U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

God was het Woord

In de vorige studie van deze reeks over wie God is raakten we al eventjes het feit aan dat God het Woord was volgens Johannes 1: 1. Ook dit was altijd voor mij een onoverkomelijk bewijs dat Christus Jezus, oftewel het Woord, God was. Daar komt die tekst nog eens met zijn tegenhanger in het Oude Testament.

Johannes 1: 1 In het begin was het Woord; en het Woord was naar God toe; en God was het Woord.
Psalmen 33. 6 De hemelen zijn door het woord van Yahweh gemaakt, en al zijn legers door de adem van Zijn mond.
Er staat hier dat God het Woord was. Tot drie maal toe (op het getuigenis van twee of drie staat elke zaak vast) is in deze tekst sprake van “Het Woord”. Tot drie maal toe dus het Griekse woord “Logos”.

Iedereen proeft in “Het Woord”, dat hier tot driemaal toe vermeld wordt, de persoon Christus Jezus. Dat is volkomen terecht. Zegt deze tekst nu dat Christus Jezus God is? Dat is een sprong te ver. Het gaat over “in het begin” en het gaat over “Logos”, oftewel “Het Woord”. Lezend binnen de hele context zien we in vers 9 dat Christus, het waarachtige Licht, komende was in de wereld. Hier staat dus in dit gedeelte de uitdrukking “In het begin” tegenover “komende”. Als “Logos” dan vlees wordt in Christus Jezus, dan verschijnt Hij niet als God, maar als de Zoon van God.
Johannes 1:14 Het Woord werd vlees, en sloeg Zijn tent op onder ons en wij zagen Zijn heerlijkheid, een heerlijkheid als van de eengeboren Zoon van de Vader vol van genade en waarheid.
Je ziet hier in deze tekst exact dezelfde weg, die je ook terugvond in 1 Timotheus 3: 16, wat we in de vorige studie bekeken, waar het geheim van de godsvrucht daarin bestond dat het Woord geopenbaard werd in het vlees.

Gaan we zelf naar het begin in Genesis 1 dan zien we dat God schiep door het uitspreken, oftewel door het woord. “Logos” is dus de uitdrukking van God. Hoort iemand het spreken van God en vraagt men “Wie is dat?”, dan is het antwoord: “Dat is God”. Dat is zo, maar wat je feitelijk hoort is slechts het Woord van God. Men hoort “Logos”. Het Woord is de uitdrukking van degene die spreekt.

De “LOGOS” is Christus en Hij is de uitdrukking van God zelf. God heeft als het ware Zijn Logo hier op aarde achtergelaten in de persoon van Christus Jezus. In dat Logo zien wij (eigenlijk: Horen we) wie God is. Ook een logo is evenals het verwante woord “Logos” de uitdrukking van iets of iemand. In de “Logos” leren wij God kennen. Voortdurend getuigt de Schrift ervan dat Christus het beeld is van de onzichtbare God. In die zin was “Logos” God. Vandaar dat er zo duidelijk staat: “God was het Woord”.
Johannes 1:18 Niemand heeft ooit God gezien: de eengeboren Zoon, die in de schoot van de Vader is, die heeft Hem ons verkondigd.
Johannes 14:9 Wie Mij ziet, ziet de Vader;
2 Corinthiërs 4:6 De heerlijkheid van God in het gezicht van Jezus Christus.
Colossenzen 1:15 Hij
(Christus Jezus) is het beeld van de onzienlijke God, de eerstgeborene van elk schepsel,
Hebreeën 1:3 Hij
(Christus Jezus), die de uitstraling is van Zijn (Gods) heerlijkheid en de afdruk van Zijn wezen,

Psalmen 33. 6 De hemelen zijn door het woord van Yahweh gemaakt, en al zijn legers door de adem van Zijn mond.
Het woord van Yahweh staat dus gelijk aan de adem van Zijn mond. Op zich is die adem niet de soevereine Vader God Yahweh zelf. Het is echter wel degelijk de uitdrukking van Yahweh. Christus is zo ook in Zijn volle wezen de uitdrukking van Vader God.

De uitdrukking van Vader God. Dat vinden we dus terug in God, die zich uit in Zijn Woord. Hetzelfde vinden we terug in een gegeven dat we al uitgebreid bekeken hebben, namelijk dat we de uitdrukking van God terug vinden in Zijn beeld.
2 Corinthiërs 4:4 Christus, die het beeld van God is,
Het Griekse woord “eikoon”, hier met “het beeld” vertaald, geeft exact weer waarom we in Christus God de Vader zien. Hij is het icoon van God. Hij is het plaatje, waardoor we zicht krijgen op God. Niemand komt tot de Vader dan door Hem. Dat is nou ook precies wat Johannes 1: 1 bedoeld met “God was het Woord”.

Mattheus 22: 20-21 Jezus zei tegen hen: Van wie is dit beeld
(Grieks: Eikoon) en dit opschrift (dus eigenlijk: Het woord)? Zij zeiden tegen Hem: Van de keizer.
In die munt had je dus het beeld en het woord van de Keizer. Iedereen zag de Keizer in die munt, maar niemand ging er echt van uit dat die munt voluit hun Keizer was. Dat zou een beetje gek zijn.

Onze Heer is het beeld (eikon) van God en Hij is tevens het woord (logos) van God. Dat alles dient het feit dat Vader God zich volledig in de Zoon heeft doen kennen. God is Liefde en zo wil Hij zichzelf aan ons bekend maken. Dat doet Hij primair in en door Zijn Zoon. Dat maakt Zijn Zoon echter nog niet zelf tot Vader God. Om dat zo duidelijk mogelijk te maken zal ik hier een plaatje tekenen van een vreemde situatie:

Nog een jonge gast loopt helemaal opgefokt dansend en springend naar zijn huis, waar hij de buurman tegenkomt. “Ha Buurman!” juicht hij hem toe, “Ik ga een beschuitje eten met Lady Gaga!”
Zo!”, zegt de buurman, “komt ze na een concert naar jouw huissie toe?”
“Nee joh!”
schreeuwt de jonge gast hem jubelend toe, “ik heb d´r meegenomen in mijn zak!”
“In je zak?”
“Ja, kijk maar!”
en hij haalt een CD uit zijn jaszak.
“Kijk!” roept hij wijzend op het inlegvelletje van de CD.
Nou? Wie is dat? Jaaaah, vertel jij me nou maar eens wie dat is?
Buurman bekijkt de CD en zegt rustig: “Ja, dat is Lady Gaga, maar dat is haar niet echt!”
“Niet echt? Wie is het dan? Dit is toch zeker absoluut zeker enkel en alleen Lady Gaga en niemand anders?”
“Ja, okay”,
zegt buurman, “maar dan wel een plaatje.”
“Kom mee! Kom mee!”
wenkt onze jonge gast naar zijn buurman, “kom mee, dan laat ik je horen wie het is”.
Buurman loopt mee de huiskamer van de jongen in en die gast zet de CD op.
“Nou, wie hoor je hier? Wie is dat, die daar zo mooi zingt?”
“Ja, dat is Lady Gaga”.
“Nou, nou zeg je het zelf. Dit is Lady Gaga! Niks plaatje of zo. Gewoon, je hoort Lady Gaga. Ik ga zo met haar een beschuitje eten.”
Buurman kijkt de jongen nog eens aan en hoofdschuddend loopt hij weer naar zijn eigen woning.

Christus Jezus is de Logos van God, oftewel je hoort God spreken in de Zoon. Christus Jezus is de Eikon van God, oftewel je ziet al de geweldige kenmerken van God in de Zoon. Maar nergens is Hij in de Schrift zelf Vader God, de enige God, die alle eer en lof toekomt, die we Hem nu mogen brengen via de Zoon van God, Christus Jezus.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Wie is God? 16