U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

"Is" & "Als". Wat zeggen deze verschillen?

Dit wordt een Bijbelstudie over de verschillen tussen “Is” en “Als”. De vraag is wellicht: Waar is een studie over zo´n klein onderscheid nou goed voor? Hier komt het Bijbelgedeelte, waar dit onderscheid uitermate belangrijk is.

Efeze 5: 23 Christus “IS” het hoofd van de gemeente: Hij “IS” de Redder van het lichaam.
Efeze 5: 24 “ZOALS” de gemeente aan Christus onderdanig is, “ZO OOK” de vrouwen aan haar eigen mannen in alles.
Efeze 5: 25 Mannen, hebt Je eigen vrouwen lief, “EVENALS” ook Christus de gemeente heeft liefgehad,
Efeze 5: 30 Wij “ZIJN” leden van Zijn lichaam, van Zijn vlees en van Zijn gebeente.
Efeze 5: 32 Deze verborgenheid is groot, maar ik zeg dit met het oog op Christus en de gemeente.

Dus, welke uitspraken in dit gedeelte zijn concrete feiten?
Christus “IS” het hoofd van de gemeente: Hij “IS” de Redder van het lichaam. Wij “ZIJN” leden van Zijn lichaam, van Zijn vlees en van Zijn gebeente.

Maar er zijn ook uitspraken in dit gedeelte, die de bedoeling hebben om die concrete feiten (Jezus Christus, de Redder en Hoofd van de Gemeente, het Lichaam) te gaan gebruiken als voorbeeld voor een situatie, die eigenlijk in het hoofdstuk besproken wordt (de huwelijksrelatie).
“ZOALS” de gemeente aan Christus onderdanig is, “ZO OOK” de vrouwen aan haar eigen mannen in alles. Mannen, heb Je eigen vrouwen lief, “EVENALS” ook Christus de gemeente heeft liefgehad,

Herken je de uitspraak: “Zoals dit gebeurt, zo ook….”. Het is het bekende taalgebruik, dat we in het Nederlands zelf ook hanteren. Je denkt: “Hoe kan ik het duidelijk maken?” Dan ineens ben je het onderwerp “Huwelijksleven” aan het bespreken en daar zie je dan het prachtige voorbeeld in, dus begin je…..”Zoals……”. In het Nederlandse gebruik kom je dan nogal eens makkelijk een tautologie tegen “Zoals bijvoorbeeld de gemeente aan Christus onderdanig is”. Dat “bijvoorbeeld” hoorde er in goed Nederlands absoluut niet bij omdat dit dubbelop is. Met “Zoals” geeft je namelijk al aan dat het slechts een voorbeeld is.

Ook het huwelijksleven is een concreet feit, dat in dit gedeelte besproken wordt, zoals in het daarop volgend hoofdstuk over het concrete gebeuren van de relatie tussen ouders en kinderen wordt gesproken en daarna nog over de concrete situatie van meester en slaaf. In al die facetten van het leven heeft de vervulling van de Geest, waar dit hoofdstuk mee begint, zijn invloed. Maar er is iets wat Paulus als een uitgangspunt tekent. Dat is volgens mij ook die enorm grote verborgenheid, die hij hier uitspreekt met het oog op Christus en de gemeente. Dat concrete uitgangspunt is dat Christus niet vergeleken wordt met een hoofd t.o.v. een lichaam (“ALS”), dat Christus niet vergeleken wordt met een mogelijke redder van een lichaam (“ALS”), dat wij niet vergeleken worden met mogelijke leden van een lichaam (“ALS”), maar dat Christus het concrete Hoofd van de gemeente is, dat Christus de concrete Redder van het lichaam is, dat wij concrete leden van Zijn lichaam zijn.

Het feit dat er dus een Hoofd en een Lichaam is, geeft gelijk ook aan dat Paulus hier niet toevallig gebruik maakt van een beeldspraak en dat het volgende voorbeeld van een beeldspraak dus zomaar een man/vrouw relatie kan zijn om daarna zelfs nog een andere beeldspraak (kinderen/ouders of slaven/meesters) toe te passen. Nee, Paulus gebruikt hier heel bewust en nauwkeurig zijn woorden en spreekt in tegenstelling tot de man vrouw verhouding dit keer niet over “ALS”, maar gebruikt het definitieve werkwoord “IS”.

Dat concrete Lichaam met Christus, het concrete Hoofd van het lichaam, is dus het feit waar Paulus tussendoor even op wijst als hij schrijft dat die verborgenheid groot is en dat hij dus spreekt over Christus en de gemeente. Zo kunnen we dus niet allerlei beelden uit de man/vrouw verhouding in de Schrift lukraak plakken op de relatie van Christus en de gemeente. Wat Bijbels gezien ook zeker niet past is dat we elk reeds eerder in de Schrift naar voren komend lichaam invullen als precies hetzelfde. Dat zou Paulus hanteren van de benaming “verborgenheid” geen recht doen. Is er dan al eerder sprake van een lichaam?

Jesaja 1: 4-6 Wee het zondige volk, ….. Het hele hoofd is ziek, het hele hart is moe; van de voetzool af tot het hoofd aan toe is er niets gezonds aan hen, maar wonden en striemen en etterbuilen, die niet uitgedrukt, noch verbonden, noch met olie verzacht zijn.
Ja, een lichaam met een ziek hoofd. Een lichaam met een moe hart. Een totaal ongezond lichaam vol wonden, striemen en etterbuilen. Een lichaam van het zondige volk met zondige leiders (het hoofd).

Ik heb me er mateloos over verbaasd dat volgens mij eigenlijk iedereen wel weet dat het Hoofd van het lichaam Christus Jezus zelf is, maar evenzogoed wordt rustig over Jesaja 1 gepredikt als over het lichaam van Christus met een ziek hoofd. En dat wordt dan ook nog eens een praktische prediking genoemd. Triest! Dat is toch eigenlijk puur beledigend naar de Zoon van God toe? Nee, wie vertrouwd is met de rondzendbrieven Efeze en Colosse, die kent het lichaam, waarvan wij de leden zijn, die kent het lichaam waarvan Christus het Hoofd is, die kent die Christus, namelijk de bekende Redder van dat lichaam en geniet met volle teugen.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende