U bevindt zich hier: Artikelen Machtelt de Haan

Gods Maaksel

In Efeze 2 richt Paulus zich weer in het bijzonder tot de gelovigen uit de heidenen, ook u. Zoals we ook gezien hebben hoofdstuk 1:13.

Ook u, dood zijnde ten opzichte van uw overtredingen en zonden.
De meeste vertalingen zetten ons hier op het verkeerde been. Er staat niet dat wij dood waren, maar het werkwoord staat in de tegenwoordige tijd. We zijn dood als het gaat om onze overtredingen en zonden. Zoals we dat ook kunnen lezen in de Romeinenbrief (met name in hoofdstuk 6).

Dit is dus onze situatie nu, maar vroeger was dat anders, voordat we ons vertrouwen op de Here Jezus stelden; waarin u vroeger hebt gewandeld overeenkomstig de tijdgeest van deze wereld.
Het woord wandelen duidt er op dat we ons er in thuis voelden, het was onze normale wandel, iedereen doet het zou je kunnen zeggen.

Ook hier weer een vertaalprobleem. Onze vertaling heeft hier staan “tijdgeest van deze wereld” anderen “de loop van deze wereld” en weer anderen “de eeuw van deze wereld”. Letterlijk staat hier ajon tou kosmos. Een ajon of aioon is een tijdperk, daarom wordt het vaak vertaald met eeuw, maar het is geen periode van 100 jaar. Een aioon is dus een tijdperk, begrensd, maar niet duidelijk omschreven hoe lang hij duurt. God heeft een plan der aionen, ook wel genoemd een plan der eeuwen. We leven in de huidige aioon, maar er komen nog een aantal aionen en er zijn er ook al een aantal voorbij. Het voert te ver daar nu helemaal op in te gaan.

De huidige aioon wordt gekenmerkt door zonden en overtredingen en de overste van deze aioon is de grote tegenstander van God, de satan. De geest die nu werkt in de zonen van de ongehoorzaamheid (vers 2b). Zoals er zonen van God zijn, zo zijn er ook zonen van de ongehoorzaamheid. Als je een keuze kunt maken vóór God, kun je ook een keuze maken tegen God. Deze mensen worden zonen van de ongehoorzaamheid genoemd; zij willen zich niet laten overtuigen van de genade van God.

In vers 3 gaat Paulus weer over op wij – de gelovigen uit de Joden.
Onder wie ook wij allen vroeger verkeerden.
Ook voor de Joden was dat de situatie, of zoals we lezen in Romeinen 3:10 Er is geen rechtvaardige ook niet één.
Van nature waren ook de joden kinderen van de toorn, evenals de overigen. Het oordeel van God gaat over alle mensen; allen hebben gezondigd en komen tekort aan de heerlijkheid van God (Rom.3:23).

Maar God, die rijk is aan barmhartigheid, heeft ons vanwege zijn grote liefde waarmee Hij ons heeft liefgehad, toen ook wij dood waren in onze overtredingen mede levend gemaakt met Christus. Vers 5
Het woordje maar zoals gebruikt in dit vers is misschien wel een van de meest genadevolle woorden van de Schrift. Als we het voorgaande lezen over zonde en toorn van God, dan lijkt het of we tegen een muur oplopen, je zou er moedeloos van worden. En dan het woordje maar. Opeens is daar een deur, een ontsnapping. Het woordje maar verandert alles. Niks uitzichtloosheid, niks toorn van God. Maar God. God zelf grijpt in. God die rijk is aan barmhartigheid. Het beeld van een toornige wraakzuchtige God klopt helemaal niet.
Onze God is een barmhartige, liefdevolle, genadige God. En zelfs met deze beschrijving doe ik Hem nog tekort. Zijn liefde en barmhartigheid zijn zoveel groter dan we beseffen kunnen. Zijn liefde ging naar ons uit toen wij dood waren in onze overtredingen. Of zoals Paulus het in rom.5:8 zegt: God bevestigt zijn liefde tot ons hierin, dat Christus voor ons gestorven is toen wij nog zondaars waren.

Er was niets in ons dat Zijn liefde opriep, integendeel. De liefde van God was éénrichtingsverkeer. God vroeg en vraagt niets van ons. Wij zouden Hem ook niets kunnen geven waarmee we zo'n grote liefde zouden kunnen verdienen. “Ja maar je moet wel spijt hebben, berouw tonen” wordt er dan gezegd. Ach berouw komt meestal pas nadat we de genade van God hebben leren kennen, pas dan zien we de grootte van de zonden, die we begingen. Maar dan hoeven we er niet meer naar te kijken, want God heeft al onze zonden weggedaan. Kijk, dat is nou genade! Uit genade bent u behouden.

En dat is nog pas het begin. Hij heeft ons toen wij dood waren in de overtredingen, mede levend gemaakt met Christus en heeft ons mede opgewekt en mee doen zitten in de hemelse gewesten in Christus Jezus,
Een kenmerkend woordje of eigenlijk voorvoegsel in de efezebrief is 'sun' oftewel 'mee'
We hebben gezien dat Christus als hoofd is gegeven aan de gemeente, die zijn lichaam is. Daarom is onze positie in alles met Christus.

Hij heeft ons met Christus levend gemaakt. Wij waren dood maar nu niet meer; Zijn leven is ons leven geworden.
We zijn mee opgewekt. Hier staat niet dat we opgestaan zijn, dat kan ook niet, want om op te staan moet je eerst letterlijk sterven. Dat is dus nog toekomst. Maar de opstandingskracht is wel al ons deel. De Heer is opgewekt en wij met Hem.
En we zijn mede geplaatst in de hemelse gewesten. In hoofdstuk 1:20 hebben we gelezen dat Christus geplaatst is aan de rechterhand van God. Daar zit Christus in de plaats van heerschappij en wij met Hem.
Dat is dus nu onze positie. Ik kan dat niet zien of voelen, maar Gods woord zegt het en dat is genoeg.

Vers7: opdat Hij in de komende eeuwen de uitnemende rijkdom van zijn genade zou betonen in goedertierenheid over ons in Christus Jezus.
God heeft ons geroepen met een doel, namelijk om de rijkdom van Zijn genade te tonen. Dat gaat Hij doen in de komende aionen. De eerstkomende aioon na deze huidige aioon, waarin de zonde heerst, omvat de heerschappij van Christus op aarde, het koninkrijk van God. Onze positie is al in deze komende aioon, wij zijn immers al geplaatst in het koninkrijk van Zijn Zoon (kol 1:13).

In hoofdstuk 3:10 lezen we aan wie die rijkdom van genade gepredikt wordt. Opdat nu aan de overheden en de machten in de hemelse gewesten door de gemeente de veelvoudige wijsheid van God bekend gemaakt wordt.
Wij hebben dus niet de opdracht om het evangelie te prediken in de hele wereld zoals we lezen in Markus 16:15 Gaat heen in de hele wereld en predikt het evangelie aan de hele schepping. Dat is de opdracht voor de gelovigen uit het nieuwe verbond. God heeft een plan en in dat plan gebruikt Hij mensen, maar wel op Zijn manier. Hij heeft gelovigen geroepen voor deze wereld, Israël is geroepen om de blijde boodschap te verkondigen aan de volken.

Hij heeft gelovigen geroepen om de wijsheid van God bekend te maken aan alle overheden en machten in de hemelse gewesten. Daarvoor heeft Hij de gemeente, het lichaam van Christus, geroepen. Laten we dus in onze eigen roeping blijven en niet het werk van een ander gaan doen.

Betekent dit dat ik niet meer evangeliseer? Ik moet u eerlijk zeggen ik kan gewoon niet zwijgen over wat God in Christus aan mij heeft gedaan. Ik wil iedereen wel vertellen van Zijn grote liefde en het geweldige leven dat Hij aan mij heeft gegeven. Als dat evangeliseren is, dan doe ik dat met veel plezier, maar niet als opdracht.
Wat is dan onze opdracht? Die is er niet!

Er staat niet dat wij de rijkdom van zijn genade moeten tonen. Hij gaat dat doen. God gaat als het ware met ons pronken, zoals we ook lezen in hoofdstuk 5:27 opdat Hij de gemeente voor Zich zou stellen, heerlijk, zonder vlek of rimpel of iets dergelijks, maar opdat zij heilig en onberispelijk zou zijn.

Efeze 2:8,9 Want uit genade bent u behouden, door het geloof; en dat niet uit u, het is de gave van God; niet op grond van werken, opdat niemand roemt.
Wij zijn behouden, maar het is niet ons werk, het is Gods werk en dat wil Hij tonen aan de geestelijke wereld. Door het geloof,maar welk geloof? In Romeinen 3:22 lezen we over de gerechtigheid van God door het geloof van Jezus Christus. Het is niet ons geloof dat ons behoud, maar het geloof of de geloofsgehoorzaamheid van Christus. Ons eigen geloof maakt het mogelijk dat we er ook van kunnen genieten. Maar het is helemaal Gods werk, zijn geschenk aan ons, zonder dat wij er iets voor hoefden te doen. Waar is dan de roem? Zij is uitgesloten. (Rom 3:27)

Vers 10 Want wij zijn zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus...
Het woord scheppen duidt altijd op iets nieuws. We zijn ook een totaal nieuwe schepping, we horen niet meer bij de aarde, maar onze plaats is nu in Christus in het hemelse. Dit is echt nieuw.

Het woord dat Paulus hier gebruikt voor maaksel is poiema, ons woord poëm of gedicht is daar van afgeleid. Wij zijn Zijn gedicht, het zelfde woord wordt ook gebruikt in Romeinen 1:20 als het gaat over zijn eerste werken want van de schepping van de wereld af worden wat van Hem niet gezien kan worden, zijn eeuwige kracht en Goddelijkheid, uit zijn werken (poiema) met inzicht doorzien.

Dus wat de mens betreft kan God gezien worden door Zijn eerste gedicht, de schepping van de aarde en alles wat daarop is. Wat de overheden en machten in de hemelse gewesten betreft kan Gods goedheid en genade gezien worden door Zijn tweede gedicht, de gemeente, het lichaam van Christus, oftewel de nieuwe mens. God als dichter! God heeft zijn ziel blootgelegd in zijn gedichten. Door zijn gedichten laat Hij zijn diepste innerlijk zien. En dat gedicht zijn wij!
Maar wat moet ik nou doen? Niets!
Wij zijn wel geschapen tot goede werken, maar nergens staat dat dat onze goede werken zijn, integendeel, God heeft de goede werken al bereid en wij mogen daarin wandelen. Net zoals we wandelden in overtredingen en zonden in overeenstemming met onze aard, wandelen we nu in goede werken. We kunnen niet anders, we horen thuis in Gods wereld, in de komende aioon, in het koninkrijk van de Zoon van zijn liefde.

In Kolosse 1:21,22 lezen we hetzelfde
En u die er vroeger vreemd aan was en vijandig gezind was door uw boze werken, heeft Hij echter nu verzoend in het lichaam van zijn vlees door de dood, om u heilig, onberispelijk en onstraffelijk voor Zich te stellen.
Het gaat weer in de eerste plaats over de gelovigen uit de heidenen. Ook hier toont Paulus onze afkomst en onze nieuwe positie in Christus. Ook hier pronkt God met ons; heilig, onberispelijk en onstraffelijk.

En wat ons betreft kol 3:1-3 Als u nu met Christus opgewekt bent, zoekt dan de dingen die boven zijn, waar Christus is, gezeten aan Gods rechterhand. Bedenk de dingen die boven zijn, niet die op de aarde zijn. Want u bent gestorven en uw leven is met Christus verborgen in God.
Bedenk de dingen die boven zijn, daar is onze wandel.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.
Startpagina // Volgende