U bevindt zich hier: Artikelen Machtelt de Haan

De Verzwegen Boodschap

Het laatste hoofdstuk van de Romeinenbrief. Een hoofdstuk vol met namen. Groeten over en weer. Leuk voor de mensen van toen, maar heeft het mij nu nog wat te zeggen? Of zal ik het maar overslaan, net als de geslachtsregisters van het oude testament? Laten we toch maar even kijken.
De namen die in e verschillende brieven genoemd worden geven een beeld van de gemeenschap die de toenmalige gelovigen hadden. We komen bv. Prisca en Aquila weer tegen. Paulus had hen voor het eerst ontmoet in Korinthe. Handelingen 18:1,2
Daarna vertrok Paulus uit Athene en kwam in Korinthe. En hij vond een Jood genaamd Aquila, van geboorte uit Pontus, die onlangs uit Italië was gekomen met zijn vrouw Priscilla (omdat Claudius had bevolen dat alle Joden uit Rome moesten vertrekken)
Paulus trekt met hen op en werkt met hen samen als tentenmaker. Hij neemt ze mee op zijn reis naar Efeze, daar blijven ze achter (hand.18:19). Daar ontmoeten ze Apollos, die vurig van Jezus getuigde, maar nog niet de hele waarheid kende. Ze nemen hem in huis en onderwijzen hem.
Hier vinden we ze weer terug in Rome. Hebben ze weer toestemming gekregen? Of zijn ze illegaal? We weten het niet, maar ze zijn wel bereisd. Een echtpaar dat als echtpaar werkte voor de Heer en van veel betekenis zijn geweest. En nu hadden ze een gemeente in hun huis.
Hoewel Paulus nooit in Rome was geweest kende hij toch veel van de broeders en zusters, kennelijk werd er in die tijd toch wel veel gereisd al waren er geen treinen en vliegtuigen.
In vers 1 komen we Fébe tegen.
Ik nu beveel Fébe aan, onze zuster, die een dienares is van de gemeente die in Kenchreeën is, opdat u haar ontvangt in de Heer, op een wijze de heiligen waardig, en haar bijstaat in elke zaak waarin zij u nodig mocht hebben; want ook zijzelf heeft bijstand verleend aan velen, ook aan mijzelf.
Fébe was op weg naar Rome, waarschijnlijk nam zij de brief van Paulus mee. Zij wordt hier een dienares genoemd, een diakonos. Hetzelfde woord als we gezien hebben in Rom.15:8 waar de Heer zelf een diakonos van de gemeente wordt genoemd. Er wordt aan de gelovigen in Rome gevraagd ‘haar bij te staan in elke zaak waarin zij u nodig mocht hebben’. Ik denk dat haar dienst niet zal hebben bestaan uit het schenken van koffie na de dienst, of het verzorgen van de zieken, zoals sommige commentaren ons willen laten geloven.
In het laatste deel van vers 2 wordt ze een beschermster genoemd, hier vertaald met bijstand verlenen. Ik denk dat we hier een voorbeeld vinden van een vrouw, die een grote taak had in de gemeente. Waarschijnlijk op het gebied van onderwijs, of misschien leiding gevend. In ieder geval en taak, die waard is om een grote reis voor te maken.

Vanaf vers 17 wijst Paulus op gevaar van binnenuit. We weten dat de gelovigen in Rome veel te verduren hadden van de overheid. Tot op deze dag weten allen, gelovigen en ongelovigen, hoe de christenen vervolgd werden. De catacomben zijn daarvan de stille getuigen. Maar naast de gevaren van buitenaf was er ook gevaar van binnenuit en dat gevaar was misschien wel groter. Er waren onder hen mensen die tweedracht, ruzie wilden veroorzaken.
Vers 17 En ik vermaan u, broeders, geef acht op hen die tweedracht en aanleiding tot vallen verwekken tegen de leer die u geleerd hebt, en onttrekt u aan hen.
Dat waren dus mensen, die zogenaamd het woord van God predikten, maar eigenlijk probeerden ze alleen maar ruzie te veroorzaken. Deze predikers komen we nu ook nog tegen. Daarom is het zo belangrijk alles wat gezegd wordt, door wie dan ook, na te gaan in de Bijbel. Alleen dan vinden we de waarheid. En onderschat jezelf niet hierin, God zelf wil je alles openbaren. Denk nooit “die persoon heeft zoveel kennis, wat hij zegt zal wel kloppen”. Sommige predikers hebben niet Christus als doel, maar eigen gewin. We moeten dus de prediking van de mensen vergelijken met ‘de leer die u geleerd hebt’. Dat kon Paulus zeggen tegen de gelovigen in Rome, omdat hij wist dat zij in eerste instantie een goede prediking hadden gehoord. In onze tijd betekent het dat we de prediking die we horen moeten vergelijken met de prediking van Paulus. Paulus zegt dan in vers 19:
Want uw gehoorzaamheid is ter kennis van allen gekomen.
Iets dergelijks had hij ook al in het eerste hoofdstuk vers 8 gezegd. Daar sprak hij over hun geloof dat wereldwijd bekend was. Hier gaat het over hun gehoorzaamheid, een gevolg van geloof. Daar is Paulus blij mee, maar hij waarschuwt wel, vers 19b
Maar ik wil dat u wijs bent jegens het goede, maar rein jegens het kwade.
Je zou er bijna bang van worden, zoveel gevaren. Dit komt natuurlijk allemaal uit de koker van Satan, de tegenstander, die ook wel diabolos, oftewel tweedrachtzaaier wordt genoemd. Paulus troost zijn medegelovigen; het duurt niet lang meer. Vers 20
De God nu van de vrede zal de satan spoedig onder uw voeten verpletteren.
In de voorgaande
In vers 22 lezen we dat niet Paulus de brief geschreven heeft, maar Tertius, als zijn secretaris.
Het gedeelte vanaf vers 25 wil nog wel eens voor verwarring zorgen en dat komt vooral door de woorden in vers 26
Naar de openbaring van de verborgenheid, die in de tijden van de eeuwen verzwegen is geweest, maar die nu is geopenbaard…
Het gaat om het woord verborgenheid of geheimenis, het Griekse woord musterion. We komen dit woord vaker tegen, maar het is niet altijd hetzelfde geheim, daarvoor moeten we naar de context kijken.
Er wordt al gauw gezegd dat Paulus het geheimenis, zoals hij het in Efeze onthuld, hier al bekend maakt. Als dat zo zou zijn, dan heeft hij het geheimenis aangaande het lichaam van Christus niet in de gevangenis gekregen maar al veel eerder. Of dit gedeelte, en er zijn er velen die zo denken, is later toegevoegd. Beide uitleggingen kunnen niet kloppen. Om bij het laatste te beginnen; Als deze woorden later toegevoegd zijn, dan zouden ze verwarring stichten, terwijl Gods woord juist altijd duidelijkheid geeft. Voor de eerste gedachte, nl. dat de twee geheimenissen inhoudelijk hetzelfde zijn, moeten we gewoon nauwkeuriger lezen. Het gaat in dit gedeelte over een geheimenis die ajonen lang, oftewel in de voorgaande ajonen verzwegen is geweest. In Efeze 3:5 gaat het over een geheimenis
Die in andere geslachten de zonen van de mensen niet bekend is gemaakt.
Het geheim in de romeinenbrief was verzwegen. God had het wel geopenbaard, maar de mensen hadden het verzwegen. Het evangelie van Paulus, in de tijd van handelingen, en de prediking van Jezus Christus was wel bekend, maar werd verzwegen. Denk maar aan Jesaja 53, de lijdende knecht des Heren. Het was wel bekend gemaakt, maar de Joden wisten dat niet meer. De Messias die zij verwachtten zou niet lijden, Hij zou de koning zijn. Toen de Here Jezus Jerusalem in kwam werd Hij binnengehaald als een koning, maar toen het lijden begon riepen zij: ”kruisig Hem!”. In Efeze 3 gaat het over een geheimenis dat eerder niet bekend was gemaakt; niemand kon het wetenen niemand kon het verzwijgen.
Paulus eindigt deze brief zoals hij begon met geloofsgehoorzaamheid aan alle volken, net zo als we dat ook lezen in vers 5 van het eerste hoofdstuk. Dat was het doel van Paulus bediening en dat was het doel van deze brief.

En tenslotte eindigt Paulus zijn brief met een lofzang, en zo eindigen wij ook deze studie:
Hem nu…..de alleen wijze God, door Jezus Christus, Hem zij de heerlijkheid tot in alle eeuwigheid! Amen.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.
Startpagina