U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Wensen: God, Heilige Geest & Mens

Naast het zelfstandig naamwoord, dat volgens de leer zo nadrukkelijk het “wensen” aangeeft, is er ook de werkwoordsvorm van dit woord. Laten we eens kijken of dit altijd maar betekent dat je als mens maar kan sjoemelen met de wil van God omdat het toch maar alleen een wens van Hem zou zijn. In deze derde studie over Gods wil nemen we nog niet de wil van de Zoon van God onder de loep. Drie andere willen komen wel langs. Dat zijn: De wil van God, de wil van de Heilige Geest en de wil van de mens.

1. De wil van God:
A/
Mattheüs 27:43 Hij (Christus Jezus) heeft op God vertrouwd; laat Hij Hem nu ook maar redden, als Hij Hem wil (slechts wensend), want Hij heeft gezegd: Ik ben Gods Zoon.
Hier zien we bij die spotters dezelfde kijk van de mens op de wil van God als in de officiële leer, die we nu bespreken. Dit waren de vijanden, die Hem bespotten. Nu zijn het de geestelijke leiders in de “christenheid”, die aangeven dat God wel kan wensen, maar dat zo´n wens dan nog niet hoeft uit te komen. Precies hetzelfde verwachtingspatroon als de spotters.

B/ Handelingen 18:21 Ik (Paulus) zal bij jullie terugkomen, als God het wil (slechts wensend).
Romeinen 9:18 God ontfermt zich over wie Hij
wil (slechts wensend) en Hij verhardt wie Hij wil (slechts wensend).
Romeinen 9:22 God, omdat Hij Zijn toorn
wilde (slechts wensend) tonen en zijn macht bekend maken, heeft Hij met veel lankmoedigheid de vaten van de toorn, die zich tot het verderf hebben toebereid; verdragen.
1 Corinthiërs 4:19 ik zal haast bij jullie komen, zo de Heer
wil (slechts wensend).
1 Corinthiërs 12:18 God heeft de leden, elk in het bijzonder, in het lichaam geplaatst, zoals Hij gewild (slechts wensend) heeft.
1 Corinthiërs 15:38 God geeft er een lichaam aan
(aan elke opgestane dode in de opstanding), zoals Hij gewild (slechts wensend) heeft, en aan elk zaad zijn eigen lichaam.
Filippenzen 2:13 Het is God, Die in jullie werkt zowel
het willen (slechts wensend) als het werken, naar Zijn welbehagen.
Colossenzen 1:27 Aan hen
(het lichaam van Christus) heeft God willen (slechts wensend) bekend maken, hoe groot de rijkdom is van de heerlijkheid van deze verborgenheid onder de volken, welke is Christus in u, de hoop van de heerlijkheid.
1 Timotheüs 2:3-4 God, onze Redder, Die
wil (slechts wensend) dat alle mensen gered worden en tot de kennis van de waarheid komen.
Jacobus 4:15 Als de Heer
wil (slechts wensend), en wij leven zullen, zo zullen wij dit of dat doen.
De wens van God geeft hier dus juist de zekerheid dat het gebeurt.

C/ Hebreeën 10:5 Slachtoffer en offerande hebt U niet gewild (slechts wensend), maar U hebt Mij het lichaam toebereid;
Hebreeën 10:8 Slachtoffer, en offerande, en brandoffers, en offer voor de zonde hebt U niet
gewild (slechts wensend),
Misschien wel de meest vreemde uitspraak over de wil van God. God zelf heeft al die offerandes in Israel ingesteld, het zal zelfs in het komend koninkrijk van God in ere hersteld gaan worden, en dan lees je toch dat God het niet gewild heeft. Het gaat hier om de vraag wat de wens, oftewel de wil van God, was in al die offers. Dat was het werk dat Christus kwam doen.

2. De wil van de Heilige Geest:
A/
Johannes 3:8 De wind blaast, waarheen hij wil (slechts wensend),
Wij hebben geen invloed op die wens van de Heilige Geest. De Geest heeft met Zijn wens wel invloed op ons.

3. De wil van de mens:
Ik hou meestal de wens van de mens buiten deze studie, maar dit voorbeeld is tekenend. Daarom neem ik hier dit ene voorbeeld uit de vele teksten. Zo kijkt de godsdienstige leraars tegen de wens van God aan. Een klein vergissinkje. Dit is de wens van de mens.
Romeinen 7:18-21 Het willen (slechts wensend) is bij mij wel aanwezig, maar het goede doen, dat is er niet. Want het goede dat ik wil (slechts wensend), dat doe ik niet, maar het kwade, dat ik niet wil (slechts wensend), dat doe ik. Als ik nou dat doe, wat ik niet wil (slechts wensend), dan doe ik het dus niet meer zelf, maar de zonde, die in mij woont. Zo vind ik dus deze wetmatigheid in mijzelf; als ik het goede wil (slechts wensend) doen, dat is het kwade dicht bij mij.

In de volgende studie pakken we weer ditzelfde werkwoord voor “willen” of “wensen” om door te nemen hoe dit gebruikt wordt voor de wil van de Zoon van God.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende