U bevindt zich hier: Artikelen Machtelt de Haan

Overwinning

In de voorgaande gedeeltes hebben we gezien dat, hoewel de mens van nature zondaar is en niets anders kan dan zondigen, we in Christus vrijgemaakt zijn van de wet van de zonde en de dood. Daarom kan Paulus Romeinen 8 beginnen met dit prachtige vers 1. Een zegekreet!
Zo is er dan nu geen veroordeling voor hen die in Christus Jezus zijn; die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest.

Dit vers is het resultaat van wat geschreven staat in hoofdstuk 5. Daar hebben we gelezen over de rechtvaardiging van de zondaar op grond van geloof. Als wij dan gerechtvaardigd zijn, dan is er ook geen veroordeling meer. Nooit meer!
In hoofdstuk 6 hebben we gelezen dat we ten opzichte van de zonde gestorven zijn en met Christus opgewekt. Daarvan vinden we het resultaat in vers 2
Want de wet van de Geest van het leven in Christus Jezus heeft mij vrijgemaakt van de wet van de zonde en de dood.
De dood heerst niet meer over ons, want wij zijn met Hem opgewekt.

En ten slotte hebben we in hoofdstuk 7 gelezen dat wij in ons vlees onmogelijk de wet kunnen volbrengen of iets goeds voor God kunnen doen, ook niet na onze bekering. En dat vinden we terug in vers 3
Want wat voor de wet onmogelijk was, doordat zij door het vlees krachteloos was – God heeft, doordat Hij zijn Zoon in een gedaante gelijk aan het vlees van de zonde en voor de zonde heeft gezonden, de zonde in het vlees veroordeeld.
Die onmogelijkheid om de wet te vervullen lag niet aan de wet, maar aan het vlees. Het vlees is gewoon niet het goede instrument om de wet te volbrengen.

Het gaat in deze verzen niet om de vergeving van de zonden, maar om de vrijmaking van de wet van de zonde, het zondaar zijn. We hebben het gezien in hoofdstuk 7. Als we denken dat de vergeving van de zonden die we begaan hebben voldoende is, dan proberen we toch door middel van het vlees de wet te vervullen, door middel van het vlees niet te zondigen, en dat gaat niet. Het vlees kan dat niet. Maar Gode zij dank daar is het volkomen werk van Christus. Niet alleen is Hij voor onze zonden gestorven, maar Hij is door de dood heengegaan, heeft de dood overwonnen en is in nieuwheid des levens opgestaan en wij met Hem. Daarom kan de zonde niet meer tussen ons en God in komen te staan. Voor God is de zonden niet meer aanwezig of zoals Paulus het in Galaten 5:24 zegt:
Zij die van Christus zijn, hebben het vlees met de hartstochten en begeerten gekruisigd.

Dat is niet iets wat we nog moeten doen, zoals veel christenen zeggen, nee dat is gebeurt op het kruis van Golgotha. En wat is het gevolg vers 4:
Opdat de rechtvaardige eis van de wet vervuld wordt in ons, die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest.
Er staat dus niet dat we niet naar het vlees moeten wandelen maar naar de Geest. Nee, het is zo normaal dat we naar de Geest wandelen, dat kenmerkt ons.

Wat is nou het verschil tussen vlees en Geest? Paulus zet het voor ons naast elkaar:
Vers 5: Zij die naar het vlees zijn, bedenken de dingen van het vlees. Maar zij die naar de Geest zijn, de dingen van de Geest.
Vers 6: Want wat het vlees bedenkt is de dood, Maar wat de Geest bedenkt, is leven en vrede.
Het is niet moeilijk te begrijpen. Het vlees staat gewoon lijnrecht tegenover God, vers 7:
Omdat wat het vlees bedenkt, vijandschap is tegenover God, want het onderwerpt zich niet aan de wet van God, want het kan dat ook niet.
Als dat zo is dan geldt vers 8:
En zij die in het vlees zijn kunnen God niet behagen.
Dan ben ik wel blij met vers 9, wat een opluchting:
Maar u bent niet in het vlees, maar in de Geest.

Wij die Christus toebehoren zijn per definitie niet in het vlees. Dus de zonde en de dood hebben geen heerschappij meer. Is dat geen heerlijke boodschap! Veel christenen schrikken terug als ze het vervolg lezen, terwijl dat juist zo mooi is. U bent in de Geest, als inderdaad Gods Geest in u woont. Dus er is een voorwaarde. Jazeker, als de Geest van Christus niet in ons woont, dan zijn we nog in het vlees. Maar we hebben gezien dat we ten opzichte van de zonde dood zijn en met Christus zijn opgestaan in nieuwheid des levens, dan hebben we ook de Geest van Christus, want in vers 9 zegt Paulus:
Maar als iemand de Geest van Christus niet heeft, die behoort Hem niet toe.

Wij behoren Christus toe, niet uit eigen verdienste, maar omdat we met Hem één geworden zijn. Dus hebben we ook de Geest van Christus. Christus is niet te scheiden van de Geest van Christus dus vers 10:
Maar als Christus in u is, dan is het lichaam wel dood ten opzichte van de zonde, maar de Geest is leven ten opzichte van de gerechtigheid.
Ja, dat is pas echt leven. Wij mogen het leven van Christus leven en dat gaat nog verder, Het houdt ook de belofte van de opstanding in, zoals we in vers 11 kunnen lezen. Dus niet alleen hebben we nu leven, maar we hebben ook een toekomst; de dood is immers overwonnen!
Dan komen we automatisch terug bij vers 1:
Zo is er dan geen veroordeling voor hen die in Christus Jezus zijn.

Met recht wordt Romeinen 8 wel de jubelzang der vrijheid genoemd. Vooral als we ook het gedeelte van dit hoofdstuk lezen vanaf vers 31:
Wat zullen we dan hierop zeggen? Als God voor ons is, wie zou tegen ons zijn?
Veel christenen lezen dan ook graag dit hoofdstuk, maar het gedeelte tussen vers 12 en vers 30, dat slaan we liever over. Als God voor ons is, wie zal tegen ons zijn? Dan moet alles wel lukken en vervolgens plakken we dat op ons aardse leven. Zo komen we bij het welvaartsevangelie, waar geen plaats is voor het lijden. Deze boodschap kun je ook alleen maar waar maken als je bepaalde gedeelten in de Schrift over slaat.
Vers 1: Daarom dan, broeders, zijn we schuldenaars, niet aan het vlees om naar het vlees te leven.

In Efeze 4:1 zegt Paulus:
Wandelt waardig de roeping waarmee u bent geroepen
Dat geldt voor elke gelovige in elke bedeling. Voor ons betekent dat, dat we geroepen zijn in het lichaam van Christus. Hij is het hoofd, dus richten we ons op Hem. Bedenken we de dingen die boven zijn.
Voor de gelovigen in Rome betekende dit, dat ze niet het vlees, maar de Geest de leiding moesten geven in hun leven; Niet zelf doen, leven uit genade zoals Paulus in het vorige hoofdstuk uiteen gezet heeft.

We moeten niet het lichaam doden, hoewel dat wel een heel rigoureuze oplossing zou betekenen. Nee, dat is gelukkig niet nodig, niet het lichaam, maar de werkingen van het lichaam. Hoe? Door de Geest! Vers 14:
Want allen die door de Geest van God geleid worden, die zijn zonen van God.

Wordt je nu bang, omdat je niet zeker bent of je wel de juiste keuzes maakt in je leven? Of je je nu wel laat leiden door de Geest in alle aspecten van je leven? Wees maar niet bang, vers 15:
Want u hebt niet ontvangen een geest van slavernij om opnieuw te vrezen, maar u hebt ontvangen een geest van zoonschap, waardoor wij roepen: Abba, Vader!

Voor sommigen onder ons is de titel vader misschien besmet. Je hebt slechte ervaringen met je aardse vader. Maar je mag weten dat God de Vader is zoals een vader hoort te zijn. Een vader betekent onder andere veiligheid, liefde, zekerheid, een vaste grond een plek om altijd veilig thuis te komen! Denk maar aan het verhaal van de verloren zoon, een betere titel zou zijn: het verhaal van de liefdevolle, trouwe, genadevolle vader. Als je in je leven zo’n vader niet gehad hebt, weet dan dat je Hem nu gevonden hebt. Je aardse vader zal je soms moeten verlaten, maar je hemelse Vader zal je altijd koesteren en beschermen, daar ben je werkelijk thuis.

Dat zoonschap van ons houdt ook in dat we erfgenamen zijn. Niet erfgenamen van één of andere rijke pa, nee, erfgenamen van God. Hoger kun je niet gaan. Dus toch een welvaartsevangelie? Nou nee, want juist bij dit aspect hoort lijden. Vers 17:
En zijn we kinderen dan ook erfgenamen; erfgenamen van God en medeërfgenamen van Christus, als wij inderdaad met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden.

Hè, wat jammer nou, moeten we toch nog lijden. Het woord dat hier vertaald wordt met erfgenamen, kleronomos, zou je ook kunnen vertalen met lot genieter en dus ook met medelotgenieter van Christus. Het uiteindelijke ‘lot’ van Christus is de verheerlijking, maar eerst kwam het lijden. Zo zullen ook wij, medelotgenieters van Christus moeten lijden.

Maar dat lijden zegt Paulus in vers 18 kun je eigenlijk niet vergelijken met de heerlijkheid. Leg je het op een weegschaal met in de éne schaal het lijden en op de andere schaal de heerlijkheid, dan slaat de weegschaal volkomen door naar de heerlijkheid. Deze twee grootheden zijn zo verschillend, dat ze in geen verhouding tot elkaar staan. En Paulus zegt dit niet zomaar, Hij wist wat lijden was, lees maar in 2Kor.11:23-28. En hij roemt in zijn zwakheid, want Gods kracht wordt in zwakheid volbracht.
Die toekomstige heerlijkheid, daar kijkt ook de schepping naar uit vers 19:
Want de schepping verwacht reikhalzend de openbaring van de zonen van God.

Er komt een moment dat de hele schepping getuige zal zijn van de zonen van God, zoals ze hier beschreven worden. Dat zijn wij niet, want wij zijn in de Zoon van God, de gemeente het lichaam van Christus. Wij zijn gezamenlijk met Hem de Christus, de Zoon. Daar was nog niets van bekend toen Paulus deze brief schreef. Deze zonen van God zijn de gelovigen uit het nieuwe verbond. Als zij geopenbaard worden zal ook de schepping zelf worden vrijgemaakt van de slavernij van de vergankelijkheid.
De schepping is aan de vruchteloosheid onderworpen (niet vrijwillig, maar omwille van hem die haar onderworpen heeft) vers 20

Wij weten dat de vergankelijkheid, de dood, pas gekomen is na de zonde van Adam, toen kwam de dood in de wereld. Niet alleen de mensen werden sterfelijk, maar ook de rest van de schepping. Maar zoals Christus de dood heeft overwonnen voor de mens, zo heeft hij ook de dood overwonnen voor de hele schepping. Hij is de redder der wereld.
De schepping is in barensnood, zij lijdt, maar met hoop. Zoals een vrouw barensweeën heeft voordat haar kind geboren wordt. Zo is het momenteel met de schepping; er komt een nieuwe schepping, maar nu zucht zij nog.
En dat niet alleen, maar ook wijzelf, die de eerstelingen van de Geest hebben, ook wijzelf zuchten bij onszelf in de verwachting van het zoonschap: de verlossing van ons lichaam. Vers 23

Hoewel het in dit gedeelte in de eerste plaats gaat over de gelovigen van het nieuwe verbond, denk ik dat we dit zuchten op alle gelovigen van alle bedelingen mogen toepassen. Ook op onszelf. Wij hebben immers ook nog te maken met ons lichaam. Ook wij kijken uit naar de verlossing van ons lichaam. Dat is onze hoop, nu nog niet zichtbaar, want dan was het geen hoop meer. Maar we weten dat het goed komt.

Daarom kan het nog wel moeilijk zijn, we worden geconfronteerd met allerlei lijden; lichamelijk lijden door ziekte e.d. of psychisch lijden dat ons door andere mensen wordt aangedaan, lijden door oorlogen of door natuurrampen, of lijden door vervolging. Dat alles noemt Paulus onze zwakheid. Natuurlijk gaan we met al onze zwakheid naar de Heer en als we zelf geen woorden meer hebben, dan bidt de Geest voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen. En wat zouden we graag willen dat ons lijden dan stopt, maar meestal is dat niet het antwoord van God. Hij antwoord eigenlijk altijd met Zijn vrede.
Fil 4:6-7 De vrede van God die alle verstand te boven gaat zal uw harten en gedachten bewaren in Christus Jezus.
En dan doet God ons nog een belofte in dit gedeelte vers 28:
Maar wij weten dat hun die God liefhebben, alle dingen meewerken ten (tot in het) goede, hun die naar zijn voornemen geroepen zijn.

Wat is dan dat goede? Dat legt Paulus in de volgende verzen uit. Vers 29
Want hen die Hij tevoren heeft gekend, heeft Hij ook tevoren bestemd om aan het beeld van zijn Zoon gelijkvormig te zijn, opdat Hij de eerstgeborene zou zijn onder vele broeders.
Het goede is dus het gelijkvormig worden aan het beeld van zijn Zoon. Dat is het plan van God. God wordt niet overvallen door het lijden, nee dat is zijn plan want vers 30:
Die Hij tevoren heeft bestemd die heeft Hij ook geroepen; en die Hij heeft geroepen, die heeft Hij ook gerechtvaardigd; en die Hij heeft gerechtvaardigd, die heeft Hij ook verheerlijkt.
Het ligt alles in Zijn hand.
Vers 31 Wat zullen wij dan zeggen? Als God voor ons is, wie zou tegen ons zijn?

Ja, dan begint de jubelzang der vrijheid! Wat moeten we hierover zeggen? De volgende verzen spreken voor zich; God is voor ons (vers 31), God wil ons met Christus alle dingen schenken (vers 32), voor ons geen veroordeling meer, want God rechtvaardigt ons (vers 33). Word je hier niet helemaal stil van? En het stopt niet, nee, Christus die voor ons is gestorven is opgewekt en zit aan Gods rechterhand en daar bidt Hij voor ons (vers 35). Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus?

Het zal niet makkelijk worden, er komt vervolging, er komt pijn en verdriet en allerlei moeilijkheden, maar vers 37:
In dit alles zijn wij meer dan overwinnaars, door Hem die ons heeft liefgehad.
We zijn overwinnaars in dit alles, niet uit dit alles. De problemen gaan niet weg, misschien worden we zelfs om ons geloof gedood. Dat klinkt voor ons niet erg waarschijnlijk, maar voor de Romeinen was dat de dagelijkse praktijk. Maar zij, en wij, mogen weten dat we in dit alles meer dan overwinnaars zijn. Waarom? Vers 38 en 39:
Want ik ben verzekerd dat dood noch leven, noch engelen noch overheden, noch tegenwoordige noch toekomstige dingen, noch machten, noch hoogte noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde van God, die is in Christus Jezus onze Heer.

Niets komt tussen mij en God, tussen mij en Christus Jezus, tussen mij en Zijn liefde.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.
Startpagina // Volgende