U bevindt zich hier: Artikelen Machtelt de Haan

Nieuwe Gemeente: Opnieuw Israel

Kijken we nu naar het nieuwe testament, geschreven in het Grieks, dan vinden we hier het woord 'ecclesia'. De betekenis van dit woord is 'eruit of naar buiten roepen'.
Het woord ecclesia komen we niet alleen tegen in de betekenis van gemeente van God, maar bv. ook in handelingen 19, waar het gaat over een samenscholing. Vers 32 :
Sommigen dan schreeuwden dit, anderen dat, want de vergadering was in verwarring en de meesten wisten niet waarom zij waren samengekomen.
Wij concentreren ons op de gemeente van God.

De gemeente van God/ het volk van Israël bestond nog steeds, alleen handelden zij niet meer als zodanig. Het merendeel van het volk van Israël handelde niet meer in overeenstemming met God. Er was nog een klein gelovig overblijfsel, zoals bv. Simeon en Anna en ook Johannes de Doper en zijn ouders en uiteraard Jozef de man van Maria waaruit de Here Jezus geboren is.

Maar in Matt.16:18 zegt de Here Jezus :
Op deze Petra zal Ik mijn gemeente bouwen.
Er komt dus een nieuwe gemeente van God. Dit wordt in het oude testament al veelvuldig geprofeteerd, zoals bv. in Jeremia 31:31,32 :
Zie, de dagen komen, luidt het woord des Heren, dat Ik met het huis van Israël en het huis van Juda een nieuw verbond sluiten zal. Niet zoals het verbond, dat Ik met hun vaderen gesloten heb ten dage dat Ik hen bij de hand nam, om hen uit het land Egypte te leiden: mijn verbond dat zij verbroken hebben, hoewel Ik heer over hen ben, luidt het woord des Heren

Israël had het verbond met God verbroken. God was hun Heer, maar zij gingen eigen wegen, soms wel heel vrome wegen, maar ze waren niet in overeenstemming met God. In Rom.9:32 zegt Paulus hierover: Omdat het niet op grond van geloof, maar als op grond van werken gebeurde.
Ze lieten zich niet door de Heer leiden, maar door hun eigen denken.

Het oude zou dus verdwijnen en het nieuwe zou komen. Dat nieuwe verbond, deze nieuwe gemeente van God, zou gesloten worden met het huis van Israël en het huis van Juda; het hele volk van Israël dus, alle 12 stammen.
En zoals God in het oude testament bij Abraham begon een volk te bouwen dat zijn eigendom zou zijn, zo begint de Here Jezus Christus een nieuwe gemeente (volk) van God te bouwen. Hij begint met een gemeente van discipelen gedurende zijn omwandeling hier op aarde; de 12 apostelen en een groep van in ieder geval 120 personen. Net zoals we gezien hebben bij Jakob, die met 70 personen naar Egypte ging, kunnen we ook hier dus echt niet spreken van een volk. Gedurende de periode van de handelingen voegt de Here toe. Hand. 2:47 de Here voegde dagelijks toe aan de kring die gered zou worden.

Gaan we nog even terug naar Jeremia 31, dan zegt de profeet over de nieuwe gemeente het volgende: (vers 33,34) Dit is het verbond dat Ik met het huis van Israël sluiten na deze dagen, luidt het woord des Heren. Ik zal mijn wet in hun binnenste leggen en die in hun hart schrijven, Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn. Dan zullen zij niet meer en ieder zijn naaste en ieder zijn broeder leren: Kent de Here: want zij allen zullen Mij kennen, van de kleinste tot de grootste onder hen, luidt het woord des Heren, want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven en hun zonde niet meer gedenken.
Deze gemeente wordt dus gekenmerkt door wet en vergeving.
Vergeving op grond van het offer van de Heer, het Lam van God, en de wet van God in hun binnenste geschreven.
Tot deze gemeente zal het hele volk van Israël behoren, van de kleinste tot de grootste. Het is dus duidelijk dat God nog niet klaar is met het volk Israël. Israël is niet afgeschreven door God, dat kan ook niet, want de beloften van God zijn onberouwelijk. Echter het verbond dat God sloot op de Sinaï zal vernieuwd worden. Dat nieuwe verbond zal God met Israël sluiten bij de wederkomst van de Here Jezus en in de woestijn, waar het volk een veilige schuilplaats zal hebben. Dan zal gans Israël behouden worden en deze gemeente van God kompleet zijn.

Maar welke plaats nemen de heidenen nu in binnen deze gemeente?
Wij heidenen denken vaak dat Israël heeft afgedaan en dat het nu om ons draait, maar dat is zeker niet het geval, zoals we hierboven al hebben gezien.
In Matt.16:19 krijgt Petrus de sleutels van het koninkrijk. Het gaat hier over het koninkrijk dat aan Israël beloofd was en waar de heidenen geen deel aan hadden. Maar de genade van God gaat verder, hoewel het koninkrijk bedoeld is voor Israël, mag Petrus de sleutels gebruiken om de deur open te zetten voor de heidenen. In handelingen 10 lezen we dat Cornelius toegang krijgt tot het heil in Christus en daarmee toegevoegd wordt aan de gemeente.

Vervolgens zal Paulus het evangelie gaan verkondigen aan de heidenen. In elke plaats waar hij komt verkondigt hij het evangelie eerst aan de Joden, maar vervolgens aan de heidenen, zoals hij ook zegt in Rom.1:16
Want ik schaam mij het evangelie niet; want het is Gods kracht tot behoudenis voor ieder die gelooft, eerst voor de Jood, en ook voor de Griek.
Uitgebreid gaat Paulus hier in Romeinen hoofdstuk 9, 10 en 11 op in. Daar lezen we o.a. dat heidenen als wilde takken geënt zijn op de boom, die Israël is.
Concluderend kunnen we dus zeggen dat er een nieuwe verbondsgemeente is waar heel Israël deel van uit maakt, maar dat deze gemeente pas gerealiseerd wordt in de toekomst als Christus met het bekeerde volk een verbond zal sluiten.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.
Startpagina // Volgende