U bevindt zich hier: Artikelen Machtelt de Haan

Alle mensen gerechtvaardigd

Romeinen 5:12-21

Dit gedeelte in de Romeinenbrief is eigenlijk de kern van het evangelie. Hier laat Paulus zien dat de hele geschiedenis van de mensheid is terug te brengen tot twee personen.
Paulus begint in vers 12 met een zin, die hij onderbreekt met een lange tussenzin. In mijn vertaling (de telos vertaling) staat deze zin tussen haakjes. Deze haakjes beginnen bij vers 13 en gaan door tot het einde van vers 17. Zonder deze tussenzin luidt de stelling van Paulus dus:
vers 12 Daarom, zoals door één mens de zonde in de wereld is gekomen en door de zonde de dood, en zo de dood tot alle mensen is doorgegaan, doordat allen gezondigd hebben....
vers 18 -zoals het dus door één overtreding tot alle mensen tot veroordeling strekt, zo ook strekt het door één gerechtigheid tot alle mensen tot de rechtvaardiging van het leven.
De éne mens, en we weten dat dat Adam is, heeft met zijn overtreding de dood bewerkt. Niet alleen voor hemzelf, maar voor zijn hele nageslacht. Daarna kwam er één mens, de Here Jezus Christus, die door zijn daad van gerechtigheid de rechtvaardiging voor alle mensen tot stand bracht.
Adam overtrad het enige gebod van God in zijn tijd:
Gen 2:17 maar van de boom der kennis van goed en kwaad, daarvan zult gij niet eten, want ten dage, dat gij daarvan eet, zult gij voorzeker sterven.
Adam overtrad en inderdaad hij begon te sterven. De dood kwam de wereld binnen. Niet alleen Adam werd sterfelijk, maar ook alle dieren en planten, Alles was van dat ogenblik af aan de dood onderworpen, alles inclusief alle nakomelingen van Adam. Wij, mensen, waren als het ware gevangenen van de dood.
Toen kwam de Here Jezus, de tweede Adam. Hij was uiterlijk een mens, maar zonder zonde. Zie daarvoor Fil 2:5vv, Hebr 4:15, 7:26, Joh 8:46, 2Cor 5:21, 1Petr 2:22 en 1Joh 3:5 en nog heel veelmeer tekstplaatsen. Op al deze plaatsen komen we de Here Jezus tegen, die weliswaar aan de mensen gelijk is geworden, maar niet aan de zonde en dus de dood is onderworpen. Deze Jezus heeft de dood overwonnen. Hij heeft die daad van gerechtigheid gedaan. Hij stierf aan het kruis, niet omdat Hij moest sterven als zondaar of sterveling, maar vrijwillig om zo het graf, de dood, in te gaan en tenslotte op de derde dag uit de dood op te staan. Daar heeft Hij de dood overwonnen, niet voor zichzelf, maar voor allen, zoals we in vers 18 kunnen lezen.
De éne overtreding strekt tot alle mensen tot veroordeling. Dat is niet moeilijk te geloven, we zien het immers om ons heen. Dat is ook voor niemand en voor geen enkele kerk een vraag, maar dan staat er dat het door één daad van gerechtigheid voor alle mensen tot rechtvaardiging van het leven strekt. Het eerste en het tweede alle mensen in deze tekst is precies hetzelfde woord, het gaat dus over dezelfde mensen, nl alle mensen. Of zoals het in vers 19 staat:
Want zoals door de ongehoorzaamheid van de ene mens de velen tot zondaars zijn gesteld, zo zullen ook dor de gehoorzaamheid van de Ene de velen tot rechtvaardigen gesteld worden.
Ook hier geldt weer de eerste velen zijn exact dezelfde als de tweede velen. De eerste velen, de zondaars, daarvan weten we dat dat alle mensen zijn, dus zijn ook de tweede velen alle mensen.
Dit wordt alverzoening genoemd, hoewel we dit woord in de bijbel niet tegenkomen. Wel lezen we dat God alles met zichzelf verzoend heeft in Kol 1:19
Want het behaagde de hele Volheid in Hem te wonen en door Hem alle dingen tot Zichzelf te verzoenen,..
En in 1Tim 4:10 wordt God de redder van alle mensen genoemd:
...de levende God, die een redder is van alle mensen...
In mijn vertaling staat Onderhouder en in de HstV staat Behouder. Dat laatste komt dichter in de buurt van de grondtekst. Het woord dat hier gebruikt wordt, wordt doorgaans vertaald met Heiland of Redder. God zelf is dus de Alverzoener.

Nu gaan we naar de tussenzin. Hoe zit dat nu met de zonde?
Paulus maakt een onderscheid tussen zonde en overtreding:
Adam overtrad, er was tenslotte een gebod.
Na Moses hebben ook de Joden overtreden, zij kregen de wet.
Je zou kunnen zeggen, zonder wet is er geen zonde, maar dat gaat dus niet op, want de dood heeft ook geheerst van Adam tot Mozes. Het trieste van Adams zonde is dat alle mensen de gevolgen dragen, alle mensen zijn zondaars geworden en ook allen stervelingen. Daarom sterven er ook kinderen, die nog geen kwaad gedaan hebben.
Gelukkig is de genade groter dan de zonde:
vers 15 Maar de genadegave is niet zoals de overtreding. Want als door de overtreding van de ene de velen gestorven zijn, veel meer is de genade van God en de gave in genade die door de ene mens Jezus Christus is, overvloedig geweest over de velen.
Het is ook niet bij een zondedaad gebleven, want de nakomelingen van Adam waren zondaars en zondigden dus ook, maar kijk hoe groot de genade is:
vers 16 Want het oordeel was uit één daad tot veroordeling, maar de genadegave is uit vele overtredingen tot rechtvaardiging.
En in vers 17 lezen we dat door Adams zonde de dood geregeerd heeft, maar door de genade zal het leven regeren door Jezus Christus.
Doordat de wet erbij gekomen is is de zonde dus toegenomen (vers 20), maar de genade is nog veel meer toegenomen
vers 21 Opdat, zoals de zonde heeft geregeerd door de dood, zo ook de genade zou regeren door gerechtigheid tot het eeuwige leven, door Jezus Christus, onze Heer.
Hier spreekt Paulus over dat eeuwige leven als toekomstig. Voor de gelovigen in Rome was het ook toekomst, dit was hun hoop; de gerechtigheid van het leven van de eeuw, het koninkrijk.
Wij zijn nu al geplaatst in het koninkrijk van de Zoon van zijn liefde, niet zichtbaar, maar wel werkelijkheid.

Nu zitten we nog met één probleem. Welke rol speelt ons geloof in dit alles. Je zou denken dat als de verzoening, de gerechtigheid, voor alle mensen is, dan hoeven we dus niet te geloven. Dat is een misverstand we hebben immers gezien Abraham geloofde God en het werd hem tot gerechtigheid gerekend. Kennelijk moeten we wel geloven. Maar we hebben ook gezien dat het geloof een gave van God is.
Hoe zit het dan met de mensen die niet geloven? Uitgaande van dit gedeelte, waar zo duidelijk staat dat alle mensen gerechtvaardigd zullen worden, begrijp ik dat God ook alle mensen geloof zal geven. Maar niet allemaal op hetzelfde moment. God heeft een plan met de hele mensheid; allen zullen gerechtvaardigd worden en daarvoor zullen ook allen de gave van geloof ontvangen, maar een ieder op zijn tijd.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.
Startpagina // Volgende