U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Welke hoop bezitten wij?

Ik vond het altijd wel voldoende om de verschijning van de Zoon des mensen als mijn hoop te zien. Nu krijg ik steeds meer de indruk dat er meerdere hopen, meerdere Bijbelse verwachtingen, zijn rondom die verschijning. Het woordje parousia of komst of verschijning zegt op zich ook nog niet alles. Het is ook van belang dat we opletten vanuit welk perspectief die verschijning of komst getekend wordt in de diverse Bijbelgedeeltes. Je kan inderdaad deel uitmaken van die verschijning van de Heer als Hij komt, maar op andere plaatsen zie je dat je ook toeschouwer kan zijn van die verschijning of dat je bijeen verzameld wordt of Hem tegemoet gaat om Hem te verwelkomen. Dat zijn duidelijk verschillende invalshoeken van waaruit hetzelfde gebeuren bekeken wordt. Verschillende hopen of verwachtingen dus.

Wat is mijn concrete hoop als lid van het lichaam van Christus? Dat is dat ik samen met Christus openbaar zal komen (Phaneroo) bij Zijn verschijning!
Colosse 3: 4 Wanneer Christus, ons leven, zal geopenbaard (Phanerothe) worden, dan zullen jullie ook met Hem geopenbaard (Phanerothesesthe) worden in heerlijkheid.
De reden hier van ons geopenbaard worden samen met Christus in heerlijkheid is het feit dat we onlosmakelijk met de opgestane Heer verbonden zijn. Hij is ons Leven. Hij is wat ons compleet maakt, maar wij zijn gelijk ook wat Hem compleet maakt.
Efeze 1: 22-23 God heeft alles aan Zijn (Christus) voeten onderworpen en heeft Hem als hoofd boven alles gegeven aan de gemeente, die Zijn lichaam is, de completering van Hem, die alles in allen vervult;
Vandaar het vanzelfsprekende feit van onze hoop, namelijk: Onze openbaring met Christus in heerlijkheid.

Dezelfde openbaring (Phaneroo) van Christus wordt echter door andere gelovigen buiten het lichaam van Christus ook anders bekeken.
1 Johannes 2:28 Kinderen, blijft in Hem, opdat wij, als Hij geopenbaard (Phanerothe) wordt, vrijmoedigheid hebben en niet beschaamd worden voor Hem bij Zijn komst.
1 Johannes 3:2 Wij zijn kinderen van God en het is nog niet geopenbaard
(Ephanerothe) wat wij zijn zullen. Wij weten, dat als Hij zal geopenbaard (Phanerothe) zijn, wij Hem gelijk zullen zijn; want wij zullen, Hem zien zoals Hij is.
Tegenover die totale versmelting, die wij als leden van het lichaam kennen, staat dus die onwetendheid hier en de hoop van het vanaf de aarde Hem uit de hemel geopenbaard zien worden.

Bij de Parousia van de Heer zijn er geen gelovigen samen met de Heer in Zijn verschijning. Gelovigen zien vanaf de aarde wel uit naar Hem om Hem te verwelkomen op de aarde, waarvoor ze Hem ook tegemoet gaan. Er is hier dus totaal geen sprake van samen met Hem verschijnen in Zijn Parousia.
1 Thessalonica 4: 15-17 Dit zeggen wij u door het woord van de Heer, dat wij, de levenden, die overblijven tot de Parousian van de Heer, de ontslapenen geenszins zullen vóórkomen. Want de Heer zelf zal met een bevelend roepen, met de stem van een aartsengel en met de bazuin van God neerdalen van de hemel; en de doden in Christus zullen eerst opstaan; daarna zullen wij, de levenden, die overblijven, samen met hen in wolken opgenomen worden de Heer tegemoet in de lucht; en zó zullen wij altijd met de Heer zijn.
2 Thessalonica 2:1 De Parousias van onze Heer Jezus Christus en onze vereniging met hem,

Bij het komen (Erchomai) van de Heer zijn er ook geen gelovigen samen met de Heer in Zijn verschijning. Vaak worden de engelen daar ten onrechte voor aangezien, maar dat zijn gewoon engelen. Was dit afwijkend van het normale bedoeld (dus geen engelen), dan had daar zeker wel een aanwijzing in de Schrift zelf over gestaan. Het zijn trouwens de uitverkorenen, die hier vanuit de aarde deze komst waarnemen en dus niet samen met Hem verschijnen.
Mattheus 24: 30-31 Het teken van de Zoon des mensen zal verschijnen in de hemel; en dan zullen alle stammen van het land weeklagen en zij zullen de Zoon des mensen zien komen (Erchomenon) op de wolken van de hemel met kracht en grote heerlijkheid. En Hij zal Zijn engelen uitzenden met luid bazuingeschal; en zij zullen Zijn uitverkorenen bijeen verzamelen uit de vier windstreken, van het ene uiterste van de hemelen tot het andere uiterste daarvan.
Mattheüs 25:31 Wanneer de Zoon des mensen komen zal
(Elthe) in Zijn heerlijkheid, en al de heilige engelen met Hem, dan zal Hij zitten op de troon van Zijn heerlijkheid.
Mattheüs 26:64 Van nu af aan zullen jullie de Zoon des mensen zien zitten aan de rechterhand van de kracht en zien komen
(Erchomenon) op de wolken van de hemel.
Markus 13: 26-27 Zij zullen de Zoon des mensen zien komen
(Erchomenon) in wolken, met grote kracht en heerlijkheid. En dan zal Hij Zijn engelen uitzenden en zijn uitverkorenen bijeen verzamelen uit de vier windstreken van het einde van de aarde tot het einde van de hemel.
Markus 14:62 Jullie zullen de Zoon des mensen zien zitten aan de rechterhand van de kracht en zien komen
(Erchomenon) met de wolken van de hemel.
Handelingen 1:11 Deze Jezus, die van jullie is opgenomen in de hemel, zal zó komen
(Eleusethai), op dezelfde manier als dat jullie Hem naar de hemel hebben zien heengaan.
Openbaring 1:7 Ziet, Hij komt
(Erchetai) met de wolken en alle oog zal Hem zien, ook zij, die Hem doorstoken hebben; en alle geslachten van de aarde zullen over Hem rouw bedrijven; ja, amen.

Hier komt een Bijbelgedeelte, weer met het werkwoord “Erchomai”, die ik opvatte als een aanwijzing dat ook in de vroege brieven van Paulus er al sprake zou zijn van de hoop op een verschijning samen met de Zoon des mensen.
2 Thessalonica 1: 10-12 Hij zal komen (Elthe) om op die dag verheerlijkt te worden in Zijn heiligen en bewonderd te worden in allen die geloofd hebben; want ons getuigenis aan jullie is geloofd geworden. Daarom bidden wij ook altijd voor jullie, dat onze God jullie de roeping waardig mag achten en al het welbehagen van Zijn goedheid en het werk van het geloof in kracht mag vervullen, opdat de naam van onze Heer Jezus Christus verheerlijkt wordt in jullie en jullie in hem, naar de genade van onze God en van de Heer Jezus Christus.
In eerste instantie begint dit gedeelte met dat de Zoon des mensen op die dag verheerlijkt zal worden in Zijn heiligen. Dan eindigt dit gedeelte ook nog eens met de bede dat de naam van onze Heer Jezus Christus verheerlijkt wordt in die gelovigen en die gelovigen dan weer in Jezus Christus. Dat was voor mij toch wel een krachtig, dubbel getuigenis. Maar ik dacht niet verder door!
Waarvan is het een dubbel getuigenis? Er staat totaal niets over een samen met Christus verschijnen. Er wordt wel een nadere uitleg van deze verheerlijking op die dag gegeven. “Want” staat er simpelweg achter: “want ons getuigenis aan jullie is geloofd geworden.” De naam van de Heer wordt verheerlijk in hun geloof. Dan gaat het ook nog eens verder met de wens dat het werk van het geloof in kracht vervuld mag worden. De verheerlijking van de naam van de Heer vindt zijn verwerkelijking dus in het werkzame geloofsleven, in de genade die doorwerkt bij deze gelovigen. Plaatsen we dit dan ook nog eens tegenover het pure ongeloof, dat in de voorafgaande verzen 8 & 9 getekend wordt, dan is het overduidelijk wat die verheerlijking van de naam van de Heer in dit gedeelte inhoudt.

Hier komt alweer een Bijbelgedeelte met het werkwoord “Erchomai”, die heel duidelijk lijkt te spreken over de verschijning van de Heer samen met de gelovigen.
Judas 1:14 Henoch, de zevende van Adam af, heeft van hen geprofeteerd, met de woorden: Zie, de Heer is gekomen (Elthen) met Zijn heilige tienduizenden,
De moeilijkheid is dat, ondanks dat ik uit nieuwsgierigheid het boek van Henoch wel bemachtigd heb, er geen enkel Bijbels gezaghebbend woord uit over te nemen valt. Hoe kan ik weten of Judas op dat apocriefe boek teruggrijpt? Vergelijkenderwijs met andere Bijbelgedeelten zouden het hier engelen kunnen betreffen, maar evenzogoed ook gewoon gelovigen, die met de Heer verschijnen.
Belangrijk is echter dat het eigenlijk niet eens het onderwerp van Judas is. In vers 10 t/m 13 draait het om lasteraars en hun praktijken en in vers 15 en 16 draait het om de aionische oordelen, die daarop volgen. Dat is het onderwerp dat hij hier bespreekt. Het draait dus niet om de hoop van de gelovigen. Bovendien is, hoe je het ook wendt of keert, dit het perspectief van iemand (die lasteraar), die naar boven kijkt en de Heer zo ziet aankomen. Het is zeker niet de weergave van een hemelse hoop.

En dan hebben we nog een Bijbelgedeelte met het werkwoord “Erchomai”, die in mijn beleving van vroeger telkens weer aangaf dat de gemeente bij de verschijning van de Heer erbij is.
Openbaring 22:12 Zie ik kom (Erchomai) spoedig en Mijn loon is bij mij, om een ieder te vergelden zoals zijn werk zijn zal.
Waarom dacht ik dat? Omdat de gemeente toch zeker het loon van Christus werk is? Maar ja, die gemeente is wel Gods belangrijkste verborgenheid en wat blijkt?
Jesaja 62:11 Yahweh laat zich horen tot aan het einde der aarde: zegt aan de dochter Sions: Zie, uw redding komt; zie, Zijn loon is met Hem, en Zijn vergelding gaat vóór Hem uit.
Tja, loon en vergelding, beloning en straf. Het is in Gods profetisch handelen met Zijn aardse volk een gebruikelijk patroon. Een aionische beloning en een aionische vergelding.
Echter, ongeacht of dat loon nou de gemeente is of niet, de hoop, de kijkhoek, de verwachting zoals die hier getekend is, dat is van de aarde naar boven om Zijn verschijning te zien. De verkondigde hoop hier is niet samen met Christus te verschijnen.

Colosse 3: 4 Wanneer Christus, ons leven, zal geopenbaard worden, dan zullen jullie ook met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.
Is nou één zo´n enkel vers niet een karige basis om je hoop op te vestigen. Lees dan nog eens die twee hele brieven (Efeze en Colosse) door. Je zult vanzelfsprekend de grandioze unieke positie met Christus in de rechterzij van Vader ontdekken. Rijker kan gewoon niet. Onze rijke hoop ligt in dat verlengde. Wat een rijkdommen van genade!

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende