U bevindt zich hier: Artikelen Machtelt de Haan

Romeinen 9

In de eerste 8 hoofdstukken van de romeinenbrief heeft Paulus laten zien dat de hele wereld, inclusief het volk van Israël, strafschuldig staat voor God. Maar ook dat Christus is gekomen tot redding van de hele wereld. Alle mensen zullen behouden worden. Niet voor niets wordt Paulus de apostel van de heidenen genoemd. En elke keer weer moet hij zich verdedigen tegenover de Joden. Allerlei verhalen deden over hem de ronde. Zoals we ook kunnen lezen in handelingen 21 vanaf vers 17. Paulus bezocht de broeders in Jerusalem en nadat ze aan elkaar hebben verteld wat God gedaan had zowel onder de Joden als onder de heidenen en ze God daarvoor hebben gedankt komt naar voren wat de Joden zoal over Paulus zeggen.
Vers 21 En men heeft hun over u verteld dat u alle Joden die onder de volken zijn, afval van Mozes leert door te zeggen dat zij hun kinderen niet moeten besnijden en niet naar de gebruiken wandelen.

De broeders hadden een oplossing bedacht, waarbij Paulus kon laten zien dat hij nog steeds een oprechte Jood was, die zich hield aan de wet. Dat heeft echter niet geholpen. Paulus werd gegrepen en dankzij het ingrijpen van de Romeinse soldaten werd hij niet door de Joden gedood, maar gevangen genomen en uiteindelijk naar Rome gebracht. Deze gevangenschap van Paulus in Rome heeft uiteindelijk verstrekkende gevolgen gehad. Het was tenslotte in deze Romeinse gevangenis dat Paulus het geheimenis geopenbaard kreeg. Maar dat terzijde.

Ook in de romeinenbrief laat hij zien dat zijn hart nog steeds klopt voor Israël. Inderdaad het heil is voor de hele wereld, God beperkt zich niet tot het Joodse volk.

In de eerste verzen van hoofdstuk 9 en hoofdstuk 10 zien we het hart van Paulus. Hij spreekt van ‘grote droefheid en een onophoudelijke smart in mijn hart’. En in hoofdstuk 10 zegt hij:
Vers 1 Broeders, de wens van mijn hart en mijn gebed voor hen tot God is, dat zij behouden worden.

Hij zou zelfs zijn eigen behoudenis opzij willen zetten als daardoor zijn broeders naar het vlees, de Joden, behouden zouden worden.
Dan tekent hij in twee verzen wie en wat Israël is:
Vers 4 en 5 Israëlieten zijn zij, van hen is het zoonschap, de heerlijkheid, de verbonden, de wetgeving, de dienst en de beloften; tot hen behorende vaderen, en uit hen is naar het vlees de Christus, die God is over alles, gezegend tot in eeuwigheid. Amen

Hij spreekt in de tegenwoordige tijd, want dit geldt nog steeds, want vers 6:
Maar het is niet zo, dat het woord van God vervallen zou zijn.

Wat God eenmaal belooft heeft dat doet Hij, daar kan niets tussenkomen, zelfs geen ongeloof van Israël. Lees maar wat Paulus zegt in Romeinen 11:29
Want de genadegaven en de roeping van God zijn onberouwelijk.

Met andere woorden; daar komt Hij nooit op terug. De vervangingstheologie is dan ook een heel verderfelijke dwaalleer. Het hele idee dat de gemeente in plaats van Israël is gekomen komen we in de hele Bijbel niet tegen, integendeel !

Dan legt Paulus uit wat het betekent Israël te zijn. Israël betekent strijder van God, of vorst van God. En het is de naam die Jakob kreeg nadat hij met God gestreden heeft en op zijn heup is geslagen. Toen Jakob kreupel was en niet meer geschikt voor de strijd, toen werd hij strijder Gods. Wat een les voor een ieder van ons; niet onze werken, maar het werk van Christus in ons dat houdt stand. Het is alleen uit genade dat we strijders van God zijn. Tja, als je het zo bekijkt is niet alles Israël, wat Israël genoemd wordt.

Niet allen zijn zij Abrahams nageslacht. Abraham kreeg meerdere kinderen bij meerdere vrouwen, maar alleen Izaäk geldt als nageslacht; het kind van de belofte, geboren uit een verstorvene. Als het ware door de dood heen. En hoe zat het ook alweer met Rebecca? Zij kreeg een tweeling, over wie God al voor de geboorte gezegd had vers 12:
De oudste zal de jongste dienen; zoals geschreven staat: ”Jakob heb ik lief gehad, maar Ezau heb ik gehaat.”

Nu moeten we wel begrijpen dat dit woord niet haten betekent in onze betekenis, maar meer dat Ezau op de tweede plaats komt.
Waarom? Omdat de positie van Jakob/Israël niet op grond van verdienste is, maar op grond van verkiezing. Het is Gods keuze.
En wat zeggen wij dan: Het is niet eerlijk ! Of zoals we lezen in vers 14:
Wat zullen wij dan zeggen? Is er onrechtvaardigheid bij God?
En Paulus geeft weer het geijkte antwoord: Volstrekt niet !

God zegt tegen Mozes vers 15
Ik zal Mij erbarmen over wie Ik Mij erbarm en Mij ontfermen over wie Ik Mij ontferm.
Zo ligt het dan niet aan hem die wil, ook niet aan hem die loopt, maar aan de zich erbarmende God.
Sterker nog, tegen Farao zegt God bij monde van Mozes
Juist hiertoe heb Ik u doen opstaan, opdat Ik in u mijn macht betoon en opdat mijn naam verkondigd wordt op de hele aarde.

Dus samenvattend vers 18
Daarom dan, Hij erbarmt zich over wie Hij wil en Hij verhardt wie Hij wil.

Nou mooi is dat. Als ik dan helemaal niets te vertellen heb, waarom heeft Hij dan nog aanmerkingen, waarom worden wij dan zondaars genoemd? Vers 19:
Wat heeft Hij dan nog aan te merken? Want wie heeft zijn wil weerstaan?

De grote vraag: Als God almachtig is, waarom dan alle ellende op deze wereld. En Paulus antwoord in vers 20:
Ja maar, mens, wie bent u, dat u tegen God het woord opneemt?

God staat ver boven ons en hoeft dus aan ons geen rekenschap af te leggen. Hij is de maker, de schepper, en wij zijn slechts een schepsel. Hetzelfde antwoord dat Job kreeg, toen hij in opstand kwam tegen God om al het lijden dat hij moest ondergaan. Waarom laat God dat toe? Daar krijgen we geen antwoord op, omdat God geen rekenschap hoeft af te leggen. Het enige wat wij weten is dat Hij een plan heeft. Hij is als de pottenbakker en wij zijn als de klei. Ga maar eens kijken in de werkplaats van een pottenbakker. Voordat hij ook maar één potje kan maken, moet hij eerst de klei voor bewerken. Met veel kracht wordt de klei gekneed en dat voor lange tijd, totdat de klei soepel is en zich voegt naar zijn wil. Dan kan de pottenbakker maken wat hem voor ogen staat, vaten tot eer en vaten tot oneer. Ik heb nog nooit een potje horen protesteren.

In vers 22 en 23 laat Paulus toch nog iets zien van de beweegredenen van God:
Als nu God, daar Hij zijn toorn wilde betonen en zijn macht bekend maken, met veel lankmoedigheid verdragen vaten van toorn, tot verderf toebereid; - en om bekend te maken de rijkdom van zijn heerlijkheid over vaten van barmhartigheid, die Hij tevoren tot heerlijkheid heeft bereid…

God wil dus zijn toorn en macht aan de ene kant en de rijkdom van Zijn heerlijkheid aan de andere kant bekend maken, zoals we ook al hadden gelezen in vers 17 waar God tegen Farao zegt dat Hij juist door hem zijn macht wilde tonen. Om die reden heeft Hij de vaten van toorn, zoals bv Farao, niet vernietigd, maar met veel lankmoedigheid verdragen. Het zou onrechtvaardig zijn geweest als Hij alleen de vaten van toorn had vernietigd. De andere vaten waren niet beter, zij waren vaten van barmhartigheid en alleen om die reden tot heerlijkheid bestemd. Het lag niet aan de vaten, maar aan Gods erbarmen, zoals we al gezien hadden in vers 18.

Het gaat hier dus over Israël, dat was het vat van barmhartigheid, Zij waren door God uitverkoren om Gods volk te zijn. (het gaat hier dus niet over behoudenis, maar over positie). Maar wat zegt Paulus nu in vers 24:
Ons die Hij ook heeft geroepen, niet alleen uit de Joden, maar ook uit de volken?

Dat was voor de Joden revolutionair. In hun hoogmoed vonden zij dat er geen plaats was voor iemand anders dan Israël. Ze realiseerden zich niet dat het Gods verkiezende genade was. Ook in het oude testament wordt dit op vele plaatsen genoemd, maar de Joden lezen daar overheen. Een vreemdeling blijft een vreemdeling, niet welkom !

Paulus haalt hier een tekst uit Hosea aan en past het toe op de vreemdeling. Vers25
Zoals Hij ook in Hoséa zegt: “Ik zal niet-mijn-volk mijn volk noemen, en de niet-geliefde geliefde”.
Eigenlijk zegt God hier tegen Hoséa dat het volk van Israël “niet mijn volk” wordt, totdat God zelf zich weer erbarmt en Lo-Ammi – niet mijn volk – Ammi – mijn volk – wordt. Waarom zou God zich dan ook niet over heidenen erbarmen, zodat ook zij Ammi worden.
En Jesaja heeft erover dat er altijd een overblijfsel van Israël behouden zou worden. Maar dat overblijfsel kan er alleen zijn als er nageslacht is en dat kan alleen God geven. Was er geen nageslacht geweest, dan zou het met Israël gegaan zijn als Sodom en Gomorra, dan was er van hen niets overgebleven.

Dus, wat is de conclusie? Vers 30
Wat zullen wij dan zeggen? Dat de volken, die niet naar gerechtigheid jaagden, gerechtigheid verkregen hebben, maar een gerechtigheid die op grond van geloof is.
Dat was nieuw in de oren van de Joden, hoewel ze beter hadden kunnen weten, want over Abraham wordt al gezegd dat hij gerechtvaardigd was op grond van geloof. Gen. 15:6.

Vervolgens legt Paulus uit dat Israël op dezelfde manier gerechtigheid zou moeten verkrijgen.
Vers 31 Maar Israël, dat naar een wet van de gerechtigheid jaagde, is tot de wet niet gekomen.
Vers 32 Waardoor? Omdat het niet op grond van geloof maar op grond van werken gebeurde.

Wat was die wet dan, waardoor Israël behouden wilde worden. De tien woorden welke op de Sinaï aan Israël gegeven was. De Joden zagen het als een opdracht:

Gij zult de Heer uw God liefhebben en…….alles wat daar op volgt.

Zij zagen het opgestoken vingertje ! Maar was dat ook de bedoeling? Wat een rare opdracht, hoe kun je liefhebben op bevel? Nee, zo had God het niet bedoeld, het was een belofte:
Gij zult de Heer uw God liefhebben en…….alles wat daar op volgt.
Dat zal gebeuren, er komt een tijd dat heel Israël God lief zal hebben, dan zal de wet in hun binnenste geschreven zijn.
Vers 32 b : Zij hebben zich gestoten aan de steen des aanstoots.

Zij zijn gevallen over het struikelblok, de Here Jezus. Als je met eigen werk bij God komt blijkt dat altijd tekort te schieten. Maar als je gelooft in het volbrachte werk van de Here Jezus, dan zal je gerechtvaardigd worden. En dat geldt dus voor Jood en heiden. Dat is de ergernis voor de Joden. Hoewel God Israël heeft uitverkoren, zijn zij niet het exclusieve onderwerp van Gods genade.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.
Startpagina // Volgende