U bevindt zich hier: Artikelen Machtelt de Haan

Wij, die sterk zijn

Romeinen 15

Hoofdstuk 14 ging helemaal over het wel of niet oordelen van onze broeder of zuster. We hebben het gehad over zwakken en sterken in het geloof. Het ging over oordelen i.v.m. de wet. Eten of niet eten en het al dan niet houden van bepaalde dagen. In hoofdstuk 15 gaat Paulus daar nog even op door. Je ziet de indeling in hoofdstukken is niet van Paulus, hij schreef gewoon een brief.
Hij begint in vers 1 met de woorden:
Maar wij die sterk zijn…

Zou hij dit ironisch bedoeld hebben? Wij vinden immers onszelf altijd sterk, wij weten hoe het moet, wij zijn beslist niet de zwakke. Hoe het ook zij
Wij die sterk zijn, behoren de zwakheden van de niet-sterken te dragen en niet onszelf te behagen.

In de hele Bijbel komen we dit principe tegen. Niet ik moet centraal staan, maar mijn naaste. Denk maar aan wat Christus zegt in Mattheüs 22:37-40 waar Hij een samenvatting geeft van de wet:
U zult de Heer, uw God, liefhebben met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dit is het grote en eerste gebod. Het tweede nu, daaraan gelijk: ”U zult uw naaste liefhebben als uzelf.”

Het liefhebben van God en het liefhebben van de naaste staan dus gelijk. Betekent dat nu dat ik mijn naaste moet pleasen? Nee, dit gaat veel verder, dit behagen of liefhebben van onze naaste heeft een doel. Pleasen doe je om uiteindelijk zelf aardig gevonden te worden, maar dat is in dit geval niet belangrijk. Vers 2:
Laat ieder van ons de naaste behagen ten goede, tot opbouwing.

Letterlijk staat hier eis, tot in het goede. Net zoals we gelezen hebben in Romeinen 8:28
Maar wij weten dat hun die God liefhebben, alle dingen meewerken ten (tot in) het goede

Als we dan verder lezen, dan zien we dat dat goede Christus is. En ook hier in hoofdstuk 15 is dat goede Christus. Dat is de opbouwing die hier genoemd wordt Het is de bedoeling dat ook bij de zwakken Christus openbaar komt. En natuurlijk gaat God daar ook voor zorgen.
Christus was niet op zichzelf gericht, Hij had alleen oog voor God. Hij heeft zichzelf niet behaagd.
De smaadheden van hen die U smaden, zijn op mij gevallen.
Alle beledigingen t.o.v. God zijn op Christus neergekomen en Hij verdedigde zichzelf nooit!

Dat wat Paulus hier schrijft eigenlijk niets nieuws is lezen we in vers 4
Want alles wat tevoren geschreven is, is tot onze lering geschreven, opdat wij door de volharding en door de vertroosting van de Schriften de hoop hebben.
De hele bijbel en dus ook het oude testament is niet zomaar een boek. Je kunt het lezen als een geschiedenisboek, alles wat beschreven wordt is ook inderdaad zo gebeurt, maar niet alles is opgeschreven. Johannes schrijft bv aan het slot van zijn evangelie, in het allerlaatste vers
Er zijn nog vele andere dingen die Jezus heeft gedaan, waarvan ik denk dat als zij één voor één werden geschreven, zelfs de hele wereld de geschreven boeken niet zou kunnen bevatten.

Maar de dingen die Johannes wel beschreven heeft over Jezus hebben een doel. Johannes 20:31
Maar deze zijn geschreven opdat u gelooft dat Jezus is de Christus, de Zoon van God, en opdat u gelovend het leven hebt in zijn naam.
Als geschiedenisboek is het volkomen betrouwbaar, dat kun je niet van alle geschiedenisboeken zeggen. Terry Pratchett (een science fiction schrijver) schrijft in één van zijn boeken het volgende over de waarheid:” In de badkuip van de geschiedenis is de waarheid nog minder grijpbaar dan de zeep, en veel moeilijker te vinden”. Een waar woord! Daarom is het zo bijzonder dat je alles wat in de bijbel staat kunt geloven, het is DE WAARHEID. Maar geschiedenisles is niet het doel. Paulus zegt dat het allemaal voor ons geschreven is, voor de gelovigen die in de handelingen periode en ook daarna de Romeinenbrief zouden lezen. In de schriften kunnen we volharding en vertroosting vinden. En daardoor is er hoop. De wereld eindigt niet in ellende. Nee, het hele oude testament en ook de evangeliën spreken van de komst van de Messias. Inderdaad dit is in de eerste plaats een boodschap voor Israël, maar ook voor de heidenen. Op vele plaatsen staat dat God de wereld lief heeft en zijn Zoon heeft gezonden om haar te redden. Er is hoop, er is een toekomst voor alle mensen.

De wens van Paulus is dan ook, vers 5 en 6
Moge nu de God van de volharding en de vertroosting u geven onderling eensgezind te zijn in overeenstemming met Christus Jezus, opdat u eendrachtig, uit één mond, de God en Vader van onze Heer Jezus Christus verheerlijkt.
Let op, Paulus geeft geen opdracht. Hij zegt niet: “Je moet eens gezind zijn.” Nee, hij gaat, zoals wel vaker, terug naar de bron. Hij vraagt God om die eensgezindheid te geven. Wat denk je zou God zo’n gebed verhoren?
Christenen hebben heel verschillende gedachten wat betreft de eenheid. Sommigen gooien alle kerken op één hoop en gaan voor de oecumene of de wereldraad van kerken. Anderen zijn het daar helemaal niet mee eens en vormen een eenheid van kerken die het er niet mee eens zijn. Weer anderen vinden dat je alleen maar één kunt zijn als je allemaal dezelfde visie hebt. Zij vormen een eenheid en noemen zichzelf De Gemeente, met uitsluiting van alle andere gelovigen. Dat is duidelijk niet de eenheid die hier beschreven wordt.
Nee, de eenheid, hier genoemd, komt tot uiting in de verheerlijking van de God en Vader van onze Heer Jezus Christus. Niet de mens maar God staat centraal. Dus vers 7
Daarom neemt elkaar aan, zoals ook Christus u heeft aangenomen tot heerlijkheid van God.

Wij zijn toch niet meer dan Christus, als Hij ons heeft aangenomen, zonder aanzien des persoons, zonder voorwaarden te stellen, dan kunnen wij ook onze naasten aanvaarden. Overigens staat ook hier weer het woordje eis . We zijn aangenomen tot in de heerlijkheid van God. Dat is de positie van de gelovige.
Vers 8 Want ik zeg, dat Christus een dienstknecht van de besnijdenis geworden is ter wille van de waarheid van God, om de beloften van de vaderen te bevestigen

Want, redengevend! Die eenheid waar Paulus het in de voorgaande verzen over heeft, vindt zijn oorsprong i n Christus. Hij is een dienstknecht (diakonos) van de besnijdenis geworden. Zelf zegt de Here Jezus daarover in Mattheus 15:24
Ik ben alleen gezonden tot de verloren schapen van het huis Israëls.

Hij bevestigt daarmee de beloften van de vaderen. Het hele oude testament staat bol van de beloften van God aan Israël; te beginnen bij Abraham, Isaäk en Jakob en daarna de profeten. En wat God belooft heeft gebeurt! Maar ook al is Christus gezonden tot de verloren schapen van het huis Israëls, toch gaat zijn werk verder. Nu is het de taak van Israël om God te belijden onder de volken. Niet nieuws hoor, David zei dit al in 2Samuël 22:50 en in psalm 18:50
Daarom zal ik U belijden onder de volken en uw naam lofzingen.
En in Deuteronomium 32:43 zingt Mozes aan het einde van zijn leven
Weest vrolijk, volken, met zijn volk.
En verder in psalm 117, deze hele psalm is gewijd aan de volken
Looft de Here, alle gij volken
Prijst Hem, alle gij natiën
Want zijn goedertierenheid is machtig over ons
En des Heren trouw is tot in eeuwigheid. Halleluja.
Oke, het is niet zo’n lange psalm, maar toch…!

Tenslotte haalt Paulus ook Jesaja nog aan
Er zal zijn de wortel van Isaï, en Hij die opstaat om over de volken te heersen; op Hem zullen de volken hopen.
Paulus geeft overweldigend bewijs voor het feit dat het werk van Christus niet beperkt tot het volk ven Israël, en hij had rustig nog even door kunnen gaan. God heeft nooit bedoeld dat het heil bij Israëls grenzen zou stoppen. Hij heeft Zijn zoon gezonden tot heil van Israël en alle volken. Dit was Israël vergeten, ze waren hoogmoedig geworden en voelden zich ver boven de volken verheven; de heidenen dat waren goi, gajes, daar ging je niet mee om. Maar Paulus roept juist op tot eenheid, waarom? Omdat God eenheid heeft gegeven. De gelovigen uit Israël moeten de gelovigen uit de volken als gelijken zien. Samen één, opdat… vers 6
U eendrachtig, uit één mond. De God en Vader van onze Heer Jezus Christus verheerlijkt

En hier komt het tweede gebed van Paulus in dit gedeelte, vers 13
Moge nu de God van de hoop u vervullen met alle blijdschap en vrede in het geloven, opdat u overvloedig bent in de hoop, door de kracht van de Heilige Geest
Eerst lezen we in vers 5 over de God van de volharding en hier over de God van de hoop. Het gaat niet om onze volharding, het is Zijn volharding en niet onze hoop, maar Zijn hoop. Wij hoeven dan ook niet zelf te zorgen voor eenheid, het is de eenheid van God. En het gaat ook niet om onze blijdschap en vrede, maar Zijn blijdschap en vrede mag ons vervullen.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.
Startpagina // Volgende