U bevindt zich hier: Artikelen Machtelt de Haan

Inleiding, Paulus in de gevangenis

De brief aan de Efeziërs en de brief aan de Kolossenzen.
Bij deze studie heb ik gebruik gemaakt van de zogenaamde Telos-vertaling.

Inleiding
Deze twee brieven horen bij elkaar, ze zijn geschreven in de zelfde periode en behandelen hetzelfde onderwerp. Ze worden wel tweelingbrieven genoemd.

Het zijn rondzendbrieven, niet bedoeld voor één bepaalde plaats, na lezing moest hij doorgestuurd worden, zoals we ook lezen in Kol4:16 En wanneer de brief bij u is gelezen, zorgt er dan voor dat hij ook wordt gelezen in de gemeente van Laodicea en dat ook u die uit Laodicea leest.

In onze vertaling staat 'in Efeze' (Ef1:1) tussen vierkante haken. Dat wil zeggen dat deze woorden niet in alle handschriften worden teruggevonden. Het zou heel goed kunnen dat de brief aan Laodicea, zoals genoemd in de Kolossebrief, in onze vertaling de Efezebrief wordt genoemd.

Ze zijn geschreven in de tijd dat Paulus in Rome in de gevangenis zat aan het einde van de handelingen periode. Ze horen bij de zogenaamde gevangenisbrieven.
Het onderwerp is, kort gezegd, de openbaring van het geheimenis.

Paulus zat in de gevangenis.
Dit blijkt o.a. uit de volgende verzen:
Ef.3:1 Daarom ik, Paulus, de gevangene van Christus Jezus voor u, de volken...
Ef.4:1 Ik vermaan u dan, ik de gevangene in de Heer,...
Kol.4:3 ...ter wille waarvan ik ook gevangen ben.
Kol.4:10 U groet Aristarchus, mijn medegevangene,..
Kol.4:18 Denkt aan mijn gevangenschap.
Paulus heeft meerdere keren in de gevangenis gezeten, maar deze periode wordt beschreven in Handelingen 28

Paulus is na veel omzwervingen uiteindelijk in Rome terechtgekomen en woont daar in zijn zelf gehuurde woning. Daar kan hij iedereen ontvangen die hij wil, maar hij kan niet weg, hij is in ketenen zoals blijkt uit vers 20 want vanwege de hoop van Israel heb ik deze keten om.
Hij nodigt de voornaamste van de Joden, die in Rome zijn, uit om verantwoording af te leggen van de reden van zijn gevangenschap; dat is de boodschap van het heil door Jezus Christus, de Messias van Israël. Hij legt hen dan het koninkrijk van God uiten trachtte hen te overtuigen aangaande Jezus, zowel uit de wet van Mozes als uit de profeten...(hand.28:23) En hoewel er sommigen waren die geloofden, anderen niet. Ze werden het niet met elkaar eens.

Dan haalt Paulus de woorden van de profeet Jesaja aan;
Jes.6:9,10 Ga tot dit volk en zeg: Met het gehoor zult u horen en geenszins verstaan, en kijkend zult u kijken en geenszins zien; want het hart van dit volk is vet geworden en hun oren zijn hardhorend geworden en hun ogen hebben zij gesloten, opdat zij niet misschien met hun ogen zien en met hun oren horen en met hun hart verstaan en zich bekeren en Ik hen gezond maak.

Paulus eindigt dan het gesprek met de conclusie in vers 28: Het zij u dan bekend dat deze behoudenis van God tot de volken is gezonden; zij zullen ook horen.
Er volgt dan ook een grote ommekeer in de prediking. Tot op dat moment kwam het heil via de Joden, zoals God belooft had in het Oude testament. Als we in het boek handelingen lezen over de zendingsreizen van Paulus dan kunnen we zien dat hij, waar hij ook komt, eerst naar de synagoge gaat, pas daarna zijn de heidenen aan de beurt (Hand.9:20, 13:5,14, 14:1, 17:2,10,17, 18:19, 19:8).
Ook in de Romeinenbrief, die in deze periode geschreven is, komen we dit principe tegen.
Rom.1:16 Want ik schaam mij niet voor het evangelie; want het is Gods kracht tot behoudenis voor ieder die gelooft, eerst voor de Jood, en ook voor de Griek.
Van af nu wordt deze behoudenis van God dus tot de heidenen gezonden, zonder tussenkomst van Israël.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.
Startpagina // Volgende