U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Mijn Heer & Mijn God

Nou, als de volgende tekst niet radicaal Christus Jezus als God de Zoon verkondigt, dan breekt toch mijn klomp?
Johannes 20: 28 Thomas antwoordde Hem (Christus Jezus): Mijn Heer en mijn God!
Ah, die klomp is al gebroken.

Thomas spreekt hier twee titels uit, die door veel gelovigen de eeuwen door op één grote hoop gegooid worden: “Heer” & “God”. We zijn er zo aan gewend geraakt dat we het uitwisselbaar gebruiken.
1/ God is en blijft echter de Plaatser van het al. Hij is Degene, die alleen al in Zijn titel aangeeft de volledige leiding van het hele plan in handen te hebben.
2/ Heer, oftewel het Griekse “Kurios” wijst echter op de meester van de slaaf.

De Zoon van God, Christus Jezus, is onze Heer. Het feit dat de naam van God in het Oude Testament door de meeste vertalers ook met de titel “Heer” is weergegeven zegt hier niets over. Het Griekse “Kurios” is inwisselbaar met het Hebreeuwse “Adonai”, dat vanwege een vreemde, onterechte eerbied de plaats in de Schrift heeft ingenomen van de naam van God. “Heer” als vertaling van “Kurios” & “Adonai” heeft dus niets uit te staan met de naam van God en betekent gewoon Heer of Meester.

Johannes 20: 28 Thomas antwoordde Hem (Christus Jezus): Mijn Heer en mijn God!
In het Grieks lezen we hier: ““Ho kyrios moy kai ho theos moy”. Vertaald staat hier letterlijk: “de Heer van mij en de God van mij”. Waarom is dit interessant? Nou hierom:

Johannes 20:17 Ik vaar op naar Mijn Vader en jullie Vader, naar Mijn God en jullie God.
Jullie Vader en jullie God”. Die uitdrukking kwam nog maar zeer kort voor dit gebeuren met Thomas uit de mond van de Heer zelf. Dit zijn vergelijkbare woorden, zoals Hij die letterlijk tot Maria sprak: “de Vader van Mij en Vader van jullie en God van Mij en God van jullie.”
Thomas zal dit zeker allemaal opgelepeld hebben gekregen van de andere apostelen. Het probleem alleen was dat hij het niet geloofde (tot dan toe). Hij wist dus echter wel al dat als er sprake was van de God van mij, dat het dan om God de Vader ging en niet om de Heer.

Voor mij was deze uitspraak van Thomas echter een uitermate overtuigend bewijs dat de Zoon van God, God de Vader was. Thomas kijkt toch zeker naar de Zoon en hij roept toch zeker uit: “De God van mij!”.

Ik maak niet de vergelijking van al die mensen die tegenwoordig bij de allerminste bewondering ergens voor hetzelfde uitroepen. Dat is een leeg, oftewel ijdel, gebruik van die titel. Maar bij Thomas had dit wel degelijk de volle inhoud. Hij keek naar Christus en hij erkende zijn God. Wat er bij Thomas plaatsvond zal straks bij de wederkomst van de Heer voor Zijn aardse volk opnieuw plaatsvinden. Zij zullen geloven door het zien van God in Christus Jezus.

Trouwens, heb je er wel eens over nagedacht wie ze dan eigenlijk wel allemaal zien wederkomen?
Colosse 3: 4 Wanneer Christus, ons leven, zal geopenbaard worden, dan zullen jullie ook met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.
Paulus beschrijft hier twee heerlijke feiten.
Ten eerste, voor nu is Christus reeds ons Leven.
Ten tweede heeft die werkelijkheid ook consequenties voor het moment dat Christus straks zal verschijnen. Wij zullen namelijk als leden van het lichaam van Christus samen met Hem verschijnen in heerlijkheid. En dan zullen inderdaad alle stammen van Israël de Heer zien verschijnen in heerlijkheid en ze zullen het uitroepen: “Mijn God”.

Waarom zouden ze dat doen? Zijn wij dan plotseling God geworden? Nee, maar zij zien dan in Christus, en daar zitten wij omdat Hij ons Leven is, het beeld van Vader God en dat levert de juiste uitspraak op: “Mijn God”.
Psalmen 17: 15 ik zal Uw
(volgens ver 13 & 14 van Yahweh) aangezicht in gerechtigheid aanschouwen, ik zal verzadigd worden met Uw beeld, als ik zal opwaken.

Willen we Thomas een beetje beter leren kennen en dus verstaan wat hij uitspreekt, dan zullen we in de zeldzame vermeldingen van hem in de Bijbel moeten duiken. Daar ben je snel door omdat de meeste keren dat zijn naam voorkomt in het Woord van God het slechts gaat om een opsomming van namen. Een opsomming van zo´n drie van die lijsten aan het begin en een opsomming van twee van die lijsten aan het eind. Daartussen zit de geschiedenis van Jezus verschijning aan hem, waar deze tekst bij hoort en de bekende vermelding van het huis van de Vader in Johannes 14. De Heer heeft het er dan over dat Hij heen moet gaan en dat zij (Zijn volgelingen) de weg wel weten. Dan komt Thomas met een vraag:
Johannes 14:5 Thomas zei tegen Hem: Heer, wij weten niet, waar U naartoe gaat; hoe kunnen wij die weg dan weten?

De Heer Jezus antwoordde Thomas met de bekende woorden:
Johannes 14: 6-7 Jezus zei tegen hem: Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij. Als je Mij kent, dan ken je ook mijn Vader. Van nu af aan kennen jullie Hem en hebben jullie Hem gezien.
Deze populaire en overbekende woorden waren nou juist puur aan Thomas gericht. Hier had hij het hele onderwijs over “Het Woord”, waar God zich in openbaart en die Jezus Christus is. Hier had hij het hele onderwijs over “Het Logo”, waar God zich in openbaart en die Jezus Christus is. Hier had hij het hele onderwijs over “Het Icoon”, waar God zich in openbaart en die Jezus Christus is.

Eigenlijk kreeg Thomas hier te horen: “Wil je de Vader zien, dan moet je bij Mij zijn. Ik ben de weg naar de Vader”. Er is maar één Middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus. Toen Thomas de opgestane Heer dan ook weer in levende lijve ontmoette, toen zag hij Vader God in dit Woord, in dit Logo, ja, in dit Icoon.

Ik schreef al dat Thomas (als de spreekwoordelijke ongelovige Thomas) model staat voor het ongelovige volk Israël. Hij was er zelfs niet eens meer bij toen de Heer verscheen aan Zijn volgelingen. Toen ze hem van de opstanding kwamen vertellen geloofde hij er geen klap van. Een typisch beeld van het ongelovige volk nu na de opstanding van de Heer. Men kan vertellen wat men wil, het volk gelooft het simpelweg niet want er is niks te zien.

Het volk zal echter wel degelijk tot geloof komen. Dan is het echter door het zien.
Zacharia 12: 10 Over Davids huis en over de ingezetenen van Jeruzalem zal Ik uitstorten de Geest van de genade en van het gebed, en zij zullen Mij zien, die zij doorstoken hebben, en zij zullen rouw over Hem bedrijven zoals men rouwt over een enig kind, en zij zullen zich over Hem bedroeven zoals men zich bedroeft over een eerstgeborene.
Openbaring 1:7 Zie, Hij komt met de wolken en elk oog zal Hem zien, ook zij, die Hem hebben doorstoken; en alle stammen van het land zullen over Hem weeklagen. Ja, amen.

Thomas komt tot geloof door het zien op de Opgestane. Die opgestane en verheerlijkte Heer is het Logo, Hij is het Icoon en wat gebeurt er? Precies hetzelfde wat er later met Israël gebeurt en nog later met alle mensen.
Filippi 2: 10-11 Opdat in de naam van Jezus zich buigen zullen alle knieën van degenen, die in de hemel en op de aarde en onder de aarde zijn, en alle tongen belijden zullen, dat Jezus Christus de Heer is, tot eer van God de Vader.

Wat gebeurt er? Thomas belijdt Jezus Christus als Heer en eert God, de Vader, zoals dat in Filippi 2 zo duidelijk staat. Hij hoort door het Woord heen, hij ziet door het Logo heen, hij bekijkt het Icoon en zo eert hij God de Vader.
Johannes 12:45 Wie Mij aanschouwt (de uitroep: “Mijn Heer”), aanschouwt Hem, die Mij gezonden heeft (de uitroep: “Mijn God”).

Welke conclusie wordt er nou direct na deze uitspraak van Thomas (de context dus) door Johannes opgeschreven?
Johannes 20: 31 Dit is geschreven, opdat jullie geloven dat Jezus is de Christus, de Zoon van God;
Deze verschijning van de Heer aan Thomas had dus ook de bedoeling dat hij zou geloven ……….. Ja, wat geloven? Dat Jezus God de Vader is? Of was het bedoeld om hem te laten geloven in God de Zoon? Nee!!!!
Het doel was heel simpel en heel duidelijk: “Geloven dat Jezus is de Christus, de Zoon van God”.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende