U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Thelema - Opsomming A t/m F

Gods wil blijkt een onderwerp te zijn waar veel tegenvuur binnen de christelijk orthodoxe en evangelische gelederen op is. Gods wil zou namelijk in de officiële kerkleer niet zo stevig in zijn schoenen staan als wij wel zouden wensen. Dat “wensen”, dat is nou precies wat men bij dit “willen” invult. Het zou een onzeker soort van “wensen” zijn. God wenst wel iets, maar natuurlijk is het onzeker of Hij ook Zijn zin krijgt. Ja sorry dat ik het zo formuleer, ik voel me er zelf al redelijk ongemakkelijk mee, maar zo ziet de orthodoxe en evangelische leer Gods wil. En dat baseren ze op de betekenis van het Griekse woord “Thelema”, dat veel met “wil” vertaald is.

Er wordt door de orthodoxe en evangelische leer beweerd dat we, ondanks dat we wel lezen over de wil van God, moeten beseffen dat dit slechts een wensende wil is. Men stelt dus dat God het wel zo kan wensen, maar dat het daarom toch anders kan lopen dan God wenst. Ja, triest voor God, maar zo werkt het nou eenmaal met dit wensende willen.

Men schermt met een Grieks woord dat tegenover dit “Thelema” zou staan. Dat is het Griekse woordje “Boulomai”. Ook dat woord heeft de betekenis van “willen”, maar dit keer absoluut niet met de bijbetekenis van “wensen”. Nee, dit Griekse woord voor “willen” is afkomstig van een grondwoord dat het “Plan” betekent. Dit is dan dus een onverwrikbare wil. Men gebruikt die tweedeling in woorden om aan te geven dat de mens zelf met zijn (vrije?) wil invloed zou kunnen uitoefenen op Gods wil. De mens zou dus succesvol Gods wil kunnen torpederen, volgens die gekke leer.

Achterliggende gedachte van deze dogmatische weergave van Gods wil is dus om duidelijk te maken dat de wil van God niet zo vaststaand is en dat de mens met zijn eigen keuze invloed uitoefent op het uiteindelijk einddoel. Eigenlijk een heel rare gedachte om zo over God te denken alsof Hij een zondaar (iemand, die zijn doel mist) is, maar laten we het eens bekijken vanuit Gods Woord. We zetten daarvoor eerst alle teksten met dit Griekse woordje “Thelema” op de rit. Soms is mijn commentaar een beetje scherp omdat ik de conclusie van die vreemde “christelijke” orthodox, evangelische leer teken. Ik hoop dat het de betekenis van het woordje binnen de tekst wat oplicht. We beginnen hier met de hele rit aan Bijbelteksten betreffende die wensende wil:

A/ Mattheüs 6:10 Uw Koninkrijk kome. Uw wil (slechts wensend) geschiede, gelijk in de hemel alzo ook op de aarde.
Lukas 11:2 Uw Koninkrijk kome.
Uw wil (slechts wensend) geschiede, gelijk in den hemel, alzo ook op de aarde.
God wenst dus wel dat er een tijd van het Koninkrijk zal aanbreken, waar Zijn wil geschiedt. Maar ja, dat is in die gedachtegang natuurlijk nog maar afwachten.

B/ Mattheüs 7:21 Niet iedereen, die tegen Mij zegt: Heere, Heere! zal ingaan in het Koninkrijk der hemelen, maar die de wil (slechts wensend) doet van Mijn Vader, Die in de hemelen is.
Mattheüs 12:50 Wie
de wil (slechts wensend) van Mijn Vader doet, Die in de hemelen is, die is Mijn broeder, en zuster, en moeder.
Mattheüs 21:31 Wie van deze twee heeft
de wil (slechts wensend) van de vader gedaan?
Markus 3:35 Wie
de wil (slechts wensend) van God doet, die is Mijn broeder, en Mijn zuster, en moeder.
Johannes 7:17 Als iemand
Zijn wil (slechts wensend) doen wil (slechts wensend), die zal van deze leer erkennen of zij uit God is, dan of ik uit mijzelf spreek.
Johannes 9:31 Als iemand godvrezend is en
Zijn wil (slechts wensend) doet, die hoort Hij.
Handelingen 13:22 David, de zoon van Isaï, een man naar Mijn hart, die Mijn hele
wil (slechts wensend) zal doen.
Handelingen 21:14 Wij hielden ons stil en zeiden:
De wil (slechts wensend) van de Heer geschiede.
Romeinen 2:18 Jullie kennen
Zijn wil (slechts wensend),
Efeziërs 5:17 Wees niet zo onverstandig, verstaat, wat
de wil (slechts wensend) van de Heer is.
Efeziërs 6:6 Doe als dienstknechten van Christus
de wil (slechts wensend) van God van harte;
1 Thessalonica 5:18 Dankt God in alles; want dit is
de wil (slechts wensend) van God in Christus Jezus over jullie.
Hebreeën 10:36 Als jullie
de wil (slechts wensend) van God gedaan hebben,
Hebreeën 13:21 Hij bevestigt jullie in elk goed werk, opdat jullie
Zijn wil (slechts wensend) mogen doen;
1 Petrus 2:15 Dit is
de wil (slechts wensend) van God,
1 Petrus 4:2 Om de overige tijd in het vlees niet meer te leven naar de begeerten van de mensen, maar naar
de wil (slechts wensend) van God.
1 Johannes 2:17 Wie
de wil (slechts wensend) van God doet, die blijft tot in de aioon.
1 Johannes 5:14 Als wij iets bidden naar
Zijn wil (slechts wensend), dan verhoort Hij ons.
God zou dus een bepaalde wens hebben. Of die uitkomt zou hier dus in handen liggen van de keuze van mensen. Als mensen dus anders beslissen, dan loopt het, helaas voor de Vader, anders. Dat is althans zoals de belangrijke orthodoxe theologie het ziet.

C/ Mattheüs 18:14 Zo is de wil (slechts wensend) van jullie Vader, Die in de hemelen is, niet dat één van deze kleinen verloren gaat.
Johannes 6:39 Dit is
de wil (slechts wensend) van Hem die mij gezonden heeft, dat ik van alles wat Hij mij gegeven heeft, niets verlies,
God wenst natuurlijk wel dat er niemand verloren gaat, maar ja, dat is maar een wens, volgens de officiële leer. Het kan natuurlijk nog helemaal anders lopen. Aj, nou kan ik de verleiding toch niet weerstaan om alvast even een Bijbeltekst met die eisende wil van God te plaatsen.
2 Petrus 3:9 De Heer is lankmoedig over jullie, omdat Hij niet wil (eisend/volgens plan) dat iemand verloren gaat, maar dat allen tot bekering komen.
(Dat is toch wel lastig als je eigen leer tegen je gaat werken en mensen die zo graag aan willen tonen dat Gods plan nog niet zo vast staat, dat het dan volgens hun eigen bewijsvoering vast als een rots blijkt te staan!)

D/ Mattheüs 26:42 Mijn Vader! Als deze drinkbeker van Mij niet voorbij kan gaan, tenzij dat Ik hem drink, Uw wil (slechts wensend) geschiede!
Johannes 4:34 Jezus zei: Mijn spijs is, dat Ik
de wil (slechts wensend) doe van Hem, Die Mij gezonden heeft, en Zijn werk volbreng.
Galaten 1:4 Die Zichzelf gegeven heeft voor onze zonden, opdat Hij ons trekken zou uit deze tegenwoordige boze aioon, in overeenstemming met
de wil (slechts wensend) van onze God en Vader;
Hebreeën 10:7 Zie, Ik kom om
Uw wil (slechts wensend) te doen, o God!
Hebreeën 10:9 Zie, Ik kom, om
Uw wil (slechts wensend) te doen,
Vader had de wens dat de Zoon het reddings- en verzoeningswerk zou volbrengen, maar dat kon volgens de officiële leer over deze wil van God natuurlijk nog helemaal fout gaan.

E/ Lukas 22:42 Vader, mocht het uw wil (boulomai – absolute wil) zijn deze drinkbeker van mij weg te nemen, doch niet Mijn wil (slechts wensend), maar de uwe geschiede.
Deze plaats ik weer eventjes apart van D. Waarom? Is toch dezelfde uitspraak van de Heer? Waar de wil van god, de Vader, bij D nog slechts wensend is, is precies diezelfde wil van God, de Vader bij E absoluut. Zou hier inderdaad dat grote verschil aanwezig zijn, die de kerkleer aanbrengt, dan moet hier ergens een foutje door Lucas of Mattheus gemaakt zijn. Ik hoop dat jullie inmiddels wel weten dat volgens mij elk Woord van het Woord van God door God ingeademd is. Van een fout kan hier dus geen sprake zijn. Eerder een bewijs van de onhoudbaarheid van deze kerkleer.

F/ Johannes 5:30 Ik kan van mijzelf niets doen. …; want Ik zoek niet mijn wil (slechts wensend), maar de wil (slechts wensend) van Hem die mij gezonden heeft.
Johannes 6:38 Ik ben uit de hemel neergedaald, niet om
Mijn wil (slechts wensend) te doen, maar de wil (slechts wensend) van Hem, Die Mij gezonden heeft.
Als de wil van de Vader slechts een wens was, dan had de Heer toch van zichzelf wel iets daartegen kunnen doen. Waarom begint de Heer dan met die zwakke opmerking dat Hij niks kan doen uit zichzelf? Of ligt die wensende wil van Vader toch vaster dan de kerkleer doet vermoeden?

We zijn nu zo´n beetje op de helft van alle teksten, wat het zelfstandig naamwoord betreft, met die wensende wil van God. Kunnen we al een conclusie trekken? Ik denk het wel. Ook al is iets Gods wens, toch komt die wens voort uit het uitdrukkelijke plan van God. Laten we in gedachte houden: God is God! In de volgende studie pakken we gewoon de draad weer op met dit wensende zelfstandige naamwoord en gaan we verder bij punt G.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende