U bevindt zich hier: Artikelen Machtelt de Haan

De geadresseerden

De geadresseerden vinden we vanaf Romeinen 1: 6. Paulus is geroepen om de geloofsgehoorzaamheid te verkondigen onder alle volken en dan zegt hij: “Waartoe ook u behoort, geroepenen van Jezus Christus
De gemeente in Rome bestond dus voor het grootste gedeelte uit heidenen, hoogstwaarschijnlijk waren er ook Joden onder hen, maar Paulus spreekt ze aan als heidenen. Maar zoals al eerder gezegd deze brief is geschreven in de handelingenperiode en dus betreft het hier een nieuwe verbondsgemeente, waar heidenen wel deel van uit kunnen maken, maar het is een gemeente van Israël.

Deze heidenen waren wel geroepenen van Jezus Christus. Het was niet hun verdienste, ze waren door God geroepen.
En dan gaat hij verder in vers 7
“Aan alle geliefden van God die in Rome zijn, geroepen heiligen.”
De gelovigen in Rome mogen zich geliefd weten door God. Dat is het eerste en het belangrijkste. God is liefde. Dat lezen we ook in 1Johannes 4: 8
Wie niet liefheeft heeft God niet gekend, want God is liefde.
God heeft de wereld lief lezen we in Johannes 3:16, en in datzelfde vers vinden we ook de grootte van zijn liefde.
Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven,...

Er zijn verschillende vormen van liefde. Bij ons in het Nederlands heet dat allemaal liefde, maar in het Grieks zijn daar verschillende woorden voor:
Eros, de zinnelijke, lichamelijke liefde
Filio, de menselijke liefde, deze is voorwaardelijk
Agapė, de goddelijke liefde, deze is onvoorwaardelijk.
Hier wordt uiteraard agapė gebruikt.
In deze brief lezen we hoe God zijn liefde aan ons bevestigd in Romeinen.5: 8
Maar God bevestigt zijn liefde tot ons hierin, dat Christus voor ons gestorven is toen wij nog zondaars waren.
Zie je hoe onvoorwaardelijk! Toen wij als het ware met gebalde vuist naar God stonden, had Hij ons lief en gaf ons het liefste wat Hij had, Zijn Zoon!

De mensen waar Paulus aan schreef waren niet alleen geliefd, maar ook geroepen heiligen.
Heilig betekent apart gezet, en heeft dus nog niets te maken met ons gedrag. Deze gelovigen hebben niet zichzelf apart gezet, maar ze zijn door God geroepen. Daarmee vormen ze dus een gemeente van God.

Als Paulus aan deze mensen denkt, dan begint hij spontaan God te danken. Hoe is dat bij ons, als wij horen van andere gelovigen gaan wij dan danken om het geloof dat God in hen werkt, of kijken we naar de verschillen? Paulus dacht veel aan de gelovigen in Rome. Hij had ze nog nooit ontmoet en wilde dat heel graag, maar dat moest nog even wachten. In de tussentijd bad Paulus voor hen en vroeg God om de weg te openen Hij wilde ze namelijk graag enige geestelijke genadegaven meedelen. Voor hen, maar ook voor zichzelf, hij wilde mee vertroost worden. Dat is het gevolg van samen het woord van God openen, beiden worden dan gesterkt.
Gelukkig heeft Paulus niet gewacht tot hij in Rome was, maar heeft alvast een brief geschreven, waardoor ook wij nog steeds bemoedigd worden.

Paulus noemt zichzelf een schuldenaar, als het gaat om de verkondiging van het evangelie aan de volken. Hij moest wel, het was de opdracht van God aan Paulus. In Handelingen 9:15 zegt God over Paulus:
“Deze is Mij een uitverkoren vat om mijn naam te dragen zowel voor volken als koningen en zonen van Israël.”
Een opvallende volgorde. Tot nog toe was het voornamelijk Israël aan wie het evangelie verkondigd moest worden. Dat zegt Paulus ook zelf in Romeinen 1: 16 Want ik schaam mij het evangelie niet; want het is Gods kracht tot behoudenis voor ieder die gelooft, eerst voor de Jood, en ook voor de Griek
Hij is bereid ook hen die in Rome zijn het evangelie te verkondigen. Natuurlijk kenden zij het evangelie al, het waren gelovigen. Maar Paulus wilde hen nader verklaren wat de grote kracht is van God. Deze kracht is groot genoeg tot behoudenis van een ieder die gelooft; eerst de Jood, natuurlijk het was immers Gods belofte aan hen, maar, en dat is verrassend, ook de Griek oftewel ook de heiden. Deze boodschap sloeg in als een bom bij de Joden. Zij voelden zich immers superieur t.o.v. de heidenen. Zij waren het uitverkoren volk. Voor hen waren de beloften. En de Messias behoorde hen toe. Maar natuurlijk kan Gods genade niet beperkt blijven tot één volk. Dat was ook nooit de bedoeling geweest. Al die voorgaande jaren hadden de Israëlieten aan de volken moeten tonen wie God was, maar daar waren ze nooit aan toe gekomen. Ze waren hoogmoedig geworden.

Paulus verkondigt echter in iedere plaats waar hij komt het evangelie in de eerste plaats aan de Joden. Hij zocht altijd eerst de synagoge op. Als dan de Joden het afwezen, dan ging hij naar de heidenen. Het was eerst de Jood en dan de Griek. Dit heeft te maken met positie, zoals we later in deze brief kunnen lezen dat de gelovige heiden wordt ingeënt in de stam van Israël. In deze huidige tijd, tijdens de bedeling van het geheimenis, is het noch Jood noch Griek. De beiden zijn immers één lichaam geworden, waar geen onderscheid is.
Maar hier lezen we al dat het evangelie, de goede boodschap van Paulus, was dat iedereen behouden kon worden. Vers 17 Want gerechtigheid van God wordt daarin geopenbaard op grond van geloof tot geloof, zoals geschreven staat:”Maar de rechtvaardige zal op grond van geloof leven”.

De rechtvaardigheid van God is in het geding. In het oude testament lezen we al in Habakuk 2: 4 de rechtvaardige zal op grond van geloof leven.
Verder komen we deze tekst nog twee keer tegen namelijk in Galaten 3:11 en in Hebreëen 10:38.
Het gaat dus om geloof, niet om afkomst als het gaat om behoudenis, om leven. En dat geloof van de rechtvaardige is gebaseerd op het geloof van Jezus Christus op grond van geloof tot geloof. Zoals we ook lezen in Romeinen 3:22 gerechtigheid van God door geloof van Jezus Christus tot allen die geloven.
Maar deze woorden "de rechtvaardige zal op grond van geloof leven" gaan niet alleen over onze behoudenis. Als we dan door het geloof van Jezus Christus behouden zijn, zijn we rechtvaardigen.

Deze rechtvaardigen LEVEN en wel op grond van geloof, niet op grond van werken. Dat laat Paulus met name zien in de brief aan de Galaten 3:11 En dat door wet niemand voor God gerechtrvaardigd wordt, is duidelijk, want 'de rechtvaardige zal op grond van geloof leven'. En ook hier gaat het over het geloof van Jezus Christus, anders zou het toch ons werk zijn. Dan zouden we kunnen zeggen :”Kijk eens hoe goed ik geloof!”. Nee, wij leven uit genade, het is het geloof van Jezus Christus, Zijn werk waardoor we behouden zijn en waardoor we een leven leiden in overeenstemming met Gods werk. Dat is geloofsgehoorzaamheid, en dat gaat Paulus uitwerken in deze brief.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.
Startpagina // Volgende