U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Het Zijn In Het Vlees Of In De Geest

We hebben tot nu toe de volgende opsomming in Romeinen 8 terug gevonden:
Aan de ene kant:
De wet van de zonde en de dood
Naar het vlees wandelen
Naar het vlees zijn
Het bedenken van het vlees
Aan de andere kant:
De wet van de Geest van het leven
Naar de Geest wandelen
Naar de Geest zijn
Het bedenken van de Geest

Nou een vraagje: Bedenkt jij de dingen van je vlees (oftewel je lichaam)? We zouden toch zeggen dat we dat vanzelfsprekend doen? Ik heb ogen, ik heb een mond, ik heb oren, ik heb een neus, ik heb handen, ik heb voeten, ik heb een wil, ik heb gevoel. Ik heb dat gewoon allemaal. We zijn het zo gewend om dat ook gewoon de structuur van ons doen en laten te laten bepalen, dat we daar vanuit denken, zodat we dat ook vrijwel vanzelfsprekend in ons leven met de Heer de leiding geven. Maar daar komt de wetmatigheid van de zonde en de dood om de hoek kijken. Als ik naar het vlees wandel, dan ben ik ook naar het vlees. Maar in Christus Jezus zijn we hiervan vrijgemaakt. Dat bewerkt de wetmatigheid van de Geest van het leven, zodat ik nu naar de Geest kan leven en dus naar de Geest ben.

Romeinen 8: 6 Want de gezindheid van het vlees is de dood, maar de gezindheid van de Geest is leven en vrede.
Hier hebben we nogmaals dat denken van het vlees/lichaam tegenover het denken van de Geest. Dat eerste, wat we natuurlijkerwijs bijna zo vanzelfsprekend doen, dat is de dood. Dat principe begon Paulus in dit hoofdstuk mee door het over de wetmatigheid van de zonde en de dood te hebben. Die dood heeft Paulus getekend in heel het vorige hoofdstuk (Romeinen 7), wat uitloopt op het jezelf een ellendig mens weten. Het is a.h.w. je geestelijke dood, er komt niks voor God uit je leven. Daar waar we het vrijgemaakt zijn in Christus Jezus omarmen, daar heb je het denken van de Geest, wat leven en vrede is.

Romeinen 8: 7 Daarom dat de gezindheid van het vlees vijandschap is tegen God; want het onderwerpt zich niet aan de wet van God; trouwens, het kan dat ook niet:
Paulus was gelijk in de start van dit hoofdstuk al van wal gestoken met te spreken over de wetmatigheid van de zonde en de dood in dit bedenken van het vlees. Hier zien we dit beginsel nog eens nadrukkelijk neergelegd: Wat ik in mijn vlees/lichaam kan bedenken, dat komt altijd neer op vijandschap tegen God. Dat is nogal een statement. Elke vrome inspanning voor God is vanuit God bekeken dus zonder meer vijandschap tegen God. Waarom zo cru? Waarom zo bot? Omdat dit vlees/lichaam nu eenmaal niet in staat is om iets goeds voor God te doen. Daarom Heeft God Zijn Zoon gezonden. Daarom is Christus in een vlees gelijk aan die van ons gekomen. Daarom heeft Christus ons vrijgemaakt van de zonde. Niet om nu vrijgemaakt in datzelfde onmogelijke vlees God te dienen, maar om de Geest te laten leiden in Zijn dienst van leven en vrede. We mogen uit genade leven.

Romeinen 8: 8  Zij, die in het vlees zijn, kunnen God niet behagen.
Nou kijk, daar hebben we weer een verdere uitbreiding van de opsomming van Paulus. “Zij, die in het vlees zijn”. Hier voegen we die uitdrukking nog eens toe aan ons lijstje:
Aan de ene kant:
De wet van de zonde en de dood
Naar het vlees wandelen
Naar het vlees zijn
Het bedenken van het vlees
In het vlees zijn

“Naar het vlees wandelen”, daar konden we ons nog wat bij voorstellen en ons inspannen om niet zo te doen. Welke reserves zouden we moeten aanspreken om ons daarvoor in te spannen? Ja juist: Het vlees. Maar goed, het gaat daar over wandelen. “Naar het vlees zijn”, daar konden we ook nog wel een draai aan geven om ons best te doen niet zo te zijn. Maar nu blijkt het probleem te zitten in het “in het vlees zijn”. Hoe kan je dat in vredesnaam bestrijden als je al in het vlees/het lichaam bent? Dat is ook nooit de bedoeling geweest van Christus vrijmaking. Het is reeds volbracht en nu kunnen we de rest rustig aan de werking van genade overlaten: Het bedenken van de Geest.

Romeinen 8: 9 Jullie zijn echter niet in het vlees, maar in de Geest, althans, indien de Geest Gods in jullie woont. Indien iemand echter de Geest van Christus niet heeft, die behoort Hem niet toe.
Wanneer iemand het werk van Christus niet als een concreet feit ziet, dan kan ik me helemaal indenken dat deze uitspraak van Paulus belachelijk klinkt. Je hoeft maar in de spiegel te kijken, jezelf aan te raken, en je hebt het overtuigend bewijs voor handen dat je daar nog altijd zit in je lichaam/vlees. Het zijn in het vlees of het niet zijn in het vlees duidt echter op de werkelijkheid, wie jij nu al voor God bent. Je leeft hier op aarde dan wel je leven in dit lichaam/vlees, maar voor God is wat je straks in de opstanding helemaal lichamelijk zult zijn geestelijk al een feit. Jij bent niet in het vlees. Nee, jij bent in de Geest.

Hier hebben we trouwens ook een uitbreiding van de opsomming van de eigenschappen van die andere kant:
Aan de andere kant:
De wet van de Geest van het leven
Naar de Geest wandelen
Naar de Geest zijn
Het bedenken van de Geest
In de Geest zijn

Zoals je ziet is voor Paulus het in de Geest zijn een zaak die voor alle gelovigen geldt. In de Geest zijn is Bijbels dus totaal niet een aparte bijzondere ervaring met de Geest. Het is iets dat vanzelfsprekend verbonden zit aan onze vrijmaking in Christus. Het in de Geest zijn is dus een heel nuchtere zaak, die voor elke gelovige geldt. We hoeven dus niet te haken naar een apart gebeuren, waarbij we iets extatisch ondergaan.

Romeinen 8: 10 Indien Christus in jou is, dan is wel het lichaam dood vanwege de zonde, maar de geest is leven vanwege de gerechtigheid.
Het lichaam is dood vanwege de zonde. De Geest is leven vanwege de gerechtigheid. Weer een nieuwe en laatste aanvulling op de opsomming:
Aan de ene kant:
De wet van de zonde en de dood
Naar het vlees wandelen
Naar het vlees zijn
Het bedenken van het vlees
In het vlees zijn
Lichaam/vlees dood vanwege de zonde
Aan de andere kant:
De wet van de Geest van het leven
Naar de Geest wandelen
Naar de Geest zijn
Het bedenken van de Geest
In de Geest zijn
Geest leven vanwege de gerechtigheid

Het ligt dus geheel binnen de lijn van de wetmatigheid dat als we naar het vlees wandelen, de zonde en de dood heerst, oftewel zoals deze tekst zegt: Het kenmerk van het lichaam/vlees is de dood. Dat komt vanwege de zonde. Aan de andere kant ligt het dus geheel aan de wetmatigheid van de Geest dat daar leven is. Dat komt vanwege de gerechtigheid. Nou is gerechtigheid het grote onderwerp van de hele Romeinenbrief. We zijn gerechtvaardigd dankzij het geloof van Christus Jezus.
Romeinen 3:22 De gerechtigheid van God door het geloof van Jezus Christus,
Romeinen 3:26 God is rechtvaardig, en rechtvaardigt hem, die uit het geloof van Jezus is.
Galaten 2:16 De mens wordt niet gerechtvaardigd uit de werken van de wet, maar door het geloof van Jezus Christus. Daarom hebben wij ook in Christus Jezus geloofd, opdat wij zouden gerechtvaardigd worden uit het geloof van Christus, en niet uit de werken van de wet;
Filippenzen 3:9 Ik heb niet mijn rechtvaardigheid, die uit de wet is, maar die door het geloof van Christus is,
(Even tussen haakjes: In de meeste vertalingen kom je geheel ten onrechte het geloof “in” Jezus Christus tegen. Ook dat maakt dat men meestal al niet op genade uitkomt omdat men het werk/geloof van Christus als zijn eigen inspanning ziet.)

Het is het werk van Christus Jezus, waardoor wij gerechtvaardigd zijn. Dat is de basis waardoor de Geest als het leven in ons werkt, zegt onze uitgangstekst. Zo geeft Paulus precies eender in de start van dit hoofdstuk aan dat onze vrijmaking in Christus Jezus de wetmatigheid van de Geest werkt, namelijk dat we leven, dat is het in de Geest zijn, dat is het leven uit genade.

Romeinen 8: 11 En indien de Geest van Hem, die Jezus uit de doden heeft opgewekt, in jullie woont, dan zal Hij, die Christus Jezus uit de doden opgewekt heeft, ook jullie sterfelijke lichamen levend maken door Zijn Geest, die in je woont.
Prachtige afsluiting. Wat geestelijk nu dus al een feit is in de gerechtigheid van God, in de vrijmaking in Christus, dat zal straks in de opstanding ook letterlijk een concreet lichamelijk feit worden. Dat zwakke lichaam/vlees, dat nu zo gekenmerkt wordt door het tekortschieten in onze dienst aan God, dat nu dus getekend wordt door de dood, dat lichaam zal dan levend gemaakt worden door diezelfde Geest, die nu al in ons woont. Dan is ook ons vlees/lichaam beheerst door de Geest. Dan is het concreet een onvergankelijk lichaam.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina