U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Hoe is de mensheid geschapen?

Genesis 1:27 Elohim is scheppende de mens in Zijn beeld; in beeld van Elohim schiep Hij deze (enkelvoudig); mannelijk en vrouwelijk schiep Hij deze (meervoudig).
Genesis 2: 21-22 Yahweh Elohim deed een diepen slaap op de mens vallen en hij sliep; en Hij nam één van zijn zijden en sloot het vlees toe onder haar. En Yahweh Elohim bouwde de zijde, die Hij uit de mens had genomen tot vrouw, en Hij bracht haar tot de mens.
Genesis 5:1-2 Op de dag dat Elohim de mens schiep, maakte Hij hem in gelijkenis van Elohim. Mannelijk en vrouwelijk schiep Hij ze, en zegende ze, en noemde hun naam Mens, op de dag dat zij geschapen werden.
Johannes 1: 1-3 In het begin was het Woord, en het Woord was naar de God toe, en God was het Woord. Dit was in het begin naar de God toe. Alle dingen zijn dwars door Hem geworden, en zonder Hem is niets geworden, dat geworden is.
1 Corinthiërs 8:6 Er is voor ons één God, de Vader, vanuit Wie het alles, en wij tot in Hem; en één Heer, Jezus Christus, dwars door Wie het alles, en wij dwars door Hem.
2 Corinthiërs 4:4 Christus, die beeld van de God is,
Colosse 1: 13-17 De Zoon van Gods liefde is beeld van de God, de Onzichtbare, de eerstgeborene van de hele schepping, want in Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, de zichtbare en de onzichtbare, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten: het alles is dwars door Hem en tot in Hem geschapen. En Hij is vóór alle dingen en het alles bestaat tezamen in Hem.

Dit zijn zo de teksten, waar ik op kon komen, die hier wel het één en ander over te zeggen hebben. Je ziet waarschijnlijk gelijk dat de teksten niet zo één, twee, drie aansluiten op de gangbare vertaling. Ik heb geprobeerd zoveel mogelijk de letterlijke grondtekst te volgen, ook als die een wat minder makkelijk leesbare taal oplevert. Het gaat mij om wat God ons hier letterlijk te zeggen heeft.

Genesis 1:27 Elohim is scheppende DE MENS in Zijn beeld; in beeld van Elohim schiep Hij deze (enkelvoudig); mannelijk en vrouwelijk schiep Hij deze (meervoudig).

Het gaat voortdurend over het scheppen van de mens door Elohim. Gek genoeg komt nooit de vraag daarbij naar voren wie er bedoeld wordt met die mens. Toch lijkt het mij dat de Schrift op die vraag wel een antwoord geeft.
Genesis 5:1-2 Op de dag dat Elohim de mens schiep, maakte Hij hem in gelijkenis van Elohim. Mannelijk en vrouwelijk schiep Hij ze, en zegende ze, en noemde hun naam Mens, op de dag dat zij geschapen werden.

De mens is mannelijk en vrouwelijk geschapen en dat geheel noemt Elohim “Mens”, op de dag dat ze geschapen werden. Het staat er glashard. Dus lijkt mij dat ook wat God bedoelt met de mens.

Genesis 1:27 Elohim is scheppende de mens in Zijn beeld; in beeld van Elohim schiep Hij DEZE (enkelvoudig); mannelijk en vrouwelijk schiep Hij DEZE (meervoudig).
In deze tekst ben ik nogal eens in het schip gegaan door het onzijdige aanwijzend voornaamwoord, dat ik hier dus tot twee keer toe weergeef met “deze”. In vrijwel alle vertalingen krijgt dit aanwijzend voornaamwoord plotseling een geslacht toegeschreven. In deze tekst wordt dan door de vertalers gekozen voor een mannelijk geslacht: “in beeld van God schiep Hij hem”. Wanneer in andere teksten een vrouw in het spel is, dan krijgt ditzelfde aanwijzend voornaamwoord van de vertalers een vrouwelijk geslacht toebedeeld, door het met “haar” te vertalen. Eigenlijk is dat op zich al inlegkunde.

De vertaling wordt in deze tekst dus afhankelijk gemaakt van het plaatje wat men reeds zag. Men ziet daar Adam, de man. Pas als de vrouw op één of andere manier apart geschapen was, dan zou er (in tegenstelling tot de heldere uitspraak in Genesis 5: 1-2), in dat plaatje sprake zijn van mannelijk en vrouwelijk.

Genesis 1:27 Elohim is scheppende de mens IN ZIJN BEELD; IN BEELD VAN ELOHIM schiep Hij deze (enkelvoudig); mannelijk en vrouwelijk schiep Hij deze (meervoudig).
Ik hoop dat het duidelijk is dat het hier absoluut niet gaat om het feit dat de mens hier behoorlijk lijkend op God geschapen is. God is Geest. God is onzichtbaar. Van iets wat niet zichtbaar is en ook niet zichtbaar hoort te zijn kan je geen zichtbare afbeelding maken. En eigenlijk geeft God regelmatig in Zijn Schrift aan dat Hij dat zo wenst te houden. Toen Israël een gouden kalf had opgericht, toen was de fout niet dat ze naar de afgoden waren overgestapt. Helemaal niet! Nee, dat uiterlijk beeld moest in hun denken hun eigen God “Yahweh” voorstellen. Zij dienden, binnen hun optiek, hun eigen God daarmee. Ze hadden Hem echter zichtbaar gemaakt in een beeld.

2 Corinthiërs 4:4 Christus, die beeld van de God is,
Colosse 1: 13-17 De Zoon van Gods liefde is beeld van de God, de Onzichtbare, de eerstgeborene van de hele schepping, want in Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, de zichtbare en de onzichtbare, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten: het alles is dwars door Hem en tot in Hem geschapen. En Hij is vóór alle dingen en het alles bestaat tezamen in Hem.

Paulus geeft een onmiskenbaar antwoord op de vraag wie er met dit beeld van God bedoeld wordt. Het is Christus zelf, de Zoon van Gods liefde, die het beeld van God is. Nee, Hij is niet het beeld van God in de zin dat nu onze nieuwsgierigheid beloond wordt over de vraag hoe God er nou eigenlijk uitziet. Hij is het beeld van God in de zin dat Hij ons Vader God heeft leren kennen. God is liefde. Dat is Zijn wezen. Hoe herkennen we die liefde? In Zijn Zoon, in Christus Jezus!

Christus is het beeld van God en wat zegt Paulus hier in Colosse over dit beeld? In Hem zijn alle dingen geschapen, enzovoort! Hoe dat gegaan is, daar is de Schrift niet duister over.
Johannes 1: 1-3 Alle dingen zijn dwars door Hem (Christus Jezus) geworden, en zonder Hem is niets geworden, dat geworden is.
1 Corinthiërs 8:6 Er is voor ons één Heer, Jezus Christus, dwars door Wie het alles, en wij dwars door Hem.

Genesis 1:27 Elohim is scheppende de mens
IN ZIJN BEELD; IN BEELD VAN ELOHIM schiep Hij deze (enkelvoudig); mannelijk en vrouwelijk schiep Hij deze (meervoudig).
Genesis 5:1-2 Op de dag dat Elohim de mens schiep, maakte Hij hem in gelijkenis van Elohim. Mannelijk en vrouwelijk schiep Hij ze, en zegende ze, en noemde hun naam Mens, op de dag dat zij geschapen werden.

De mens is hier in het beeld van God geschapen. Nu de vraag: Is dat de man? Is dat de vrouw? Of is dat de mens (mannelijk en vrouwelijk)? De vraag stellen met deze teksten erbij is hem gelijk ook beantwoord hebben. Natuurlijk is dat de mens in zijn geheel (mannelijk en vrouwelijk). Deze teksten moeten anders wel heel erg omgebogen worden.

Denk eens even in wat de consequentie zou zijn als alleen de man in het beeld van God geschapen zou zijn. De vrouw zou buiten het goddelijk scheppingswerk dwars door het Woord heen gebleven zijn, ondanks het “alles”, waar Paulus zo nadrukkelijk over schrijft. Nee, de mens (mannelijk en vrouwelijk) is hier in het beeld van God geschapen.

Genesis 2: 21-24 Yahweh Elohim deed een diepen slaap op de mens vallen en hij sliep; en Hij nam één van zijn zijden en sloot het vlees toe onder haar. En Yahweh Elohim bouwde de zijde, die Hij uit de mens had genomen tot vrouw, en Hij bracht haar tot de mens.

Er zijn behoorlijk wat broodje aap verhalen over de begintijd van de mens. We kennen allemaal het verhaal van de appel, die nergens in de Schrift is terug te vinden. Zo doet ook het verhaal van die rib van de man het nog altijd goed. De vrouw zou een rib uit het lijf van de man zijn. Dit onzinverhaal, dat naast de Schrift toch perfect tot leven is gekomen, heeft zelfs ons Nederlands spreekwoordenregister gehaald.

Er zijn zelfs mensen die er overtuigd van zijn dat de man een rib minder moet hebben dan de vrouw. “Stel je voor dat je dat niet zou geloven, dan geloof je de Bijbel niet”, is zelfs hun conclusie. Nou, ik kan je gerust stellen. De Bijbel strooit dergelijke dwaze sprookjes niet in het rond.

Genesis 2: 21-24 Yahweh Elohim deed een diepen slaap op de mens vallen.
Ten eerste gaat het hier dus niet over de man, maar over de mens (mannelijk en vrouwelijk).

Genesis 2: 21-24 Hij nam één van ZIJN ZIJDEN en sloot het vlees toe onder haar.
Enig idee wat hier gebeurde met de mens?

We kunnen iets ontdekken van de gebeurtenis hier wanneer we het Hebreeuwse woord “tsala”, dat hier terecht met “zijde” is weergegeven en in andere vertalingen volkomen ten onrechte een rib wordt genoemd, vergelijken met een andere tekst waar ook dit woord gebruikt wordt.
2 Samuël 16:13 Simeï ging aan DE ZIJDE van de berg tegenover hem verder,

Je hebt dus een zijde van de berg en je hebt een andere zijde. Ik stel me dan voor dat de berg zelf feitelijk gewoon één geheel is. Maar net naar gelang hoe je voor of naast die berg staat heeft die berg een voorzijde en een achterzijde. Je kan natuurlijk ook een rechter- en een linkerzijde ontdekken. Maar op zich is die berg gewoon één berg. Je ziet namelijk niet zomaar een rechterzijde ergens staan los van de linkerzijde. De berg is een eenheid, ook al kan je dus spreken van een linker- en een rechterzijde. De geschapen mens is in deze beginteksten een eenheid, ook al kan je spreken van mannelijk en vrouwelijk.

Zou iemand nu de linkerzijde van de berg kunnen losmaken van die berg, dan heeft die rechterzijde vanzelf plotseling een linkerzijde los van hem naast zich. Bekijk je dan die twee bergzijden en kan je het in elkaar schuiven, dat past het weer perfect als een volmaakte Jigsaw Puzzle in elkaar en heb je weer de originele eenheid terug. Dat is eigenlijk nou ook precies wat we in dit gedeelte tegenkomen.

De mens is geschapen in het beeld van God (mannelijk en vrouwelijk). God neemt één zijde van die mens, zet het apart en je hebt man en vrouw. Telkens blijft daar die hunkering om als een volmaakte Jigsaw Puzzle weer tot één te worden. Dat gebeurt nu niet meer automatisch, vandaar dat de man zijn vader en moeder ervoor verlaat en zijn vrouw aanhangt. Dan is daar de eenheid van die mens. De Jigzaw Puzzle is weer een eenheid.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina