U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Laat je maar door de God beminnen

1 Johannes 4:7 Geliefden, laten wij elkaar liefhebben, want de liefde is vanuit de God; en een ieder die liefheeft, is vanuit de God geboren en kent de God.
De God is Liefde
De onvoorwaardelijke liefde, hoe dan ook, waar dan ook, is vanuit de God

God bemint onvoorwaardelijk Zijn Zoon, Zijn volk, het lichaam van Zijn Zoon met ons als de leden, ja, de hele mensenwereld.
Johannes 3:16 Zo lief heeft God de wereld.
Romeinen 5:8 God bewijst Zijn liefde naar ons toe, dat Christus voor ons gestorven is, toen wij nog zondaren waren.
Er is geen enkele grens aan die onvoorwaardelijke liefde van God.

Laten we het eens heel dicht bij onszelf houden om te ontdekken hoe rijk, hoe overweldigend groot, die onvoorwaardelijke liefde is, die het kenmerk van de enige, unieke God is.
Efeziërs 1:6 De lof van de heerlijkheid van Gods genade, waarmee Hij ons, begenadigd heeft in de Geliefde.
Efeziërs 2:4 God, die rijk is aan barmhartigheid, heeft ons vanwege Zijn
grote liefde, waarmee Hij ons liefheeft,

In het vorige hoofdstuk ontdekten we al hoe de Zoon van God het voorwerp was van die onvoorwaardelijke liefde van Vader God. Telkens noemt de God Hem Zijn geliefde Zoon. We lezen nu hier in vers 7 dat de liefde vanuit de God is. Die liefde is dus niet opgewekt doordat Vader God iets aantrekkelijks in Zijn Zoon ontdekte. Dan had God helemaal in overeenstemming met die gedachte het Griekse werkwoord “Fileo” gebruikt. Dat is taalkundig het enig juiste woord voor liefhebben, wat ontstaat doordat men iets aantrekkelijks in de ander tegenkomt. Nee, de Zoon is de geliefde Zoon omdat God onvoorwaardelijke liefde voor Hem heeft. Het is die onvoorwaardelijke liefde die vanuit de God is. Dit is namelijk simpelweg het kenmerk van God: Onvoorwaardelijke Liefde!

In Zijn Zoon heeft de God Zijn liefde bewezen. In Efeze zegt Paulus dan dat de God ons helemaal overladen heeft met Zijn genade. Maar hoe heeft Hij ons daarmee overladen? Dat is in de Geliefde. Degene, die dus eerst het voorwerp van Vader Gods onvoorwaardelijke liefde werd, is dus nu Degene in wie de God ons overlaadt met Zijn overvloeiende rijkdommen aan genade.

In het vorige hoofdstuk citeerden we alle teksten over deze geliefde Zoon. Nu eventjes maar eentje.
Mattheüs 3:17 Een stem uit de hemelen zei: Deze is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn plezier heb!
Wat is nou precies hetgeen wat de satan nooit als verkondiging uit zijn strot krijgt?
Mattheüs 4:3 De verzoeker kwam naar Hem toe en zei: Als jij Gods Zoon bent,
Mattheüs 4:6 Hij zei tegen Hem: Als jij Gods Zoon bent,
Lukas 4:3 De duivel zei tegen Hem: Als jij Gods Zoon bent,

Satan zag het niet zitten om het over de geliefde Zoon van de God te hebben. Okay, Gods Zoon? Prima! Maar Gods geliefde Zoon? De boodschap dat God liefde is en dat Gods onvoorwaardelijke liefde ook de Zoon van God raakte kreeg en krijgt nog steeds geen enkele ruimte in het denken van de tegenstander. Misschien dat hij met zijn theologisch denken ook bij jou doorgedrongen is. Je zit je maar af te vragen of je wel echt geliefd bent. Wellicht denk je zelfs dat jij zo´n overrompelende liefde helemaal niet waard bent. Dat heb je toch zeker niet verdiend? Hier zie je waar de bron van dit denken ligt. De tegenstander! De verzoeker! De satan! Het zijn puur leugens, die satan verzint om ook in jouw denken wel een godsdienstig spreken over Gods Zoon aan te kweken, maar zonder die lastige liefde, die zo kenmerkend de God is.

Herken je de verkondiging op de kansels? Er wordt gesproken over een boze god, wiens woede over de zondeschuld bevredigd moet worden. Om de schuld, die wij naar deze vertoornde god hebben opgebouwd, te kunnen inlossen heeft Hij Zijn Zoon gestuurd om zijn ziedende drift te stillen. In het plaatje van zo´n god is Christus Jezus niet de Zoon van God, die geliefd is. Dan zou Hij de zoon van god zijn, die het voorwerp van zijn woede is.

Nee, Christus Jezus is Gods geliefde Zoon. In die Geliefde heeft God ons begenadigd. Onvoorwaardelijk zijn wij het voorwerp van Gods liefde geworden. Al die liefde komt vanuit de God omdat de God liefde is. Liefde is Gods aard.

Ja, liefde is Gods aard! We willen echt een antwoord vinden op de vraag “Wie is God?” en dan komen we met dit raadsel! Ik zal je eerlijk zeggen dat ik heel goed kan vatten waarom die onvoorwaardelijke liefde als zo´n lastig onderwerp wordt ervaren in Bijbelstudies. Je kan namelijk om je heen kijken waar je maar wilt en je komt het totaal nergens in de wereld tegen: Die onvoorwaardelijke liefde! Nou zou zo´n liefde, die volslagen onvoorwaardelijk is maar nergens op aarde enige vergelijking heeft, de ware aard van de God zijn. Dat is niet een beetje lastig. Het is voor ons als gewone mensen een volkomen onmogelijkheid om er een voorstelling bij te hebben.

Wat is de bekende liefde in onze wereld? De “als jij me helpt, dan help ik jou” liefde. De liefde, die bij me opgewekt wordt omdat jij zo leuk bent. De liefde, die door de goede zorg van de ander ontstaat. De liefde, die ontstaat omdat de ander zo romantisch is. De liefde, die je hebt voor een sterke man of een tedere vrouw. De liefde, die hoe je het ook wendt of keert altijd voortkomt uit “voor wat, hoort wat”. Nergens in dat hele plaatje past een onvoorwaardelijke liefde. Laat dat nou juist de ware aard van de God zijn! Merk je op dat de boodschap van Gods onvoorwaardelijke liefde iets compleet anders is dan onze romantische westerse liefde, die in allerlei films stevig uitgevent wordt? Het draait bij de God volkomen om liefde voor al Zijn schepselen zonder dat Hij daarvoor enige aanleiding bij die schepselen hoeft te vinden.

De God, die het hele universum geschapen heeft, die de zonsondergang en de regenboog kleur gegeven heeft, die de bergen en de dalen gevormd heeft, die de golven aan het strand een heerlijk spel gegeven heeft, die alles binnen Zijn eigen plan een plaats geeft, die God is Onvoorwaardelijke Liefde en werkt Zijn liefde uit in de Geliefde, in wie wij begenadigd zijn met al die overstelpende rijkdommen van genade. Dat alles gebeurt onvoorwaardelijk!

Ik hoor alweer een weerwoord aankomen: “Ja, maar je moet wel geloven!”
Een Bijbels voorbeeld:
Romeinen 11: 28-29 Wat het evangelie betreft, zijn zij (ongelovige Joden) wel vijanden ter wille van jullie, maar wat de verkiezing betreft, geliefden ter wille van de vaderen. Want de genadegaven en de roeping van God zijn onberouwelijk.
Paulus schrijft hier over Joden, die zijn boodschap afwezen en tegenstonden. Wat hun gedrag en handelen ten opzichte van de gelovige joden betreft gedragen zij zich dus als vijanden. Paulus plaatst deze uitspraak in de tegenwoordige tijd omdat ze nu concreet vijandig stonden t.o.v. de gelovige joden. Maar dan heb je nog niet met de God gerekend! Ook al zijn zij in hun gedrag vijanden, toch zijn zij geliefden! Ook dat schreef Paulus in de tegenwoordige tijd. De God blijft namelijk altijd liefde, altijd onvoorwaardelijke liefde! Vandaar ook dat er achter staat dat de genadegaven en de roeping van God onberouwelijk is.

Onvoorwaardelijke liefde, dat is de God. Maar wat is onze verantwoording als gelovige of ongelovige mensen daarin dan? We zijn geliefden. We zijn beminden. Laat je dus maar gewoon onvoorwaardelijk beminnen. Dat is namelijk de aard van de God!

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende