U bevindt zich hier: Artikelen Machtelt de Haan

Er is niemand rechtvaardig. De 1e twee aspecten

Vanaf Romeinen 1:18 tot Romeinen 3:20 gaat Paulus aantonen dat er niemand rechtvaardig is. Daarbij laat hij drie aspecten van deze wereld zien:
A. In het eerste deel, 1:18-32, zien we de samenleving, de maatschappij.
B. In het tweede deel, 2:1-16, spreekt hij de ethische mens aan, hij die onderscheid maakt tussen goed en kwaad.
C. In het derde deel, 2:17-3:9, spreekt hij de religieuze mens aan.

Paulus tekent in een paar verzen de hele geschiedenis van de mensheid.
Vanaf het begin werd God gekend. Adam wandelde met God en ook later zien we dat God zich aan de mensen openbaart, maar vooral werd God gekend door de schepping. Als we het boek Job lezen komen we dat ook tegen. Job zegt in Job 42:5
Slechts van horen zeggen had ik van U vernomen, maar nu heeft mijn oog U aanschouwd.
Hoe is dat in zijn werk gegaan? Nadat Job veel lijden moest ondergaan en alle antwoorden van zijn vrienden en ook zijn eigen gedachten God geen recht deden, spreekt God zelf. God laat aan de hand van de schepping zijn eeuwige kracht en Goddelijkheid (Romeinen 1:19) zien. Job zag niet God zelf, maar Zijn werken.

Die werken zijn openbaar, zichtbaar voor ieder mens. Vers 20
Want van de schepping van de wereld af worden wat van Hem niet gezien kan worden, zijn eeuwige kracht en Goddelijkheid, uit Zijn werken met inzicht doorzien.
De mens heeft geen enkel excuus. Kijk om je heen en zie wat God doet. Hoe ongelooflijk mooi en sterk God deze wereld heeft geschapen. De kracht van een storm en de liefelijke glimlach van een kind, en alles daar tussen in laat zien wie God is.

Maar de mens heeft zich van God afgewend. God is vervangen door afgoden, beelden van mens of dier. Maar ook door ideeën, door wetenschap. Alles wordt aangegrepen om deze schepping buiten God om te verklaren. Vers 24
Daarom heeft God hen in de begeerten van hun harten overgegeven aan onreinheid.
God zelf heeft dat gedaan, niet als straf, maar om uiteindelijk tot Zijn doel te komen.
Het was ook geen verrassing voor God dat de mens zich van Hem afkeerde, want Hij weet wat maaksel wij zijn (psalm 103:14).

God heeft de mens niet alleen aan onreinheid overgegeven, maar ook aan verkeerd denken (vers 28). Als je in deze tijd zegt dat alle dingen door God geschapen zijn, wordt je voor gek verklaard. Maar onbewezen theorieën, zoals de evolutietheorie en alle afgeleiden daarvan, wordt als hoogste waarheid gepredikt.
Tenslotte geeft Paulus in vers 29-31 een trieste, maar zeer juiste tekening van de maatschappij in deze tijd. Met als opvallende conclusie in vers 32
Die, hoewel zij de eis van het recht van God kennen – dat zij die zulke bedrijven, de dood verdienen – ze niet alleen doen, maar ook een welgevallen hebben aan hen die ze bedrijven.
Niet alleen doen, maar mensen die deze dingen doen staan in hoog aanzien, denk bv. aan wetenschappers en aan sommige televisie programma's.

Vanaf hoofdstuk 2 spreekt Paulus tot de ethische mens. De ethische mens laat zich in zijn denken leiden door de begrippen goed en kwaad. Dat zijn de mensen met het wijzende vingertje. Tot deze mensen zegt Paulus in vers 4:
Of veracht u de rijkdom van zijn goedertierenheid en verdraagzaamheid en lankmoedigheid, zonder te weten dat de goedertierenheid van God u tot bekering leidt?
Deze mensen kennen God alleen als een toornende God, de boeman, die een ieder zal oordelen naar zijn werken.
Sorry ethische mens, maar je doet dezelfde dingen en dus val je onder hetzelfde oordeel.
Inderdaad er komt een oordeel, een rechtvaardig oordeel! Vers 6
Het rechtvaardig oordeel van God, die ieder zal vergelden naar zijn werken.
nl. Vers 7
Hun die met volharding in goed werk heerlijkheid, eer en onvergankelijkheid zoeken, het leven van de aioon.
In praktisch alle vertalingen staat hier eeuwig leven, maar in de grondtekst staat zoe aionion, dat vertaalt betekent leven van de aioon of aionisch leven. Het gaat in dit geval dus niet over een leven waar geen eind aan komt, maar overeenkomstig alle profetieën in het oude testament, over het leven in het koninkrijk. Dit is wat God steeds beloofd heeft aan Zijn volk Israël; Als je het goede doet kom je in het koninkrijk van God.
Maar vers 8:
Maar hun die twistziek zijn en ongehoorzaam aan de waarheid maar gehoorzaam aan de ongerechtigheid, toorn en gramschap.
Deze zijn buitengesloten van de heerlijkheid van het leven van de aioon. Voor hen is het geween en tandengeknars. Niet eeuwig, maar gedurende de aioon die komt.
God is rechtvaardig in zijn oordeel en dus zal ook de ethische mens, in al zijn veroordeling van zijn naaste, niet ontkomen aan dit oordeel. Om daaraan te ontkomen zullen ze zicht moeten hebben op de rijkdom van Gods goedertierenheid en verdraagzaamheid en lankmoedigheid en zich niet laten leiden door ethiek. Kort gezegd zullen ze moeten kiezen voor de boom des levens en niet voor de boom van kennis van goed en kwaad. Deze twee bomen staan loodrecht tegenover elkaar. Zolang wij ons laten leiden door wat wij vinden wat goed of kwaad is, is er geen plaats voor genade. Is er geen plaats voor een gratis nieuw leven. Volgens de boom van kennis van goed en kwaad, volgens de ethiek, zal je dat leven moeten verdienen en wie is daartoe in staat?

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.
Startpagina // Volgende