, want het Woord van God is kompleet. Ik heb ook geen profeet meer nodig, want alles is al te vinden in het Woord van God. Het is niet voor niets dat we de apostelen en profeten in het fundament vinden. Nu zullen we deze gaven niet meer tegenkomen, want het fundament ligt, het woord van God is kompleet.

Wat was dan die aanvulling op het woord van God?
Kol.1:26 de verborgenheid, die van alle eeuwen (aionen) en geslachten (generaties) verborgen is geweest, maar die nu geopenbaard is aan zijn heiligen.
Deze verborgenheid of dit geheimenis is de kern van de brief, zowel van de kolosse- als ook van de efezebrief. We komen dit woord in deze brieven dan ook meerdere keren tegen:

Efeze 1:9 de verborgenheid van zijn wil.
We zien hier dat de verborgenheid naar de wens van God is. Dit is wat Hij altijd heeft gewild, dit leefde in zijn hart.
Ef.3:3 Dat mij door openbaring de verborgenheid is bekend gemaakt.
Paulus is de rentmeester van deze verborgenheid. God heeft het hem geopenbaard in de gevangenis van Rome.
Ef.3:5 de verborgenheid van Christus die in andere geslachten de zonen van de mensen niet bekend is gemaakt.
en Ef.3:9 de verborgenheid die van alle eeuwen verborgen was in God.
En Kol.1:26 de verborgenheid die van alle eeuwen en geslachten verborgen is geweest.

Nergens in het woord van God komen we dit geheimenis tegen, totdat Paulus het openbaart. Alleen God wist het, het was verborgen in Hem.
Ef.5:32 Deze verborgenheid is groot, maar ik doel op Christus en de gemeente.
De twee zijn tot één vlees geworden, één lichaam.
Kol.1:27 de verborgenheid onder de volken, welke is Christus in u.
We zijn inderdaad volledig één gemaakt met Christus. Hij het hoofd, wij de leden van Zijn lichaam.
Kol.2:2 tot kennis van de verborgenheid van God.
Deze kennis is belangrijk en dat wenst Paulus ook alle gelovigen toe.

Als het gaat om voorbede, dan vraagt Paulus gebed om dit geheimenis te prediken.
Ef.6:19 bid voor mij, dat mij bij het openen van mijn mond het woord gegeven mag worden om met vrijmoedigheid de verborgenheid van het evangelie bekend te maken.
Kol.4:3,4 en voor ons bidt, dat ons een deur voor het woord opent om over de verborgenheid van Christus te spreken, ter wille waarvan ik ook gevangen ben, opdat ik die zó openbaar als ik behoor te spreken.

God heeft dit geheimenis bekend gemaakt aan zijn heiligen lezen we in Kol.1:26. In Ef.3:5 zegt hij: zoals zij nu in de Geest geopenbaard is aan zijn heilige apostelen en profeten.
Het geheimenis is niet aan de wereld geopenbaard, voor hen is het nog verborgen, maar aan zijn heiligen, diegenen die door Hem apart gezet zijn, en dan nog meer in het bijzonder aan de heilige apostelen en profeten. Deze hebben het ons geopenbaard.
Kol.1:27 Aan hen heeft God willen bekend maken welke de rijkdom is van de heerlijkheid van deze verborgenheid onder de volken, welke is Christus in u, de hoop van de heerlijkheid.

Inderdaad we zijn rijk in Christus. Rijker dan alle gelovigen voor ons. Werd aan voorgaande gelovigen nog aardse welvaart en lichamelijke gezondheid beloofd,( in Deuteronomium 28 vinden we de aardse zegen, die aan Israël werd beloofd) ons wordt Christus zelf toebedeeld. In Hem zijn we dan ook gezegend met alle geestelijke zegen. In Hem aan het hart van de Vader gebracht. Beter kunnen we het niet krijgen. Ja, toch, want Hij is ook onze hoop. Waar hopen we dan nog op? Op de verlossing van ons lichaam en onze lichamelijke één wording met Hem in de hemel.

Vers 28: Hem verkondigen wij, terwijl wij iedere mens terecht wijzen en iedere mens leren in alle wijsheid om iedere mens volmaakt te stellen in Christus
Paulus verkondigde Christus, zoals Hij zich in het geheimenis openbaart. Het woord terechtwijzen kan ook vertaald worden met vermanen of opvoeden. Het doel van Paulus onderwijs was dus ons op te voeden en te onderwijzen om ons volmaakt te stellen in Christus. Dit onderwijs is individueel. God heeft ons allen persoonlijk op het oog, we zijn ieder voor zich belangrijk voor Hem. Gezamenlijk vormen we dan het lichaam van Christus, de gemeente, welke uiteraard ook volmaakt is, zonder vlek of rimpel.

Vers 29: Hiervoor arbeid ik ook onder strijd.
Paulus komt terug op wat hij al eerder zei in vers 24 waar hij het heeft over het lijden voor u en in Ef.3:1 waar hij zichzelf de gevangene van Christus voor u noemt. Maar hij noemt er nu iets bij: naar Zijn werking, die in mij werkt met kracht. Het is God zelf die werkt, zoals we ook kunnen lezen in:
Fil.2:13 want het is God die in u werkt, zowel het willen als het werken, om zijn welbehagen.
En in Fil.4:13 ik vermag alles door Hem die mij kracht geeft.
En in Ef.2:10 want wij zijn zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus tot goede werken, die God tevoren heeft bereid, opdat wij daar in zouden wandelen.

We lazen al in vers 24 dat Paulus zich verblijdde in zijn lijden. Daarom wil hij ook dat zijn lezers daarvan weten. Hij wil hem troosten. Hij heeft het over u, dat zijn de gelovigen in
kolosse en hen in Laodicea en allen die mijn aangezicht in het vlees niet hebben gezien. Dat laatste vooral omvat dus alle latere lezers van deze brief, waaronder ook wijzelf. Paulus troost ons door te laten zien dat zijn lijden voor hemzelf een vreugde was. Voor ons gevoel is lijden nooit een reden tot vreugde, maar Paulus ziet dat anders, hij kijkt verder en zegt dat door dit lijden het geheimenis openbaar wordt gemaakt.

Door deze kennis van het geheimenis worden wij in liefde met elkaar verbonden en komen wij tot alle rijkdom van de volle zekerheid van het inzicht, tot kennis van de verborgenheid van God. Realiseren we ons wel wat hier staat? Dat wat in God verborgen was, wat in zijn hart was, wordt ons bekend gemaakt. En dat is: Christus, in Wie al de schatten van de wijsheid en kennis verborgen zijn.(Kol.2:2,3) Alles wat we willen weten, alle kennis en wijsheid die we nodig hebben is te vinden in Christus. Dat heeft dus niets te maken met intelligentie, maar met relatie. Alle kennis en wijsheid ligt besloten in onze relatie met Christus.

Dezelfde blijdschap van Paulus die we hier vinden, vinden we ook in Fil.2:17 :
Maar ook al word ik als een drankoffer uitgegoten over de offerande en bediening van uw geloof, dan verblijd ik mij en ik verblijd mij met u allen. En u evenzo, verblijd u en verblijd u met mij.
Voor Paulus is het een vreugde bij te mogen dragen aan het geloof van ons en daarom, zegt hij, mogen ook jullie je daarin verblijden.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.
Startpagina // Volgende