U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Vier uiteenlopende vragen

Ik kreeg vandaag zo´n stuk of vier vragen binnen die waarschijnlijk voor meerderen interessant zijn.

1e. Wat is het verschil tussen de volgende twee teksten:
Efeze 3:19: opdat u vervuld wordt tot de hele volheid van God
Kolosse 2:9-10: Want in Hem woont de hele volheid van de Godheid lichamelijk en u bent in Hem vervuld?

Eerst even de eerste tekst voor mijn gevoel compleet maken.
Efeze 3: 17 - 19 Dat Christus door het geloof in jullie harten woning maakt. Geworteld en gegrond in de liefde, zullen jullie dan samen met alle heiligen, in staat zijn te vatten, hoe groot de breedte en lengte en hoogte en diepte is, en te kennen de liefde van Christus, die de kennis te boven gaat, opdat jullie vervuld worden tot de hele volheid van God.

Het einddoel van Paulus gebed was dus dat deze gelovigen helemaal vol zouden raken tot de hele volheid van God. De weg daarnaartoe is ten eerste dat Christus in hun harten werkt. Dat gebeurt via het geloof. We kunnen zeggen dat we nu al de waarheid kennen dat Christus ons leven is en ook inderdaad op die manier in ons hart werkt. De basis van het geworteld en gegrond zijn in de liefde is ook al een absoluut feit. Maar Paulus tekent een groei, die we gezamenlijk als lichaam van Christus mogen kennen. Dat loopt uit op de gebeurtenis dat we samen met alle heiligen in staat zijn te vatten hoe groot de breedte, lengte, hoogte en diepte is en de liefde van Christus te kennen.

Dus dat gebed van Paulus, dat werken van Christus in ons hart en dat geworteld en gegrond zijn in de liefde loopt hierop uit. We kunnen, de situatie momenteel onder de gelovigen overziende, niet zeggen dat we nu reeds samen met alle heiligen bezig zijn om deze zaken te vatten. We doen het nog steeds met die gelovigen die leerstellig het dichtst bij ons staan. Vaak sluiten we totaal anders denkende gelovigen, die echter ook de Schrift als enige basis erkennen, nog steeds uit in ons onderzoek om die zaken te vatten. Maar daar groeien we dus wel degelijk naartoe. Dat is een duidelijk werk van Christus in onze harten. Wij, ja zelfs de meest Bijbelgelovige en meest geestelijken onder ons, hebben daar namelijk vanuit ons vlees nog helemaal geen zin in. Op dat gezamenlijk einddoel is Paulus gebed gericht. Dat is de weg dat we gezamenlijk als lichaam van Christus vervuld worden tot die hele volheid van God.

Paulus spreken over de vervulling tot de hele volheid van God staat hier dus niet in relatie tot ons persoonlijk, dus individueel. Paulus spreekt hier over hoe dit uiteindelijk zal uitpakken voor al de gelovigen (alle heiligen), die tot het lichaam van Christus behoren, of het nu Messias belijdende joden zijn, Adventisten zijn, Baptisten zijn, Gereformeerden zijn, Hervormden zijn, Katholieken zijn, of die gelovigen die vanuit de Schrift stellig verklaren niet tot dat lichaam te behoren, of zelfs zij die helemaal nergens bij willen horen. We groeien gezamenlijk heen naar het moment dat we met z´n allen in staat zijn om deze dingen te vatten. Zo groeien we gezamenlijk heen naar die vervulling tot de hele volheid van de godheid.

Nu die andere tekst:
Colosse 2: 9 – 10 In Hem [Christus] woont al de volheid der godheid lichamelijk; en jij hebt de volheid verkregen in Hem, die het hoofd is van alle overheid en macht.
Eigenlijk lijkt het me, gewoon deze tekst lezend, al helder dat Paulus hier spreekt over het feit wat door het werk van Christus tot stand is gebracht voor ons ieder persoonlijk. Het gaat hier niet over ons gezamenlijk beleven van de volheid, zoals in het gebed van Paulus in Efeze. Maar ieder persoonlijk zijn we met Christus verbonden in Zijn sterven, Zijn opstanding en Zijn verheerlijking. Dit is niet een verdienste van ons. Dat is dan wel weer in overeenstemming met de vorige tekst. Ook waar we gezamenlijk naartoe gaan is geen verdienste van ons. Maar ik persoonlijk heb die volheid reeds ontvangen in Hem. Jij trouwens ook. Maar ook die broeders en zusters, die deze genade delen en nu tot het lichaam van Christus te behoren terwijl ze er totaal andere denkbeelden als wij op na houden, ook zij hebben ieder persoonlijk deel gekregen aan die volheid, die Paulus hier beschrijft, of ze daar nou vanuit gaan of niet.

Het verschil tussen deze twee teksten lijkt me dus het gezamenlijk (bij de eerst tekst) en persoonlijk karakter (bij de tweede tekst).

2e. Gaat het in Efeze 1:9 en in Efeze 1:11 waarin allebei “ta panta” voorkomt om hetzelfde “het al” of is er verschil?

Ik pak eerst weer even de teksten erbij.
Efeze 1: 9-11 God heeft ons de verborgenheid van Zijn wil doen kennen, in overeenstemming met het plezier, dat Hij Zich in Hem had voorgenomen, om, betreffende de bedeling van de volheid der tijden, “HET AL” van wat in de hemelen en op de aarde is in de Christus te hoofden in Hem, in Wie het ook zo is dat wij erfgenamen zijn, waartoe wij tevoren bestemd waren, krachtens het plan van Hem, die in “HET AL” werkt naar de raad van Zijn wil.

Eerst een antwoord voor vers 9-10:
Welke bepaling we aan “HET AL” hier geven wordt bepaald door de context. Het is “HET AL” van wat in de hemelen en op de aarde is. “HET AL” in deze verzen wordt straks in de Christus gehoofd. In mijn kijk op deze tekst is er aan het al wat hier genoemd wordt geen enkele uitzondering en wordt daar dus concreet alles mee bedoeld. Alles krijgt zijn plekje onder het hoofd, en dat is hier de Christus.

God gebruikt hier de volheid van de tijden om Zijn plan te volvoeren. Het komt door de inspanning van God zelf allemaal samen in het laatste puntje van de tijd. Volgens mij het moment nog net binnen de geschapen tijd, waarbij we al haast de grens naar God buiten de tijd oversteken. Op dat moment gebruikt God Zijn Zoon, Christus Jezus om dit plan te volvoeren. Er is echter niet alleen sprake van Christus, zonder lidwoord. God heeft voor deze hoofding aan het eind der tijden Christus als Hoofd, samen met Zijn gemeente, de nieuwe mens, het lichaam van Christus, op het oog: De Christus, met lidwoord. In die overgang van tijd naar geen tijd is God in Christus, geheel als eenheid met ons als Zijn lichaam, bezig alles wat in de hemelen is en alles wat op aarde is te hoofden.

Dan nu een antwoord voor vers 11:
Inderdaad is dit dezelfde uitdrukking “HET AL”. Welke bepaling we aan dit “HET AL” geven wordt opnieuw bepaald door de context. Het gaat hier om “HET AL” wat God werkt binnen Zijn tijdsplan. Dus gaat het om wat Hij werkt in de geschiedenis, wat Hij werkt in jou en mij, maar ook in aardse overheden en machten. Overal is onze God bezig de stukken op de juiste plek te plaatsen om tot Zijn perfecte einddoel te komen.

“TA PANTA”, oftewel “HET AL” betekent dus inderdaad wel telkens echt “ALLES”. Welk “ALLES” wordt echter bepaald door de context.

3e. Hoe komt het dat er in Efeze veel geciteerd wordt vanuit het Oude Testament en in Kolosse nauwelijks op een enkele na zoals Kolosse 2:22: geboden en leringen van mensen vanuit Jesaja 29:13 en Kolosse 3:1: gezeten in Gods rechterhand?

Ik ken leraars, die daar hele uitgebreide consequenties aan ophangen, maar zelf kom ik daar niet uit. Dit is helaas een vraag, waar ik niet echt een antwoord op heb. Ik ken een heleboel gissingen, maar dat is niet mijn aanpak. Dus, ik weet het gewoon niet.

4e. Is het zo dat Kolosse hoger gaat dan Efeze, omdat het in Kolosse om het Hoofd gaat en in Efeze om het Lichaam?

Eerlijk gezegd is deze gedachte nog nooit door mijn brein geflitst. Ik heb zelf een beetje moeite met de gedachte dat een bepaald Bijbelgedeelte of Bijbelboek hoger of lager zou zijn dan de andere. Ik weet dat Efeze en Colosse nogal eens het hoogste onderwijs genoemd wordt, maar dat lijkt me niet. Als je het zo subjectief zou bekijken dat zouden wij dat wellicht zo voelen, maar het volk Israël, dat profetisch dan nog eens na ons zou komen, zou dan genoegen moeten nemen met iets lagers. Dat lijkt me vreemd. God stelt niemand achter. Zo is God helemaal niet. Volgens mij zijn er verschillende roepingen met daaraan gekoppeld ook een verschillende wandel. Het onderwijs voor ons komt dan met name uit deze twee brieven, maar dat is voor mij ook een verklaring waarom wij zoveel onkunde hebben over bijvoorbeeld de boeken Daniël en Openbaring. Voor hen, die straks in de Dag des Heren (Openb. 1: 10) leven is het lezen van die profetie wellicht gewoon een eitje en begrijpen ze, net als Petrus, nauwelijks iets van Paulus.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende