U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

In de naam van Jezus buigen voor God de Vader

Filippi 2: 10-11 Opdat in de naam van Jezus zich buigen zullen alle knieën van degenen, die in de hemel en op de aarde en onder de aarde zijn, en alle tongen bekennen zullen, dat Jezus Christus de Heer is, tot eer van God de Vader.
Jazeker, in het vorige hoofdstuk tipte ik dit gedeelte al aan. Nu gaan we die tekst zelf ook nog eens even onder de loep nemen. Veel gelovigen lezen die tekst namelijk uiterst oppervlakkig en zien hier dan overduidelijk dat die mensen, die zich hier neerbuigen, dat dan voor Christus Jezus zullen doen. (Ik ga er even niet op in dat bij het woordje “Allen” de meeste gelovigen “sommigen” lezen. Dat is nu het onderwerp niet.)

Als je gewoon leest wat er letterlijk staat, dan buigen ze hier echt niet tot eer van de God: Christus Jezus! Die mogelijkheid wordt hier zelfs niet gegeven. Nee, alle mensen zullen dat buigen doen tot eer van God de Vader. Het is echter wel in de naam, oftewel in de autoriteit van Jezus, dat ze dit zullen doen, namelijk neerbuigen voor God, de Vader. De Yahweh van het Oude Testament.
Jesaja 45: 21-23 Er is geen God behalve Ik, een rechtvaardig God en een Redder is er niet buiten Mij. Wend je naar Mij toe en wordt gered, alle jullie einden van de aarde; want Ik ben God, en niemand meer. Ik zweer bij Mijzelf, en een woord, dat waarachtig is, gaat uit Mijn mond, daarbij zal het blijven: voor Mij zullen alle knieën zich buigen, en alle tongen zullen zweren,

Er zijn nogal wat gelovigen die de inhoud van de uitdrukking “in de naam van” niet doorhebben. Daarom volgen hier even twee Bijbelse voorbeelden met die uitdrukking:
Eerste voorbeeld:
Deuteronomium 25:6 De eerste zoon, die zij baart, zal hij laten opstaan in de naam van zijn gestorven broer, opdat zijn naam niet uitgedelgd wordt uit Israël.
De betekenis hier van de uitdrukking “opstaan in de naam van zijn broer” wordt eigenlijk in het vervolg van de tekst al uitgelegd. Het gaat erom dat de naam van die gestorven broer in deze eerste zoon zal voortleven. Die eerste zoon leeft daardoor dus voort met de naam van de gestorven broer, maar tevens met de voorrechten aan die naam verbonden, zoals een erfenis e.d. Die eerste zoon staat hier dus totaal bekleed met het gezag van die gestorven broer.

Tweede voorbeeld:
1 Koningen 21:8 Zij schreef brieven in de naam van Achab, verzegelde die met Zijn zegel en stuurde ze naar de oudsten en oversten in zijn stad, die rondom Naboth woonden.
Hier was Izebel frauduleus bezig brieven te sturen naar die oudsten en oversten. Het was fraude omdat ze deed alsof het hele gezag van de koning erachter stond, ze schreef die brieven namelijk in de naam van Achab.
Stel dat we hier nu die foutieve lijn van uitleg uit Filippi 2 zouden toepassen. Daar dachten we volkomen ten onrechte dat “in de naam van Jezus zich buigen” betekende dat er voor Jezus gebogen werd en dat Hij daarmee erkend werd als God.
Met exact dezelfde logica zouden we hier in dit gedeelte moeten constateren dat “brieven schrijven in de naam van Achab” zou betekenen dat er aan Achab brieven geschreven waren. Nee, het gaat hier om het feit dat Izebel zich frauduleus bekleedde met al het gezag van koning Achab. Die oudsten en oversten moesten de indruk krijgen dat Achab met al zijn gezag als koning achter die brieven stond.

Dan nog mijn eigen voorbeeldje:
Het is feitelijk heel simpel. Als ik zelf naar een willekeurig landelijk dagblad stap met een belangrijke mededeling, die de volgende ochtend prominent op de voorpagina moet staan, dan krijg ik niks gedaan. Mijn naam (Hein de Haan) stelt namelijk helemaal niks voor. Als daarentegen de koning me echter stuurt en ik ga in de naam van de koning naar die krant toe met hetzelfde verzoek, dan staat het de volgende dag voorop de krant te pronken. Vanzelfsprekend betekent de uitdrukking “in de naam van de koning” dat ik in het volle gezag van de koning iets uitvoer. Exact eender geeft Filippi 2 aan dat straks echt alle knieën zich zullen buigen tot eer van God, de Vader. Dat buigen zal dan dus plaatsvinden binnen het gezag van Jezus, want het gebeurt hier in de naam van Jezus. Hij is Degene, die alles en iedereen onderschikt.

Dus waarom is het niet de Zoon, voor wie men neerbuigt?
1 Corinthiërs 15:27 Want Hij (Christus Jezus) heeft het alles aan Zijn (God de Vader) voeten onderworpen.
Daarmee is Christus niet God. Integendeel, als dit straks inderdaad allemaal zover is, dan zal Christus zelf zich ook onderschikken aan God de Vader.
1 Corinthiërs 15:28 Wanneer Hem (God) alle dingen zullen onderworpen zijn, dan zal ook de Zoon Zelf onderworpen worden aan Hem, Die Hem alle dingen onderworpen heeft, opdat God zij alles in allen.

Dan nog even een soort herhaling:
Filippi 2: 10-11 Alle tongen zullen bekennen, dat Jezus Christus de Heer is, tot eer van God de Vader.
Jezus Christus is Heer!
Vader is God!
Het staat hier zo kraakhelder en duidelijk. In onze vorige studie over de ongelovige Thomas waren we dat onderscheid ook al tegengekomen omdat dit de uitroep van Thomas was: “Mijn Heer en mijn God”. Tot welke conclusie kwamen we?
1/ God is en blijft de Plaatser van het al. Hij is Degene, die alleen al in Zijn titel aangeeft de volledige leiding van het hele plan in handen te hebben.
2/ Heer, oftewel het Griekse “Kurios” wijst op de meester van de slaaf.

Laten we dit hoofdstuk nu maar afsluiten met nogmaals die heerlijke toekomstverwachting te lezen:
Filippi 2: 10-11 Opdat in de naam van Jezus zich buigen zullen alle knieën van degenen, die in de hemel en op de aarde en onder de aarde zijn, en alle tongen bekennen zullen, dat Jezus Christus de Heer is, tot eer van God de Vader.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende