U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Aanbidding van de Zoon van God

We zijn in de vorige studie in deze reeks over de vraag “wie is God” begonnen met Bijbelgedeeltes door te nemen, die vroeger voor mij doorslaggevend waren in mijn stellige overtuiging dat Jezus God is. Mijn gedachte was dat je toch wel als vanzelfsprekend mag aannemen dat als de Schrift zo uitgebreid spreekt over de aanbidding van de Heer Jezus Christus, dat je dan ook rustig van God de Zoon kan spreken. Maar nu is mijn vraag of dat ook werkelijk klopt.

Spreekt de Schrift over het aanbidden van de Zoon van God?
Mattheüs 2:2 Waar is de geboren Koning der Joden? want wij hebben Zijn ster in het Oosten gezien, en zijn gekomen om Hem te aanbidden.
Mattheüs 2:8 Als jullie het gevonden hebben, bericht het mij dan, opdat ik ook kom om het te
aanbidden.
Mattheüs 2:11 Toen ze neervielen hebben zij Hem aangebeden.
Mattheüs 8:2 Een melaatse kwam, en
aanbad Hem,
Mattheüs 9:18 Een overste kwam en
aanbad Hem,
Mattheüs 14:33 Die in het schip waren, kwamen en
aanbaden Hem,
Mattheüs 15:25 Zij kwam en
aanbad Hem,
Mattheüs 20:20 De moeder van de zonen van Zebedeüs kwam tot Hem met haar zonen, Hem
aanbiddende
Mattheüs 28:9 Zij grepen Zijn voeten en
aanbaden Hem.
Mattheüs 28:17 Als zij Hem zagen,
baden zij Hem aan,
Markus 5:6 Hij liep op Jezus toe en
aanbad Hem.
Markus 15:19 Zij sloegen Zijn hoofd met een rietstok, en bespogen Hem, en vallende op de knieën,
aanbaden zij Hem.
Lukas 24:52 Zij
aanbaden Hem,
Hebreeën 1:6 Als Hij
(God) opnieuw de Eerstgeborene inbrengt in de wereld, zegt Hij: En dat alle engelen van God Hem aanbidden.
Johannes 9:38 Hij zei: Ik geloof, Heer! En hij
aanbad Hem.
Jazeker, de Schrift spreekt overduidelijk over een aanbidden van de Zoon van God, Christus Jezus.

Hoe staat het dan met de aanbidding van God, de Vader zelf?:
Johannes 4:20-24 Onze vaderen hebben op deze berg aangebeden; en nou zegt U dat te Jeruzalem de plaats is waar men moet aanbidden. Jezus zei tegen haar: Vrouw, geloof mij, er komt een uur dat je niet op deze berg, en ook niet te Jeruzalem de Vader zult aanbidden. Jullie aanbidden wat je niet weet; wij aanbidden wat wij weten; want de redding is uit de Joden. Maar er komt een uur, en het is er, dat de ware aanbidders de Vader zullen aanbidden in geest en waarheid; want de Vader zoekt hen die Hem zo aanbidden. God is een geest, en wie Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en waarheid.
Johannes 12:20 Er waren enkele Grieken onder hen, die opkwamen om op het feest te
aanbidden;
Handelingen 8:27 Een Moorman…. was gekomen om te
aanbidden in Jeruzalem;
Handelingen 24:11 Het is niet meer dan twaalf dagen geleden dat ik naar Jeruzalem ben opgekomen om te
aanbidden;
1 Corinthiërs 14:25 Hij zal God
aanbidden en verkondigen dat God echt in jullie midden is.
Hebreeën 11:21 Door het geloof heeft Jakob
aangebeden, leunende op het opperste van zijn staf.
Openbaring 4:10 Ze
aanbaden Hem, Die leeft tot in de aionen van de aionen,
Openbaring 5:14 Ze
aanbaden Hem, Die leeft tot in de aionen van de aionen.
Openbaring 7:11 Ze vielen voor de troon op hun gezicht, en
aanbaden God,
Openbaring 11:1 Meet de tempel van God en het altaar, en hen, die daarin
aanbidden.
Openbaring 11:16 Zij vielen op hun gezicht, en
aanbaden God,
Openbaring 14:7
Aanbidt Hem, Die de hemel, en de aarde, en de zee, en de fonteinen der wateren gemaakt heeft.
Openbaring 15:4 Alle volken zullen komen, en voor U
aanbidden;
Openbaring 19:4 Ze
aanbaden God, Die op de troon zat, zeggende: Amen, Halleluja!
Openbaring 22:9
Aanbid God!
Jazeker, de Schrift spreekt overduidelijk over een aanbidden van God de Vader zelf.

Mijn gedachte dat je rustig mag aannemen dat als de Schrift net zo uitgebreid spreekt over de aanbidding van de Heer Jezus Christus als over God de Vader, dat je dan ook rustig van God de Zoon kan spreken, lijkt hiermee bevestigd te worden. Is dit een juiste conclusie? En als dat waar zou zijn, hoe krijg je dan al die uitgesproken Bijbelse getuigenissen dat er maar één God is, namelijk de Vader en één Middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus, daarmee in overeenstemming? We zetten daarom maar gewoon onze zoektocht voort.

Hoe staat het met de aanbidding van afgoden?:
Handelingen 7:43 De afbeeldingen die jullie gemaakt hebben om die te aanbidden.
Openbaring 9:20 Opdat ze niet
aanbaden de boze geesten en de gouden, zilveren, koperen, stenen en houten afgoden, die niet kunnen zien, niet kunnen horen, en niet kunnen gaan;
Nou, de Schrift spreekt inderdaad over een aanbidden van afgoden.

Hoe staat het met de aanbidding van satan, de antichrist & zijn beeld?:
Openbaring 13:4 Zij aanbaden de draak, die het beest macht gegeven had; en zij aanbaden het beest, zeggende: Wie is dit beest gelijk? wie kan tegen hem oorlog voeren?
Openbaring 13:8 Allen, die op de aarde wonen, zullen het
aanbidden, van wie de namen niet zijn opgeschreven in het boek des levens van het Lam, Dat geslacht is, van de grondlegging der wereld.
Openbaring 13:12 Het maakt, dat de aarde, en die daarin wonen het eerste beest
aanbidden, wiens dodelijke wonde genezen was.
Openbaring 13:15 Het zou maken, dat allen, die het beeld van het beest niet zouden
aanbidden, gedood zouden worden.
Openbaring 14:9 Indien iemand het beest
aanbidt en zijn beeld, …
Openbaring 14:11 Zij hebben geen dag en nacht rust, die het beest
aanbidden en zijn beeld,
Openbaring 16:2 De mensen, die het merkteken van het beest hadden, en die zijn beeld
aanbaden.
Openbaring 19:20 Hen, die het merkteken van het beest ontvangen hadden en die zijn beeld
aanbaden.
Openbaring 20:4 Hen die het beest of zijn beeld niet hadden aangebeden
De Schrift spreekt eveneens over de aanbidding van satan, de antichrist & zijn beeld.

Het feit dat er in de Schrift gesproken wordt over aanbidding van afgoden, zowel als de satan, de antichrist en zijn beeld lijkt nog veel sterker te bevestigen dat aanbidding, zoals die hier zich afspeelt, wijst op een goddelijke verering, die alleen God toekomt. Bij afgoden, satan, de antichrist en zijn beeld noemt de Schrift de aanbidding namelijk wel, maar wijst het die aanbidding ook gelijk helemaal af. Alleen God lijkt recht te hebben op aanbidding en dus zou zowel Vader als Zoon God zijn. Nou, zoals Peter R. de Vries zou zeggen: “Er is meer!!!!” De Schrift heeft nog veel meer in petto over aanbidding.

Hoe staat het met de aanbidding van Petrus en de engelen?:
Handelingen 10: 25-26 Toen Petrus binnenkwam liep Cornelius hem tegemoet, viel aan zijn voeten en aanbad hem. Maar Petrus richtte hem op en zei: Sta op, ik ben zelf ook een mens.
Openbaring 19:10 Ik viel neder voor zijn voeten, om hem te
aanbidden, en hij zei: Doe dat niet; ik ben je mededienstknecht,
De Schrift spreekt ook weer over de aanbidding van Petrus en de engelen, maar Petrus en de engelen accepteerden die aanbidding niet. Maar, er is meer!!!! Dat “meer” blijkt dan opeens te getuigen van de werkelijke inhoud van het werkwoord “aanbidden”. Het aanbidden in de volgende en laatste groep ontsluit de ware betekenis van dit aanbidden.

Hoe staat het met de aanbidding van de baas van de slaaf en van de gelovigen in de Dag des Heren?:
Mattheüs 18:26 De slaaf viel neer en aanbad hem (zijn meester),
Openbaring 3:9 Ik
(Christus Jezus) zal maken, dat zij zullen komen, en voor jullie voeten aanbidden, en bekennen, dat Ik jullie liefheb.
De Schrift spreekt dus overduidelijk over de aanbidding van de meester van de slaaf en van die toekomstige gelovigen. Ditmaal doet de Schrift dit helemaal niet af met een afwijzing van deze aanbidding. Nee, dat zal je nergens vinden omdat het prima is wat je hier tegenkomt. Daar is niks aan fout! Toch is die meester niet God! Toch zijn die gelovigen niet God! Dat zou een belachelijke conclusie zijn. Dit toont al gelijk aan dat die sprong die we maken door bij aanbidding direct aan goddelijkheid te denken wel fout is.

Openbaring 3:9 Ik (Christus Jezus) zal maken, dat zij zullen komen, en voor jullie voeten aanbidden, en bekennen, dat Ik jullie liefheb.
Het is boeiend om te ontdekken wat er precies bedoeld wordt met het aanbidden van de gelovigen in Openbaringen. Dat wordt namelijk gelijk duidelijk wanneer we naar het profetisch spreken in het oude testament over precies dezelfde gebeurtenis luisteren.
Jesaja 45:14 Dus spreekt Yahweh: De handel van de Egyptenaren en de winst van de Moren en Sabeërs, die rijzige lieden, zullen naar jullie toekomen en voor jullie zijn; zij zullen jullie volgen, in boeien zullen zij gaan, en voor jullie neervallen, en jullie smeken; want God is met jullie, en er is anders geen God meer.
Jesaja 60:14 Ook zullen neergebogen naar jullie toekomen, die jullie onderdrukt hebben; en allen, die jullie gelasterd hebben, zullen voor jullie voeten neervallen, en zullen jullie de stad van Yahweh noemen, het Sion van de Heilige van Israël.
Het is een neervallen voor hun voeten. Het heeft niks te maken met het brengen van lofoffers o.i.d. Dit geeft dus aan dat deze Joodse gelovigen eindelijk erkenning van de andere volkeren zullen krijgen dat Yahweh met hen is. Ze verwachten echt geen lofprijzingsdienst aan hen gericht. Wat er hier wel gaat gebeuren onder de heidenvolkeren naar deze joodse gelovigen toe is waar Paulus al over schreef:

1 Corinthiërs 14:24 Als allen profeteren en er komt een ongelovige of een onkundige binnen, dan wordt hij door allen overtuigd, door allen beoordeeld;
De heidenen zullen bij het beluisteren van de woorden Gods vanuit deze joodse gelovigen tot de erkenning komen: Hier is God aan het werk! Vandaar dat ze neerbuigen, oftewel aanbidden.

De werkelijke betekenis van aanbidden:
In het gebruik van het woord “aanbidden” in Openbaring 3: 9 blijkt overduidelijk wat de wezenlijke betekenis van dit Griekse werkwoord “proskuneo” inhoudt. Twee delen:
pro” = “bij”, “tegen”, “aan”, “naar” of “tot op”.
“kuoon”
= “hond” of “kussen”. (Zoals de hond de hand van de meester likt)
Het is dus het eren van de hogere in rang, zoals bij de meester van de slaaf, zoals bij de echte gelovigen in Openbaring, zoals bij Christus Jezus, de Zoon van God en zoals bij God de Vader zelf. Het woord “aanbidden” zegt op zich helemaal niks over het wel of niet God zijn. Niet bij die meester, niet bij die toekomstige gelovigen en zelfs niet bij Vader God. Het geeft wel aan dat Hij boven ons staat en dat is ook het geval bij de Zoon van God, Christus Jezus.

Let op!!! Voor Christus Jezus is er een totdat in die aanbidding, dus in die erkenning van heerschappij.
1 Corinthiërs 15:28 Wanneer hem alle dingen onderworpen zijn, dan zal ook de Zoon zelf onderworpen zijn aan Hem, die Hem alle dingen onderworpen heeft, opdat God zij alles in allen.
Dan is er nog maar Eén die aanbidding ontvangt: God, de Vader, alles in allen. Daar gaat het hele plan van God naartoe.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende