U bevindt zich hier: Artikelen Machtelt de Haan

Wet en genade

In de verzen 12 en 13 van Romeinen 6 zegt Paulus het ook nog heel duidelijk; de zonde is niet de baas, maar God wil graag in ons werken. Of zoals hij in vers 14 zegt:

Want de zonde zal over u niet heersen; want u bent niet onder de wet, maar onder de genade.

We zijn niet onder de wet. Niet onder de wet van Israël, dat zijn we ook nooit geweest, maar ook niet onder welke andere wet dan ook. We zijn onder de genade. God wil in ons het willen en het werken bewerken (Fil 2:13).

Hoe zit dat nu voor de gelovigen in Rome? Zij horen toch bij de nieuwe verbondsgemeente? Heeft voor hen dan de wet afgedaan? Zeker niet, maar ze zijn niet meer onder de wet. Ze zijn geen slaven meer, die de wet dwangmatig moeten gehoorzamen. Ze zijn onder de genade, omdat God de wet in hun harten geschreven heeft. Dus leven zij de wet. God bewerkt ook in hen het willen en het werken en in hun geval blijkt dat zij zich houden aan de wet. En wel op de manier die God bedoeld had.

En hier komt dan weer meteen de volgende van Paulus vragen. Vers 15

Wat dan? Zouden wij zondigen, omdat we niet meer onder de wet, maar onder de genade zijn? Volstrekt niet!

Dat zijn van die momenten dat mensen aan ons vragen: ”Dus jij mag nu alles doen wat de wet verboden heeft, dus jij mag zomaar iemand doden?”. Wat een belachelijke vraag!

Er zijn twee mogelijkheden voor de mens: of je stelt jezelf als slaaf onder de zonde, het gevolg is dan de dood, of je stelt jezelf als slaaf van de gehoorzaamheid tot gerechtigheid. Tja er is niet veel keus, die eerste mogelijkheid verdween op het moment dat we gedoopt zijn in de dood van Christus. Nu zijn we slaven van de gerechtigheid geworden.

Dat was niet best, zoals we er eerst voor stonden, we deden dingen waar we ons nu voor schamen. Maar nu…. Vers 22 en 23:

Maar nu, van de zonde vrijgemaakt en slaven van God geworden, hebt u uw vrucht tot heiliging, en het einde het eeuwige leven. Want het loon van de zonde is de dood; maar de genadegave van God is het eeuwige leven in Christus Jezus onze Heer.

Het gevolg van zonde is loon, maar dat betekent de dood.

Het gevolg van genade is vrije gift van het eeuwige leven.

Het eeuwige leven, de hoop in de Romeinenbrief, is het leven van de eeuw. Nergens wordt met deze woorden eindeloos leven bedoeld. Het leven van de eeuw is het leven van de toekomende eeuw, m.a.w. het Koninkrijk. Ook wij zullen deel hebben aan het koninkrijk, maar het is niet onze bestemming. Wij hebben onze bestemming al bereikt. Wij, de leden van het lichaam van Christus, zijn met Hem gezet in de rechterzij van God in het hemelse. Van daaruit zullen we met Christus nederdalen en ook heersen in het koninkrijk. Wij zijn dus al bij God, alleen onze lichamen nog niet, dat is een kleine bijkomstigheid

In hoofdstuk 7:1-6 legt Paulus nog eens duidelijk uit wat het verschil in positie is van de gelovigen voor en na het kruis. Dit zijn geen nieuwe dingen, de lezers van de brief wisten dit al, want zij kenden de wet. Vers 1:

Of weet u niet, broeders (ik spreek immers tot hen die de wet kennen), dat de wet heerst over de mens zolang hij leeft?

Dan geeft hij het voorbeeld van de gehuwde vrouw, die met haar man was getrouwd “tot de dood ons scheidt”, zoals het ook in de Nederlandse wet nog steeds staat. Maar is haar man gestorven, dan is zij vrij om te huwen wie zij maar wil.

Dat is dus precies wat er is gebeurt:

Israël (in principe de vrouw van Jahweh) heeft zichzelf tot vrouw van de wet gemaakt. Zo geld voor hen dus wat er in vers 1 staat dat de wet heerst over de mens zolang hij leeft. Omdat Israël zich onder de wet stelt, kan ze alleen door de dood van de wet gescheiden worden. En dat is gebeurt op het kruis, toen Christus werd gedood. In Christus is ook Israël gestorven. Nu is Israël dus vrij om zich aan een andere man te geven, nl. aan Christus die uit de doden is opgewekt. Zodat de gelovigen voor God vrucht zouden dragen.

Eerst kon dat niet vers 5:

Want toen wij in het vlees waren, werkten de hartstochten van de zonden die door de wet gewekt worden in onze leden om voor de dood vrucht te dragen.

Dat is dus wat de wet uitwerkte, maar vers 6:

Maar nu zijn wij van de wetvrijgemaakt, gestorven aan dat waarin wij gevangen waren, zodat wij dienen in nieuwheid van de geest en niet in oudheid van de letter.

Dus nog steeds dienen, maar een andere man. Of zoals we al lazen in Fil 2:13 God wil zowel het willen als het werken in u werken.

Voor de gelovigen van het nieuwe verbond betekent dat dat ze van harte de wet zullen gehoorzamen zonder slaaf van de wet te worden.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.
Startpagina // Volgende