U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Middelaar tussen God en mensen

Ik kreeg vandaag een serie vragen binnen. Eigenlijk was het één vraag, die telkens op een andere wijze geformuleerd werd, namelijk: Is Christus Jezus de Middelaar tussen God en mensen en is de enige weg om gered te worden via Christus? Ondergeschikte vragen waren of het boek Openbaringen niet aangeeft dat niet iedereen gered wordt en of Christus Jezus nou zelf God is.

De primaire vraag kan ik 100 % met “JA” beantwoorden.
1 Timotheüs 2:5 Er is één God en één Middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus,
Als je goed kijkt dan zie je dat hier gelijk al twee vragen in één beantwoord wordt. De mens Christus Jezus is de enige Middelaar tussen God en mensen. Wil ik dus God in mijn leven kennen en verder………. (er zit namelijk een heel leven aan dat kennen van God vast), dan is de enige weg die God zelf voor mij geopend heeft via de mens Christus Jezus.

Welke tweede vraag is hiermee nu ook gelijk beantwoord? Dat is de vraag of Christus Jezus zelf God is. Nee, er is één God. Dat staat hier overduidelijk. Naast God heb je ook gewoon de mensen. Die kom je ook tegen in deze tekst. Het zou een misser zijn om te concluderen dat die mensen goden zijn. Ze worden hier niet voor niks tegenover God geplaatst als mensen. Dat geeft al aan dat die mensen geen goden zijn. Er zit ook een kloof tussen die ene God en die mensen in. Die kloof is overbrugd door die ene Middelaar tussen God en mensen, namelijk door de mens Christus Jezus. Ook Hij wordt niet voor niks mens genoemd en bovendien wordt Hij als de enige Middelaar getekend tussen God en die mensen.
Er is dus één God. Er zijn dus een heleboel mensen. Er is dus één Middelaar tussen God en die mensen. Eigenlijk praat ik maar steeds gewoon die tekst na en dat sluit eigenlijk de hele gedachte dat Christus Jezus God zou zijn helemaal uit.

Christus Jezus is niet God, maar heeft ons God de Vader (de ene God) wel leren kennen. Hij is namelijk de beelddrager van God.
Johannes 14:9 Jezus zei tot hem: …. Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien;
God zelf kunnen wij niet zien. Dat heb je met een God, die onzichtbaar is.
Colossenzen 1:15 Hij is het beeld van de onzienlijke God,
God heeft echter in de Zoon wel Zijn beeld afgedrukt. Is een beeld van die persoon dan die persoon zelf? Dat weet iedereen wel dat dit niet het geval is. Een beeld van iemand kan nog zo perfect zijn, dat beeld wordt nooit die persoon zelf. Iemand kan jou bijvoorbeeld een foto van mij laten zien en zeggen: “Kijk, dit is Hein!” Die persoon heeft dan nog gelijk ook. Het is namelijk een afdruk van mij, die je op dat moment ziet. Toch zal je niet de vreemde conclusie trekken dat je op dat moment Hein hebt ontmoet. Het was alleen maar een foto.

Johannes 3: 16-17 God heeft de wereld zo lief, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder die in hem gelooft, niet verloren gaat, maar het leven van de aioon heeft. Want God heeft Zijn Zoon niet in de wereld gezonden, opdat Hij de wereld zou oordelen, maar opdat de wereld door hem gered zou worden.
Het boek Openbaring wekt niet de indruk dat iedereen gered wordt. Daar heb je helemaal gelijk in. Ook Johannes 3: 16 laat zien dat niet iedereen het eeuwige leven ontvangt. “Het eeuwige leven”! Die verkeerde vertaling heb ik in de tekst niet aangehouden. Het is het leven van de aioon, waar de Heer daar over spreekt. Wat gebeurt er vaak met deze tekst?

Johannes 3: 16 wordt vaak geciteerd zonder vers 17 er direct op te laten volgen, terwijl nou juist dat vers 17 een nadere uitleg van vers 16 is. Maar als je vers 17 goed leest dan is het Gods plan om de wereld te redden, dus niet enkele mensen uit die wereld, maar de hele wereld. Wat Gods plan is, dat voert Hij ook uit. Hoe staat het dan met dat leven van de aioon? Nou, die aioon, oftewel dat tijdsgewricht, wordt in Openbaringen omschreven. Die eeuw, dat tijdperk, staat er dus nog aan te komen en niet iedereen zal deel hebben aan dat tijdperk van Gods koninkrijk. Heel Openbaringen tekent die tijd, maar niet wat daarna komt. Dezelfde indeling die je hier in Johannes 3: 16 en 17 zou kunnen zien. Vers 16 tekent heel die tijd, waar het boek Openbaringen over spreekt. Vers 17 spreekt over de tijd daarna.

Diezelfde indeling tekent Paulus in de opstandingen:
1 Corinthe 15: 22-24 Evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden. Maar een ieder in zijn eigen orde: de eersteling Christus, daarna die van Christus zijn, bij Zijn komst. Daarna de voltooiing, wanneer Christus Jezus het koninkrijk aan God de Vader overgeeft,
Paulus tekent dus een opstanding ten leven in etappes. De twee eerste opstandingen: “de eersteling Christus, daarna die van Christus zijn, bij Zijn komst.”, zijn redelijk bekend. De opstanding van hen die van Christus zijn, bij Zijn komst, die krijgt in het boek de Openbaringen alle aandacht. Maar de derde opstanding, namelijk: “Daarna de voltooiing, wanneer Christus Jezus het koninkrijk aan God de Vader overgeeft,” vindt na dat tijdstip, dat in Openbaringen beschreven wordt, plaats.

De hele gedachte dat er een moment komt dat Christus het koninkrijk voor zichzelf opgeeft is redelijk onbekend. Vrijwel iedereen denkt dat er een eeuwig koningschap van Christus inzit. Waarom? Omdat we met eeuwig leven rekenen en niet met het leven van de aioon, het tijdstip dat in Openbaringen ruimschoots aan de orde komt. “Eeuwig” levert die foutieve associatie op. Het draait telkens om de aioon, oftewel een tijdperk met een begin en een einde. Hier in 1 Corinthe 15: 24 is er dus een eind gekomen aan die toekomstige aioon (eeuw) van Christus koninkrijk. Wat doet Hij dan? Nou dat beschrijft Paulus dan nog verder in de volgende verzen.
1 Corinthe 15: 25-28 Christus Jezus moet heersen, totdat hij alle vijanden onder Zijn voeten gelegd heeft. De laatste vijand die teniet gedaan wordt, is de dood. Want ‘Hij heeft alle dingen aan zijn voeten onderworpen.’ Wanneer hij nu zegt dat alle dingen onderworpen zijn, is het duidelijk, dat Hij uitgezonderd wordt, die hem alle dingen onderworpen heeft. Maar wanneer Hem alle dingen onderworpen zijn, dan zal ook de Zoon zelf onderworpen zijn aan Hem, die hem alle dingen onderworpen heeft, opdat God zij alles in allen).

Deze tekening, die Paulus hier neerlegt, wordt mateloos lastig als we ervan uitgaan dat Christus Jezus zelf God is. Maar hier tekent Paulus de situatie dat Hij echt alles en iedereen onder de Vader geplaatst heeft. Hier zie je dus tot in de puntjes Christus als Middelaar aan het werk. Hij plaatst alles en iedereen onder de Vader. Uiteindelijk heeft iedereen die plek ingenomen. Dat is dus het moment van Johannes 3: 17, dat de wereld door Hem gered is. Dan blijft er nog één Persoon over, die zich met de hele rest van de schepping ook onderwerpt, dat is de Zoon van God zelf, namelijk Christus Jezus. Het wordt dan: God, de Vader zij alles in allen. Dat is dus in jou en in mij en in Christus en in……… Wat een grandioze toekomst!

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende