U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Waarom lees je in de Bijbel over Heere HEERE?

Ik werd me er weer eens pijnlijk van bewust hoe wij als christenen onze eigen vaktaal hebben, waardoor we zonder het blijkbaar zelf door te hebben de niet ingewijden helemaal buiten sluiten. Zoals bij deze bemoediging, die ik iemand dacht mee te kunnen geven:
Jesaja 25:8 De Heere HEERE zal de tranen van alle aangezichten afwissen;

De reactie was: “Hier snap ik nou echt helemaal niks van!” Het probleem was dat ze Heere lazen, dat direct daarop nog een keertje langskwam, maar dan als HEERE. Eén keertje dit onbegrijpelijke woord was al lastig geweest voor de lezer, maar dan nog een stottering er gelijk achteraan, dat was echt teveel van het goede.

Iemand, totaal onbekend met de Tale Kanaäns, bekeek de tekst en probeerde nog een tijdje mee te puzzelen en toen hoorde ik: “Ah, ik zie het al, het is een Bijbeltekst, daar snap je ook nooit wat van”. Genoeg argument om de troost, die ikzelf zo duidelijk ontvangen had in deze tekst, te laten schieten.

God veegt al onze tranen van de wangen. Wat een heerlijke belofte, maar in de vertaling helemaal weggestopt in dure vaktaal. Waarom haalt men zoiets uit als een dubbele Heer in vreemde vorm? “Heere HEERE”! De Schrift zelf is daar overduidelijk over. Er is een goede grond waarom de Schrift spreekt over “Adonai Yahweh”. Dat staat klaar en helder in de volgende tekst:
Ezechiël 36:23 De heidenen zullen weten, dat Ik Yahweh ben, spreekt Adonai Yahweh,

Een voorbeeld:
Er zijn veel mensen in de wereld. Niet alle mensen werken in de chocoladefabriek. Van al die mensen, die wel in de chocoladefabriek werken is niet iedereen de directeur van diezelfde chocoladefabriek. Dat is maar één mens. Wat soortnaam betreft kan je hem een mens noemen, maar wat functie of titel betreft is hij de directeur. We hebben dus te maken met mens directeur, maar hoe spreek je hem dan verder nog aan? Nou gewoon bij zijn naam natuurlijk. Deze mens, die directeur is, die heeft ook nog gewoon een naam. Voor de meeste mensen is hij Directeur Janssen, maar voor zijn directe familie en vrienden is hij Jan.

Nou zijn er mensen, die spreken hem aan als Directeur Jan Janssen. Ze gebruiken dus zijn titel samen met zijn naam. Dat maakt het overduidelijk om te weten over wie ze het hebben. Zijn broer Piet Janssen, directeur van de kauwgomballenfabriek, wordt daarmee niet aangeduid. Stel nou dat iemand telkens een vergadering bij directeur Jan Janssen in steno moet vastleggen. Om het wat vlotter weg te schrijven schrijft ze op een dag i.p.v. directeur Jan Janssen ineens “Basie BASIE” op. Voor de verdere geschiedenis van de chocoladefabriek met haar directeur Jan Janssen kan je alles in de notulen nalezen onder de titel “Basie BASIE van de chocoladefabriek”.

Een generatie later werd er teruggeblikt op de historie van de fabriek en er ontstond een meningsverschil of Jan nou Basie BASIE was of dat Piet dat nou was. Een eeuw later keek men zeer devoot terug op al de prachtige verhalen over de chocoladefabriek met wellicht een Janssen, wellicht een Pietersen aan het hoofd als Basie BASIE. Een duizend jaar later werd het zelfs al muggenzifterig genoemd als je nauwkeurig wenste te weten wat voor fabriek het feitelijk wel was. Goed, er stond dan wel “chocoladefabriek”, maar dat kon toch zeker net zo goed overdrachtelijk bedoeld zijn geweest?

De uitdrukking “Basie BASIE” viel niemand meer op. Soms werd er nog even aandacht besteed aan het feit dat deze verhalen over een mens gingen, maar de vraag alleen al wie of wat “Basie BASIE” was werd als blasfemisch ervaren. Een uitermate klein groepje mensen dacht nog iets op te kunnen maken uit de notulen van de chocoladefabriek. “Basie BASIE”? Ach, gewoon devoot doorlezen. Mooi hè? Een niet ingewijde bekijkt het en zegt: “Ik begrijp het niet”. Een andere onbekende met de Tale Chocoladefabrieks kijkt even mee en zegt opeens: “O, ik zie het al. Het zijn de notulen van die fabriek. Daar snap je ook echt nooit wat van.”

Dit is natuurlijk gekkigheid over fantasietjes zoals die bij mij dan opkomen. Laten we dus maar even weer teruggaan naar de Bijbel zelf.
Ezechiël 36:23 De heidenen zullen weten, dat Ik Yahweh ben, spreekt Adonai Yahweh,
Eigenlijk draait het daar simpelweg om, dat God een Adonai is, die ook nog een eigennaam heeft, namelijk “Yahweh”. Het zal zo worden dat het eigen aardse volk van God eenmaal die naam concreet zal aanroepen: “Yahweh, Yahweh!” Dat is het moment dat Gods goedertierenheid hen tot bekering zal brengen. De naam gaan ze verkondigen aan de heidenvolkeren en ook zij zullen Hem leren kennen.

Zo simpel is het: Gods eigen naam is Yahweh, wat vertaald wil zeggen “Ik ben, die Ik ben”. Een heerlijk belofte in Zijn eigen naam, dat Hij nooit verandert en er altijd is. Wat een heerlijke naam! Wat een afgang om dat dan in het Nederlands volkomen onherkenbaar te verstoppen in een woord, waar je in de verte dan nog zoiets als een titel kan herkennen: HEERE.
Jesaja 28:16 Zo zegt de Heere HEERE:
Ezechiël 14:21 Zo zegt de Heere HEERE:
Ezechiël 36:22 Zo zegt de Heere HEERE:
Ezechiël 36:23 De heidenen zullen weten, dat Ik de HEERE ben, spreekt de Heere HEERE,

Wij, als christenen, zijn een beetje immuun geworden voor dergelijke vreemde constructies en lezen er dan ook klakkeloos overheen, maar als we dan zo´n vreemde constructie als troost aan iemand, die daar totaal onbekend mee is, geven dan laten we die persoon alleen maar struikelen over een rij woorden, die niks te zeggen lijken te hebben en de troost, die er concreet wel degelijk inzit, is helemaal pleite voor die persoon.

Onze enige God is Vader God. Hij geeft alles Zijn plaats. Hij heeft alles in de hand en werkt toe naar een perfect einddoel, waar ook zij die niets vatten van ons geheimschrift een grandioze heerlijke plek in zullen innemen. Plaatser is namelijk de taakomschrijving van God, zoals we dat teruglezen in de beschrijving: “God”.

Onze Vader God is de Adonai. Er zijn meerdere Adoni, zoals bazen, heren, koningen en meesters. Al diegenen die heerschappij voeren krijgen dat uitgedrukt in de titel, die ze bij zich dragen: “Adon”. Onze Vader God is echter Heer en Meester van alles en iedereen. Het is dan op zich ook niet bevreemdend om Hem Heer te noemen. Die laatste “e”, die dan toch nog eens aan de titel “Heer” wordt toegevoegd is dan echter wel weer zeer bevreemdend en ook verwarrend omdat we dit vergeefs in onze gewone Nederlandse taal zullen terugzoeken. Het bestaat nergens, dus waarom dan vasthouden aan zoiets antieks? Is dat om mensen af te schrikken, die toch eens in die Bijbel gaan lezen?

Onze Vader God, die dus alles Zijn plek geeft en Adonai is over alles en iedereen, dus de volle heerschappij heeft, die heeft ook een naam, namelijk “Yahweh”. Die naam draagt de belofte in zichzelf dat onze God ons altijd nabij zal zijn en nooit zal veranderen. Hij is en blijft de “Ik Ben”. In die naam ligt ieders redding vast.
Joël 2:32 Iedereen die de Naam Yahweh zal aanroepen, zal gered worden;

Die naam is in onze Nederlandse vertalingen geen naam gebleven, maar is het gestotter van de titel “Heer” in de Nederlandse vertalingen geworden. Men heeft het woord in zekere zin nog willen redden door het bij het gebruik van de naam in de grondtekst in het Nederlandse tot een “HEERE” met hoofdletters om te vormen. Zo vreemd knoeiend met de combinatie van de titel en de naam van God heeft men de Bijbel tot een gesloten boek gemaakt voor niet ingewijden, die vanzelfsprekend tot de conclusie komen: “O, ik zie het al. Het is een Bijbeltekst. Daar snap je toch nooit iets van.”

We maken echt veel ellende in deze wereld van ons mee. Het is een beroerde toestand. Dan is het een heerlijke troost dat God straks zelf al onze tranen van onze wangen zal afvegen.
Jesaja 25:8 Adonai Yahweh zal de tranen van alle gezichten afvegen;

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende